De doorbraak van CORA is aanstaande

De doorbraak van CORA is aanstaande
Grote maatschappelijke en politieke druk dwingt woningcorporaties bedrijfskosten fors te reduceren. De kaasschaaf volstaat niet. Voor verantwoorde keuzes is samenhangend inzicht noodzakelijk. CORA biedt houvast door gedeelde kennis over bedrijfsvoering en informatievoorziening voor de sector.
Vincent Breuking en Anton Opperman

CORA staat voor COrporatie Referentie Archi­tectuur en heeft betrekking op woningcorporaties die werkzaam zijn in de semi-publieke sector. De ontwikkeling van CORA startte in 2009 uit een initiatief van ruim tien (grotere) corporaties. Zij hadden door fusies en schaalvergroting met meerdere smaken van bedrijfsvoering en infor­matievoorziening te maken binnen hun organi­satie. Daardoor ontstond een onnodig gecompli­ceerde informatievoorziening met bijbehorende knelpunten, terwijl de core business in essentie identiek is: huisvesting bieden aan vergelijkba­re doelgroepen. Als een grotere corporatie dit constateert en ook andere grotere corporaties met zulke vraagstukken worstelen, dan ontstaat al snel de gedachte dat ze weleens voor de hele sector relevant kan zijn. CORA ontstond uit de wil om hiervoor gezamenlijk naar oplossingen te zoeken.

CORA biedt een referentiekader voor de inrich­ting van de bedrijfsvoering en de informatievoor­ziening van woningcorporaties. CORA is niet zozeer het resultaat van consensus tussen de grotere corporaties, maar juist van het bundelen en delen van kennis over de essentiële inrich­tingsvraagstukken van corporaties, ongeacht de omvang of specifieke bedrijfsdoelstelling. De afgelopen drie jaar zijn opeenvolgende versies van CORA uitgebracht, met als laatste CORA versie 3.0, die in december 2012 is gelanceerd1. In dit artikel gaan we in op de rol die CORA kan spelen als managementinstrument bij het aanpakken van veranderingen binnen de corpo­ratiesector. Allereerst schetsen we de ontwik­kelingen in de sector. Vervolgens lichten we het nu beschikbare CORA-instrumentarium toe, waarna we bondig benoemen voor welke sec­torvraagstukken CORA kan bijdragen aan een oplossing. We sluiten het artikel af door de vraag te beantwoorden hoe ver CORA in de sector is ‘geland’ en in hoeverre het beheer wordt gepro­fessionaliseerd. Wij hebben dit artikel primair geschreven voor de corporatiesector zelf en met name voor functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de inrichting van de bedrijfsvoering en de informatievoorziening (inclusief IT-inzet). Daarnaast bieden we inzicht aan ketenpartners, zoals de rijksoverheid, gemeenten, aannemers, installateurs en projectontwikkelaars.

Sectorontwikkelingen

Woningcorporaties ontstonden meer dan hon­derd jaar geleden. Ze realiseren en bieden goede en betaalbare huisvesting aan burgers voor wie dit op eigen kracht niet haalbaar is. Er is door de jaren heen een groot sociaal woningbestand ontstaan dat inmiddels een substantieel deel van de Nederlandse woningvoorraad uitmaakt (2,4 miljoen woningen). Dit vastgoed moet beheerd en onderhouden worden. Aanvankelijk hadden de corporaties een nauwe band met de overheid door enerzijds subsidies te ontvangen en anderzijds de mogelijkheid goedkope leningen te verkrijgen waardoor strak toezicht heel vanzelf­sprekend was. Midden jaren negentig werd deze nauwe band doorgesneden door de ‘brutering’. Woningcorporaties werden op afstand gezet van de overheid en moesten bedrijfsmatiger werken. Ze dienden echter wel blijvend de maatschap­pelijke opgaven te realiseren die intussen naar aard en omvang toenamen. Er was in die periode sprake van een terugtredende overheid die steeds meer aan de markt overliet. Corporaties namen steeds meer taken op zich. Niet in het minst omdat veel taken het directe en indirecte belang van de huurders dienen. Corporaties gaven daar ieder naar eigen inzicht invulling aan. Het ver­volg van de brutering leidde tot schaalvergroting om aan risicospreiding te kunnen doen en om schaalvoordelen te behalen.

Inmiddels verkeert de sector in volstrekt gewij­zigde omstandigheden. De kredietcrisis heeft de marktomstandigheden fors verslechterd en financiering van projecten werd moeilijker. Corporaties zijn steeds meer medefinanciers van overheidsbeleid (zoals huurtoeslag en binnenkort komt er een verhuurderheffing). Ook moeten corporaties een fiscaal onderscheid doorvoeren tussen maatschappelijk en commercieel vastgoed (DAEB/niet-DAEB, DAEB staat voor Dienst van Algemeen Economisch Belang). Ook diverse incidenten hebben hun uitwerking op de sec­tor niet gemist, waardoor de discussie over de kerntaak van een woningcorporatie prominent op de maatschappelijke en politieke agenda terecht is gekomen. Meer dan voorheen is transparantie een issue. Een aantal incidenten heeft de sec­tor doen wankelen en de onderlinge solidariteit verder onder druk gezet.

Al deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat nut en noodzaak van een efficiënte bedrijfsvoe­ring fors is toegenomen. Het nieuwe motto is: ‘Meer doen met minder’. De algemene tendens is dat corporaties sterk behoefte hebben aan een beter georganiseerde interne organisatie om meer grip te krijgen op de toegenomen complexiteit. Steeds meer zaken worden centraal geregeld. Dit komt een efficiëntere bedrijfsvoering ten goede. Het is ook duidelijk dat dit niet zomaar geregeld is. Heilige huisjes moeten geslecht worden, taken en verantwoordelijkheden anders gere­geld, medewerkers gaan ander werk verrichten, werkzaamheden worden gestuurd op proces en resultaat, informatie wordt in toenemende mate digitaal gedeeld in de keten en managementin­formatie moet snel en betrouwbaar beschikbaar zijn. Kortom, de bedrijfsvoering en de informatie­voorziening moet beter op orde worden gebracht. Kleinere corporaties zoeken meer samenwerking met collega-corporaties.

De sector staat kortom een reeks uitdagingen te wachten. Die uitdagingen vragen om een profes­sionele aanpak, waarbij het belangrijk is om van elkaar te leren. Samenwerken en gebruik maken van sector-referenties als CORA zorgen voor een efficiënte transitie, om te voorkomen dat elke corporatie zelf het wiel hoeft uit te vinden. Ketenrelaties en ketenefficiëntie worden belang­rijk. Marktstandaarden helpen bij een snelle ontwikkeling van ketenprocessen.

CORA-instrumenten

CORA beschrijft de inrichting van de bedrijfs­voering en informatievoorziening van woning­corporaties en biedt instrumenten als principes, modellen, methodieken, richtlijnen en best practices. In figuur 1 zijn de aandachtsgebieden van de primaire bedrijfsvoering weergegeven. De aandachtsgebieden die door CORA worden geraakt zijn blauw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Figuur 1 – Aandachtsgebieden van een corporatie en positionering CORA

In CORA worden verschillende referentiemodel­len en methodieken geboden die in zogenoemde focusgebieden zijn ingedeeld. In figuur 2 zijn de aandachtsgebieden van corporaties afgezet tegen de focusgebieden van CORA.

De samenhang wordt duidelijk door de focus­gebieden te projecteren in het Amsterdams Model voor Informatiemanagement (AIM), beter bekend als het negenvlaksmodel van Rik Maes et al. 2 Door ze achtereenvolgens voor CORA 1.0, 2.0 en 3.0 te positioneren, wordt meteen zicht­baar welke ontwikkeling CORA heeft doorge­maakt (figuur 4).

Figuur 4. Positionering focusgebieden CORA 1.0, 2.0 en 3.0 op negenvlaksmodel

De focusgebieden van CORA zijn toepasbaar voor diverse sectorvraagstukken. In figuur 5 is een aantal actuele vraagstukken opgesomd en is per vraagstuk aangegeven welke focusgebieden behulpzaam zijn om tot verantwoorde oplossin­gen te komen

Afhankelijk van het vraagstuk kan een corporatie de relevante methoden en modellen inzetten om de verbeterslag inhoud en vorm te geven. Corporaties kunnen het CORA-instrumenta­rium gebruiken om zelf veranderingen in de bedrijfsvoering door te voeren. Ook corporaties die ervoor kiezen om zich door externe bureaus te laten begeleiden, krijgen met de beschikbare kennis uit CORA de mogelijkheid zich eerst zelf een oordeel te vormen over het efficiënter orga­niseren van de bedrijfsvoering. Daardoor kunnen externe bureaus gerichter gezocht worden bij de veranderopgave die de corporatie wenselijk acht. CORA draagt zodoende ook bij aan professione­ler opdrachtgeverschap.

Nieuwe sectorstandaard

Nu het voorjaar 2013 is, kunnen we met recht stellen dat de basis is gelegd. CORA heeft zich in ruim drie jaar ontwikkeld tot een standaard voor de bedrijfsvoering en de informatievoorziening en is voor elke corporatie bruikbaar en beschik­baar. Tot op heden werd CORA projectmatig ontwikkeld. Gaandeweg heeft zich een ware CORA-community gevormd:

  • Meer dan twintig corporaties hebben deelge­nomen aan de CORA werkgroepen.
  • Bijna dertig marktpartijen (IT-leveranciers, adviesbureaus) hebben een inhoudelijke bijdrage geleverd.
  • Leden van vakverenigingen (Ngi, NAF) heb­ben de CORA-producten inhoudelijk getoetst.
  • Er vindt afstemming en kennisuitwisseling plaats met sectorpartijen (Aedes, WSW, CFV, IDP/Aedex) en met de overheid (basisregistraties overheid; gebruikersraad NORA).
  • Tussentijds is het VERA-initiatief ontstaan, waarin corporaties en IT-leveranciers samen vorm geven aan standaarden voor gegevensuit­wisseling, op basis van de CORA-definities.

En binnen de corporaties zelf? Er is nog enige schroom, mede omdat sommige corporaties de indruk hebben dat de standaard niet meer is dan consensus van enkele grotere corporaties. Die indruk is onterecht. De modellen en metho­dieken zijn weliswaar in kleine werkgroepen tot stand gekomen, maar omdat de resultaten zijn gereviewd door meerdere belanghebbenden (zoals een brede afvaardiging van corporaties, leveranciers, vakgenoten, ketenpartners en toe­zichthouders) kan met recht worden gesproken van een standaard voor de hele sector.

De toepassing van CORA binnen corporaties vraagt duidelijk om begeleiding en ondersteu­ning. Werken onder architectuur is voor menige corporatie nieuw. De kopgroep wordt gevormd door zo’n vijftiental vooral grotere corporaties. Volgers beginnen aan te haken. Maar er zijn ook corporaties die wel van CORA gehoord hebben maar het daarbij laten (de achterhoede). Een belangrijke oorzaak is dat bedrijfsvoering en informatievoorziening tot voor kort niet hoog op de managementagenda stonden. De competentie in deze gebieden moet zich nog verder ontwik­kelen.

Het CORA-instrumentarium op zich is wel duidelijk. De ondersteuningsbehoefte ligt bij de implementatie: hoe pas ik het toe in mijn situatie voor mijn concrete vraagstuk? Gezien de geschetste ontwikkelingen in de sector en het feit dat de parlementaire enquête de corporaties onder een vergrootglas gaat leggen, is een door­braak te verwachten in het gebruiken en toepas­sen van CORA.

Een vermeldenswaardig neveneffect is dat cor­poraties elkaar veel sneller weten te vinden, ook voor andere onderwerpen.

Ook de ontwikkeling van CORA is in een volgen­de fase gekomen. De initiatiefgroep van corpo­raties hecht aan continuïteit en heeft een plan uitgewerkt voor een CORA beheer- en ontwik­kelorganisatie. De ontwikkeling van CORA en daarmee het bundelen van sectorkennis is een taak waarin voornamelijk de initiatiefgroep van corporaties actief zullen blijven opereren. Het delen van kennis zal vooral door koepelorgani­satie Aedes opgepakt worden zodat het gedach­tengoed in de hele sector gaat ‘landen’. Daarmee wordt het beheer van de CORA als standaard geborgd en kunnen corporaties ondersteund wor­den bij de toepassing van CORA in hun bedrijf. De afgelopen jaren is al een aantal instrumenten ontwikkeld die gebruikt kunnen worden voor het beheer van CORA:

  • RfI/RfP-procedure om marktpartijen te betrek­ken bij de (projectmatige) ontwikkeling van een CORA-versie.
  • Wijzigingsprocedure voor de afhandeling van alle ideeën en voorstellen om tot verbetering van CORA te komen.
  • Huisstijl van de CORA-producten.
  • Reviewprocedure om de CORA-producten door diverse partijen zoals corporaties, leveran­ciers en vakverenigingen te toetsen.

Ter illustratie ziet u in figuur 6 op welke aspec­ten CORA 3.0 getoetst is door de verschillende reviewgroepen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Figuur 6. Review-aspecten CORA 3.0

Versnelde implementatie

De CORA-ontwikkeling is vanuit gemeenschap­pelijk gevoelde knelpunten binnen de informa­tievoorziening van een aantal grote corporaties gestart. Inmiddels heeft CORA zich ontwik­keld tot een instrument voor de inrichting van bedrijfsvoering en informatievoorziening van woningcorporaties van groot tot klein. CORA zal zich in de komende jaren als duurzame standaard verder bewijzen. Er moeten nog flinke stappen worden gezet zoals het uitbouwen van het hui­dige draagvlak, ondersteuning bij implementatie en het professionaliseren van het beheer van CORA. Samenwerking en kennisdeling binnen de CORA-community is de afgelopen jaren al goed op gang gekomen. De toepassing van CORA vindt al actief plaats bij grote corpora­ties. Gezien de uitdagingen waar de sector voor staat, is de verwachting dat bedrijfsvoering en informatievoorziening hoger op de managemen­tagenda komen en dat de implementatie van het CORA-gedachtengoed versneld zal plaatsvinden. Om deze ontwikkeling blijvend te ondersteunen, wordt het beheer van CORA in samenwerking met Aedes professioneler ingericht.

 

Ing. Vincent Breuking werkt als informatiearchitect bij woningcorporatie Woonbron. E-mail: vbreuking@woonbron.nl

Ing. Anton Opperman MIM  is informatiemanager bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: opperman@bv2013.eur.nl

 

[1] CORA3.0, te downloaden via www.netwit.nl/cora of www.aedes.nl

[2] Informatie Management en Beleid, Toon Abcouwer, Herman Gels, Jan Truyens; 2006 Sdu Uitgevers bv, Den Haag; ISBN 90 12 11795 X; NUR 980

Figuur 2. Relatie aandachtsgebieden corporatie en focusgebieden CORA

Figuur 3. De opbouw die in CORA 3.0 is aangehouden

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag