Bruikbaarheid e-CF voor de IT

Het e-Competence Framework (e-CF) is een door het Europese Comité voor Standaardisatie (CEN) gedefinieerd competentieraamwerk voor de IT-sector. Dekt dit e-CF het hele IT-domein af, hoe verhoudt het zich tot andere raamwerken, en waar biedt het meerwaarde?
 
Henk Plessius en Pascal Ravesteijn
 
Verdere professionalisering IT-vakgebied
Het werkveld van de IT is continu in beweging. Nieuwe werkterreinen zoals cloudcomputing, business intelligence, DevOps en cybersecurity ontstaan; oude gebieden zoals programmeren in Cobol, systeemanalyse en kantoorautomatisering worden minder belangrijk of verdwijnen zelfs volledig. We zien op dit ogenblik in de Nederlandse IT-wereld een mismatch tussen vraag en aanbod van personeel; niet alleen kwantitatief overtreft de vraag het aanbod vele malen, ook kwalitatief in termen van opleidings-en ervaringsprofiel is er een behoorlijke kloof (Gillebaard et al., 2014).
Om aantrekkelijk te blijven voor werkgevers zal de IT’er zich constant moeten ontwikkelen. In HR-termen: IT’ers moeten voortdurend hun competenties ontwikkelen en uitbouwen. Maar wat zijn dat precies, competenties? Meer nog, hoe bepaal je waar je staat? Bij het beantwoorden van derge-lijke vragen kan een classificatie van competenties in een competentieraamwerk behulpzaam zijn. Er bestaan inmiddels nogal wat competentieraamwerken voor de IT-sector: van generieke raamwer-ken voor de gehele IT tot specifieke raamwerken voor een bepaald vakgebied binnen de IT, zoals architectuur of netwerken.
Het e-CF, het European e-Competence Framework (2014), heeft zich inmiddels een eigen plaats verschaft als het gaat om het beschrijven van de competenties van IT-professionals. Begin november 2015 heeft het Europees Comité voor Standaardisatie bovendien unaniem het e-CF als Europese standaard aangewezen (CEN, 2016).
De verwachting is dan ook dat we steeds vaker in functieprofielen een verwijzing naar het e-CF zullen zien. Maar is het e-CF wel geschikt om te gebruiken als universeel competentieraamwerk voor de IT?
Onderzoek
Het lectoraat Procesinnovatie en Informatiesystemen aan de Hogeschool Utrecht en EXIN zijn in 2015 een samenwerking aangegaan om deze vraag te beantwoorden.In dit artikel presenteren we de resultaten van het eerste deelonderzoek waarin we het e-CF met enkele andere competentieraamwerken en classificaties van het IT-domein vergelijken om eventuele ‘witte vlekken’ in het e-CF op het spoor te komen. Na dit deelonderzoek richten we onze blik naar de praktijk en naar het opleidingsveld: hoe kan het e-CF daar het beste toegepast worden?
Competenties en competentieraamwerken
Competentie is een abstract begrip bedacht om iets weer te geven dat niet direct aanwijsbaar is. Het is dan ook geen wonder dat er niet een eenduidig geaccepteerde definitie van bestaat (Lundquist et al., 2011). In de meeste definities wordt onder een competentie een combinatie van kennis, vaardigheden en gedragsfactoren verstaan, waarmee problemen op een bepaald terrein aangepakt kunnen worden. In het e-CF bijvoorbeeld, wordt een competentie gedefinieerd als: “Competence is a demonstrated ability to apply knowledge, skills and attitudes for achieving observable results”. Om een competentie te beschrijven zijn dus vier aspecten nodig: kenniselementen, vaardigheden, gedragskenmerken en een afbakening van de context waarin de competentie toepasbaar is.
Een samenhangende verzameling competenties wordt een competentieraamwerk genoemd. Competentieraamwerken worden opgesteld met een doel, bijvoorbeeld om de competenties in een bepaald domein in hun samenhang te beschrijven of om opleidingen te structureren, et cetera. Een voorbeeld van het eerste is het Cisco-raamwerk (Cisco, 2013) waarin de competenties van netwerk-engineers beschreven worden. Het HBO ICT-raamwerk (Valkenburg et al., 2014) is een voorbeeld van een raamwerk waarmee IT-opleidingen ten opzichte van elkaar beschreven en afgebakend kunnen worden. Het e-CF is opgezet als een hulpmiddel voor de beroepspraktijk “to support mutual understanding and provide transparency of language through the articulation of competences required and deployed by ICT-professionals (including both practitioners and managers)”.
Om de mate van diepgang waarin een competentie beheerst wordt (dan wel moet worden) te beschrijven, worden in de meeste competentieraamwerken een aantal niveaus onderscheiden, variërend van beginner tot expert. Zo onderscheidt het e-CF een vijftal niveaus: associate; professional; senior professional/manager; lead professional/senior manager; en principal. Opvallend is dat in veel IT-competentieraamwerken de competenties beschreven worden in termen van kennis en vaardigheden, maar dat de gewenste/noodzakelijke gedragskenmerken daarbij slechts impliciet aan bod komen. Ook in het e-CF komen deze slechts impliciet naar voren (“…attitude is embedded in all three dimensions”). In andere raamwerken (bijvoorbeeld het HBO ICT-raamwerk of het ITCM, het Information Technology Competency Model (2012), zijn deze daarentegen afzonderlijk opgenomen.
Vergelijking
Op basis van een eerste literatuuronderzoek blijkt dat IT-competentieraamwerken primair gericht zijn op de IT-praktijk en op het IT-onderwijs en ook door organisaties uit die respectievelijke werelden opgezet zijn en onderhouden worden. Als eerste stap in het onderzoek hebben we naast het e-CF een viertal competentieraamwerken geselecteerd. Criteria hierbij zijn de mate van actualiteit (wordt het raamwerk up-to-date gehouden?), de mate waarin het raamwerk breed toepasbaar is, en of het veelvuldig gebruikt wordt. Omdat de hieruit voortvloeiende raamwerken een internationaal karakter hebben, is hieraan ter vergelijking het Nederlandse HBO ICT-raamwerk toegevoegd. De zes zo geselecteerde raamwerken zijn:
• e-CF: European e-Competence Framework,version 3.0 (2014)
• SFIA: Skills Framework for the Information Age,version 6 (2015)
• ITCM: Information Technology Competency Model (2012)
• ITC ACM: Information Technology Competency Model of the Association for Computing Machinery, version 3 (2014)
• HBO ICT: Domeinbeschrijving Bachelor of ICT,version 4 (2014)
• Unesco ICT-CFT: Unesco ICT Competency Framework for Teachers, version 2 (2011)
 
Figuur 1. Vergelijking van drie competentieraamwerken voor IT gericht op de beroepspraktijk
 
Figuur 2. Vergelijking van drie competentieraamwerken voor IT gericht op het onderwijs
 
Deze raamwerken – waarvan de eerste drie georiënteerd zijn op de beroepspraktijk en de laatste drie op het onderwijs – zijn vergeleken op een aantal algemene aspecten als structuur, (ontstaans)geschiedenis en oriëntatie. Tevens is er een eerste indruk opgedaan met betrekking tot de IT-disciplines die afgedekt worden door het raamwerk. Een samenvatting van deze vergelijking is opgenomen in figuur 1 en 2 . Daaruit blijkt al direct dat er geen algemene structuur bestaat voor competentieraamwerken. Zowel de benoem-de competenties zelf als de classificaties ervan kunnen sterk verschillen.
 
e-CF en het IT-domein
De vergelijking van de verschillende raamwerken zoals beschreven in de vorige paragraaf maakte ons nieuwsgierig naar de vraag in hoeverre het IT-domein afgedekt wordt door het e-CF. Hoewel het IT-domein nergens exact afgebakend wordt, bestaan er verschillende indelingen die tezamen een behoorlijk beeld geven van wat onder het IT-domein verstaan wordt. Hoewel elk generiek IT-competentieraamwerk natuurlijk ook beschouwd kan worden als een beschrijving van het IT-domein, zijn we om een andere invalshoek op het IT-domein te krijgen, op zoek gegaan naar
indelingen met een andere achtergrond. Voor een eerste verkenning zijn daarbij de volgende classificaties van het IT-domein gebruikt:
Het Zachman-framework (Zachman, 2006).
Het Zachman-framework wordt vaak gezien als een enterprise-architectuurraamwerk en als zodanig gebruikt om onder meer de IT van een organisatie in te richten en te ontwikkelen. In dit framework worden de modellen die gebruikt (kunnen) worden om ondernemingen te beschrijven, langs twee assen geclassificeerd: enerzijds in een zestal aspecten, anderzijds in een zestal perspectieven van stakeholders.
De ACM-taxonomie (ACM, 2012). De ACM heeft in de loop van de jaren vele modellen voor IT en het IT-onderwijs gepubliceerd. In 2012 is een nieuwe revisie uitgegeven van het ‘computing classification system’ waar in een twaalftal hoofdrubrieken het domein van de IT tot op trefwoorden uitgewerkt wordt. • DeNederlandseBasisclassificatie(NBC,2004), het systeem waarmee wetenschappelijke bibliotheken hun collectie indelen. De meest recente versie (versie 4) stamt uit 2004.
De veertig competenties van het e-CF zijn vergeleken met de hoofdrubrieken van de hierboven genoemde drie modellen. Uit deze eerste verkenning blijkt dat het IT-domein op hoofdlijnen wel afgedekt wordt door het e-CF, maar dat de fundamenten van de IT en wiskunde/statistiek voor IT ontbreken, terwijl de gedragscomponenten tamelijk impliciet blijven (zie ook figuur 1 en 2).
Vrij recent is ook een eerste versie van een IT-domeinbeschrijving gegeven door de EU, de ‘European foundational ICT body of knowledge’ (ICTBOK, 2015). Hierin is ook een vergelijking met het e-CF opgenomen waaruit hetzelfde beeld naar voren komt.
 
Meer gedetailleerde analyse
Deze eerste analyse roept ook de vraag op hoe het ervoor staat als we in meer detail gaan kijken. Daarvoor is de ACM-taxonomie gebruikt; het Zachman-framework bleek daarvoor te generiek en de Nederlandse Basisclassificatie begint dui delijk tekenen van veroudering te tonen waar het gaat om de IT.
In het e-CF wordt elke competentie nader uitgewerkt in een aantal kennis- en vaardigheidselementen, hetgeen resulteert in 435 korte beschrijvingen. Deze zijn in de detailanalyse vergeleken met de 82 subcategorieën van de ACM-taxonomie, waarbij de mate van overeenstemming is uitgedrukt in een driepuntsschaal: geen overeenstemming, gedeeltelijke overeenstemming en (bijna) volledige overeenstemming. Dit onderzoek is uitgevoerd door twee groepen IT-studenten die onafhankelijk van elkaar gewerkt hebben, waarna in een gezamenlijke sessie de verschillen zijn geanalyseerd. Daaruit bleek dat van de ruim 35.000 vergelijkingen slechts een kleine 4 procent te verschillen, wat verklaard kon worden door een andere interpretatie van de gebruikte termen. Figuur 3 laat een samenvatting van het resultaat zien.
 
 
Figuur 3. e-CF-competenties op niveau 1 van de ACM-taxonomie

 

Op basis van deze exercitie is het mogelijk om een meer gefundeerde uitspraak te doen over de mate waarin het e-CF raamwerk het IT domein afdekt. Zo blijkt dat bepaalde thema’s uit de ACM-taxonomie, zoals bijvoorbeeld ‘Theory of computing’ en ‘Computing methodologies’, slechts summier terugkomen in de competenties zoals beschreven in het e-CF. Verder is het opmerkelijk dat een thema zoals ‘Social and professional topics’ laag scoort, zeker omdat attitude-aspecten naast kennis en vaardigheden, een specifiek onderdeel vormen van het e-CF. Een verklaring hiervoor kan zijn dat kennis en vaardigheden expliciet beschreven zijn in dimensie 4 van het e-CF, terwijl attitude impliciet in de beschrijving van het raamwerk is opgenomen.

 
 
Conclusies en aanbevelingen
Omdat de ontwikkelingen in de IT steeds doorgaan, heeft dit consequenties voor competentieraamwerken als het e-CF. Zo zien we bijvoorbeeld dat er in de competentieklasse RUN slechts vier competenties in het e-CF zijn opgenomen. Dat lijkt vandaag de dag tamelijk weinig en een meer specifieke beschrijving van competenties op het gebied van de beveiliging lijkt op zijn plaats.
Hierbij moet echter wel bedacht worden dat een van de sterke punten van het e-CF de overzichtelijkheid is; bij elke uitbreiding van het aantal competenties zou ook gekeken moeten worden of er niet ook competenties weggelaten kunnen worden.
Verder pleiten wij ervoor attitude-aspecten explicieter op te nemen in het e-CF, en zeker in dimensie 4 aan de bestaande korte beschrijvingen van kennis en vaardigheden per competentie ook attitude-aspecten op te nemen.
In het huidige e-CF ontbreekt in onze optiek nog een dimensie waarin de IT-context gepreciseerd kan worden. Als gevolg daarvan hebben sommige competenties een erg breed toepassingsgebied. Een voorbeeld is competentie B1: ‘Application Development’, dat in een administratieve context een heel andere invulling heeft dan in een technische context, waar ook real-time aspecten spelen. Met deze aanvullingen gaan de competentiebeschrijvingen ook voldoen aan de vier aspecten die in de tweede paragraaf aangegeven zijn: ‘kenniselementen, vaardigheden, gedragskenmerken en een afbakening van de context waarin de competentie toepasbaar is’.
Tot slot: in het voorgaande hebben we laten zien dat het e-CF het IT-domein grotendeels overdekt. De belangrijkste aanbevelingen die wij hierboven doen hebben betrekking op de gedragsen contextaspecten van het raamwerk. Maar wat betekent dit nu voor organisaties in de praktijk? Hebben zij wat aan het e-CF in hun dagelijkse functioneren?
Zoals we hierboven hebben laten zien dekt het e-CF het IT-domein in voldoende mate af om bruikbaar te zijn in de praktijk. Organisaties kunnen het gebruiken om hun IT-functiehuis in te richten, de kennis en vaardigheden van de IT professionals in kaart te brengen, en indien nodig persoonlijke ontwikkeltrajecten op te zetten of de competenties te gebruiken als onderdeel van IT-(aanbesteding)projecten. In al deze situaties kan het e-CF meerwaarde bieden. Hierbij dient wel een kanttekening te worden gemaakt. Als slechts een handjevol organisaties het e-CF gaat gebruiken dan is de kans dat het echt succesvol wordt zeer gering. Wij hebben echter goede hoop dat het e-CF een succes zal worden. Het CEN heeft het e-CF-raamwerk inmiddels tot standaard verheven en in verschillende EU-landen wordt het e-CF al volop gebruikt binnen ministeries en semi-overheidsinstellingen. In Nederland zijn bijvoorbeeld de politie en defensie zeer actief met e-CF aan de slag. Ook het hoger onderwijs is drukdoende om de curricula van haar IT-opleidingen af te stemmen op het e-CF; de laatste versie van het HBO ICT-raamwerk is hier al op afgestemd.
Kortom, wij verwachten dat het e-CF gaat bijdragen aan de verdere professionalisering van het IT-vakgebied.
Henk Plessius (henk.plessius@hu.nl) en Pascal Ravesteijn (pascal.ravesteijn@hu.nl) zijn beiden werkzaam op het lectoraat Procesinnovatie en Informatiesystemen van de Hogeschool Utrecht.
 
Literatuur
Gillebaard, H., C. Jager, R. te Velde, J. Steur & A. Vankan (2014). Dé ICT’er bestaat niet: analyse van vraag en aanbod op de Nederlandse ICT-arbeidsmarkt. Dialogic, Utrecht.
e-CF, the European e-Competence Framework, version 3.0 (2014). Informatie is ontleend aan www.ecompetences.eu op 14 december 2015.
CEN, the European Committee for Standardization (2016). Informatie is ontleend aan standards.cen.eu (EN 16234-1:2016) op 22 februari 2016. Lundqvist, K. Ø., K. Baker & S. Williams (2011). Ontology supported competency system. International Journal of Knowledge and Learning, 7(3-4), 197-219.
www.cisco.com/c/dam/en_us/training-events/ employer_resources/pdfs/cert_skills_matrix.pdf op 28 maart 2016.
HBO ICT. Valkenburg, M., B. Boelman, M. van Eekhout, M. van Haperen, A. Lousberg-Orbons, & F. Vonken (2014). Domeinbeschrijving Bachelor of ICT.HBO-I Stichting, Amsterdam.
ITCM, the Information Technology Competency Model (2012). Informatie is ontleend aan www.careeronestop.org/competencymodel op 14 december 2015.
SFIA, the Skills Framework for the Information Age, version 6 , 14 december 2015.
ITC ACM. Hawthorne, E., R. Campbell, C. Tang, C. Tucker & J. Nichols (2014). Competency Model of Core Learning Outcomes and Assessment for Associate-Degree Curriculum (2014). Unesco ICT-CFT: Unesco ICT Competency Framework for Teachers, version 2 (2011). Unesco. Zachman, J. (2006). The Zachman framework for enterprise architecture. Zachman Framework Associates.
ACM, the Association of Computing Machinery. Computing & ontleend aan www.acm.org/about/class/2012 op 14 december 2015. 1%&docs/bc04.pdf op 14 december 2015. , the European Foundational ICT Body of Knowledge (2015). Informatie is ontleend aan www.ictbok.eu op 25 januari 2016.

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag