‘Innovation is the art of failure’

‘Innovation is the art of failure’
Technologische ontwikkelingen leiden binnen afzienbare termijn tot ingrijpende veranderingen in bedrijfsmodellen. Het vergt moed en leiderschap om daarop in te spelen. Zegt Hendrik Blokhuis, CTO van Cisco.
Wijnand Westerveld
‘Ik vind autorijden leuk, maar als ik voor een ritje van dertig kilometer anderhalf uur in de file moet sudderen, dan is het mij een lief ding waard als mijn auto dat traject autonoom zou afleggen en ik kon gaan lezen’, aldus Hendrik Blokhuis. Hij is CTO van Cisco EMEA en in die rol voortdurend gespitst op nieuwe ontwikkelingen. Voor hem is het niet de vraag of autonoom rijdende voertuigen er komen, maar wanneer. En dat geldt voor veel meer ontwikkelingen op technologiegebied. Of het nu gaat om nanotechnologie, zonne-energie, sensortechnologie of het ‘internet of things’: Blokhuis volgt het met grote belangstelling. Omdat het zijn vak is, maar ook omdat hij een wereld van nieuwe mogelijkheden en verbindingen ziet, waarvan een aantal al onder handbereik is of zelfs wordt gebruikt. ‘Met virtuele colleges is al veel ervaring opgedaan. De intelligente gloeilamp van Philips is in de handel. Juristen verhoren verdachten op afstand. En supermarktketen Tesco verzamelt in Engeland zo veel mogelijk data over klanten en doet hen op basis daarvan verregaande gepersonaliseerde aanbiedingen.’ Blokhuis heeft veel meer voorbeelden, maar noemt deze omdat ze concreet zijn. ‘Het is heel leuk om over ‘reizen naar Mars’ te filosoferen, maar voor concrete toepassingen moet je vooral naar de waan van de dag kijken, of beter nog, stilstaan bij de vraag hoe je nieuwe technologische ontwikkelingen vandaag al voor de dagelijkse business kan inzetten.’
Fotowand
En de dagelijkse business gaat veranderen, weet Blokhuis. ‘De intelligente gloeilamp van Philips is veel meer dan een lamp die je op afstand van kleur kunt laten veranderen. Philips heeft het programmeerplatform voor die lamp vrijgegeven, zodat iedereen er toepassingen voor kan ontwikkelen. Daarmee bindt het bedrijf allerlei partijen aan zich. Of neem een ander voorbeeld. Tesco heeft in een aantal metrostations in Londen virtuele winkels ingericht. Die bestaan uit een fotowand waarop het assortiment van de supermarkt in foto’s is afgebeeld. Bij de producten staat een code. Metroreizigers kunnen die code met een smartphone-app scannen en zo boodschappen bestellen die bij hun voordeur wordt afgeleverd nog voordat ze zelf thuis zijn. Betalen doen ze via dezelfde app.’
De essentie van deze ontwikkeling is dat het businessmodel van een supermarkt verandert. Klanten komen niet meer naar de winkel, maar de winkel gaat naar de klant en bedient hen op maat. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor het logistieke model rond bevoorrading en levering, maar veel belangrijker voor Blokhuis is dat er rond het afleveren van een lijstje boodschappen een enorme datastroom gegenereerd wordt. ‘Data worden binnen afzienbare termijn “core business” voor bedrijven. Het is zelfs denkbaar dat de data rondom een product belangrijker worden dan het product zelf.’ Hij voegt daaraan toe op dat de data op zichzelf geen waarde hebben, zolang ze niet in een context worden geplaatst. ‘Data is de grondstof voor informatie. Op basis van die informatie ontwikkel je kennis en dat leidt pas tot het eindproduct waarde.’ Waarde varieert uiteraard per business. Voor supermarktketens die elke vierkante centimeter van hun winkels optimaal willen benutten, behoort het ‘taggen’ van artikelen en het volgen van klanten tot core business om de bevoorrading van de winkels te optimaliseren. Voor een speler in het openbaar vervoer is het van belang dat reizigers optimaal geïnformeerd worden, vooral als zich wijzigingen in de dienstregeling voordoen. Maar voor beiden geldt dat ze data zo snel mogelijk tot informatie willen verwerken om er hun klant beter mee te kunnen bedienen.
Data hebben daarom de meeste waarde als ze net 'geboren' zijn, stelt Blokhuis. ‘Hoe eerder bekend is dat een bepaalde ontwikkeling plaatsvindt, hoe sneller we kunnen sturen.’ Dat is bijvoorbeeld van belang bij concepten als ‘smart cities’, waarmee steden als Rotterdam, Eindhoven en Amsterdam aan de weg timmeren. ‘Als je verkeersstromen in zo’n stad wilt regelen, bijvoorbeeld door een “groene golf” te creëren op de route die een ambulance aflegt, dan moeten data “real time” verwerkt kunnen worden tot stuurinformatie.’
 
Hendrik Blokhuis. Hij is CTO van Cisco EMEA
 
Internet of everything
Dat brengt het gesprek onvermijdelijk op het ‘internet of everything’. De verbindingen tussen mensen, processen, data en steeds meer ‘dingen’. Aan de basis van dat laatste staat volgens Blokhuis dat steeds meer apparatuur wordt uitgerust met sensoren die via RFID of andere technologie voortdurend gegevens uitwisselen. 'We brengen alles om ons heen te leven en ontdekken zo nieuwe toe te passen waarde. Volgens onderzoekers vindt in 2030 de helft van alle communicatie wereldwijd plaats tussen apparaten die autonoom gegevens uitwisselen. Daarmee ontstaat het “internet of everything” waar alles en iedereen met elkaar verbonden is.' Volgens Blokhuis is het zinloos om te discussiëren over de vraag of dit alles echt zal gebeuren en of het wenselijk is. ‘Techniek wacht niet op dit soort afwegingen. Zodra iets kan, zal het ook gebeuren en dus kan je er maar beter bij betrokken zijn om er zo goed mogelijk gebruik van te maken. Ik zeg dat niet omdat ik alles wat de techniek voortbrengt klakkeloos accepteer, maar omdat ik heel zinnige toepassingen zie.’
Als voorbeeld noemt hij de autonome auto waar het gesprek mee begon. ‘Natuurlijk moet je als maatschappij de vraag stellen of dat veilig kan. En natuurlijk weet je dat er in de aanloop naar zo’n autonome verkeersstroom ongelukken gebeuren, waarvan sommige heel ernstig zullen zijn. Maar is dat de reden om er niet mee aan de slag te gaan? In de financiële wereld is in het afgelopen decennium het een en ander mis gegaan rond elektronisch bankieren, maar niemand is gestopt met pinnen of met het overmaken van geld via internet. In 2012 hadden we in Nederland nog 650 verkeersdoden. Dat aantal kan met autonome verkeersstromen fors omlaag worden gebracht. Dan moet je er volgens mij mee aan de slag. Hoe triest het ook is voor die mensen die door de falende techniek een ongeluk zullen krijgen.’
In het verlengde van dit onderwerp ligt de vraag over de privacy van het individu. Die lijkt met de groeiende datastroom steeds meer in het geding te komen. ‘De privacy van burgers moet gegarandeerd zijn. Dat is voor mij een dwingende randvoorwaarde. Die grens mag je nooit over gaan. Maar het gevaar bestaat dat een discussie over privacy als excuus gebruikt wordt om niets te doen. Dat gaat tegen mijn gevoel in. Zorg dat je betrokken bent en haal het positieve uit ontwikkelingen.’
Blokhuis merkt daarbij op dat ‘ruilen’ onderdeel wordt van het spel in de ‘connected world’. ‘Voor wat hoort wat. Ik ben bereid om een aanbieder als Nike een hoeveelheid informatie over mijn sportactiviteiten te geven als ik daarvoor in ruil bruikbare informatie over producten en diensten krijg en wanneer ik als “connected customer” bijvoorbeeld korting krijgt op producten.’
De angst voor het schenden van privacy is onder invloed van de onthullingen van Edward Snowden wel erg fors gegroeid, vindt Blokhuis, wellicht zelfs buitenproportioneel. ‘Als je wist wat er bij allerlei instanties al over het individu bekend is, zowel bij overheden als bij commerciële organisaties, dan zou men je minder paranoïde reageren. Het heeft ook voordelen als ze veel van je weten. Neem het afstaan van je DNA. Je kunt jezelf de vraag stellen waarom je dat zou doen. Voor mij is het antwoord dat ik daarmee medicatie kan krijgen die exact op mij is afgestemd en daarmee bijvoorbeeld verlost kan worden van een jaarlijks terugkerende verkoudheid. Waarom zou ik dat niet willen?’
Geen standaard recept
Dat al deze ontwikkelingen tot een ingrijpende verandering van allerlei businessmodellen zal leiden, staat voor Blokhuis vast. Maar voor het voorsorteren op die nieuwe ontwikkelingen bestaat geen standaard recept. ‘Bij de ontwikkelingen die nu ophanden zijn gaat het niet meer om het optimaliseren van de huidige processen en bedrijfsvoering, maar om het rigoureus herontwerpen ervan. Dat vraagt niet om managers, maar om “change agents” en visionair leiderschap. Mensen die anderen op sleeptouw kunnen nemen.’ En verder is het voor Blokhuis een kwestie van gewoon beginnen. ‘Start kleinschalige projecten, koester creativiteit, zorg voor een cultuur waarin innovatie “part of the business” wordt, bezoek “peer companies”, ga met de keten van toeleveranciers en afnemers om de tafel.’ In het verlengde daarvan voorziet Blokhuis dat randvoorwaarden verschuiven. ‘Je hebt vloeiende organisatiemodellen nodig zodat bedrijven snel op nieuwe ontwikkelingen kunnen inspelen. Er ontstaan “borderless” organisaties, letterlijk zonder dat er nog sprake is van een fysieke locatie. Dat vergt flexibilisering van de arbeidsmarkt. Misschien moet een aantal medewerkers buiten de normale kantooruren aan het werk omdat ze andere markten gaan bedienen. Het ecosysteem rond organisaties verandert, je wordt meer knoop in een netwerk. Agility wordt het sleutelwoord voor de nieuwe organisatievorm.’
De essentie is voor Blokhuis dat bedrijven door al die veranderingen een ‘waardesprong’ kunnen maken. ‘Kijk met nieuwe ogen naar je medewerkers, klanten, producten, diensten, processen, data en de dingen om je heen, wetende dat alles binnenkort met alles verbonden zal zijn.’ Eén ingrediënt is bij al die veranderingen voor hem cruciaal: lef. ‘Durf te beginnen en durf te falen. Faal slim, vaak en snel, want “innovation is the art of failure”.’
 
Wijnand Westerveld is hoofdredacteur van Informatie. E-mail: w.westerveld@bimmedia.nl
 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag