Architect, richt de digitale wereld duurzaam in

Architect, richt de digitale wereld duurzaam in
De maatschappij vraagt om nieuwe spelregels voor een digitale wereld die duurzaam is. Hoe kunnen architecten hierbij helpen?
Art Ligthart en Harrie van Houtum
De digitale wereld is in ras tempo in de haarvaten van de complete samenleving terecht gekomen. De hoeveelheid gegevens die dagelijks geproduceerd wordt, is haast niet meer te bevatten. Dit brengt nieuwe en ongekende mogelijkheden met zich mee. Het analyseren van deze ‘big data’ levert nieuwe inzichten op waarmee de kwaliteit van leven omhoog gaat. Mobiele technologie zorgt dat mensen altijd en overal toegang hebben tot de gegevens die ze op dat moment nodig hebben. Bedrijven krijgen via verzamelde gegevens maximaal inzicht in de behoeften van klanten en ontwikkelen samen nieuwe producten en diensten. Overheden delen gegevens over burgers en bedrijven om hun wettelijke taken zo effectief mogelijk uit te voeren. Kortom, in de digitale wereld wordt de informatiepositie van iedereen steeds maar beter. Een geweldige tijd! Wat ook goed is: het laatste jaar zijn er maatschappelijke discussies ontstaan. Denk aan de NSA-affaire, de Patriot Act, DDoS-aanvallen, discussies over het elektronisch patiëntendossier, vragen over de bewaartermijn van privégegevens op Facebook, onduidelijkheid over wat Google precies doet met gegevens van gebruikers, en vraagtekens over de veiligheid en duurzaamheid van gegevens in de cloud. Terechte en logische discussies! De maatschappij lijkt te vragen om nieuwe spelregels voor de digitale wereld, zodat deze past bij hoe we willen leven met elkaar. Een meer duurzame digitale wereld, waarin een gelijkwaardige informatiepositie bestaat voor burgers, bedrijven, en overheden, met aandacht voor digitale privacy en kwetsbaarheid. Kortom, werk aan de winkel voor architecten! Alle ingrediënten zijn er: er is momentum en bewustzijn, er zijn talloze technische oplossingen: een wensbeeld kan werkelijkheid worden. In dit artikel gaan we eerst nader in op de maatschappelijke discussies. Vervolgens geven we onze visie op een duurzame digitale wereld vanuit vier invalshoeken. Tenslotte staan we stil bij de manier waarop we hier als maatschappij gezamenlijk invulling aan kunnen geven en wat de rol van architecten daarbij kan zijn: de digitale wereld duurzaam inrichten.
Digitaal bewust
De samenleving wordt digitaal bewust(er) en afhankelijker. Iedereen ervaart dagelijks de ongekende nieuwe mogelijkheden van de digitale wereld. Tegelijkertijd ervaren we ook de andere kant van de medaille. We genieten van de talloze gratis diensten op internet, maar weten ook dat ze niet écht gratis zijn: we betalen ervoor met onze persoonlijke gegevens. We denken meer na over digitale privacy: mag iedereen alle persoonlijke data zien en gebruiken? We voelen dat de digitale afhankelijkheid groot is geworden: het leven komt tot stilstand bij stremmingen in de digitale wereld. We zien ook dat verschillen in digitale vaardigheid toenemen: sommige doelgroepen kunnen niet mee en hebben persoonlijke aandacht en ondersteuning nodig bij het
gebruik maken van digitale diensten. Ook zijn we ons meer bewust van onze digitale kwetsbaarheid: voorzieningen kunnen worden platgelegd door cyberaanvallen. Er ontstaat digitale ethiek: wat achten we als samenleving wel en niet gewenst in al die nieuwe ontwikkelingen, waar willen we grenzen trekken? Er is dus steeds meer digitaal bewustzijn. Dat is best opvallend, want tot voor kort was de algemene teneur dat privacy iets is van de vorige eeuw. Het internet is ontstaan vanuit een ‘vrijbuiterscultuur’ waarin alles open is en gedeeld wordt en waar overheden geen regels mogen opleggen. Maar de samenleving vindt het tijd voor meer spelregels en zegt feitelijk dat enkele fundamentele principes uit onze democratie en rechtsstaat ook hun plek moeten krijgen in de digitale wereld. Dit bewustzijn past in andere ontwikkelingen in de samenleving. Er is een transformatie gaande, nieuwe waarden komen op, er wordt meer nadruk gelegd op transparantie en de duurzaamheid van alles wat we doen op aarde wordt centraal gesteld. Sociologisch wordt er steeds meer nadruk gelegd op samen doen, op het verbinden van mensen en organisaties. Nieuwe generaties groeien op die anders in het leven staan dan de voorgaande en ook andere doelen nastreven. Dit is een interessant maatschappelijk moment!
Slim
Betekent dit dat we de mogelijkheden voor het gebruik van gegevens drastisch moeten inperken, mocht dat al een haalbare kaart zijn? Welnee. We zien immers dat de samenleving op heel veel positieve manieren wordt beïnvloed door internet en profiteert van de nieuwe mogelijkheden voor de inzet van technologie en gegevens. Als Nederland mondiaal wil blijven meedoen, dan moeten we vol inzetten op het innoveren en ontdekken van slimme digitale diensten. Zodat we vanuit onze diensteneconomie de diensten wereldwijd onderscheidend kunnen inzetten, denk bijvoorbeeld aan export van onze pensioendiensten. Hetzelfde geldt voor het gebruik van gegevens door overheidsorganisaties. Om de uitvoeringsen inspectieprocessen effectief en efficiënt in te richten, moeten we slim gebruik maken van reeds beschikbare gegevens in gegevensregistraties, van regelhulpen, en van omgevingen die burgers en bedrijven inzicht geven in hun eigen gegevens en de status van lopende zaken. Dit garandeert rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.
Toch moet het anders dan nu, gezien het nieuwe digitale bewustzijn in de samenleving. Hoe kunnen we de digitale wereld duurzaam inrichten? Het maken van inrichtingskeuzes in de digitale wereld vereist inzicht in de werking van internet, de werking van de samenleving, de politiek, de belangen van iedere groep mensen, de principes van democratie en rechtstaat, sociologie, businessmodellen, innovaties, ICT-technologie, standaarden, methoden. Ga er maar aan staan als architect! Dit is geen veranderingsproces dat door één persoon geregisseerd kan worden. Ook niet door de overheid. In onze visie kan dit veranderingsproces alleen succesvol verlopen via samenwerking, verbinding en co-creatie. We zien het overigens al: op natuurlijke wijze ontstaan initiatieven waarin groepen mensen uit overheid, wetenschap en bedrijfsleven samenwerken.
Denk bijvoorbeeld aan doorbraakinitiatieven in de topsectoren, innovation challenges, Digitale Overheid 2017 en Smart Services-initiatieven. We zien ook dat de ICT-oplossingen die de digitale wereld duurzamer kunnen maken voorhanden zijn. De kunst is om deze initiatieven te stimuleren en te faciliteren door onderliggende paradigma’s en principes te benoemen. In het vervolg van dit artikel beschrijven we eerst de belangrijkste kaders die vanuit businessperspectief gesteld worden aan de duurzame digitale wereld. Daarna noemen we negen leidende principes voor het inrichten ervan.
Vraaggericht businessperspectief
Om de digitale wereld duurzaam in te richten, zijn vanuit businessperspectief vier zaken essentieel: alles moet toepasbaar, veilig, vertrouwd en betaalbaar zijn.
Toepasbaar
In de echte wereld leidt een informatievraag van een persoon vaak tot een dialoog met een ander, waarin via vragen en antwoorden het begrip ontstaat. Maar in de digitale wereld werkt dit anders. Er moeten daarom manieren worden toegepast die inzichtelijk, begrijpelijk, eenvoudig en betekenisvol communiceren mogelijk maken, voor alle doelgroepen in de samenleving. En daar zijn voorbeelden van, denk aan het gebruik van ‘life-events’: herkenbare gebeurtenissen uit het werkelijke leven die in de digitale wereld duidelijk terugkomen en de gebruiker op een snelle manier navigeren door informatie en diensten die bij deze gebeurtenis veelal nuttig zijn. Er zijn al portalen die op life-events gebaseerd zijn, zoals www.newtoholland.nl, dat is ontwikkeld door samenwerkende zelfstandige bestuursorganen. Ook apps kunnen enorm bijdragen aan inzichtelijkheid en begrijpelijkheid, zoals de GLBcheck (www.glbcheck.nl) die de landbouwsector helpt om toekomstkeuzes te maken. Het inzichtelijk en begrijpelijk presenteren van informatie leidt ook tot adequate en vertrouwenwekkende dienstverlening.
Veilig
Recente incidenten laten zien dat het digitaal bewustzijn in hoge mate gerelateerd is aan de vraag of de persoonlijke gegevens van een gebruiker veilig zijn. Veiligheid betekent dat geen misbruik kan worden gemaakt van de aangeboden informatie, zowel voor de persoon zelf als voor zijn persoonlijke informatie. Veiligheid kan onder meer worden gecreëerd door nieuwe toegangsmiddelen voor identificatie en authenticatie, waarbij biometrie steeds meer een rol gaat spelen. Veiligheid kan ook worden geboden door gebruikers inzicht te geven in de maatregelen die binnenin de digitale wereld zijn genomen om ervoor te zorgen dat gegevens niet aangepast, misbruikt of gestolen kunnen worden.
Vertrouwd
Een digitale wereld moet vertrouwd worden door de gebruikers ervan. Het nieuwe digitaal bewustzijn gaat momenteel gepaard met argwaan. Vertrouwen is een lastig iets, het komt te voet en gaat te paard. Internetbankieren leek het vertrouwen van de gebruikers te hebben, totdat van de ene op andere dag de banken onder cyberaanvallen lagen. Maar ook onduidelijke informatie, complexe diensten en lange zoektochten geven geen vertrouwen. Breed wordt dan ook nagedacht over het vraagstuk ‘digitaal waar het kan, persoonlijk waar nodig’: de behoefte van gebruikers moet leiden tot digitale diensten die eenzelfde vertrouwen oproepen als bij een persoonlijke afhandeling. De digitale wereld moet net als de papieren wereld kunnen groeien en vertrouwen gaan geven.
Betaalbaar
Uiteraard zullen ook financiële afwegingen moeten worden gemaakt. Hoe richt je de digitale wereld zo in dat deze continu kan doorgroeien, dat functionaliteit snel kan worden aangepast aan de snel veranderende behoeften van gebruikers en bedrijfsprocessen, dat privacy en kwetsbaarheid gegarandeerd worden, dat iedereen met zijn eigen device toegang heeft tot de informatie en functionaliteit op elk moment en elke plek, en dat het geheel ook nog betaalbaar blijft? De hoge eisen die aan de inrichting worden gesteld moeten tegen marktconforme prijzen en mogelijkheden worden ingezet. Deze vier punten vormen vanuit businessperspectief de belangrijkste kaders voor een duurzame digitale wereld. Ze kunnen in meer detail worden uitgewerkt in een ‘Afwegingskader digi
taal werken’. Zo’n afwegingskader kan gebruikt kan worden om integraal te toetsen of voorgestelde aanpassingen in de digitale wereld bijdragen aan digitale duurzaamheid.
Negen principes
Om de voorgestelde aanpassingen richting te geven, kunnen leidende principes toegepast worden. In een digitale wereld wordt een oneindig aantal functionaliteiten aangeboden, in toenemende mate in de vorm van apps die ondersteuning bieden aan specifieke gebruikerstaken en aangesloten worden op gesloten of gedeelde informatie-infrastructuren. Om deze functionaliteit duurzaam te maken, zijn negen principes essentieel (zie kader) .
Rol architect
We concluderen dat het inrichten van een nieuwe duurzame digitale wereld veelomvattend is. Per definitie moeten hierbij alle belanghebbende spelers in de samenleving betrokken worden. Er zijn maatschappelijke debatten nodig, er zal weten regelgeving moeten worden aangepast, dit vergt een zorgvuldige en transparante uitvoering. Maar ook zullen alle partijen aan tafel moeten zitten die kennis hebben van de relevante aandachtsgebieden. Als we kijken naar ICT, dan is direct duidelijk dat er niet één partij is die alle technologie, producten en kennis in huis heeft voor deze nieuwe digitale wereld. Er zijn talloze producten, tools en standaarden nodig om alles zo te integreren dat het geheel voldoet aan de nieuwe principes. Wat de technische standaarden voor integratie betreft: die zijn er allemaal al! Dat betekent dat we een niveau hoger moeten gaan. Alle betrokkenen moeten de intentie hebben om kennis te delen en gezamenlijk de digitale wereld in te richten. Overheden, burgers, bedrijven en wetenschap. Ieder moet zijn kennis en producten inbrengen. Dit verbinden van mensen, organisaties, kennis en technologie is de crux tot succes. En het opbouwen van kennis over dit samenwerken. Dit vereist ‘verplicht’ gebruik van samenwer
kingsruimten waarin de co-creatie gefaciliteerd wordt. Aanbestedingen moeten anders opgezet worden. Elke stap voorwaarts in de digitale wereld moeten we samen zetten. Architecten hebben hierin een verbeeldende en verbindende rol. Ze zullen de kaders vanuit het businessperspectief moeten oppakken, en anderen inspireren vanuit de kansen en mogelijkheden van alle perspectieven. Ze zullen nog veel meer gericht moeten zijn op het verbeelden van het businessperspectief en het verbinden van mensen en belangen, op het gericht ontsluiten van de kennis die in de maatschappij aanwezig is, op het verbinden van overheid, bedrijfsleven en wetenschap. Vanuit kennis over de principes van democratie en rechtstaat komen tot gedragen architectuurprincipes die passen in een duurzame digitale wereld. Een geweldige uitdaging!
 
KADER
Principe 1: Je digitale identiteit is van jezelf
In de huidige digitale wereld liggen onze persoonlijke gegevens, bedrijfsgegevens en gebruikersprofielen op talloze plekken. We hebben wel enigszins inzicht in deze digitale identiteit via portalen, maar er is sterke behoefte aan meer, aan het omdraaien van het paradigma: er is een persoonlijke omgeving nodig waarin je zelf regie voert over je eigen digitale identiteit. Zo’n omgeving moet de mogelijkheid bieden om persoonlijke gegevens en profielen te delen, om te melden dat gegevens onjuist zijn en om gegevens eventueel te kopiëren naar een eigen opslagkluis. Maar ook om te bepalen wie de gegevens nog meer mag inzien of tussen welke partijen de gegevens mogen worden uitgewisseld, wanneer dat is gebeurd, welke interactie er is geweest over de gegevens en diensten, en meer. Een dergelijke omgeving stelt de gebruiker centraal, maar laat tegelijkertijd de verantwoordelijkheid voor de gegevens bij elke partij die gegevens over hem of haar vastlegt. Het is niet onlogisch om soortgelijke persoonlijke omgevingen in te richten per domein: overheid, zorg, verzekeraars, financiën.
Principe 2: Scheiden van de know en de flow
In de huidige digitale wereld zit de kennis (‘know’) over de wet- en regelgeving, bedrijfsvoering, producten, bedrijfsprocessen en gegevens veelal zo in de software verknoopt dat deze niet afzonderlijk te herkennen is. De snelle veranderingen in de maatschappij vragen echter om continue aanpassingen in deze digitale wereld. Het is daarom noodzakelijk dat de ‘know’ autonoom beheerd kan worden en op een makkelijke en snelle manier ingezet kan worden in nieuwe diensten en bedrijfsprocessen (de ‘flow’). Dit principe wordt nader uitgewerkt in andere principes: de wet- en regelgeving moet als herleidbare bron kunnen worden gebruikt; er moet een nette scheiding in de ICT worden aangebracht tussen regels, gegeven en procesflow; in de infrastructuur moet de beheeromgeving voor de ‘know’ gesplitst worden van de productieomgevingen.
Principe 3: Professionals beheren hun eigen kennis
Voortbordurend op principe 2 zijn omgevingen nodig waarin de ‘know’ gespecificeerd en beheerd kan worden. De kennis moet in eigen handen blijven, in de handen van de professionals die de kennis hebben: denk aan experts op het gebied van regelgeving, beleid, logistiek, diensten, werkverdeling, processen en informatie. De professionals hebben ondersteuning nodig bij het in kaart brengen van hun kennis. In zo’n visualisatie- en simulatieomgeving kan de kennis gezamenlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om een nieuwe dienst of proces te specificeren of de gevolgen van nieuwe regelgeving door te rekenen op basis van historische data. Vanuit deze omgeving kan kennis in de vorm van specificaties worden overgezet naar de apps en naar andere ICT-voorzieningen binnen de informatie-infrastructuur in de productieomgeving.
Principe 4: Slimme bevragingsdiensten
In de huidige digitale wereld zijn ontelbare gestructureerde en ongestructureerde gegevensbronnen. Om daarin een gegevens te kunnen vinden en gebruiken, is een tijdrovend en duur afstemmingsproces nodig. Dat is logisch, want om de betekenis van een gegeven te kennen, moet je de precieze context weten waarin het gegeven is ontstaan. Maar met de nieuwe ontwikkeling ‘linked data’ wordt deze context meegegeven. Dit maakt een enorme versnelling mogelijk: als gegevens in een bron worden gedefinieerd met behulp van gelinkte datastandaarden, dan worden ze opvraagbaar, bruikbaar en kunnen ze aan elkaar worden verbonden. Hiermee worden slimme bevragingsdiensten mogelijk, die gegevens opzoeken uit talloze bronnen en het antwoord op de vraag samenstellen. Maar een gegeven kan ook worden gerelateerd aan de context van wet- en regelgeving waarin het gegeven is gedefinieerd. Dat maakt een tweede paradigmashift mogelijk: de bevragingsdiensten kunnen ook regels uit de regelgeving op de gegevens toepassen, waardoor de vragensteller een antwoord op-maat krijgt en ook veel minder gegevens hoeven te worden ‘rondgepompt’. Dat is goedkoper en veiliger. Profielen gaan hierbij een belangrijke rol spelen. In een duurzame digitale wereld vormen gegevens de belangrijkste grondstof. In essentie draait alles om het produceren, vastleggen, wijzigen en gebruiken van gegevens. De belangrijkste informatieprincipes die hierbij horen, hebben te maken met het betekenisgeven en de regels waar de gegevens aan dienen te voldoen.
Principe 5: Gegevens verbinden
Bij principe 4 gaven we al aan dat we gegevens op een nieuwe manier betekenis kunnen geven met ‘linked data’. Er ontstaan inmiddels op deze manier al betekenisvolle ‘woordenboeken’ van een bepaald domein, die door innovatieve technologie gebruikt kan worden om de data te doorzoeken en te gebruiken. Ook binnen de overheid biedt dit volop kansen, denk aan het gebruik van stelsel van basis- en kernregistraties. Je kunt de gegevens in de registraties op de linked data-manier beschrijven en deze vervolgens verbinden aan begrippen uit de betreffende wet- en regelgeving. Zo ontstaat een woordenboek (de Stelselcatalogus) die alle gegevens in de registraties betekenis en legitimiteit geeft: ‘linked closed data’ binnen de overheid of binnen een branche, zoals de zorg.
Principe 6: Regelgeving is praktisch toepasbaar vanuit een herleidbare bron

Er zijn inmiddels methodische aanpakken om regels zo te specificeren dat ze geschikt zijn voor de uitvoering maar ook herleidbaar zijn naar hun bron in de wet- en regelgeving. Regelgeving wordt hierdoor praktisch toepasbaar en kan naast de ‘open data’ ter beschikking worden gesteld als ‘open regels’. In de genoemde kennis-beheeromgevingen kan gesimuleerd worden wat de gevolgen zijn van een voorgenomen regelwijziging. De regels kunnen ook in IT-productieomgevingen worden geladen om de uitvoering van een primair proces te ondersteunen, om als dienst (‘regelhulp’) aan te bieden aan andere systemen of aan gebruikers, om apps mee te generen die de regels omvatten, of om in genoemde slimme bevragingsdiensten te gebruiken als profielen. In een duurzame digitale wereld zijn regels geen hinderpaal meer, ze zijn katalysator.

Principe 7: Bewaarmet het oog op digitale duurzaamheid

In de digitale wereld moet informatie langere tijd gewaarborgd zijn en ook volgende generaties inzicht geven in de ervaringen die worden opgedaan. Alle papieren archieven gaan momenteel in snel tempo over naar digitale informatiebronnen. De archiefwet vraagt dus om nieuwe invulling: heldere spelregels die ertoe leiden dat over meerdere decennia de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en authenticiteit gewaarborgd blijft en de betekenis van de gegevens begrijpelijk kan worden gereproduceerd. Gebruikers moeten inzicht kunnen hebben in hun huidige en historische gegevens, en moeten vermeende onjuistheden kunnen melden. Het concept van ‘multi-realiteit’ speelt een belangrijke rol: er moeten meerdere versies van de werkelijkheid kunnen worden bewaard, inclusief tijdsversies.
Gebruikers moeten ook zelf de gegevens in eigen, persoonlijke kluizen kunnen bewaren.

Principe 8: Eigen cloud eerst

De huidige beweging naar clouds zal de inrichting van de digitale wereld sterk gaan bepalen. Clouds leveren productieomgevingen als ‘water uit de kraan’. Maar hoe tegenstrijdig het ook mag klinken, in deze wereld van virtualisatie is de infrastructuur belangrijker dan ooit. Een snelle, goed beschikbare en bereikbare digitale snelweg is de motor voor economische en sociale ontwikkeling. Cyberaanvallen zijn echter in staat om belangrijke voorzieningen plat te leggen, waardoor onze digitale afhankelijkheid pijnlijk duidelijk wordt. Landsgrenzen bepalen de grenzen van de jurisdictie en het omgaan met gegevens, zoals blijkt uit de maatschappelijke discussies over de reikwijdte van de Patriot Act. Kortom, geopolitieke overwegingen spelen ook in de digitale wereld een rol. Er zullen nationale en regionale clouds gaan ontstaan. Een land doet er goed aan te zorgen dat haar digitale infrastructuur binnen de landsgrenzen duurzaam op orde is.

Principe 9: Duurzame datacenters

Een duurzame digitale wereld stelt zware eisen aan de productieomgevingen. De datacenters, al dan niet in een cloudomgeving ingericht, moeten robuust, beveiligd en altijd beschikbaar zijn. Ze moeten ook de elasticiteit hebben om op elk moment op te kunnen schalen en tijdelijke pieken op te vangen. De architectuur van de rekencentra moet zo doordacht worden dat alle genoemde principes integraal zijn verwerkt in voorschriften voor de inrichting van software, middleware, netwerken en hardware. En uiteraard speelt ook het aspect duurzaamheid mee: energiezuinig en neutraal in uitstoot.

Art Ligthart is architect bij Art Ligthart Services BV. E-mail: info@artligthart.nl
Harrie van Houtum is onafhankelijk informationprofessional. E-mail: Harrie.van.houtum@home.nl
Ligthart en Van Houtum hebben een rol in diverse landelijke ontwikkelingen in het uitdragen en realiseren van het vormgeven van een duurzame digitale wereld.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag