7 vragen over Massive Open ­Online Courses

Al vijftien jaar gebeurt er van alles op het gebied van open en online onderwijs. De doorbraak in het Nederlandse hoger onderwijs vond pas de laatste anderhalf jaar plaats, vooral dankzij de opkomst van MOOC’s. Deze online cursussen als Coursera zijn heel snel heel populair geworden. Hoe reageren Nederlandse onderwijsinstellingen en werkgevers hierop?

1. MOOC’s zijn de meest bekende vorm van open en online onderwijs. Wat zijn deze cursussen? MOOC staat voor Massive Open Online Courses, een online cursus van meestal enkele weken waarvoor iedereen zich gratis in mag schrijven. Alle leerstof wordt via internet aangeboden, bijvoorbeeld in de vorm van videocolleges, artikelen, filmpjes en blogs. Via discussiefora hebben deelnemers contact met docenten en medestudenten. Na afloop kan examen worden gedaan en krijg je soms een certificaat.

De eerste MOOC werd in 2011 ontwikkeld door twee hoogleraren Artificial Intelligence aan Stanford University. Zij bedachten dat het leuk zou zijn om de cursus Computer Science – die ze normaal gaven aan zo’n 200 studenten – op te nemen en via internet gratis te verspreiden. Ze gaven er ruchtbaarheid aan door erover te twitteren en voor ze het wisten hadden ze 160.000 aanmeldingen van over de hele wereld. Zo’n 14 procent van de cursisten – ruim 23.000 – voltooide de MOOC daadwerkelijk. Saillant detail was dat de top-10 van mensen die het examen het beste hadden gemaakt niet van Stanford kwamen. Stanford weigerde vervolgens de diplomering op zich te nemen, omdat het ging om enorme aantallen studenten die ook nog eens niet betaald hadden. Dit resulteerde in een enorme rel waarop de twee hoogleraren Stanford de rug toekeerden en Udacity op richtten, een platform voor MOOC’s voor het hoger onderwijs, dat overigens ruim een jaar geleden de aandacht verschoof naar ondersteuning van trainingstrajecten voor bedrijven.

 

2. Wat gebeurde er daarna? Hoe reageerden Nederlandse onderwijsinstellingen op deze ontwikkeling? De MOOC’s en platformen hiervoor schoten als paddenstoelen uit de grond. Naast Udacity zijn Coursera en EdX de bekendste aanbieders. De een na de andere docent stortte zich op het aanbieden van gratis open online cursussen en het aantal aanmeldingen is meestal ongekend hoog, vertelt Christien Bok. Zij is verantwoordelijk voor het programma Onderwijs op Maat van SURF. SURF is de ICT-samenwerkingsorganisatie die optimale benutting van ICT in het Nederlandse onderwijs en onderzoek stimuleert. “Ik kan me een verhaal herinneren dat een jongetje uit een bergdorpje in Tajikistan de hoogste score behaalde voor een MOOC van Massachusetts Institute of Technology (MIT) en werd ingevlogen naar Boston. De pers berichtte hierover uitvoerig en daar werden opleidingsinstituten heel erg zenuwachtig van. Ze vroegen zich af of ze nog wel nodig zouden zijn in de toekomst, omdat er naar hun idee straks alleen nog maar plek zou zijn voor de allerbeste docenten ter wereld van topinstituten als Harvard, Stanford en MIT.”

MOOC’s zijn volgens Bok een enorme katalysator geweest voor hoe we nu tegen digitalisering in het onderwijs aankijken. “Want er gebeurt al vijftien jaar van alles op het gebied van online en open onderwijs: e-learning, blended learning, noem maar op! Maar dat gebeurde op een heel ander niveau dan nu. Door de opkomst van MOOC’s kwam die ontwikkeling opeens heel dichtbij en werden onderwijsinstellingen bang de boot te missen. Vanaf dat moment kwam open en online onderwijs opeens ook op de bestuurlijke agenda en dan komt het ineens in een stroomversnelling.”

 

3. Wie lopen er in Nederland voorop met MOOC’s? Tot nu toe zijn het vooral internationaal gerenommeerde universiteiten die MOOC’s ontwikkelen, maar inmiddels hebben ook verschillende Nederlandse universiteiten een MOOC ontwikkeld of zijn daar druk mee bezig. Zij gebruiken het als middel om meer studenten te interesseren voor hun opleidingen en zich op een positieve manier te onderscheiden.

Het is niet verbazingwekkend dat de Open Universiteit voorop loopt op dit vlak. Maar een van de eerste MOOC’s van Nederlandse bodem kwam uit handen van de Universiteit van Amsterdam en startte in februari 2013: Introduction to Communication Science. Er schreven zich 5400 deelnemers in, 3400 namen actief deel en na acht weken deden 717 mensen examen.

Bij de Universiteit van Delft zijn ze ook al een hele tijd bezig met online en open onderwijs. De technische universiteit is jaren terug al begonnen met het gratis beschikbaar stellen van al het cursusmateriaal, en is ook heel snel met MOOC’s gestart. “Het prestigieuze platform EdX wil MOOC’s aanbieden van de top 50 van de universiteiten van de wereld. Die laten dus niet iedereen toe, maar omdat Delft er al zo vroeg mee was begonnen en goed staat aangeschreven, is het de enige Nederlandse universiteit die in de kerngroep van EdX meewerkt”, licht Bok toe. Overigens maakt ook de Universiteit van Wageningen gebruik van EdX, maar is geen lid van de kerngroep. De TU Delft richt zich met haar MOOC’s vooral op watermanagement en zonne-energie, omdat het zich op dat vlak wereldwijd wil profileren, die tot nu toe zo’n 50.000 tot 80.000 geïnteresseerden trokken. Daarnaast zijn de Hogeschool van Amsterdam, de Universiteit van Leiden, Avans Hogescholen, Rijksuniversiteit Groningen en Hogeschool Zeeland de Nederlandse koplopers als het gaat om ontwikkelen van MOOC’s.

Op het gebied van IT zijn er in Nederland nog maar weinig MOOC’s. Bok denkt dat dit te maken heeft met de aard van veel IT-docenten. “De driver voor een MOOC is vaak een individuele docent die steengoed is in zijn vak, maar ook in staat is om een verhaal goed over te brengen, en om kan gaan met feedback van duizenden, misschien wel tienduizenden studenten. Zo’n persoon moet dus uitblinken in communicatieve vaardigheden en ervan houden zich te profileren. Zulke mensen zijn nou eenmaal schaars, ook in de IT.”

 

4. Wat zijn de belangrijkste voordelen van MOOC’s? Een MOOC maakt hoger onderwijs toegankelijk voor een grote groep en maakt het mogelijk om kennis op grote schaal te delen. Universiteiten kunnen zich met behulp van een MOOC internationaal profileren. Daarnaast komt de motivatie voor het ontwikkelen van MOOC’s vooral voort uit de wens om met nieuwe technologieën en pedagogische methoden te werken. Bovendien helpen MOOC’s bij het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs, omdat er zoveel data en feedback beschikbaar is van cursisten. Dat leert het hoger onderwijs niet alleen over hoe het de kwaliteit van het onderwijs kan verbeteren, maar geeft ook informatie over studiegedrag, voorkeuren van studenten, et cetera. Inmiddels worden er hele MOOC’s, maar ook opleidingen die worden gegeven aan de campus aangepast en zelfs herontworpen. Hierdoor zal het studierendement waarschijnlijk omhoog gaan.

 

5. Wat zijn de belangrijkste nadelen van MOOC’s? Een belangrijk nadeel van een MOOC is dat het in directe zin geen geld oplevert. Sterker nog: het kost onderwijsinstellingen een hoop geld, aangezien het ontwikkelen van een MOOC erg duur is. Er kan wel geld worden verdiend door studenten toevoegingen te laten kopen zoals extra materiaal of extra contact met docenten. Ook betaalde vervolg-MOOC’s zijn een optie. Een ander verdienmodel is het aanbieden van data of geanalyseerde data. “Werkgevers zijn bijvoorbeeld heel erg geïnteresseerd in de best presterende studenten per MOOC. Dat zijn natuurlijk droomkandidaten voor werkgevers”, vertelt Bok. Een werkzoekende die een MOOC met succes heeft afgerond en op zijn CV heeft gezet wordt doorgaans gezien als zelfstandig, leergierig, intelligent en ambitieus. Werkgevers hebben wel een validatiesysteem nodig om de kwaliteit en doeltreffendheid van MOOCs te beoordelen. Wanneer via MOOCs erkende certificaten zouden worden afgegeven overweegt zo’n 60 procent voor MOOC’s te betalen, blijkt uit diverse onderzoeken.

Andere nadelen van MOOC’s zijn kwaliteitborging – niet iedere universiteit en docent kan er evengoed mee overweg – en bovendien haalt maar een relatief laag aantal deelnemers de eindstreep. Daarnaast is een MOOC gevoeliger voor examenfraude, omdat niet altijd te controleren valt wie er achter de computer zit tijdens het online tentamen. Al zijn er inmiddels methoden op de markt om dit te controleren. Zo worden bij ‘online proctoring’ online surveillanten ingezet of kan de manier waarop je typt op je toetsenbord ter identificatie worden gebruikt.

 

6. Hoe staan IT-bedrijven tegenover MOOC’s? Amerikaanse IT-bedrijven hebben open onderwijs omhelst. Grote bedrijven als AT&T en Google financieren mee aan open online onderwijs en werken mee in het ontwerpen en produceren daarvan. Yahoo geeft beurzen aan werknemers die een MOOC-traject volgen. Het is niet meer nodig werknemers naar een lang en duur regulier hogeronderwijstraject te sturen, er is immers goedkoop maatwerk voorhanden nu er ook volledig gecertificeerde trajecten zijn, die nog beter zijn afgestemd op de wensen van werkgevers. Meerdere platforms – waaronder edX, Coursera en Khan Academy – zijn allianties aangegaan met werkgevers om het aanbod verder uit te breiden.

Uit de onlangs verschenen publicatie ‘MOOCs for web talent network’ in opdracht van de Europese Commissie blijkt dat MOOC’s kunnen helpen bij het terugdringen van het tekort aan professionals met web-skills. Om duurzame en effectieve MOOCs voor webvaardigheden te ontwikkelen, zouden de industrie en onderwijswereld met elkaar moeten samenwerken, stellen de onderzoekers. Zo zouden MOOCs kunnen ontstaan die ontwikkeld zijn door universiteiten en gesponsord worden door de overheid of het bedrijfsleven.

In Nederland zijn er nog maar weinig IT-bedrijven die zich actief bemoeien met open onderwijs. Bok: “In het hoger onderwijs zijn met name uitgevers heel actief, hoofdzakelijk in het hbo. In het wetenschappelijk onderwijs gebeurt dit nog veel minder – daar ontwikkelen docenten veel meer hun eigen materiaal. Maar er gaat iets verschuiven, dat kan niet anders. Over tien jaar is die verhouding tussen onderwijsinstellingen en uitgeverijen veranderd.”

 

7. Onlangs kondigde minister Jet Bussemaker van Onderwijs een stimuleringsmaatregel aan waarbij vijf jaar lang een miljoen euro beschikbaar wordt gesteld voor open en online onderwijs. Onderwijsinstellingen kunnen projectvoorstellen indienen hoe zij dit in kunnen zetten om hun onderwijs te verbeteren en vernieuwen. Is het animo hiervoor groot? “Gigantisch. We moeten het overgrote deel van de aanvragen afwijzen. Die stimuleringsmaatregel is belangrijk, maar de bedragen waar het om gaat zijn peanuts. Delft heeft bijvoorbeeld een professionele studio ingericht en zet er een heel multidisciplinair team, met deskundigen op het gebied van onderwijskunde, cameratechnieken, animatie, scriptschrijvers, presentatietechnieken, op. Dan heb je het over heel andere bedragen dan de ton die je nu per project kan krijgen hoor”, licht Bok toe. “Daarom heeft SURFnet tegen het ministerie van Onderwijs gezegd: ‘Goed idee, maar wij doen dit alleen als we daarnaast ook een kennisagenda kunnen uitvoeren’. Dat is nodig om niet allemaal ad hoc bezig te zijn, we moeten structureel kennis opbouwen en die kennis delen met elkaar.”

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag