Digitale vaardigheden in de zorg

Digitale vaardigheden in de zorg
De digitalisering van onze samenleving schrijdt voort. Onder meer in de zorg- en welzijnssector, waar het gebruik van e-health groeit. Wat is het belang van e-health? En welke digitale vaardigheden zouden zorgprofessionals moeten beheersen in de nabije toekomst? Deze digitale vaardigheden zijn voor een belangrijk deel universeel en dus ook buiten de zorgsector van belang. ICT-managers, -professionals en-leveranciers kunnen aan de hand van dit artikel digitale vaardigheden van professionals op de agenda zetten en helpen te verbeteren.
Erik de Vries, Marijn Gielen, Mieke Kleppe
Ehealth wordt gezien als een van de elementen waarmee de continu stij-gende kosten in deze sector een halt kan worden toegeroepen. Ouderen en chronisch zieken kunnen dankzij e-health langer thuis wonen en blijven participe-ren in de samenleving. Om e-health zo efficiënt mogelijk toe te passen moeten zorgprofessionals voldoende digitale vaardigheden bezitten. Alleen dan kunnen ze e-health-technologie introduceren en uitleggen aan cliënten en mantelzorger. Dat bevordert zelfregie van cliënten en participatie in onze informatiesamenleving.
Belang van e-health en digitale vaardigheden
Zorg is duur. De kosten van de zorgsector liggen rond de 94 miljard euro. Dat komt neer op 15,5 procent van ons bruto binnenlands product. De sector telt ongeveer een miljoen banen (CBS, 2015) en is daarmee een van de belangrijkste sectoren van onze samenleving. E-health wordt door de overheid gezien als een van de middelen om kosten te drukken en tegelijk de kwaliteit van zorg op pijl te houden en participatie van ouderen, chronische zieken en mensen met een beperking te stimuleren.
Om inzicht te genereren in de ontwikkelingen van e-health en de voortgang op de doelstellingen, publiceren Nictiz en Nivel jaarlijks de ‘eHealth-monitor’. Daaruit blijkt dat er steeds meer toepassingen van e-health worden ingezet in de Nederlandse gezondheidszorg. Doelen die daarbij worden nagestreefd zijn doelmatigheid, zelfmanagement, kwaliteit en continuïteit van zorg, toegankelijkheid en patiëntveiligheid (Krijgsman e.a., 2013). Hieronder beschrijven we een aantal belangrijke ontwikkelingen in de zorg die vragen om toenemende IT-ondersteuning. Ze vormen het kader voor de ontwikkeling van digitale vaardigheden onder zorgmedewerkers.
Complexere zorgvraag en ketenzorg
Zowel de complexiteit van aandoeningen als het aantal aandoeningen per cliënt neemt toe (Lambregts & Grotendorst, 2012b). Het aantal verschillende zorgverleners dat bij een cliënt betrokken is neemt hierdoor ook toe (Klein Wolterink & Krijgsman, 2012). Steeds vaker moet zorg worden verleend door een netwerk van samenwerkende zorgaanbieders. Complexere zorgvraag impliceert complexere dossiervorming, meer communicatie als gevolg van de coördinatie van werk, en meervoudige monitoring van patiënten met bijbehorende informatiestromen. Technologische hulpmiddelen kunnen de rapportage en communicatie tussen zorgverleners ondersteunen.
Zelfmanagement door cliënten en zelfsturende teams van professionals
Onderdeel van de maatschappelijke trend van de participatiesamenleving is zelfmanagement door cliënten. Eigen regie vraagt om technologische hulpmiddelen voor het beheer van patiëntendossiers en behandelplannen, voor zelfbehandeling en -meting en voor de interactie tussen cliënten, mantelzorgers en zorgverleners. In het verlengde hiervan werken professionals steeds vaker in zelfsturende teams ‘dicht op de cliënt’ gefaciliteerd door ICT.
Zorg dichter bij huis
Zorg vindt steeds meer plaats in de thuissituatie. Communicatie op afstand is onvermijdelijk en draagt bij aan gevoelens van fysieke en geestelijke veiligheid van cliënten en familie. Ambulant werken van medewerkers is de norm.
Transparantie en standaardisatie van verantwoording
Zorgverleners moeten verantwoording afleg gen over hun werk, zoals het vastleggen van gegevens in zorgplannen of EPD’s, het valideren van behandelmethoden, en monitoring van effectiviteit en efficiency.
Groeiende aandacht voor preventie
Voorkomen is beter dan genezen. Gedragsbeïnvloedende communicatie en interactieve (digitale) communicatiemiddelen zoals serious games, of zelfmeetapparatuur/weara-bles (‘quantified self’) kunnen ingezet worden om gezond gedrag te stimuleren, zoals meer bewegen en gezonder eten.
Ontwikkeling digitale vaardigheden
“De adoptie van e-health door patiënten en professionals is een belangrijke voorwaarde om de kansen van e-health te kunnen verzilveren” (Krijgsman e.a., 2013, 9). Recent onderzoek in verschillende sectoren toont dat een meerderheid van de managers in de zorg vindt dat hun personeel onvoldoende ICT-competenties bezit en een derde van de managers in de zorgsector vindt het moeilijk personeel met de juiste ICT-competenties te vinden. Bovendien zetten maar weinig managers in de zorg trainingen in om medewerkers bij te scholen. Het gedeelte van de werknemers dat geen ICT-training heeft gevolgd, geeft aan ICT niet zo belangrijk te vinden, hetgeen relatief vaker geldt voor mensen in de zorgsector (Van Deursen & Van Dijk, 2013). Ook in de opstel-ling van beroepsprofielen voor verpleegkundigen wordt ICT steeds belangrijker. Desondanks is bijscholing door de zorginstelling schaars (Lambregts & Grotendorst, 2012a).
Dit heeft ons ertoe aangezet om in kaart te brengen welke digitale vaardigheden medewerkers in de zorg zouden moeten beheersen. Dit onderzoek was in de eerste plaats bedoeld om bewustwording onder zorgprofessionals, hrm-professionals en onderwijsontwikkelaars te bevorderen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn het afgelopen jaar, conform de doelstelling van het onderzoek, opgepakt in verschillende gremia in Nederland die werken aan bevordering van e-health en verbetering van digitale vaardigheid onder zorgprofessionals. Daarbij moet gedacht worden aan ECP (Platform voor de InformatieSamenleving) en haar samenwerkingspartners Nictiz, Actiz, Zorginstituut Nederland en de beroepsvereniging voor Verpleegkundige en Verzorgenden Nederland (VenVN) in het kader van het doorbraakproject ‘De Zorg Ontzorgt’. In dat doorbraakproject nemen het ministerie van VWS, het ministerie van EZ, ZonMw en ECP in de ouderenzorg obstakels weg voor de toepassing van ICT (Kamerbrief, 2015). Daarnaast hebben ook zorg- en onderwijsinstellingen de uitkomsten van het onderzoek opgepakt. De zelftest die we hier presenteren wordt ontwikkeld met zorginstellingen van de Zorgalliantie.nu, in het bijzonder met Siza, ZZG Zorggroep en Pleyade. Alle hogescholen hebben afgelopen voorjaar een inspriratiebrief zorgtechnologie ontvangen die onder andere is gebaseerd op onderstaande uitkomsten. Daarnaast werken drie ROC’s met ons en met werkgeversorganisatie WZW samen om e-health en digitale vaardigheden integraal onderdeel te maken van hun zorgopleidingen.
Hieronder beschrijven we de uitkomsten van het onderzoek, namelijk een overzicht van de vereiste digitale vaardigheden in de zorg. Onderstaande categorieën en vaardigheden zijn de uitkomst van documentonderzoek, zeven groepsinterviews en enkele individuele interviews waarin bijna vijftig medewerkers uit de zorg die ervaring hadden met de introductie van e-health hun ervaringen met ons hebben gedeeld en hebben aangegeven welke vaardigheden zij belangrijk vonden en mistten. De bevindingen hieruit zijn teruggekoppeld aan de geïnterviewden in een evaluatiemeeting. Op basis daarvan is een rapport opgesteld (De Vries & Gielen, 2014). Inmiddels werken we aan een zelftest waarmee zorgprofessionals hun digitale vaardigheden kunnen testen. Deze introduceren we in de laatste paragraaf.
Vereiste digitale vaardigheden
Basiskennis functionaliteiten
Zorgprofessionals moeten basiskennis hebben om apparatuur en software te bedienen en de functionaliteiten te kennen. Dit houdt in dat er omgegaan kan worden met apparatuur in het dagelijks werk, zoals pc’s, smartphone en iPad. Maar ook dat men software kan gebruiken om digitaal afspraken te maken; beeldverbinding tot stand te brengen; te chatten op platformen en communities; te kunnen registreren in EPD’s/ EVD’s, of digitaal uren te kunnen schrijven. Bovendien kent men de werking van e-health.
Dus men begrijpt dat een serious game ook informatie vastlegt over gebruik van die game waaruit analyses voortkomen. Men weet dat invoer van gegevens in een EPD door andere artsen of professionals wordt gebruikt voor behandelingen of wetenschappelijke onderzoek, et cetera. Begrijpen wat de medische en/of organisatorische werking van een ICT-applicatie is, gaat verder dan ‘knoppen-kennis’. Dit vereist inzicht in organisatie en de functie van een e-health-applicatie in of rond een behandeling.
Informatievaardigheden
Daarnaast moeten zorgprofessionals beschikken over informatievaardigheden. Dat wil zeggen; weten waar informatie te vinden is en vandaan komt; inzicht hebben in de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van informatiebronnen; op kunnen slaan van gegevens; eenduidige vastlegging (aan de bron); beoordelen van informatie die patiënten zelf toevoegen aan hun dossier; beoordelen van zelfmetingen en kritisch zijn op gegevens die uit deze hulpmiddelen komen. De zorgprofessional moet kunnen inschatten wat de ‘werkelijkheid’ is achter de data en zoekt daarin de balans tussen technologische dataverzameling en zijn eigen observaties van de cliënt. Het gaat hier dus zowel om het kunnen vinden als het analyseren van informatie.
Metacognitieve vaardigheden
Aansluitend op de twee bovenstaande vaardigheden, is het zaak dat zorgprofessionals over metacognitieve vaardigheden beschikken aangaande technologiegebruik. Wanneer een verpleegkundige bijvoorbeeld met bepaalde EPD-software heeft leren werken, zal hij in staat zijn om andere typen EPD-systemen snel te begrijpen. Hetzelfde geldt voor toepassingen van beeldzorg, declaratiesystemen, routeringssoftware, et cetera. Daarvoor is inzicht in de werking van ICT-systemen in relatie tot zorg- en organisatieprocessen nodig. Wanneer men over metacognitieve vaardigheden beschikt kan men het eigen leer- en ontwikkelingsproces ten aanzien van e-health-applicaties goed inschatten en neemt terughoudendheid ten opzichte van nieuwe systemen af.
Begrijpen en verwoorden van de inzet van ICT
Deze vaardigheden gaan een stap verder dan bovenstaande basisvaardigheden. Zorgprofessionals in 2020 moeten voldoende inzicht hebben in de werking van apparatuur, technologische hulpmiddelen en e-dienstverlening om die werking te kunnen verwoorden (in eigen woorden) en uit te leggen (instrueren) aan collega’s, cliënten en mantelzorgers. Wanneer e-health-toepassingen worden ingezet, moet de professional weten welke functie de toepassing heeft in het behandel- en werkproces en wie waarvoor verantwoordelijk is.
Enkele meer praktische vaardigheden bij verwoording zijn: gebruikersproblemen bij de cliënt kunnen oplossen (en dus de algemene structuur van applicaties kennen); technische problemen doorzetten naar de juiste specialist; en verwachtingen ten aanzien van de inzet van nieuwe instrumenten in de behandeling kunnen verwoorden en managen.
Afweging e-zorg versus face-to-face zorg
De afweging of behandeling met inzet van e-health-toepassingen gedaan kan worden of dat face-to-face zorgverlening noodzakelijk is, is een essentiële digitale vaardigheid. De professional moet kunnen inschatten of cliënten geschikt zijn voor behandeling op afstand.
Communicatieve vaardigheden ‘op afstand’
De zorgprofessional zal steeds vaker zorg op afstand verlenen. Dat betekent een andere manier van communiceren. Via beeldschermzorg is het bijvoorbeeld gemakkelijker te focussen op de zorgvraag, maar is er minder zicht op de context waarin de cliënt zicht bevindt (hoe schoon is zijn huis?). Dit vraagt een andere manier van omgaan met taal; korter, directer en zakelijker. Terwijl mogelijkheden voor non-verbale communicatie afnemen. Een online werkrelatie is daarmee beduidend anders dan een-op-een contact.
Doorvragen; inschatten wat de mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid van de cliënt is; en afspraken maken over de begrijpelijkheid van gegevens tussen cliënt en zorgprofessional, zijn voorbeelden van aanvullende vaardigheden.
Ethisch en veilig omgaan met e-health
Patiëntveiligheid gaat ook over digitale veiligheid. Verantwoordelijk en nauwkeurig omgaan met (digitale) gegevens in de zorg is een veelgenoemde vaardigheid. Enerzijds gaat het om ‘technische beveiliging’. De zorgprofessional moet in ieder geval een idee hebben waar gegevens worden opgeslagen en op welke manier er binnen een veilige omgeving gewerkt wordt. Anderzijds gaat het om veilig gedrag. Zorgprofessionals kennen de gedragsregels voor het digitaal verwerken van gegevens. Bovendien realiseren zij zich dat er een verschil is tussen het gebruik van consumententechnologie en professioneel gebruik van technologie. Het gaat erom dat de zorgprofessional er niet alleen vanuit gaan dat beveiliging in ICT-applicaties geregeld is, maar ook beseft dat op menselijke gedragsniveau en binnen zijn organisatie veiligheid van gegevens moet worden geborgd.
Vaardigheden die hierbij horen zijn: nauwkeurigheid in observatie; informatie opslaan conform de werkelijkheid; informatie verwerken; opslaan en uitwisselen conform gedragsregels; doorvragen wat er met gegevens gebeurt; en op een ethische manier gebruikmaken van apps, social media, et cetera.
Uitwisseling en samenwerking in een netwerk
Informatie-uitwisseling tussen zorgprofessionals met verschillende expertise, participatie in het zorgproces van cliënt en mantelzorgers, en digitale overdracht en opslag van informatie,
zullen verder toenemen. Twee vaardigheden staan hierin centraal. Ten eerste zal de zorgprofessional moeten kunnen samenwerken over het eigen vakgebied heen, met cliënt, mantelzorger, collega’s, ICT’ers, et cetera. Daarin wordt de uitwisseling van informatie, kennis en expertise steeds belangrijker. Ten tweede zal de zorgprofessional het eigen domein gaan openstellen voor cliënten, mantelzorgers en collega’s vanuit allerlei disciplines. De lijnen tussen de professional, cliënt, mantelzorger en collega’s worden korter.
Dat heeft tot gevolg dat veel verschillende actoren direct bijdragen aan diagnose, behandeling, monitoring en vastlegging van gegevens. Naast soft skills als openheid en transparantie vraagt dit ook om specifieke digitale vaardigheden.
Voorbeelden zijn: het kunnen integreren van digitale en niet-digitale overdracht; nauwkeurig en begrijpelijk rapporteren van consulten; afspraken maken hoe verschillende actoren op dezelfde wijze (tekstueel) rapporteren; en doublures aan informatie voorkomen.
Zelfsturing en flexibiliteit
Er vindt decentralisatie in de zorg plaats, die meer verantwoordelijkheden legt bij verpleegkundigen en verzorgenden. ICT-toepassingen faciliteren mede deze ontwikkeling. Bovendien vragen mondige cliënten, die zelf hun zorgproces vormgeven, om flexibele en hoogopgeleide professionals die zelf kunnen beslissen. Op het gebied van e-skills betekent dit bijvoorbeeld: durven terugvallen op technologische toepassingen; aan het bed terugzoeken van informatie over eenvoudige ingrepen in plaats van een collega te vragen; creatief zijn met inzet van e-health-technologie bij een specifieke cliënt; of het ontwikkelen van maatwerkprotocollen voor een cliënt. Omdat de zorgprofessional steeds meer omringd wordt door technologische toepassingen die communicatie vergemakkelijken, wordt de vaardigheid om aan te geven waar de eigen grenzen in bereikbaarheid liggen (ook buiten werktijd?) steeds belangrijker.
Meedenken in de ontwikkeling van e-health-toepassingen
Zorgprofessionals dragen idealiter bij aan het mede vormgeven van e-health-toepassingen.
Meedenken in het designproces maakt het niet alleen gemakkelijker om de toepassingen later in het dagelijks werk te benutten, het zorgt ook voor ICT-toepassingen waarin het zorgproces centraal staat. Dit vraagt een proactieve houding van de zorgprofessional. Zoals het kunnen verwoorden van het verloop van zorgprocessen, het herkennen en verwoorden van tekortkomingen in de werking van applicaties, en het kunnen aangeven van verbeteringen. Het gaat erom dat zorgprofessionals de eigen wensen en eisen kunnen verwoorden en het zorgdoel centraal houden in het programma van eisen. Competenties die daarbij horen zijn creativiteit, kritisch vermogen en innovativiteit/ nieuwe mogelijkheden zien.
Zelftest
Bovenstaande vaardigheden zijn input voor het tweede deel van het onderzoek. In dit deel ontwikkelen wij een vragenlijst waarin zorgmedewerkers kunnen testen hoe digitaal vaardig zij zijn.
De uitslag van de vragenlijst geeft een medewerker inzicht in zijn eigen vaardigheden. Ook helpt de uitslag van de test de organisatie een beeld te krijgen van de vaardigheden van alle medewerkers. Dit kan bijvoorbeeld gebruikt worden om in te schatten wat er nodig is om een nieuwe technologie succesvol te implementeren.
Daarnaast kan de uitslag gekoppeld worden aan opleiding en training, waardoor de medewerker direct aan de slag kan met het verbeteren van de digitale vaardigheden. De test geeft een zodanige inschatting van de digitale vaardigheden dat scholing en training gepersonaliseerd kan worden.
De vragenlijst bevat items waarbij de respondent zelf een inschatting maakt van zijn vaardigheden en items waarbij de kennis van de werknemer getoetst wordt. Een voorbeeld van een item waarin de respondent een eigen inschatting maakt is de stelling “Ik kan een nieuw tekstdocument aanmaken”. De respondenten kunnen op een schaal van 1 tot 5 aangeven in hoeverre zij het eens zijn met deze stelling. Bij de kennisvragen wordt gebruik gemaakt van meerkeuzevragen (bijvoorbeeld: “Wie mogen gegevens in het digitaal dossier (EPD/ECD) inzien?”). Alle vragen zijn zo geformuleerd dat ze gebruikt kunnen worden voor verschillende systemen en binnen verschillende zorginstellingen. De antwoorden op alle vragen samen geven uitslag over de digitale vaardigheden van de respondent.
De vragenlijst is opgesteld aan de hand van bovenstaand overzicht van vereiste digitale vaardigheden en van een literatuurstudie naar gangbare wijzen van meting van digitale vaardigheden.
Elke vaardigheid is vertaald in een of meerdere items voor de vragenlijst. Na het opstellen van de conceptvragenlijst is deze gepresenteerd aan medewerkers van verschillende zorginstellingen. Hierbij werd gekeken naar de volledigheid van de vragen en of de vraagstelling duidelijk was.
In de volgende stap van het onderzoek wordt de vragenlijst afgenomen onder een groep van ongeveer tweehonderd zorgmedewerkers om de vragen te valideren en de betrouwbaarheid vast te stellen.
Op basis van deze test zal de vragenlijst opnieuw verbeterd worden, maar ook kunnen al uitspraken gedaan worden over het algemene niveau van de vaardigheden binnen de deelnemende organisaties. In mei 2016 verwachten we dat de vragenlijst beschikbaar is voor gebruik.
 

KADER 1

eHealt doelstelling Ministerie

Om inzicht te genereren in de ontwikkelingen van eHealth en de voortgang op de doelstellingen publiceren Nictiz en Nivel jaarlijks de eHealth-monitor. Daaruit blijkt dat er steeds meer toepassingen van eHealth worden ingezet in de Nederlandse gezondheidszorg. Doelen die daarbij worden nagestreefd zijn doelmatigheid, zelfmanagement, kwaliteiten en continuïteit van zorg, toegankelijkheid en patiëntveiligheid (Krijgsman e.a., 2013). Kader 2 geeft weer wat we onder eHealth verstaan. Hieronder beschrijven we een aantal belangrijke ontwikkelingen in de zorg die vragen om toenemende  IT-ondersteuning en het kader vormen voor de ontwikkeling van digitale vaardigheden onder zorgmedewerkers.

 

KADER 2

e-Healt nader bepaald

eHealth is het gebruik van nieuwe informatie en communicatie technologieën, en met name internet technologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren” (Krijgsman e.a., 2013). eHealth bevat een grote variëteit aan toepassingen. Voorbeelden van eHealth zijn: Internet toepassingen voor het verstrekken van informatie, interactieve zorgcommunicatie (zoals e-consultatie of zorgcommunities), zorgportalen, Elektronische Patiëntendossiers (EPD’s), Elektronische Verpleegdossiers (EVP’s), Elektronische Cliëntendossiers (ECD’s), mobiele zorgapplicaties, virtual reality programma’s zoals serious gaming, domotica, sensor technologie voor monitoring op afstand of zorgrobotica. eHealth-toepassingen bestaan steeds vaker uit behandelmethoden, zoals alcoholdebaas.nl, CAREN als virtuele revalidatietherapie of mobiele toepassingen als GlucoDock® of TemStem. eHealth komt op deze manier in het hart van de zorg te liggen, (namelijk in de behandelmethoden en communicatie tussen cliënt en zorgverlener) en is daarmee niet langer beperkt tot toepassingen voor de informatievoorziening rondom de zorg (zoals administratieve verantwoordingssystemen).

 
 
Erik de Vries (Erik.deVries@han.nl) is lector Innovatie in de Publieke Sector aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Hij is tevens lid van het kerndocententeam van de internationale Master Information Studies – program Business Information Systems van de Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica van de Universiteit van Amsterdam.
Marijn Gielen (marijn.gielen@birchconsultants.com) is adviseur bij Birch Consultants. Tussen 2009 en 2014 was hij als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Innovatie in de Publieke Sector en het Kenniscentrum Publieke Zaak van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
Mieke Kleppe (Mieke.kleppe@han.nl) is onderzoeker bij het Kenniscentrum Publieke Zaak van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en is gepromoveerd aan de Technische Universiteit Eindhoven, op onderzoek uitgevoerd bij Philips Research.
 
Literatuur
CBS (2015). Gezondheid en zorg in cijfers 2014. Den Haag:Centraal Bureau voor de Statistiek.
De Vries, E.J. & M. Gielen (2014). E-skills voor Zorgprofessionals. Nijmegen: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Kenniscentrum Publieke Zaak. Kamerbrief Voortgangsrapportage eHealth en zorgverbetering (2015), Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 8 oktober 2015.
Lambregts, J. & A. Grotendorst (red.) (2012a). V&V 2020 Deel
1: Leren van de toekomst. Lambregts, J. & A. Grotendorst (red.) (2012b). V&V 2020
Deel 3: Beroepsprofiel verpleegkundige.
Krijgsman, J., J. Peeters, A. Burghouts, A. Brabers, J. de Jong, T. Moll, R. Friele, & L. van Gennip (2015). Tussen vonk en vlam. eHealth-monitor 2015. Den Haag: Nictiz-Nivel.
Krijgsman, J. & G. Klein Wolterink (2012). Ordening in de wereld van eHealth. Den Haag: Nictiz whitepaper, 24 augustus.
Krijgsman, J., J. de Bie, A. Burghouts, J. de Jong, G.J. Cath, L. van Gennip & R. Friele (2013). eHealth, verder dan je denkt. eHealth-monitor 2013. Nictiz en het Nivel.
Van Deursen, A.J.A.M. & J.A.G.M. van Dijk (2013). Zicht op ICT-competenties. Een werknemers- en managersperspectief in zes sectoren. Enschede: Universiteit Twente.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag