De architect van de toekomst: Einstein of Mandela?

De architect van de toekomst: Einstein of Mandela?
Behalve aan kennis en ervaring moet een architect in de toekomst vooral aan ‘zachte’ vaardigheden werken. Dat vereist een andere houding. Acteert de toekomstige architect als Einstein of als Mandela?
In de afgelopen jaren hebben we tientallen initiatieven gezien om architectuur te ontwikkelen binnen organisaties, zoals het ‘werken onder architectuur’, het opstellen van referentiearchitecturen, het inrichten van een architectuur ontwikkelproces, het “invoegen” van architectuur in governancestructuren, het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal, het opschrijven van architectuurprincipes en het kiezen van een framework en de bijbehorende tooling. Dit dient eigenlijk allemaal om de eigen architectuurfunctie te ondersteunen. De genoemde activiteiten kennen een focus die intern gericht is zodat architecten hun functie kunnen uitvoeren. Op deze wijze wordt echter te weinig gekeken naar de werkelijke waarde die de architectuurfunctie kan toevoegen. Hiermee is de acceptatie door het management beperkt. De samenhang is niet volledig en de communiceerbaarheid van de ontwikkelde architectuur is beperkt. Er zijn veel abstracte modellen, maar weinig concrete casussen en bijbehorende uitleg. Het komt regelmatig voor dat niet wordt aangesloten bij de verwachting van de stakeholders van architectuur. Het is onduidelijk wat er van de architect verwacht wordt en welke rol die vervult. Om daar nu wel invulling aan te geven, moet de architect zich laten zien. In eerste instantie zorgt de architect voor inzicht, overzicht en samenhang. De architect kijkt over domeinen heen en verbindt zaken met elkaar door zich te richten op vragen van zowel de business als de IT. Een architect ondersteunt in het wegnemen van onzekerheden en onduidelijkheden. Hij neemt niet de beslissing van de beslisser over, maar schetst de relevante en gemeenschappelijke context waarin en waardoor een beargumenteerde keuze gemaakt kan worden.
Vier tips
Vier tips voor architecten om aan je ‘zachte vaardigheden’ te werken en zo beter te kunnen voldoen aan de verwachtingen:
Richt je op zaken waarop je invloed hebt
Wil je een effectieve architect zijn, dan is het belangrijk geen tijd en energie te steken in zaken waar je geen invloed op hebt. Dit lijkt een logische constatering, maar in de praktijk blijkt dat we ons regelmatig druk maken over zaken waar we geen invloed op hebben. Een architect heeft van nature de neiging om zich betrokken te voelen bij het grotere geheel. Vooral de benaming ‘enterprisearchitect’ versterkt dat gevoel. Maar beseffen dat je je als architect moet beperken tot waar je echt invloed op kunt uitoefenen, maakt je tot een betere architect. In analogie met Steven Covey, zie figuur 1 .
Figuur 1. Circle of influence, Stephen Covey
De buitenste cirkel in figuur 1 geeft zaken aan waar we ons betrokken bij voelen maar die we niet kunnen beïnvloeden, zoals staatszaken of het verleden. Veel mensen stoppen hun energie onbewust in hun cirkel van betrokkenheid. Ze hebben dan ook overal een mening over, klagen bijvoorbeeld over de toegenomen werkdruk of te kort schietend management. Dit is een reactieve houding, het gaat uit van de situatie zoals die is, wat een ander doet en daar wordt op gereageerd. Hoe meer je je richt op zaken in de cirkel van betrokkenheid, hoe minder tijd, energie en plezier overblijft voor zaken waar je wel invloed op kunt uitoefenen. Wie klaagt over anderen, laat de onzekerheden en onduidelijkheden in stand en heeft er zelf geen invloed meer op. In de cirkel van invloed staan zaken waar we wel invloed op hebben, zoals een gezond leven, onze kinderen of ons werk. Van de architect wordt verwacht dat hij het initiatief neemt, en dat initiatief is belangrijk om je energie te richten op zaken in de cirkel van invloed. Dat moet leiden tot een effectievere architect, juist omdat je jezelf begrenst. Niet anderen staan centraal, de kansen om anderen te helpen staan centraal. Richt je als architect op waar je werkelijk invloed op hebt.
Wees je bewust van de rol die je vervult
Het is ook belangrijk om je bewust te zijn van de rol die je hebt in een bepaalde situatie. Deze zal vaak anders zijn of in ieder geval zo gepercipieerd worden. Naar aanleiding van een eerder gehouden rondetafelgesprek met een aantal vertegenwoordigers van architecten in organisaties is een aantal rollen onderkend in de manier waarop een architect handelt:
• Visionair: het bij voorkeur in co-creatie ontwikkelen van een visie ten aanzien van (een deelgebied van) de informatievoorziening en deze gedragen krijgen binnen de organisatie.
• Onderzoeker: het op een gestructureerde manier onderzoeken van vraagstukken, trends.
• Ontwerper: het kunnen schetsen van een concept voor een systeem/structuur op basis van een aantal eisen van de verschillende belanghebbenden.
• Adviseur: het kunnen ondersteunen van strategische, tactische en operationele besluitvorming door adviezen te geven over potentiële scenario’s, inrichtingsaspecten en impact op het geheel (‘what if?’).
• Bemiddelaar: het helpen in de afweging van de verschillende belangen van stakeholders en op basis van inhoud consensus creëren. • Bouwmeester: het kunnen toezien op de implementatie en bouw van nieuwe systemen en gericht implementatieadviezen kunnen geven op basis van de toekomstige architectuur.
• Auditor: het kunnen toetsen van de projectresultaten tegen de uitgangspunten, richtlijnen en standaarden vastgelegd in de architectuur en hier een oordeel over kunnen vellen.
• Bewaker: het ervoor zorgdragen (proactief en reactief) in brede zin dat de architectuur wordt nageleefd en projecten en beslissingen zich conformeren aan de vastgestelde architectuur.
• Beheerder: het ontwikkelen en beheren van de kennis opgeslagen in de architectuur.  Hieronder valt het ontwikkelen en bijhouden van blauwdrukken en andere documenten.
Uiteraard heb je als architect één of meerdere voorkeursrollen. Idealiter zouden architectenteams moeten bestaan uit een aantal architecten die samen al deze rollen goed kunnen invullen. Bovenstaande rollen kennen in de wereldhistorie meerdere duidelijk herkenbare figuren, maar om de diversiteit te duiden die men in houding en gedrag als architect kan vertonen, gebruiken wij twee iconen: Albert Einstein en Nelson Mandela. Einstein kan worden gezien als een van de belangrijkste natuurkundigen uit de geschiedenis. Zelf noemde hij altijd Isaac Newton als een veel belangrijker natuurkundige, omdat Newton anders dan Einstein behalve theoretische ook grote experimentele ontdekkingen deed. In het dagelijks leven is de naam Einstein synoniem geworden met grote intelligentie. Nelson Mandela is een Zuid-Afrikaans voormalige anti-apartheidstrijder, president van Zuid-Afrika van 1994 tot 1999 en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1993. Zevenentwintig jaar lang zat hij gevangen vanwege zijn gewapende strijd tegen de apartheid. Mandela gebruikte zijn jarenlange opsluiting om de geschiedenis van de Afrikaners en hun taal, het Afrikaans, te leren. Dit stelde hem in staat hun mentaliteit te begrijpen en in dialoog te gaan. Mandela is de historie ingegaan als degene die grote verschillen kan slechten en als bemiddelaar kan optreden. Wees je bewust van de rol die je vervult. Kies de juiste rol die past bij de scope en de opdracht en de klantverwachting.
Richt je op de toegevoegde waarde voor je stakeholders, niet op de toegevoegde waarde van architectuur.
Als architect van de toekomst moet je in staat zijn om toegevoegde waarde te leveren voor je stakeholders. Niet door het klakkeloos volgen van een framework of vooraf beschreven proces, maar door het inspelen op de verwachtingen van de klant. Het beantwoorden van de vraag ‘wie is de klant?’ is voor de meeste architecten nog niet zo eenvoudig. Als die klant is gevonden, is de volgende vraag waar deze mee geholpen is. Dat verandert van organisatie tot organisatie en zelfs binnen organisaties tussen projecten en individuen. Een belangrijk onderdeel hierbij is de ‘contractvorming’ tussen klant en architect, waarbij vragen beantwoord worden over het product: Welke waarde verwacht de klant van architectuurproducten? Welk probleem moet ik oplossen? Wat is mijn rol daarin? Kan ik deze producten opleveren? Kan ik voldoen aan de verwachting? Andere vragen zullen meer gaan over het doel van het product: Vormen ze een hulpmiddel om de strategie te communiceren? Of hebben ze als doel kaders te scheppen voor medewerkers die vormgeven aan de verandering? En als laatste is het noodzakelijk om het proces helder te maken dat gevolgd gaat worden om te komen tot het architectuurproduct. Door je bewust te zijn van je relatie met je klant, ben je beter in staat om de toegevoerde waarde voor je klant te realiseren.
Stel de relatie tussen klant en probleem centraal. Zorg dat je scherp krijgt welke onzekerheid of onduidelijkheid je gaat wegnemen.
Veel architecten hebben een technische (engineering) achtergrond. Hun ervaring bestaat dikwijls uit voorgaande rollen binnen een IT-afdeling die zij vervuld hebben, zoals ontwikkelaar, analist of projectleider. Zij acteren vanuit de inhoud. Als architect moet je het probleem en oplossingsdenken omzetten naar het wegnemen van onzekerheden en onduidelijkheden bij de klant. Niet het probleem (dat is reactief) maar proactief en meelevend met de klant. Volgens Edgar Schein (1969) is de kern van advisering helpen. Het woord ‘helpen’ zegt veel over de instelling en de opstelling die je als architect moet hebben, vandaar dat we in deze context de term ‘adviseur’ waar Schein over spreekt vervangen door ‘architect’. Schein benadrukt sterk de relatie tussen architect en klant en de interventies die je als architect kunt doen om die relatie te verbeteren. Een goede relatie vormt de basis van een goed adviestraject. Naast een goede relatie zijn de adviesvaardigheden, waarop Peter Block (2004) sterk de nadruk legt, belangrijk. Hoe bouw je een gesprek of een serie van gesprekken op? Welke vaardigheden zet je in op welk moment in het adviesproces? Daarnaast is er een derde dimensie: de basis van je advies berust op een juiste analyse van de situatie van je klant en is inhoudelijk sterk. Verschillende elementen die bepalend zijn voor een goed advies, zijn daarmee onder te brengen in drie aspecten:
1. De inhoud van het advies (verstaat de archi-tect zijn vak?).
2. De manier waarop de architect zijn kennis overdraag aan de klant (beschikt de architect over adviesvaardigheden?).
3. De interactie tussen klant en architect (ofwel: vertrouwen klant en architect elkaar en geven ze zich bloot?). Bij elkaar gebracht levert dit de driehoek op in figuur 2 .
Figuur 2. Architect-Probleem-Klant
Als een van de elementen zwak is, heeft dat invloed op de andere twee en wordt het advies uiteindelijk niet geaccepteerd. Als de inhoud van het advies niet deugt, loopt de klant daar vroeg of laat tegenaan en wordt de relatie met terugwerkende kracht geschaad. Een architect met fantastische expertise maar een moeizame wijze van communiceren, komt niet ver. En wanneer er tussen architect en adviesvrager geen vertrouwen bestaat, laat de klant het achterste van zijn tong niet zien, staat hij niet open voor de visie van de architect en legt hij het advies vermoedelijk naast zich neer. Alleen wanneer je advies geborgd wordt door deze drie ankerpunten, bestaat de kans dat je een inhoudelijk sterk advies geeft dat aansluit bij je klant en diens verwachtingen.
Nodig
Wat is er voor nodig om een architect van de toekomst te worden? Vanzelfsprekend verwachten we niet dat architecten letterlijk een Einstein of Mandela worden. Wij denken dat deze persoonlijkheden karaktereigenschappen vertonen die een architect in de toekomst op zijn minst in de basis moet kunnen tentoonspreiden. De combinatie van (diepgaande) inhoudelijke kennis, creativiteit, anders durven te zijn met respect voor anderen, diplomatie en uitstekende communicatieve eigenschappen is er in ieder geval één die elke architect zou moeten nastreven. Naast de spreekwoordelijke vakinhoudelijke ontwikkeling en brede oriëntatie in materiekennis dien je als architect ander proactief gedrag te vertonen. Het leren aanvoelen van je eigen rol en de perceptie daarvan te verbeteren begint met het open staan voor de zachte kanten van het architect: richt je op waar je invloed op hebt, wees je bewust van de rol die je vervult, richt je op de toegevoegde waarde voor je stakeholders en niet op de toegevoegde waarde van architectuur, stel de relatie tussen klant en probleem centraal. We sluiten af met een toepasselijke quote van de Canadese auteur Robert Sharma: ‘Wees geen gevangene van je verleden. Word de architect van je toekomst.’
 
Drs. Rob Swinkels MIM E-mail: r.swinkels@quintgroup.com
Martijn Veldkamp E-mail: m.veldkamp@quintgroup.com
Swinkels en Veldkamp zijn beide senior consultant Architectuur & Innovatie bij Quint Wellington Redwood, een adviesbureau dat zich richt op het grensvlak van organisatie en IT.
 
Literatuur
Block, Peter (2000). Flawless Consulting: A guide to getting your expertise used. San Francisco: Jossey-Bass/Pfeiffer.
Covey, Stephen R. (1989). The Seven Habits of Highly Effective People. Simon & Schuster Books.
Schein, Edgar H. (1969). Process consultation.  Reading: Addison-Wesley Pub. Co.
 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag