De uberficatie van het cloudbusinessmodel

 
Organisaties als Airbnb, Uber en Alibaba genieten een steeds grotere bekendheid binnen de samenleving. Platformecosystemen die worden gekenmerkt als ‘disruptive’ en innovatief. Zonder het bezit van respectievelijk hotels, taxi’s of magazijnen, zijn deze bedrijven marktleider. Een dergelijke ontwikkeling zet zich ook voort in andere industrieën en markten, zoals in de cloudmarkt.
 
De ‘uberificatie’ van het cloud- businessmodel zal leiden tot een van de meest functierijke en competitieve clouds ter wereld. De noodzaak van het model ligt bij de huidige CO2-uitstoot van datacenters, en de inefficiënte benutting van de reeds beschikbare IT-capaciteit. W ereldwijd stoten alle datacenters jaarlijks 170 miljoen ton CO2 uit. Het zijn de fabrieken van de 21e eeuw en de basis voor clouddiensten als Twitter, Spotify, Facebook, Google, Dropbox en Salesforce. Die vereisen gigantische hoeveelheden IT-capaciteit, maar niet continu evenveel.
Net als Uber en Airbnb is de organisatie niet de eigenaar van datacenters van de infrastructuur, maar biedt een cloudplatform, die het ecosysteem en diensten van serviceproviders, softwarepartijen en IT-dienstverleners en eindgebruikers met elkaar verbindt.
 
Technologische basisprincipes
Een dergelijk ecosysteem vereist een platform dat werkt volgens een aantal basisprincipes. Een van deze basisprincipes is het werken met een zogenaamde ‘cloud taxonomy’. Het is noodzakelijk dat een ‘N:N-relatie’ bestaat tussen de leverende partij (datacenter X) en consumerende partij (IT-dienstverlener Y). Dit, omdat een toeleverancier altijd de mogelijkheid moet hebben om IT-capaciteit voor ander, eigen, gebruik in te zetten.
Dit betekent dat onderliggende infrastructuren moeten worden ‘geabstraheerd’ – onafhankelijk worden gemaakt van de toeleverancier.
Door gebruik te maken van een cloud taxonomy, kunnen de heterogene eigenschappen van de onderliggende infrastructuren worden vertaald in homogene groepen. Zodoende kunnen capaciteitspools worden gerealiseerd met homogene eigenschappen, zoals vCPU-, vGPU-, vStorage-types, locaties, specifieke technologie eigenschappen, certificeringen of energielabels. Dit maakt de diverse IT resources in- en uitwisselbaar.
Het platform representeert vervolgens compute- en storagediensten, bestaande uit de deze ‘geabstraheerde’ resources, onafhankelijk van de serviceprovider of de onderliggende technologie. Het gedistribueerde platform vertaalt deze automatisch en real-time naar de benodigde (en beschikbare) IT-capaciteit, en specificaties van de aangesloten IT-dienstverleners binnen het ecosysteem (figuur 1) .
 
 
Een ander basisprincipe van het platform ligt in de wijze van integratie en connectie van onderliggende infrastructuren en technieken. Door dit open en lokaal te realiseren, met behulp van geografische points-of-presence, kan IT-capaciteit wereldwijd worden aangeboden, met een lokale uitlevering. Door te werken met cloudconnectoren, kunnen technieken (bare metal, VMware, OpenStack, et cetera.) worden aangesloten.
Nieuwe of exotische technieken kunnen hierdoor simpel en snel worden ontsloten door de creatie van een nieuwe connector. Eventuele nieuwe functies worden toegevoegd in de taxonomy, zon der dat dit nieuwe programmering vereist binnen het platform.
Datacenters worden lokaal aangesloten op het gedistribueerde platform. Geografisch verspreide opstappunten, points-of-presence, zorgen dat het ecosysteem IT-capaciteit kan aanbieden of consumeren waar de data lokaal of op de locatie naar keuze kan komen te staan. Met lokale integraties – en connecties tot elk type cloudinfrastructuur, en de distributie als een metacloud over locaties heen – is het platform klaar voor consumptie.
 
Rollen binnen het ecosysteem
Om de diverse gebruikers binnen het ecosysteem gebruik te laten maken van een clouddienst, heeft het platform toegang nodig op meerdere niveaus.
Het toepassen van het multi-tenancy binnen het platform en ecosysteem is van belang omdat elke partij binnen het ecosysteem een andere of aangepaste rol heeft. V anuit een leverende partij is het belangrijk om direct inzicht te hebben in mate van gebruik van haar resources. Daarnaast moet zij in staat zijn om eenvoudig nieuwe resources aan te kunnen koppelen, of bestaande resources te ontkoppelen indien nodig. Een serviceprovider kan hierdoor optimaler gebruikmaken van de beschikbare resources en betere keuzes maken met betrekking tot het hergebruik van bestaande systemen of de aanschaf van nieuwe hardware. Utilisatie-graden nemen hierdoor toe, waardoor IT-efficiëntie toeneemt.
Een consumerende partij wil haar diensten kunnen creëren, consumeren, beheren en onderhouden. Hierbij is een duidelijk onderscheid te maken tussen een IT-dienstverlener en de eindgebruiker.
De IT-dienstverlener gebruikt het ecosysteem om clouddiensten te creëren, beheren en onderhouden voor haar klanten. Het creëren van clouddiensten is noodzakelijk, aangezien van de bestaande resources ‘homogeen’ producten zijn gemaakt.Hierin kan de dienstverlener differentiëren.Op basis van deze producten kunnen compute-, network-, en storagediensten worden gemaakt door de IT-dienstverlener, en via een specifieke catalogus via API-koppelingen of webportalen worden aangeboden aan de eindgebruiker.
Consumptie van clouddiensten moet immers kunnen plaatsvinden op alle mogelijke apparaten, locaties en tijden. De eindgebruiker dient de clouddienst, in welke samenstelling dan ook, overal en altijd te kunnen consumeren. Hierbij moet de clouddienst qua gemak worden ervaren als water uit de kraan of elektriciteit uit het stopcontact. Echter, dit betekent niet dat de clouddienst als commodity moet worden gezien. Hierbij is de differentiërende rol van IT-dienstverleners en softwareleveranciers van belang. Binnen het ecosysteem dragen zij zorg voor het vertalen van klantbehoeftes naar specifieke clouddiensten. Het platform moet dit faciliteren, en de functionaliteit bieden om dit te realiseren. Hierbij moeten de onderliggende, homogene eigenschappen, zoals vCPU-, vGPU-, vStorage-types, locaties, specifieke eigenschappen van de techniek, certificeringen of energielabels worden gekoppeld aan de dienst naar keuze.
Denk hierbij aan bijvoorbeeld het opzetten van een cloudapplicatie in de zorg. Die moet voldoen aan een aantal certificeringen met betrekking tot data-opslag en -locatie. Bijvoorbeeld een NEN7510 gecertificeerd datacenter in Nederland. Of het aanbieden van een grafische werkplek, met grafische rekenkracht (vGPU) en specifieke back-upfunctionaliteit.
 
Voordelen ‘uberificatie’ De ‘uberificatie’ van het cloudbusinessmodel zal leiden tot een van de meest functierijke -en competitieve clouds ter wereld. Dit omdat het ecosysteem van serviceproviders, softwarepartijen, IT-dienstverleners en eindgebruikers continue wordt verrijkt met nieuwe innovaties en functies.
Innovatie vindt decentraal – bij de individuele deelnemer – plaatst, en worden door de diverse partijen ingebracht binnen het ecosysteem.
Binnen dit ‘Uber cloudbusinessmodel’ kunnen alle deelnemende partijen kosten besparen op IT-consumptie. Clouddiensten kunnen kostenefficiënter worden gecreëerd en geconsumeerd. Leverende partijen kunnen bestaande IT-resources, en daarmee investeringen, direct kapitaliseren via een uitgebreide, additioneel verkoopkanaal.
Zoals gezegd, ligt de noodzaak van het model bij de huidige CO2-uitstoot van datacenters en de inefficiënte benutting van de reeds beschikbare IT-capaciteit. De inefficiënte benutting zorgt dat meer en meer energie-efficiënte, ‘groenere’ data centers worden bijgebouwd, zonder dat dit strikt noodzakelijk is. V ergelijk dit met een situatie, waarbij één automobilist vijf Tesla’s bezit, waar iedere Tesla stationair draait – ongeacht of de automobilist wel of niet rijdt in de desbetreffende Tesla.
 
Het alternatief voor Amazon, Azure of SoftLayer
IT-overcapaciteit van diverse datacenters bij elkaar brengen en vervolgens lokaal beschikbaar stellen, is uniek in de wereld. Cloudproviders, zoals Amazon W eb Services, Azure en SoftLayer, zetten meer en meer datacenters neer om aan de sterk groeiende vraag naar IaaS, PaaS en SaaS te voldoen.
De sterk groeiende vraag naar cloud komt mede doordat het gebruik van apparaten, verbonden met het internet, explosief toeneemt tot circa 50 miljard apparaten in 2020.1 Dit Internet of Things resulteert in de sterke stijging van dataopslag en connectiviteit. In de afgelopen jaren is de vraag naar publieke clouddiensten, zoals Infrastructure as a Service, wereldwijd met gemiddeld 26,3 procent per jaar gegroeid. In vergelijking, traditionele IT-deliverymodellen, zoals dedicated hosting groeien jaarlijks met 6,1 procent.2
In een sterk groeiende markt van 20 miljard dollar in 2016, kan een ‘Uber cloudbusinessmodel’ een gezond en sterk alternatief zijn voor de steeds dominantere, Amerikaanse multinationals. Het biedt de diverse partijen binnen het ecosysteem de mogelijkheid om efficiënt, lokale IT-resources aan te bieden en specifieke clouddiensten te consumeren. Een platformecosysteem, dat wordt gekenmerkt als ‘disruptive’ en innovatief, zonder het bezit van eigen datacenters.
 
Rob Rijkhoek (rob.rijkhoek@greenhouseonline.com) is programmamanager bij Greenclouds (www.greenclouds.org).
 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag