Is dit werkelijk het beste wat we kunnen doen met computers?

De kersverse UvA-hoogleraar Informatiemanagement en digitale organisatie Peter van van Baalen wil dat digitale technologie fundamenteel anders worden aangepakt. Centrale controle over digitalisering van organisaties en de samenleving is hoogmoed en planbaarheid van IT-ontwikkelingen is een illusie. Waarom niet kiezen voor een meer open benadering, die de wil van het ecosysteem volgt?

In uw intreerede vorige maand bij de Universiteit van Amsterdam brak u een lans voor wat u noemt generatieve digitalisering. Wat is er mis met de traditionele representatieve ­digitalisering? “Ik zeg niet dat representatieve digitalisering helemaal verkeerd is. Het heeft ons het nodige gebracht en zal in bepaalde contexten voor­lopig nog wel z’n diensten blijven bewijzen. Tegelijkertijd is ook onmiskenbaar dat het vaak teleurstelt. Ondank best practices, open standaarden en ontwikkeling onder architectuur komen veel projecten niet op tijd af, leveren ze niet de functionaliteit die de gebruikers echt nodig hebben of pakken ze vele malen duurder uit dan gepland. Doordat ze top-down aan organisaties worden opgelegd is de acceptatie vaak moeizaam. Een al weer wat ouder Amerikaans onderzoek wees uit dat voor elke dollar die in IT wordt gei?nvesteerd er nog eens 9 extra moesten worden uitgegeven voor organisatieaanpassing. En als het dan ten lange leste lukt om dergelijke systemen te laten doen wat het management zich ervan had voorgesteld, dan is dat in veel gevallen vooral voor lager opgeleide werknemers geen verbetering; hun taak wordt weggeautomatiseerd of verschraalt kwalitatief. Verder is het zo dat deze systemen verouderen en moeilijk aanpasbaar zijn terwijl de wereld eromheen in beweging is. Is dat werkelijk het beste wat we kunnen doen met computers?”

 

Uw alternatief is generatieve digitalisering, waarbij het draait om platformen die door hun open architectuur het ecosysteem verleiden er verder iets moois van te maken. “Ja, ik neem dat begrip over van Jonathan Zittrain, hoogleraar Internetrecht aan de Harvard Law School. Hij omschrijft generativiteit als het vermogen van een technologie om spontaan diensten en producten voort te brengen door (mobilisering van) een grote, gevarieerde en ongecoo?rdineerde groep van mensen. Een technologie is generatief wanneer deze schaalbaar, adaptief, toegankelijk, gemakkelijk te gebruiken en overdraagbaar is.

Als je kijkt welke innovaties in de afgelopen decennia de grootse impact hebben gehad, dan zie je dat die steeds zijn begonnen met digitale technologiee?n die niet één enkelvoudig doel dienen: het internet, de pc, de smartphone, de cloud, Internet of Things, 3D-printers. Allemaal ‘general purpose’-technologiee?n, die in combinatie met elkaar of met andere technologiee?n voor bijna oneindig veel verschillende doelen kunnen worden gebruikt.

De kracht van zo’n generatieve ontwikkeling is dat het gebruik maakt van de kennis en creativiteit van de intelligente crowd, dat het z’n eigen weg zoekt in een toekomst die door het disruptieve karakter van digitale innovaties principieel onvoorspelbaar is. In feite is het zelf de aanjager van disruptieve innovaties.”

 

Het internet heeft de initiatiefnemers meer faam dan omzet opgeleverd en de PC is ook bepaald niet IBM’s grootste succesnummer te noemen. Is zo’n generatieve aanpak zakelijk gezien nu wel zo handig? “Het is waar dat zo’n generatieve ontwikkeling bij je weg kan lopen. Als onderneming zul je dan ook het nodige moeten doen om te zorgen dat je binnen het ecosysteem zelf aan de bal blijft. Bedrijven als Apple en Google zijn daar bij uitstek succesvol in door een mix van openheid en controle. Beide overigens op een wat andere manier. Apple kiest er voor z’n mobiele applicatieplatform in principe gesloten in te richten en derden via de App Store onder voorwaarden en tegen betaling toe te laten. Google maakte Android open source, maar domineert met z’n financiële vermogen en vooral ook door z’n enorme technologische kennis de ontwikkelgemeenschap vrijwel volledig. Bij beide platformen zie je een balanceer-act tussen controle en ­generativiteit.

Daarover wordt wel gezegd dat de platformregisseur als het ware links- en rechtshandig tegelijk moet zijn: aan de ene kant moet hij ruimte scheppen en de andere kant moet hij vrijheden inperken. Dat is ongetwijfeld een uitdaging waarbij succes niet kan worden gegarandeerd, maar helemaal op geslotenheid inzetten is steeds vaker een doodlopende straat. Kijk naar Nokia en Blackberry. Dat waren destijds giganten op het gebied van mobiele telefonie, maar als gevolg van het ontbreken van een geschikt platform voor apps van derden zijn ze volledig achterop geraakt.

Ik denk overigens dat generativiteit organisaties ook gezonder en alerter maakt. Microsoft bijvoorbeeld; dan is een organisatie die lange tijd primair heeft ingezet op geslotenheid en controle. Ze waren zelfgenoegzaam en traag, wat je onder meer merkte aan Explorer. Dat liep op een gegeven moment technologisch echt stukken achter ten opzichte van meer open concurrenten als Googles Chrome of de opensource-browser Firefox.”

 

Hoe kunnen organisaties zorgen dat hun IT de komende jaren geleidelijk aan een beetje minder representatief en een beetje meer generatief wordt? “Philips heeft dat geprobeerd door z’n IT-landschap ingrijpend te reorganiseren. Er waren zo’n zestig verschillende ERP-systemen in gebruik. Aangezien het jaren zou duren om die te integreren, besloot Philips een geheel nieuw concernbreed platform-achtig ‘green field IT-landschap’ voor het hele bedrijf te bouwen. Tegelijkertijd stopten ze grote IT-projecten waarvan de toegevoegde waarde niet kon worden aangetoond. Die generatief te noemen transformatie maakte de weg vrij voor andere verdienmodellen en innovaties.”

Zijn er ook nog mogelijkheden voor organisaties die zo’n radicale transitie niet aandurven of aan willen gaan? “Ik denk het wel... Representatief versus generatief is geen tegenstelling in die zin dat er geen grijstinten denkbaar zijn. Integendeel, het is veel meer een kwestie van balans vinden. Denk aan Google en Apple. Organisaties die los willen komen van onproductieve of verstikkende controle over hun IT kunnen natuurlijk in niches van hun organisatie beginnen met generatieve experimenten:

haal open source in huis en doe mee in de community die er achter zit, probeer op bepaalde terreinen met klanten of leveranciers een ecosysteem te vormen, verrijk je top-down geïmplementeerde representatieve bedrijfstoepassing met platformachtige opties, bijvoorbeeld door plug-ins mogelijk te maken, creëer een innovatie-gerichte organisatiecultuur, door het inrichten van innovation labs of het instellen van een innovatiedagdeel dat kenniswerkers naar eigen inzicht mogen besteden aan hun ideeën om de interactie met klanten en leveranciers te versterken, moedig leveranciers, klanten en gebruikers aan je te te zeggen hoe het anders of nog beter kunt doen. Luister vooral goed naar die ene excentriekeling.”

De tegenstelling:

Representatieve digitalisering: i nzet van IT om bestaande activiteiten in organisaties door software te laten overnemen. Deze software is feitelijk een model dat de organisatie representeert. Het vooronderstelt een hiërarchische organisatie en de realisatie van de software wordt top-down gecoördineerd. Software en organisatie vormen als regel een gesloten systeem, interactie met de omgeving (voornamelijk klant- en leveranciercontact) is geformaliseerd en verloopt via een beperkt aantal interfaces die eenzijdig door de organisatie worden gedefinieerd en onderhouden.

Kenmerkende voorbeelden van representatieve IT zijn: standaard bedrijfssoftware voor bijvoorbeeld boekhouding, klantrelatiebeheer of productieplanning. Maar ook de vele complexe maatwerkapplicaties die grote bedrijven koesteren zijn vrijwel zonder uitzondering representatief te noemen omdat ze bij uitstek de gang van zaken van dát bedrijf digitaal representeren.

Generatieve digitalisering: inzet van IT om je eigen organisatie en de overige deelnemers in je ecosysteem te helpen bij het scheppen van nieuwe producten en diensten. De daartoe benodigde IT heeft een platformkarakter: het staat gemakkelijk toe dat anderen het op een geheel eigen wijze gebruiken en er op voortbouwen. Coördinatie verloopt horizontaal. Een belangrijk mechanisme daarbij is trial and error: alleen datgene dat in technisch én in zakelijk opzicht werkt overleeft en wordt op zijn beurt weer springplank voor verdere ontwikkelingen.

Karakteristieke generatieve IT is bijvoorbeeld Facebook, ­waarop derden eigen apps aan kunnen toevoegen, die dingen doen die de makers van Facebook nooit zelf zouden hebben bedacht. Hetzelfde geldt voor smartphones of online applicatieplatformen. Het voorbeeld bij uitstek is het internet; het wordt niet centraal gecontroleerd en juist daardoor wordt er eindeloos veel meer mee gedaan dan de makers ooit hebben voorzien.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag