E-leadership en innovatielabs

 
E-leadership en innovatielabs
Binnen de EU bestaat de verwachting dat er anno 2020 grote behoefte zal zijn aan e-leaders. Daarom stimuleert het de ontwikkeling van e-leadership. In dit artikel geven we kort de Europese uitdaging weer en beschrijven we twee innovatieve initiatieven in het beroepsonderwijs waarmee e-leadership wordt gestimuleerd in verschillende sectoren: Fieldlabs in de Zorg en Cyber Security Center.
Erik de Vries en Reza Esmaili
De EU zet al zo’n tien jaar in op verbetering van digitale vaardigheden in Europa. Dat gaat enerzijds over verbetering van e-skills, de digitale vaardigheden van gebruikers, en anderzijds over e-leadership. Zonder e-leadership lopen bedrijven het risico de verkeerde investeringen in ICT te doen of te weinig rendement uit die investeringen te halen en daarmee kansen op groei of verbeterd concurrentievermogen te missen (EU, 2013).
E-leaders
De term e-leadership wordt net als de term leadership snel geassocieerd met ‘de leider’. Dat roept al snel het beeld op van die charismatische man, bovenaan de piramide, die ons de weg wijst. Leiderschap met een ‘e’ ervoor leidt tot associaties met mensen als Steve Jobs, Bill Gates of Mark Zuckerberg. Het is mooi dat het vakgebied dergelijke iconen heeft. Maar voor bedrijven en overheidsorganisaties is het vooral van belang dat het management samen met hun ICT-afdelingen innovatief investeert in ICT. Dát wil de EU bevorderen met e-leadership. E-leadership richt zich dus op algemeen management en op ICT-management. Van ICT-managers wordt gevraagd steeds meer bedrijfsgericht te zijn en van businessmanagers wordt gevraagd steeds meer ICT-gericht te zijn (Robinson e.a., 2015).
De EU verwacht dat er anno 2020 zo’n 200.000 e-leaders extra nodig zijn ten opzichte van de huidige populatie. De opleidingscapaciteit in de EU is ontoereikend om deze aantallen op te leiden (EASME, 2015). Het EU-programma spitst zich dus toe op het bevorderen van kennis en vaardigheden. Daarin wordt met name gestimuleerd om de volgende competenties te ontwikkelen:
• ICT-applicaties strategisch kunnen inzetten.
• Managen van ICT-gerelateerde vraagstukken in organisaties.
• De creatie van nieuwe businessmodellen met ICT.
• Het succesvol oprichten en managen van internetondernemingen.
Dit tegen de achtergrond van opkomende technologieën zoals het Internet of Things, mobile, sociale media, de cloud en natuurlijk big data (EASME, 2015).
E-leadership gaat dus over het nemen van leiderschap voor ICT in organisaties door businessmanagers en ICT-managers. Dit leiderschap betreft niet alleen ICT-investeringen ín die organisaties, maar zal ook zeer regelmatig ICT-vraagstukken in ketens en netwerken betreffen of gaan over het scheppen van voorzieningen ten behoeve van de wijk, netwerken van mantelzorgers, et cetera, dat wil zeggen over ICT-investeringen in het sociaal domein (zie Kresin, 2015, over digitale sociale innovatie). Onze samenleving is in rap tempo een genetwerkte informatiesamenleving geworden, waarvoor we een gedeelde verantwoordelijkheid hebben en waarin leiderschap dus gedistribueerd is. Ook binnen organisaties is leiderschap voor ICT gedeeld, tussen businessmanagers en ICT-managers.
Leerarrangementen
Binnen het beroepsonderwijs bestaat brede erkenning dat beroepen steeds sneller veranderen en dat sociaal leren, naast cognitieve leeraspecten, van wezenlijk belang is. Dat impliceert dat studenten regelmatig in contextrijke of betekenisvolle leerarrangementen moeten acteren om het vak te leren. We hebben het dan over leerarrangementen die de praktijk dicht benaderen, inclusief de weerbarstigheid daarvan. In het beroepsonderwijs ontstaan steeds meer contextrijke leerarrangementen waarin wordt samengewerkt met organisaties, instellingen, buurtsituaties, et cetera. In deze situaties nemen medewerkers van organisaties het leiderschap om jonge mensen de kans te geven zich te ontwikkelen in hun organisatie. Daarnaast nemen medewerkers van die organisaties samen met onderwijsprofessionals ‘de lead’ in het ontwerpen van een organisatiecontext die naast productie ook leren en reflectie mogelijk maken. Curriculum-ontwikkelaars en opleidingsmanagers tonen leiderschap in het loslaten van dichtgetimmerde curricula met gedetailleerd uitgewerkte leerdoelen per onderwijseenheid, beheersbare onderwijssituaties, procedures, et cetera. Vakspecialistische docenten moeten leiderschap tonen door uit hun comfortzone van specialisme en beoordelaar te treden en als ‘meewerkend voorman’ samen met studenten te gaan werken aan realistische beroepstaken. Lectoren en onderzoekers tonen leiderschap in het ontwikkelen van kennis, onderzoeks- en leermethoden waarmee nieuwe/onbekende/complexe beroepstaken tot succesvolle en herhaalbare output kunnen komen. Medewerkers van organisaties nemen leiderschap in hun eigen ontwikkeling, bijvoorbeeld door in toegepast onderzoek mede-onderzoeker te worden. Zij vormen daarin het voorbeeld voor studenten van wie eens te meer leiderschap wordt gevraagd over hun eigen ontwikkeling. Er ontstaan dus verschillende soorten situaties waarin steeds anderen leiderschap moeten tonen en dit leiderschap divers is.
U mag nog niet verwachten dat het hbo, mbo en hun samenwerkingspartners bovenstaande volledig in de vingers hebben. Daarvoor zijn de ontwikkelingen te vers. Juist ook het ontwikkelen van contextrijke leerarrangementen in onze netwerksamenleving vraagt om gedistribueerd leiderschap. Wij, auteurs, nemen daarin graag onze rol en nodigen u als lezer uit om na te denken over welke stukje van het gedistribueerd leiderschap u op zich zou willen nemen. Hieronder beschrijven wij twee situaties in het beroepsonderwijs waarin één of meerderen van ons invulling geven aan gedistribueerd e-leadership.
Fieldlabs in de zorg
De zorgsector is een sector waarin ICT een opkomende technologie is. Natuurlijk is het een informatie-intensieve sector. Er is dus veel potentieel voor hoogwaardige ICT-toepassingen. Zo kan in ziekenhuizen bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt in administratieve ICT, klinische ICT (patiëntendossiers, et cetera) en embedded ICT (ICT die geïntegreerd of gekoppeld is aan medische apparatuur) (Iveroth, Fryk & Rapp, 2013).
Het is echter ook een sector waarin investeringen in ICT versnipperd zijn, waarin vele applicaties naast elkaar bestaan, vaak langs de lijnen van specialismen, vergaande integratie van ICT nog tot stand moet komen, niet iedereen belang heeft bij standaarden, en digitale vaardigheden van zorgprofessionals wisselend zijn (De Vries, Gielen en Kleppe, 2016). Bovendien is het management van ICT soms goed maar ook relatief vaak nog niet volledig georganiseerd. Dat wil zeggen vooral gericht op het operationele en minder op het strategische en op de mogelijkheden van ICT voor organisatievernieuwing.
Voor veel zorginstellingen is het moeilijk om te bepalen of nieuwe technologische producten zullen aanslaan bij medewerkers, inpasbaar zijn in zorg- en organisatieprocessen, koppelbaar zijn met andere systemen – of het landschap juist alleen maar gedifferentieerder maken – en dus of deze de investering waard zijn. Dat maakt het voor ICT-leveranciers en ondernemers op hun beurt weer risicovol om te investeren in nieuwe ICT-producten voor de zorgmarkt en maakt hen onzeker over hun businessmodel.
De zorgsector is voor de provincie Gelderland belangrijk. De provincie Gelderland stimuleert vier fieldlabs in de zorg waarin ondernemers innovatieve zorgtechnologie kunnen testen in zorginstellingen. Deze fieldlabs richten zich op verschillende doelgroepen van cliënten en dus ook op verschillende zorgprocessen en typen zorgorganisaties.
• Fieldlab gehandicaptenzorg (Siza, ’s Heeren Loo,Philadelphia)
• Fieldlab eerstelijnszorg (Thermion)
• Fieldlab tweedelijnszorg (Slingeland Ziekenhuis in samenwerking met Sensire en Rijnstate)
• Fieldlab revalidatie (St. Maartenskliniek). De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) participeert op verschillende manieren in deze fieldlabs met als bedoeling om kennis op te bou wen over wat kan met e-health innovaties en om studenten gedurende hun studie in innovatieve onderzoekssituaties (contextrijke leeromgevingen) te plaatsen. Zij werken mee aan vraagstukken in de labs en krijgen dus onderzoekend onderwijs in de praktijk. We concentreren ons in dit artikel op de eerste twee fieldlabs.
In deze fieldlabs worden prototypes of bestaande producten op het terrein van zorgtechnologie uitgetest in zorginstellingen. Het gaat daarbij om zorgtechnologie met in veel gevallen een hoge ICT-component (zoals serious games, apps, e-learning, bewegingsstimulerende technologie, virtual reality, et cetera). In deze labs zijn vijf processen gaande.
1. Het testen van een technologisch product (productontwikkeling door de leverancier).
2. Het leren hoe de zorg en zorgprocessen kunnen veranderen/verbeteren door gebruik te maken van innovatieve technologie. Zorgprofessionals vormen zich gedurende het testen van innovatieve technologie een beeld van wat technologie kan betekenen en vragen zich af wat de invloed ervan zal zijn op zorg- en bedrijfsprocessen (verhogen van adoptie- en verandervermogen van zorginstellingen).
3. Leren de eigen behoeften aan technologische oplossingen voor verbetering van de zorg te articuleren. Als een bepaald product wordt getest en maar ten dele geschikt wordt bevonden, ontstaat inzicht in wat eraan het product ontbreekt en dat is dus waar de zorginstelling blijkbaar behoefte aan heeft (vraagarticulatie door de zorginstellingen).
4. Het opbouwen van verkoopargumenten (new business development door de leverancier). Ondernemers leren welke argumenten in zorginstellingen leiden tot gebruik van de innovatie of juist niet. 5. Interprofessioneel werken (door leveranciers,zorginstelling en kennisinstelling).
Deze processen sluiten aan bij de e-leadership-doelstellingen van de EU om ICT-applicaties strategische te kunnen inzetten in sectoren en nieuwe businessmodellen met ICT mogelijk te maken (in dit geval voor ICT-ondernemers).
Rond de fieldlabs is sprake van gespreid leider schap. De zorginstellingen nemen leiderschap in het testen van innovatieve technologie in hun zorg-en bedrijfsprocessen en begeleiden medewerkers en cliënten daarin. Uiteraard brengen zij kennis over zorg en hun doelgroep in. Bovendien voorzien zij in besluitvormingsprocessen in het fieldlab waarmee de zorginstelling en de betrok ken ondernemers gezamenlijk kunnen bepalen of continuering van prototyping, testen of conceptontwikkeling zinvol is. Technologieleveranciers en ondernemers testen hun producten en diensten in weerbarstige real-life situaties en passen deze aan op de doelgroep. Natuurlijk nemen zij ook leiderschap in het vermarkten van hun producten. De HAN toont leiderschap langs twee wegen. Het breng via zorginhoudelijke lectoraten kennis in over doelgroepen, ziektebeelden en behandel- en verpleegmethoden, brengt met het lectoraat Innovatie in de Publieke Sector kennis in over innovatieprocessen en toepassingsprocessen van ICT, en brengt via ICT- en engineering-lectoraten technologische kennis in. Naast deze kennisinbreng toont de HAN leiderschap door studenten tijdens hun studie te betrekken bij innovatieve projecten in de regio en door onderwijs te vernieuwen vanuit deze projecten. Studenten en docenten nemen leiderschap in interprofessioneel werken en onderwijs. Dit alles bij elkaar stimuleert e-leadership in de zorg.
Amsterdam Metropolitan Region Cyber Security Center
Amsterdam is een van de grootste internetknooppunten ter wereld, en de stad en omliggende regio kennen veel bedrijven en instellingen in industrieën die sterk afhankelijk zijn van ICT. Afhankelijk van welke cijfers als uitganspunt worden genomen, is de schatting van het aantal banen in de ICT-sector in de regio Amsterdam rond 90.000. Amsterdam neemt daarmee 20 tot 25 procent van de Nederlandse ICT-sector voor zijn rekening.
Het is logisch dat in de regio grote behoefte bestaat aan specialisten op het terrein van informatiebeveiliging. Recent aangescherpte wetgeving op dit terrein heeft deze vraag alleen maar doen stijgen. Inmiddels dreigt de behoefte het aanbod te overstijgen. Bovendien is cybersecurity een hyperinnovatieve opgave. In cybersecurity geldt dagelijks: ‘What’s next?’. Een boek of syllabus schrijven, cases, opdrachten, colleges en tentamens ontwikkelen en deze dan enkele jaren onderwijzen is er dus niet bij. Bovendien wordt de ‘thrill’ niet ervaren door studenten in het klaslokaal of de practicumruimte. Niet in de laatste plaats gaat de strijd tussen cybercriminelen en cybersecurityspecialisten over de vraag ‘hoe blijft mijn werk zo onzichtbaar en ontraceerbaar mogelijk’ versus ‘hoe kan ik bewijzen wie het gedaan heeft’ – tegen de achtergrond van soms achterblijvende wetgeving. Opleiden moet dus wel dicht op de realiteit. De vragen in de regio zijn dus: Hoe leiden we meer cybersecurityspecialisten op? Hoe maken we ICT-producten überhaupt veiliger? Hoe blijven we bij in het vak en hoe houden we wereldwijde cybercriminaliteit bij? Deze vragen sluit aan bij de e-leadership doelstelling van de EU om ICT-gerelateerde vraagstukken in organisaties zo goed mogelijk te managen. In dit geval een actueel en ook bedreigend vraagstuk.
Het ROC van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam en een groot aantal bedrijven die werkzaam zijn op het terrein van cybersecurity hebben de handen ineengeslagen om specialisten op te leiden. Mede met behulp van het Regionaal
Investeringsfonds MBO worden stageplaatsen voor studenten en docenten opgezet bij bedrijven, worden masterclasses georganiseerd, docenten bijgeschoold, worden ‘communities of practice’ vormgegeven en wordt gewerkt aan een innovatielab als erkend leerbedrijf. Lectoraten en bedrijven brengen kennis in op het terrein van cybersecurity, digital forensics en innovatielabs. Op mbo- en op hbo-niveau wordt informatiebeveiliging integraal onderdeel van ICT-opleidingen en worden informatiebeveiligingsspecialisten opgeleid. Uiteindelijk moet het innovatielab een ontmoetingsplaats van wo, hbo en mbo worden, waarin uitdagende vraagstukken tot innovatieve oplossingen worden gebracht. Omdat veel securityspecialisten op hbo-niveau zijn opgeleid, en een ruim gedeelte van de instroom in ICT-opleidingen in het hbo vanuit het mbo komt, is bevordering van deze doorstroom een belangrijk doel. Via promotieonderzoek wordt het hele proces vier jaar lang onderzocht om te kunnen leren van het opzetten van dergelijke publiek-private samenwerking voor innovatief beroepsonderwijs.
Het kader toont enkele citaten uit dit promotieonderzoek waaruit blijkt wat de aspiraties van deelnemende organisaties zijn. De citaten komen van verschillende mensen in verschillende organisaties en met verschillende rollen daarin… en tonen gedistribueerd leiderschap.
Tot slot
De EU constateert een grote behoefte aan e-leadership. E-leadership kent vele facetten waarvan de gedistribueerde aard er één is. Deze hebben wij in dit artikel willen benadrukken. Dit doen we om twee redenen. Omdat onze samenleving een netwerksamenleving is en vele ICT-vraagstukken in de netwerksamenleving niet (meer) worden opgelost vanuit één organisatie en bijpassende veronderstellingen over hiërarchisch leiderschap. Bovendien is zelfs binnen organisaties e-leadership altijd verdeeld over tenminste businessmanagers en ICT-managers.
Een tweede reden is dat de roep om e-leadership vanuit de EU een sterk appèl doet aan het onderwijs. Het idee van gedistribueerd leiderschap is juist binnen dat onderwijs ontwikkeld en het belang ervan neemt toe nu ernaar wordt gestreefd om onderwijs beter te laten aansluiten bij de dynamiek van beroepen en om studenten contextrijke leeromgevingen te bieden. De field labs in de zorg en het Cyber Security Center zijn daarvan voorbeelden. Betrokkenen tonen daarin gedistribueerd leiderschap in belangrijke ICT-domeinen. Dit artikel toont de toekomstverwachtingen van de EU en hoe het beroepsonderwijs en organisaties en mensen in twee sectoren daarin hun e-leadership nemen. We sluiten graag af met een appèl aan uw e-leadership. Welk stukje van de gedistribueerde e-leadershippuzzel wilt u de komende jaren zijn in onze genetwerkte informatiesamenleving?
 
Erik de Vries (Erik.deVries@han.nl) is lector Innovatie in de Publieke Sector aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Hij is tevens lid van het kerndocententeam van de internationale Master Information Studies – program Business Information Systems van de Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica van de Universiteit van Amsterdam.
Reza Esmaili (R.Esmaili@hva.nl) is promovendus aan de Universiteit van Tilburg. Hij werkt sinds 1997 in verschillende rollen, zoals vakgroepcoördinator, onderwijsmanager, senior docent en onderzoeker, aan de opleiding HBO-ICT van de Hogeschool van Amsterdam. Hij is tevens lid van de Leadership Quest – een academische gemeenschap waarin ‘action research’ centraal staat – van het Zijlstra Center for Public Control, Governance & Leadership van de Vrije Universiteit.
De auteurs zijn Ben Visscher en Marcel Schilder van het ROC van Amsterdam erkentelijk voor de goede samenwerking in het Amsterdam Metropolitan Region Cyber Security Center.
Literatuur
De Vries, E.J., M. Gielen, & M. Kleppe (2016). Digitale vaardigheden in de zorg. Informatie. Maandblad voor de informatievoorziening. April. Sdu.
European Commission (2013). E-leadership. Skills voor concurrentievermogen en innovatie. Europese Unie. European Commission. Executive Agency for Small and Medium-sized Enterprises (EASME) (2015).E-skills manifesto, 2015.
Iveroth, E., P. Fryk, & B. Rapp (2013). Information technology strategy and alignment issues in health care organizations. Health Care Management Review, 38 (3), pag. 188-200.
Kresin, F. (2015). Digitale Sociale Innovatie. Hoe het internet wordt gebruikt voor sociale, maatschappelijke en ecologische duurzaamheid. Informatie. Maandblad voor de informatievoorziening. December. Sdu.
Robinson, S., L. Hendriks, B. Hanny, W.B. Korte, & T. Hüsing (2015). New curricula for E-leadership skills. Guidelines and quality labels for new curricula for E-leadership skills in Europe. European Commission.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag