Een nieuw ­internetleven

In mei 2014 heeft het Europees Hof van Justitie in een baanbrekend arrest tegen Google het ‘recht om op internet vergeten te worden’ geïntroduceerd. Op grond van deze uitspraak is een zoekmachine (doorgaans Google) in sommige gevallen gehouden om zoekresultaten te verwijderen op verzoek van personen, zelfs wanneer de publicatie op zichzelf niet onrechtmatig is. Dit recht om vergeten te worden, is door mij eerder ook wel aangeduid als het recht op een nieuw internetleven.

 

Indien zo’n verwijderverzoek wordt gedaan dient Google – als verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens – een belangenafweging te maken. Er moet worden gekeken naar enerzijds de aard van de betrokken informatie en de gevoeligheid ervan voor het privéleven van het individu, en anderzijds het belang van het publiek om over deze informatie te beschikken. Volgens het Hof kan opname in zoekresultaten een potentieel ernstige inmenging zijn in het privéleven, vandaar.

In december vorig jaar – dus een half jaar nadat het Europees Hof het recht op een nieuw internetleven heeft geïntroduceerd – had Google al een dikke 11.000 particuliere verwijderverzoeken ontvangen uit Nederland, die betrekking hadden op bijna 43.000 url’s. Ruim 36.000 url’s daarvan konden goed door Google beoordeeld worden. En ruim 15.000 url’s werden uiteindelijk door Google verwijderd.

 

Tot nu toe zijn er (slechts) twee uitspraken geweest in Nederland over het recht om vergeten te worden, en in beide gevallen wees de rechter het verzoek af.

Op 18 september vorig jaar oordeelde de Amsterdamse rechtbank in een kort geding dat het recht op een nieuw internetleven niet geldt voor criminelen. Het ging in deze zaak om de escortbaas Arthur van M. (die in een programma van Peter R. de Vries werd ontmaskerd tijdens het beramen van een huurmoord). M. eiste dat Google verschillende links naar informatie over zijn veroordeling zou verwijderen. De rechtbank gaat hierin niet mee.

Volgens de rechtbank beoogt de uitspraak van het Europees Hof niet om personen te beschermen tegen allerlei negatieve berichten op internet, maar alleen tegen het langdurig ‘achtervolgd worden’ door berichten die ‘irrelevant’, ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn. Volgens de rechtbank zijn zowel de veroordeling voor een ernstig misdrijf zoals die van M., als de daaropvolgende negatieve publiciteit in het algemeen blijvend relevante informatie over een persoon. De negatieve kwalificaties die daarbij kunnen voorkomen, zullen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn.

 

Op 12 februari jl. heeft de rechtbank Amsterdam opnieuw een uitspraak gedaan. Het betrof wederom een kort geding, aangespannen door een partner bij KPMG. Die had een nieuwe woning laten bouwen in Naarden. Hij krijgt echter een geschil met zijn aannemer dat hoog oploopt: de aannemer vervangt de sloten van zijn woning. Dan verschijnt er op de voorpagina van De Telegraaf – die KPMG sowieso aardig op de korrel heeft – het artikel“Topman KPMG bivakkeert in container”, inclusief een foto van hem. Verschillende media nemen vervolgens het artikel, in al dan niet gewijzigde bewoordingen, over. Saillant: het vonnis somt een flink aantal links naar die artikelen op.

 

De kort gedingrechter wijst de vordering, als gezegd, af. Allereerst stelt de rechter dat zoekmachines zoals Google een maatschappelijke functie vervullen, en dat terughoudendheid is geboden bij het opleggen van beperkingen. De catalogusfunctie die de zoekmachine volgens de rechter in feite heeft, wordt ernstig belemmerd indien strenge beperkingen worden opgelegd. Ook boet de zoekmachine daarmee aan geloofwaardigheid in, aldus de voorzieningenrechter. Bij de toepassing van het zogenoemde verwijderingsrecht gaat het volgens de rechter vooral om de relevantie van de gevonden zoekresultaten, en niet zozeer om de vraag of de inhoud zelf ontoereikend, irrelevant of bovenmatig is. Een beroep op het verwijderrecht is niet bedoeld ter omzeiling van een procedure, waarin een inhoudelijke toetsing van het artikel kan worden gevraagd. Evenmin is het de bedoeling om onwelgevallige maar niet onrechtmatige artikelen via de omweg van een verwijderingsverzoek aan het zicht van het publiek te onttrekken.

 

De zaken van M. en de KPMG-partner tonen wat mij betreft ook aan dat je tevoren goed je knopen moet tellen. Het risico is immers aanwezig dat je jezelf nog meer in de schijnwerpers zet. Sterker nog, de rechter in de zaak van de KPMG-partner somt alle linkjes naar de betreffende artikelen in de media ook nog even fijntjes op. Soms geldt dus: wie geschoren wordt, moet stilzitten. Of misschien beter: wie op internet geschoren wordt, moet gaan bewegen en zorgen voor linkjes naar positieve content. Da’s natuurlijk ook een manier om een nieuw leven op internet te starten.

 

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag