Cloud computing genuanceerd

Cloud computing genuanceerd

 
Er zijn voor cloud computing vier soorten servicemodellen te definiëren. De voordelen en risico’s die volgens practitioners aan de modellen kleven, verschillen per model. Hoewel in het geheel genomen bij de voordelen vooral flexibiliteit naar voren komt en bij de risicofactoren integratie, moeten bij de beslissing omtrent adoptie van cloud computing ook de karakteristieken specifiek verbonden aan het type servicemodel worden meegewogen.
 
Cloud computing is een populair onderwerp, maar er bestaat ook veel onduidelijkheid over de definitie en over de voordelen en risico’s ervan. Om meer helderheid te verschaffen bespreken de auteurs vier servicemodellen van cloud computing en presenteren zij de resultaten van een studie naar de voordelen en risico’s van cloud computing in de ogen van experts met een business/ IT-achtergrond.
In 2003 publiceerde Nicholas G. Carr een geruchtmakend artikel in de Harvard Business Review getiteld ‘IT doesn’t matter’. Carr argumenteerde dat informatietechnologie bedrijven niet meer de mogelijkheid bood een duurzaam competitief voordeel te behalen aangezien IT tot een gemeengoed, een ‘commodity’ verworden was, net zoals water, gas en elektriciteit. Hoewel de discussie die op de publicatie van het artikel volgde zeker haar waarde had, waren veel practitioners en academici het grondig oneens met het gedachtegoed van Carr. Inderdaad: groeiende IT-afdelingen, stijgende (onderhouds)kosten van applicaties, gebrekkige IT/business alignment, bedroevend lage ratio’s van succesvol opgeleverde projecten (dat wil zeggen, op tijd, binnen budget en volgens de specificaties) enzovoort doen vermoeden dat IT zeker niet over één kam geschoren kan worden met alle andere grondstoffen die een onderneming ter beschikking staan.
Bij nader inzien is het dan ook opmerkelijk hoe de recente trend van cloud computing dezelfde filosofie achter IT lijkt te belichamen: hardware, software en soms zelfs volledige bedrijfsprocessen zouden eenvoudigweg ‘af te tappen’ zijn via de cloud, het internet. Waar men voor water een kraan, voor gas een pijplijn en voor elektriciteit een stopcontact nodig heeft, zouden voor toepassingen in de cloud een internetconnectie volstaan: geen complexe installatie, onderhoud, upgrades enzovoort die ‘on-site’ nodig zijn, maar gewoon een enkele serviceprovider ergens in de cloud die dit alles via een gestandaardiseerde aanpak voor jou regelt. Het gebruikte marktmodel volgt niet langer het klassieke on-premisesysteem waarbij software en diensten gebaseerd zijn op de aanschaf van licenties. In plaats daarvan worden services geleverd op aanvraag via internet (offpremise) waarbij de klant betaalt naar gelang het verbruik (bijvoorbeeld op basis van het aantal doorgevoerde transacties of aangesloten gebruikers), net zoals je voor je stroomverbruik aan het eind van iedere maand een factuur van je energieleverancier ontvangt.
Opnieuw lijkt een iets meer genuanceerde aanpak ook hier genoodzaakt. Eén ding is alvast zeker: cloud computing is een ‘hot topic’. Hoewel misschien net voorbij de eerste piek in Gartners hype curve, toch is het aantal publicaties over het onderwerp en het aantal bedrijven dat zich ermee inlaat enorm. Daarnaast is er echter een enorme ‘wolk’ van onduidelijkheid rond het onderwerp. Vraag aan vijf IT-professionals een definitie en de kans is groot dat je van elk van hen een significant verschillend antwoord krijgt. Ook over de eventuele voordelen en risico’s van de adoptie is veel geschreven maar heerst vaak onenigheid. In dit artikel proberen we een aantal van deze zaken te verhelderen door enerzijds het concept cloud computing op te delen in vier varianten (servicemodellen) die elk zo hun eigen typische eigenschappen hebben, hoewel steeds gebaseerd op dezelfde achterliggende ‘cloudfilosofie’. Anderzijds presenteren we de resultaten van een recent uitgevoerde empirische studie in de vorm van een enquête om een beeld te schetsen van de voordelen en risico’s die practitioners aan elk van deze vormen toebedelen. Stemmen de respectievelijke voordelen en risico’s netjes overeen? Of verschillen ze net? En in welke mate zijn de bevraagde individuen het over deze antwoorden eens? Zo trachten we een antwoord te vinden op de vraag of cloud computing inderdaad als één grote trend of hype benaderd dient te worden of dat het noodzakelijk is een genuanceerd onderscheid te maken in zijn verschillende varianten.
 
Naar vier verschillende typen cloud computing
Gegeven de hiervoor genoemde vaagheid en onduidelijkheid die vaak heerst over het concept cloud computing, willen we eerst een duidelijke afbakening van het fenomeen geven. Zonder hierbij een zoveelste nieuwe definitie voor te stellen, sluiten we ons aan bij de definitie zoals die is geformuleerd door het National Institute of Standards and Technology (NIST), die cloud computing omschrijft als een model waarbij op een gebruiksvriendelijke en on-demand wijze netwerktoegang wordt verleend tot een gedeelde ‘pool’ van configureerbare computingbronnen (zoals netwerken, servers, opslagruimte, toepassingen en diensten) die snel beschikbaar en uitgebreid kunnen worden met minimale beheersinspanningen of tussenkomsten van de dienstverlener.
Enkele belangrijke karakteristieken moeten hierbij benadrukt worden. Zo betreft het veelal een on-demand selfservice , wat wil zeggen dat de klant op eigen initiatief en real-time de dienst kan opstarten, uitbreiden of inkrimpen zonder dat hierbij (uitvoerige) interactie met de dienstverlener vereist is. De dienst wordt geleverd over een netwerk (internet) en is toegankelijk vanuit een breed en heterogeen spectrum van apparatuur (gsm, laptop, smartphone enzovoort). De computingresources van de serviceprovider worden ‘ gepoold ’ of samengevoegd, waarna virtualisatietechnieken en een multi-tenantmodel ervoor zorgen dat deze resources dynamisch en volgens behoefte aan de juiste klanten worden toegewezen. Deze complexiteit wordt afgeschermd van de gebruiker, zodat de exacte locatie van data en applicaties vaak onbekend blijft. Doordat de voor de klant benodigde capaciteit snel en elastisch beschikbaar is, wordt deze gepercipieerd als oneindig en moet de klant in principe geen additionele capaciteit voorzien voor piekmomenten. Het meten van (de kosten van) het servicegebruik wordt per klant uitgevoerd aan de hand van een geschikte metriek zoals opslag-of bandbreedteverbruik (‘pay-per-use’). Naast deze generieke omschrijving van cloud computing kunnen echter ook vier specifieke cloud-computingservicemodellen worden onderscheiden: Infrastructure-as-a-Service, Platform-as-a-Service, Software-as-a-Service en Business-Process-as-a-Service. Een aantal karakteristieken van de vier servicemodellen is schematisch samengevat in figuur 1.
 
Figuur 1. De vier geïdentificeerde servicemodellen met elkaar vergeleken
 
Infrastructure-as-a-Service
Infrastructure-as-a-Service (IaaS) wordt veelal beschouwd als een uitloper van vroegere klassieke (web)hostingservices. De huidige IaaS-diensten zijn echter uitgebreider en bieden niet alleen hosting voor websites aan, maar ook typische andere computinginfrastructuur zoals netwerk-, server-en opslagvoorzieningen. De dienstenleverancier is eigenaar van de infrastructuur en is tevens verantwoordelijk voor de vestiging, de operationaliteit en het management van de datacenters en serverfaciliteiten, inclusief de fysieke ondersteuningsinfrastructuur (faciliteiten, elektriciteit, koeling, bekabeling), de fysieke infrastructuurbeveiliging en beschikbaarheid (server, opslag, netwerk en bandbreedte) en hosting van de systemen (bijvoorbeeld de beveiliging van virtuele systemen door een firewall). De gebruiker heeft dan de mogelijkheid en flexibiliteit om allerhande besturingssystemen, zelfgeschreven software en/of andere applicaties te draaien op de geleverde infrastructuur zonder deze onderliggende laag zelf te hoeven beheren, op beperkte controle van bepaalde netwerkcomponenten (bijvoorbeeld door het instellen van een aantal opties in de geleverde firewall) na. De beveiliging en het updaten en beheren van andere instellingen van de software vallen dan uiteraard wel onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker zelf.
 
Platform-as-a-Service
Een Platform-as-a-Service (PaaS)-provider voorziet in een laag, een ‘platform’, die ervoor zorgt dat gebruikers kunnen focussen op de ontwikkeling van applicaties zonder zich zorgen te hoeven maken over de onderliggende infrastructuur en lagen. Als dusdanig levert het platform aan de gebruiker een aantal standaardapplicaties en -modules, programmeertalen en tools. Opnieuw heeft de gebruiker hierbij geen of weinig controle over het onderliggende platform. Aangezien de klant vaak kan kiezen uit een hele ‘repository’ of verzameling van beschikbare standaardtools, modules en talen, kan de klant in bepaalde mate kiezen voor zijn eigen customization of maatwerk door geschikte onderdelen uit de repository te selecteren en deze vervolgens met elkaar te integreren tot één eindproduct. Omdat de middleware door de serviceprovider wordt beheerd, zou deze integratie gemakkelijk moeten verlopen. Naast typisch aangeboden diensten als toegangsbeheer en integratiefaciliteiten is het hoofdzakelijke doel van PaaS-providers het vergemakkelijken van de volledige levenscyclus van volwaardige (web) applicaties en services (zie SaaS) ontwikkeld door de klant.
 
Software-as-a-Service
Software-as-a-Service (SaaS)-leveranciers trachten hun klanten volledig gebruiksklare applicaties aan te bieden via een webbrowser en toegang tot het internet. De gebruiker heeft dan in principe geen enkele controle meer over alle onderliggende lagen zoals netwerkspecificaties, servers, besturingssystemen, dataopslag en beheer van de individuele applicaties. Wel is het mogelijk dat de gebruiker bepaalde gebruikerspecifieke applicatie-instellingen kan aanpassen. Het is de bedoeling dat de klant zich geen zorgen meer hoeftte maken over bijvoorbeeld software-updates, upgrades of hardware aangezien dit allemaal door de serviceprovider wordt afgehandeld en het softwarepakket dus niet meer lokaal bij de klant draait. SaaS-leveranciers van hun kant kunnen zich dan precies toeleggen op de kerncompetentie van het ontwikkelen en beheren van hun applicatie. SaaS-diensten kunnen traditioneel zowel op de consument/particulier gericht zijn (bijvoorbeeld de initiële mailapplicaties van Hotmail of Google) als op bedrijven (bijvoorbeeld de CRM-software van Salesforce.com).
 
Business-Process-as-a-Service
Business-Process-as-a-Service (BPaaS) kan – in vergelijking met de vorige servicemodellen – gezien worden als een soort ‘next step’ en wordt in het algemeen ook beschouwd als de meest onvolwassen variant van de vier. Bijgevolg is dit type servicemodel (nog) niet expliciet erkend door het NIST, maar bijvoorbeeld wel door Gartner, die het als volgt omschrijft: ieder bedrijfsproces (zoals loonlijstverwerking of e-commerce-afdrukdiensten) dat als een service op een schaalbare en elastische manier wordt aangeboden via een webgebaseerde interface en architectuur. Typische bedrijfsfuncties die op een dergelijke manier worden aangeboden, zijn advertiediensten (denk aan Google, Yahoo en Facebook), e-commercediensten (zoals Amazon, dat de infrastructuur, software én processen aanbiedt voor het opzetten van online retailservices) of meer traditionele bedrijfsfuncties (zoals de loonlijstverwerking van ADP of het cloudbedrijfsproces voor microbetalingen van PayPal). Enerzijds kan BPaaS geïmplementeerd worden als een vorm van Business Process Outsourcing (BPO) via de cloud. Anderzijds kan dit ook gebeuren in een benadering waarbij men hoofdzakelijk een Business Operations Platform (BOP) aanbiedt dat het voor een organisatie mogelijk maakt haar kritische bedrijfsprocessen te ontwerpen, uit te voeren, te controleren, te wijzigen en continu te optimaliseren via een Business Process Management System (BPMS). Behalve in de vier servicemodellen wordt er ook vaak onderscheid gemaakt in verschillende mogelijke deploymentmodellen van cloud computing. De twee extremen worden hierbij gevormd door de publieke cloud (beschikbaar voor alle internetgebruikers) en de private cloud (waarbij de infrastructuur slechts wordt gebruikt door de eigen organisatie). Gegeven de aanwijzingen dat men op termijn meer en meer zal evolueren naar een publieke cloud, hebben we er in dit onderzoek voor gekozen ons te beperken tot de studie van de voordelen en risico’s van services in de publieke cloud.
 
Voordelen en risico’s van cloud computing in commerciële studies
De gemeenschappelijke karakteristieken en eigenschappen van alle vier typen cloud computing zoals hiervoor gedefinieerd, geven aanleiding tot een aantal afleidbare voordelen en risico’s die geassocieerd worden met de adoptie van cloud computing. Sommige van deze aspecten komen vrijwel unaniem terug in de meeste publicaties. Zo worden vaak de flexibiliteit, schaalbaarheid en mogelijke kostenreductie geopperd als voordelen van het gebruik van cloud computing. Mogelijke vendor lock-in (door gebrek aan bijvoorbeeld dataportabiliteit) en security/ privacy-issues voor bedrijfskritische applicaties en persoonsgebonden informatie worden dan weer regelmatig als mogelijke pijnpunten gesuggereerd. Over andere aspecten bestaat meer onenigheid of onduidelijkheid. Verschillende studies identificeren inderdaad soms verschillende voordelen en risico’s. Dit wordt mede geïllustreerd door figuur 2, waarin de bevindingen zijn samengevat van de uitgevoerde literatuurstudie inzake gesuggereerde voordelen en risico’s van cloud computing binnen commerciële studies. Het is duidelijk dat deze lijst veel omvangrijker en complexer is dan voorgenoemde aspecten. Ook valt het op dat in de huidige literatuur geen of nauwelijks onderscheid gemaakt wordt in de verschillende typen cloud computing die we in de vorige paragrafen uiteengezet hebben. Aangezien bovendien ieder servicemodel vaak met een verschillend doel voor ogen geïmplementeerd wordt, lijkt het aannemelijk dat tussen de verschillende servicemodellen verschillen in voordelen en risico’s kunnen optreden.
 
 
Figuur 2. Voordelen en risico’s van de adoptie van cloud computing gesuggereerd door commerciële studies
 
 
Resultaten uit de bevraging van practitioners
 
Algemene opzet
Er zijn al verschillende studies uitgevoerd om de voordelen en adoptiedrempels van cloud computing te identificeren. Onze studie verschilt van eerdere studies in de zin dat deze de link probeert te vormen naar de verschillende servicemodellen. Voor dit soort van exploratief onderzoek is de Delphi-methode geschikt, die gekarakteriseerd kan worden als een iteratieve manier voor het structureren van een groepscommunicatieproces. Zodoende kan men op een effectieve manier een groep van individuen als een geheel een complexe probleemstelling laten benaderen. Meer in het bijzonder wordt ze vaak gebruikt als rangschikkingsmethode voor de ontwikkeling van een groepsconsensus over de relatieve belangrijkheid van zaken.
Er werd een initiële lijst van factoren (vijftien voordelen en vijftien risico’s van cloud computing) opgesteld gebaseerd op het hierboven toegelichte literatuuronderzoek; deze is samengevat in figuur 2. Vervolgens werden dertig experts met een business/IT-achtergrond via een Engelstalige elektronische enquête gevraagd voor elk servicemodel een top-vijf-rangschikking van zowel de voordelen als de risico’s op te stellen en die beknopt te motiveren. De initiële lijst met factoren en hun definities werd ter beschikking gesteld aan de respondenten. In de eerste ronde werd ter validatie aan de experts ook de mogelijkheid geboden toevoegingen aan de lijst te suggereren. In totaal werden drie iteraties van bevragingen uitgevoerd (waarbij de respondenten werden geïnformeerd over de resultaten uit de vorige ronde) en werd ook telkens de consensusgraad berekend.
 
Voordelen en risico’s per servicemodel
In figuur 3 is de uiteindelijke top vijf van voordelen per servicemodel weergegeven, in figuur 4 de top vijf van risico’s. We bespreken eerst de top vijf voordelen en vervolgens de top vijf risico’s. Tot slot analyseren we kort de evolutie van de consensusgraad gedurende de ondervragingsprocedure.
 
Figuur 3. Top vijf voordelen per servicemodel
 
Figuur 4. Top vijf risico’s per servicemodel
 
Voordelen Servicemodel
Om te beginnen kunnen we duidelijk concluderen dat onze hypothese van verschillende voordelen per servicemodel bevestigd wordt. Zo is flexibiliteit het enige voordeel dat in alle servicemodellen aanwezig is en dus opnieuw als een algemene belangrijke waarde binnen cloud computing kan worden opgevat. Het wordt tevens erkend als het belangrijkste voordeel bij SaaS en we herkennen hierin aldus opnieuw de vaak erkende behoefte aan ‘agility’ bij organisaties en de klaarblijkelijke hulp die cloud computing hierbij zou kunnen bieden. Schaalbaarheid wordt hoofdzakelijk gewaardeerd in het door IT gedomineerde domein (IaaS en PaaS) en minder tot helemaal niet op het businessniveau van SaaS en BPaaS. PaaS lijkt overigens over het algemeen het meest af te wijken van alle andere servicemodellen: zo komt de verschuiving van kapitaalinvestering naar operationele uitgaven niet voor in de top vijf voordelen en is het de enige categorie waarin samenwerking, functionaliteit en complexiteitsreductie overblijven. Alle voordelen van SaaS worden ook teruggevonden in een ander servicemodel. Inderdaad, dit model weerspiegelt de voordelen die algemeen gerelateerd worden aan cloud computing, onder andere wellicht omdat het het meest bekende van de beschouwde modellen is. BPaaS kreeg als enige categorie het voordeel product-en diensteninnovatie in zijn top vijf. Als dusdanig gelden de voordelen van BPaaS niet alleen voor de IT-afdeling, maar voor de gehele organisatie.
 
Risico’s servicemodel
Wat de risico’s betreft, kunnen we merken dat er ook hier belangrijke verschillen zijn tussen de vier servicemodellen. De factor integratie komt als enige voor in de top vijf van ieder servicemodel en wordt dus duidelijk door de experts als een algemeen en belangrijk risico van cloud computing beschouwd. Daarnaast is te zien dat ook regulering wordt geïdentificeerd als een belangrijk risico en enkel bij PaaS niet voorkomt in de top vijf. Customization en vendor lock-in komen eveneens regelmatig als wezenlijke risico’s naar voren en ontbreken enkel in de top vijf van IaaS. Het is meteen ook dit model dat inzake de risico’s het meest van de andere lijkt te verschillen, met twee factoren (performantie en beschikbaarheid) die in geen van de andere modellen behouden bleven. Het is bovendien opmerkelijk dat enkel bij IaaS de beveiliging als het belangrijkste risico geïdentificeerd werd, aangezien dit element in veel beschrijvende studies als primordiaal wordt beschouwd. Anderzijds valt het op dat de experts bij PaaS als enige model reële twijfels en bedenkingen leken te hebben in termen van ROI (return on investment) en dus slechts onzekere en geringe financiële voordelen met dit model associeerden.
 
Consensusgraad onder de respondenten
Tot slot werd bij elke ondervragingsronde de consensusgraad berekend. Deze ratio is een kwantitatieve uitdrukking van de algemene consensus in de groep met waarden tussen 0 (geen consensus) en 1 (volledige consensus). Figuur 5 geeft de waarden van deze consensusgraden weer voor de verkregen top vijf voordelen en risico’s, uitgesplitst over de verschillende ondervragingsronden voor de respectievelijke servicemodellen. Gegeven de aanwezigheid van dertig experts in deze studie, duiden ook de finale consensusgraden van de derde ronde (over het algemeen schommelend tussen 0,20 en 0,35) op een veeleer matige consensus onder de respondenten.
Analyse van figuur 5 levert meteen het inzicht op dat in ronde 1 de consensusgraden zeer laag waren over zowat alle typen servicemodellen heen (grosso modo niet boven de 0,05). Een verklaring hiervoor zou gevonden kunnen worden in een gebrek aan eliminatie van keuzemogelijkheden (alle mogelijke voordelen en risico’s zoals weergegeven in figuur 2 werden als mogelijke antwoorden beschikbaar gesteld). De resultaten van deze eerste ronde werden verwerkt en opnieuw voorgelegd aan de respondenten. Zo konden de experts hun eigen gegeven antwoorden vergelijken met de algemene resultaten van de vorige ronde en hun eigen antwoorden al dan niet bijstellen. Het valt dan ook op dat de consensusgraden over het algemeen voor alle servicemodellen duidelijk stegen in ronde 2 en 3. Een meer gedetailleerde analyse van de antwoorden gaf aan dat de opgenomen elementen in de top vijf van voordelen en risico’s in de verschillende rondes niet significant veranderden, op sommige wijzigingen inzake de interne volgorde binnen deze top vijf na. Daarentegen steeg de algehele consensusgraad wel gevoelig, wat aangeeft dat door de verschillende bevragingsrondes heen de experts tendeerden naar een gemeenschappelijke top vijf. Qua onderlinge verschillen tussen de verscheidene servicemodellen valt het op dat vooral de consensusgraad over de voordelen bij SaaS beduidend lager is dan bij de andere servicemodellen. Mogelijk veroorzaakt de hogere bekendheid van en vertrouwdheid met SaaS percepties die meer afhankelijk zijn van persoonlijk ervaren situaties en implementaties.
Algemeen beschouwd zien we twee verklaringen voor de uiteindelijk algemeen relatief matige (finale) consensusgraad onder de respondenten. Enerzijds was er frequent sprake van zogenaamde uitschieters, met name items die maar door één expert systematisch in zijn of haar top vijf werden opgenomen. Anderzijds onderstreept dit nogmaals de onduidelijkheid die vaak rond het concept van cloud computing hangt. Op basis van ervaring en (educatieve) achtergrond lijken verschillende experts toch ook vaak verschillende voordelen en risico’s te associëren met de verschillende servicemodellen van cloud computing.
 
Figuur 5. Consensusgraden per servicemodel en per ondervragingsronde
 
Conclusie
De opkomende trend van cloud computing lijkt een nieuwe poging om IT om te vormen tot gemeengoed of commodity. Hoewel het thema overduidelijk een hot topic is, bestaat er echter nog altijd veel vaagheid en onduidelijkheid over. In dit artikel definieerden we vier soorten servicemodellen als typen van cloud computing. Op basis van een literatuuronderzoek werden vervolgens experts ondervraagd naar de voordelen en risico’s van ieder van deze modellen. De resultaten tonen aan dat de voordelen en risico’s daadwerkelijk lijken te verschillen per model. Over alle modellen heen kwam bij de voordelen vooral flexibiliteit naar voren, bij de risicofactoren vooral integratie. Anderzijds toont dit aan dat organisaties bij de beslissing omtrent de adoptie van cloud computing ook andere karakteristieken in overweging dienen te nemen, specifiek verbonden aan het type servicemodel. Tot slot illustreert de veeleer matige consensusgraad onder de experts andermaal de onduidelijkheid die nog steeds bij veel practitioners leeft over het fenomeen cloud computing.

Reviewer Prof. dr. Carlos De Backer
 
Literatuur
Carr, N.G. (2003). IT doesn’t matter. Harvard Business Review 81(5), pp. 41-49.
CSA (2010). Security guidance for critical areas of focus in cloud computing v2.1, https://cloudsecurityalliance.org/ guidance (geraadpleegd op 23 september 2010).
Hurwitz, J. et al. (2010). Cloud computing for dummies . Hoboken: Wiley Publishing, 2010.
Kendall, M.G. & B. Babington Smith (1939). The problem of m rankings. The Annals of Mathematical Statistics 10(3), pp. 275-287.
Okoli, C. & S. Pawlowski (2004). The Delphi method as a research tool: an example design considerations and applications. Information and Management 42(1), pp. 15-29.
Annick De Bruyn is afgestudeerd als handelsingenieur in de beleidsinformatica aan de Universiteit Antwerpen en is werkzaam als junior consultant bij het advies-en auditbureau KPMG. E-mail: annick.debruyn@hotmail.com.
Peter De Bruyn is doctoraal onderzoeker beleidsinformatica aan de Universiteit Antwerpen en het Normalized Systems Institute (NSI). Hij wordt hierbij ondersteund door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT). E-mail: peter. debruyn@ua.ac.be.
Prof. dr. Steven De Haes is associate professor Information Systems Management aan de Antwerp Management School en gastdocent aan de Universiteit Antwerpen. E-mail: steven.dehaes@ams.ac.be.
Prof. dr. Wim Van Grembergen is gewoon hoogleraar Information Systems Management aan de Universiteit Antwerpen en de Antwerp Management School. E-mail: wim.vangrembergen@ua.ac.be.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag