Digitale transformatie gaat snel en langzaam tegelijkertijd

 
Digitale transformatie gaat snel en langzaam tegelijkertijd
Over digitale transformatie wordt veel geschreven en nagedacht, en gelukkig niet alleen op de IT-afdelingen of bij dienstverleners. Steeds vaker staat het op de agenda van de board, omdat men doorheeft dat er ‘iets’ gaande is. Toch merk ik dat de focus van de digitale transformatie ligt op het nieuwe, het moderne, het digitale, en veel minder op de transformatie zelf. Eerdaags heb ik voor de Ngi-NGN een lezing gehouden met de titel: ‘Technologie is leuk, transformatie niet’. Die titel geeft de kern van de problematiek weer. We struikelen over disruptieve technologie, big data-analyses en supercreatieve online initiatieven, maar zelden lees je over goede of minder goede casussen, een methode om een transformatie in gang te zetten, of valkuilen waarvoor je op je hoede moet zijn.
De waarschuwende vinger van de steeds groter wordende groep en met jargon doorspekte adviseurs, over de snelheid waarmee de digitale transformatie voltooid moet worden, zie je regelmatig. ‘They come in peace’,... zolang de onderneming de transformatie maar binnen een jaar afrond. Anders worden ze van de commerciële kaart geveegd... Het inboezemen van angst is een veelgebruikte verkooptechniek, want geen enkele ondernemer wil bij de groep horen die een bord ‘te koop’ in de tuin moet plaatsen. Maar hoe reëel is dat?
Over digitale ontwikkelingen en nieuwe technologieën is veel ‘cool stuff’ te melden, maar omdat het transformatieproces langzaam gaat, verdient dat onderwerp meer aandacht. De moeite die ondernemingen voor een transformatie moeten doen, is immers een serieuze hoofdbreker. Allereerst hebben de meeste ondernemingen de striemen nog op de rug van de recessieperiode. Dan is het geen sinecure om nu een transformatieproces in te richten en uit te voeren. Bijna alle adviezen worden rondom een van de vier kernthema’s van digitale transformatie geschreven: bedrijfseconomische indicatoren, klanten, informatiebeveiliging en het IT-landschap. Van deze vier zijn de bedrijfseconomische indicatoren de drijvende kracht. Zodra de ‘cost-income ratio’ boven de 36 procent uitkomt, gaat de CFO onrustig kritische vragen stellen. De big data-specialisten kijken naar de klantgegevens, gebruiken profiling en willen een hogere omzet per klant. De securitymensen waarschuwen voor de gevolgen die digitale processen en het IoT kunnen hebben en zien achter elke digitale boom een virtuele rover zitten. Tot slot wordt met veel gemak gezegd dat allereerst het operating model aangepast moet worden op de nieuwe digitale werke-lijkheid en dat een OPEX gefinancierd IT-landschap beter is voor de onderneming. Zeker waar, maar dat heeft tijd nodig.
Betekent dit dat alleen nieuwkomers een kans hebben in de steeds digitaler wordende wereld? Start-ups hebben zeker een voordeel. Ze beginnen vanuit een ‘green field’, hebben doorgaans een laag kostenniveau, zijn snel, dynamisch en zijn daarmee in staat ‘oudere spelers’ over te nemen. Maar de kennis, ervaring, klantrelaties en marktpositie van al langer bestaande ondernemingen heeft zeker waarde. Snel en langzaam gaan dus hand in hand en de spanning die dat oplevert is juist nodig om te leren, te ervaren en te ontwikkelen in het informatietijdperk. Laat je niet gek maken, maar blijf in beweging; na stap één komt stap twee.
Huub Stiekema
Stiekema (hstiekema@interimpoint.nl) is interim-manager en senior adviseur digitale transformatie en informatiebeveiliging bij Interimpoint BV

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag