Empathische computers breken door

Empathische computers breken door
We leven in een tijd waarin empathische computers doorbreken. Computers worden nog intiemer, nog meer op de mens gericht en overal aanwezig. Dat geeft ICT-innovaties een nieuw elan, maar bemoeizucht en beklemming liggen op de loer.
De afgelopen jaren is informatietechnologie steeds persoonlijker, socialer en meer nadrukkelijk aanwezig. Na de komst van wearable computing en andere nieuwe internetproducten, is een logisch volgende stap: nog intiemer, nog meer op de mens gericht en overal aanwezig. Zet de geschiedenis van IT op een rij – begin bij salarissystemen, databasemanagement, ERP en CRM. Hop dan naar sociale media, de tablets en smartphones, en maak een sprong vooruit naar andere slimme toepassingen zoals Google Glass en digitale tattoos. De lijn die zich dan aftekent, loopt van grote rekenkamers naar het menselijk lichaam, van software die berekenend is, naar software die zintuigen versterkt en met ons meeleeft. Het etiket dat we daar op kunnen plakken is ‘empathic computing’: computers die zich in de mens kunnen inleven, zich bewust zijn van onze gevoelens, gedachten of ervaringen, zonder dat we die expliciet kenbaar hebben gemaakt. In dat laatste schuilt ook de handigheid, want je hoeft niet meer voortdurend commando’s te geven en dingen op te zoeken. Zaken worden op een presenteerblaadje aangereikt, precies wat je nodig hebt op dat moment, zonder dat je er veel voor hoeft te doen.
Empathic things zijn elektronische systemen die op of in het lichaam worden gedragen. Ze lezen data over de gebruiker en zijn omgeving uit, of ze verrijken hun omgeving door informatievoorziening. Empathic things, ze zijn altijd ‘aan’ (verbonden) en in hoge mate contextueel in de informatie die ze voorzien, of de actie die ze ondernemen. Fantasieën over handige digitale persoonlijke hulpjes zijn er altijd geweest, maar de successen bleven vaak uit. De virtual reality-headset, de Xybernaut Poma Wearbable PC uit 2002, de MSN Direct Smart Watch uit 2004 of de Modo uit 2000 (die informatie stuurde van nabijgelegen restaurants): wie kent ze nog? De kansen op een doorbraak zijn vandaag de dag echter vele malen groter. Want de honger naar meer digitaliteit in ons leven is groot.
Dat is door de introductie van de smartphone goed op gang gekomen. Voeg daar cloudcomputing aan toe om alles makkelijk met elkaar te verbinden, analytics om diensten te verfijnen, en sociale media om er een persoonlijke touch aan te geven. Verder zijn de chips en sensoren dramatisch in prijs gedaald, maakt de miniaturisering het mogelijk om het overal in te stoppen, en is de slimheid van deze smart devices enorm toegenomen. De kaarten zijn dus veel beter geschud dan vijf of tien jaar geleden. Dat ‘techies’ zoals Alexander Klöpping enthousiast zijn over Google Glass en andere interessante gadgets ligt voor de hand. Maar een echte doorbraak komt pas als onze grootmoeders ermee overweg kunnen. Daarmee is niet gezegd dat die er niet zal komen, maar er moet nauwgezet gekeken worden naar de verschillen tussen de zogenaamde ‘early adopters en innovators’, en de overgrote meerderheid die daar achteraan hobbelt. De valkuil zit erin dat de makers van al die apparaten zich vaak blindstaren op de eerste groep. Jeffrey Moore schreef over dit dilemma een fraai boek ‘Crossing the Chasm’, waarin het dichten van de kloof tussen de eerste gebruikers en de rest die volgt centraal staat. Simpel gezegd komt het erop neer dat het vooral het gebruiksgemak – en wat het precies oplevert – centraal staat bij de meerderheid van de bevolking. Je moet zo min mogelijk het idee hebben met technologie bezig te zijn (gedoe) en hoe het precies werkt, is al helemaal niet interessant. In tegenstelling tot de innovatieve gebruikers in het begin, want die investeren graag hun tijd in het uitpluizen van de techniek. Dit lijkt een simpele conclusie en een voor de hand liggende aanpak, maar niets is minder waar. Want het interessante deel komt nu juist pas als aan die voorwaarden is voldaan. Dan komen de morele en economische afwegingen: willen we dit wel, wat leveren we in, wat krijgen we ervoor terug?
Scenario’s
Laten we eens een actueel voorbeeld geven. Touringcarbedrijf Koninklijke Beuk. Het bedrijf zegt de wereldprimeur te hebben met een nieuw systeem dat vermoeidheid detecteert bij buschauffeurs tijdens de lange ritten naar de vakantiezon. De Australische leverancier Seeing Machines levert de apparatuur om het gedrag in de buscabine te monitoren. Het bedrijf is enthousiast omdat de kosten van het systeem nog maar een derde zijn van wat er tot dan toe beschikbaar was. Dat was een van de aanleidingen om ermee te beginnen. De passagiers zijn blij, want dreigt de vermoeidheid bij de chauffeur toe te slaan, dan gaan er schokjes af in de stoel van de bestuurder en krijgt de bijrijder in de slaapcabine een seintje. Ook afwijkend gedrag, als lang bezig zijn met de radio, wordt naar de server op het hoofdkantoor gestuurd.
De consequentie van deze empathische informatiesystemen is dat het informatielandschap veel dynamischer wordt, de context van het individu centraal komt te staan en real-timedata nog veel belangrijker gaan worden. Zo zou je de eerste informatiesystemen kunnen zien als ‘systems of record’: ze legden vooral vast en keken terug. En de nieuwe als ‘systems of engagement’: ze betrekken het individu er veel meer bij en spelen in op zijn gevoel en onderliggende behoeften en intenties. Dit alles wordt nu versterkt in gang gezet door empathic computing. Dat deze systemen ook weerzin op kunnen roepen maakt een wezenlijk onderdeel uit van toekomstscenario’s. Uiteindelijk gaat het erom dat het sociaal, economisch en technologisch een positieve som moet opleveren. Drie mogelijke scenario’s.
De ‘quantified’ werknemer Stress-en vermoeidheidsniveaus worden gemeten en gerelateerd aan de uitvoering van werkzaamheden. Veiligheid in verkeer, trein, auto, vliegtuig is erbij gebaat. Maar ook de chirurg die in het weekend te veel heeft gefeest en maandagochtend opereert, veroorzaakt onnodig risico dat door empathische systemen ingeperkt kan worden.
Genezers worden voorkomers Stress is een van de belangrijkste veroorzakers van ziekteverzuim. Ziekten, symptomen en allerhande kwaaltjes kunnen ver voordat ze daadwerkelijk problemen veroorzaken, worden ontdekt door sensoren en data-analytische modellen. Door technologie in het lichaam worden op afstand waarden aangepast en behandelingen uitgevoerd waardoor de kans om dood te gaan wordt geminimaliseerd.
Meer spionage is nodig De optelsom van quantified mensen, objecten en omgevingen is een quantified, digitale samen leving. Niet slechts binnen de grenzen van het virtuele, maar ver daarbuiten in een nieuwe werkelijkheid waar het digitale naadloos is verweven met het fysieke. Nieuwe partijen – of dat nou overheden, hackers of terroristen zijn – trachten deze digitale infrastructuur naar hun hand te zetten of te ontregelen. Ter preventie hiervan zal, na de continue monitoring van het web, ook de digitale laag over de fysieke samenleving zwaar worden gemonitord. Iedere bit aan informatie zal door derde partijen worden gescand en geanalyseerd. En als de slimme algoritmes daar aanleiding toe geven, gaan de alarmbellen af en wordt eventueel gevaar voorkomen.
Sleutelen aan de mens
Analisten zijn er stellig over: de markt wordt de komende jaren overspoeld met een scala aan persoonlijke internetapparaten. Gedreven door een technologiepush vanuit de industrie – die geconfronteerd wordt met teruglopende of tegenvallende smartphone-en tabletverkopen – ontwikkelt zich een strijd om de pols (smartwatch), de neus (smartglasses, al focust Google met zijn Google Glass voorlopig alleen op zakelijke toepassingen) of zelfs het brein van de consument (de smart wig: er wordt serieus gewerkt aan pruiken die hersengolven registreren). Aan druk vanuit de industrie en de gerelateerde marketingbudgetten zal het niet liggen. Technologiebedrijven als Apple en Google, maar ook Samsung, Sony, Microsoft, LG en HTC, zetten allemaal hoog in door zo snel mogelijk producten in de markt te zetten.
De consequenties hiervan zijn te vertalen naar verschillende scenario’s. Zo is het bijvoorbeeld voorstelbaar dat de persoonlijke data ook een rol gaan spelen op de werkvloer: de introductie van het begrip ‘quantified employee’. Maar voordat we tot conclusies komen over wat ons te wachten staat, is het zeker zo belangrijk beter te begrijpen waar die empathische dingen nu voor staan. Wat doen ze feitelijk en doen ze allemaal hetzelfde? Of zijn ze op een of andere manier te categoriseren waardoor we meer grip krijgen op de functie en werking ervan. De karakterisering van deze tech-gadgets levert zes verschillende gebieden en toepassingen op. Afhankelijk van waar de empathische dingen zich bevinden (in, op of om het lichaam) en welke data ermee gemoeid zijn (lichaamsdata of externe data), komen we tot de volgende indeling.
Enchantables
Alledaagse objecten die de mens in zijn omgeving ten dienste staan maar die nu met intelligente technologie worden uitgerust: enchantables, ook wel aangeduid met de term ambient technology. Een voorbeeld van zo’n enchantable is het pillendoosje GlowCaps van het bedrijf Vitality. In het deksel zit een sensor die signaleert wanneer het geopend wordt en een LED-lampje dat knipperend om aandacht kan vragen. Wanneer het tijd is om de medicijnen in te nemen, word je daar door het knipperlichtje op gewezen. Als na verloop van tijd nog steeds de medicijnen niet zijn ingenomen (lees: het deksel van het doosje is nog niet geopend), wordt het tijd voor aanvullende maatregelen. Van een minder subtiel lichtsignaal tot eventueel een tekstbericht naar de mantelzorgverlener, afhankelijk van hoe serieus de situatie is.
Swallowables Technologie in het lichaam die interne lichaamsdata een interface geeft. Zo heeft Motorola samen met Proteus Digital Health een digitale pil ontwikkeld. Na doorslikken wekt de pil met elektroden van magnesium en koper de vereiste elektriciteit op via het maagzuur. Eenmaal in het lichaam zendt de pil een uniek 18-bits signaal uit dat als ‘authentication token’ gebruikt kan worden. De pil maakt daarmee van het lichaam een digitaal identiteitsbewijs dat kan worden gebruikt om toegang te krijgen tot ruimtes, computers of bestanden. De technologie in de omgeving van de gebruiker kan hiermee automatisch herkennen wie er in de buurt is, en daar de interactie op afstemmen.
Wearables De meest zichtbare vorm van draagbare technologie is de huidige generatie wearables: technologie die op het lichaam wordt gedragen en zich met name richt op lichaamsdata. Voorbeelden die nu al op de markt zijn, zijn de activity trackers van JawBoneUp, Nike en FitBit, maar ook de smartwatches van Samsung en Pebble. Een kijkje in de toekomst van draagbare ‘bandjes’ of ringen is de Sign Language Ring. Deze set van ringen en een armband leest gebarentaal en zet de gebaren om in een stem. Andersom werkt hij ook: hij vertaalt gesproken zinnen naar tekst die op het schermpje van de armband is af te lezen. Het idee, dat werd ontwikkeld door een groep Chinese onderzoekers aan de Asia University, is nog in conceptfase, maar wel zo vernuftig dat het werd beloond met een Red Dot Design Award voor het beste Design Concept van 2013.
Augmentables Deze categorie maakt gebruik van data uit de omgeving van een gebruiker en heeft tot doel om de zintuigen aan te vullen en te versterken. Google Glass vult de fysieke wereld die we om ons heen waarnemen aan met digitale informatie. Mogelijkheden zijn er waar situationele informatie of interactiviteit van belang zijn. Zo heeft Philips een Google Glass-toepassing gemaakt waarmee de chirurg tijdens een operatie de patientgegevens kan inzien. Dit levert direct al veel waarde op: de chirurg heeft onmiddellijk toegang tot de vitale functies van de patiënt en de behandelaar kan beelden en andere patiëntgegevens oproepen, ongeacht waar hij zich in het ziekenhuis bevindt. Hij kan een live-videoconferentie voeren met een andere chirurg en direct beelden delen van wat er tijdens de operatie wordt aangetroffen. In oktober 2013 voerde chirurg Marlies Schijven van het AMC in Amsterdam een operatie uit met een Google Glass-bril. Beelden werden onder meer live verstuurd naar het congres Games for Health Europe , waar een andere chirurg via zijn eigen Google Glass-bril meekeek met de operatie. De beelden werden daar op een scherm voor een breder publiek geprojecteerd.
Surroundables Bij surroundables gaat het om de combinatie van interne lichaamsdata en de omgeving van een gebruiker. Zo experimenteert Nissan bijvoorbeeld met een smartwatch die autorijden veiliger moet maken, de Nismo-watch. Het slimme horloge geeft de bestuurder specifieke informatie via een speciale app op de smartphone over onder meer de gemiddelde snelheid, het brandstofverbruik en het onderhoudsschema van de auto. Ook houdt de Nismo biometrische gegevens bij, zoals hartslag en lichaamstemperatuur, zodat autorijders kunnen zien hoe fit ze nog zijn.
Biohackables Wellicht de meest baanbrekende variatie heeft tot doel om de menselijke beperkingen te overstijgen: biohackables. Dit is technologie die in het lichaam wordt geïmplanteerd om de mens te verbeteren. Zo is er de 34-jarige Rich Lee die dit jaar magneten in zijn tragus, het kleine uitsteeksel voor het oorkanaal, implanteerde. In combinatie met een halsketting fungeren ze als ingebouwde speakers. Tim Cannon is een andere voorloper op dit gebied en heeft samen met Grindhouse Wetware een chip gebouwd die allerlei biometrische gegevens meet. Zo meet de Circadia onder andere de lichaamstemperatuur en krijgt de drager een melding als hij een beginnend griepje ontwikkelt. Via Bluetooth of wifi-verbinding worden alle gegevens verstuurd. Cannon bracht de chip ter grootte van een smartphone met hulp van een behulpzame collega-bodyhacker aan in zijn arm.
Sleutelen
Deze categorisering laat zien dat de toepassingen en mogelijkheden nogal uiteenlopen. Een geheugenpil voor je passwords of een Google Glass die op staande voet foto’s voor je kan schieten, lijken feitelijk weinig met elkaar te maken te hebben. Maar het overkoepelende terrein waar beide zich op bevinden is de verbetering van de menselijke en zintuigelijke capaciteiten. In deze nieuwe vormen van digitale augmentatie resoneren de woorden van mediagoeroe Marshall McLuhan uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij concludeerde dat alle mediatechnologie uiteindelijk de mensheid verandert. Zijn woorden drukken vandaag de dag een stempel op het debat van ‘empathic things’. We zien heel veel enthousiasme over deze ontwikkelingen, maar ook mensen die zich afvragen of we dit wel moeten willen. Het enige antwoord dat we daarop kunnen geven luidt dat de mens in het verleden de techniek altijd naar zijn hand heeft weten te zetten. De verworvenheden van vandaag – verwarming, huizen, auto’s, spelcomputers, micro-ovens, wasmachines, mobiele telefoons – zijn allemaal bepalend geweest voor grote veranderingen in de maatschappij. Al die blijvertjes waar we aan gewend zijn en waar we niet meer buiten kunnen, maken het leven oneindig veel leuker en aangenamer. ‘Empathic things’ zullen het leven verder kunnen veraangenamen op al die terreinen waar ze onze menselijke capaciteiten kunnen verbeteren.
 
 
KADER: De gebruiker aanvoelen
Als het gaat om het karakteriseren van mensen kun je naast het IQ ook kijken naar het EQ (Emotioneel Quotiënt) – emoties en relaties. Om echt succesvol te zijn, zul je op beide goed moeten scoren. Hetzelfde geldt voor systemen: ‘correcte informatie laten zien’ is niet langer het eindpunt. Het gaat nu ook om het aanvoelen van de gebruiker: wat zijn de intenties, wat is er nodig om deze klant te helpen als hij zich in deze situatie bevindt, hoe kunnen we een nog betere beleving creëren die zorgt dat de klant loyaal aan het bedrijf blijft? De empathie in computersystemen kunnen marketeers helpen om relevante boodschappen te schiften van reclameruis. Weten in welke context een consument zijn product gebruikt, met welke emotie hij de winkel binnenstapt, hoe hij zich beweegt, biedt tal van nieuwe mogelijkheden. Bovendien leveren ‘empathic things’ een nieuwe stroom gegevens, zoals stress, hartslag, emotie, vermoeidheid, die levens kunnen redden, welzijn kunnen verbeteren en ziekte kunnen voorkomen.
 
KADER: toezichthouder
Computers gaan hun wil opleggen. We zijn niet meer vrij om alles te doen en te laten. Met sensoren zo dicht op ons lichaam voelen we ons voortdurend bespied en gemonitord. Zeker ook omdat het Internet of Things sensoren en actuators (een toestel dat invloed kan uitoefenen op zijn omgeving) bevat. Dat betekent dat er naast een signaalfunctie ook direct ingegrepen kan worden. Als zorgverzekeraars de vrije hand krijgen, dan zou ons goede gedrag beloond kunnen worden met lagere premies. Dat zou een manier zijn om uit de impasse te komen van de alsmaar stijgende ziektekosten. Maar een persoonlijke digitale toezichthouder is toch heel wat anders dan de persoonlijke butler. Nog daargelaten waar de data allemaal heen gaan en de risico’s van het hacken. Bovendien, ons leven wordt al genoeg gedomineerd door de smartphone. Een extra verslaving aan stappentellers of Google Glass brengt ons nog veel verder van huis.
 
Menno van Doorn (menno.van.doorn@sogeti.nl) is directeur van Sogeti’s Verkenningsinstituut Nieuwe Technologie (VINT).
Het artikel is gebaseerd op een onderzoeksrapport van VINT, dat te downloaden is via http://labs.sogeti.com/internet-of-things/

Tag

IoT

Onderwerp

IoT


Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag