EU-beleid giet IT’er in beton

Twee jaar geleden lanceerde de Europese Commissie een plan om het tekort aan IT-leiderschap en -professionaliteit op te heffen. De productiviteit en innovatie moeten worden gestimuleerd. In 2020 moeten de resultaten zichtbaar zijn. Maar het gaat niet goed, concludeert Mark Govers. De situatie is bedroevend. Het beleid hanteert achter­haalde concepten.

De Europese Unie (EU) zet strategisch in op informatie en communicatietechnologie (IT). Met IT moeten productiviteit en innovatie worden gestimuleerd zodat een sterkere en waardevollere Europese economie ontstaat die de competitie met Noord-Amerika en Azië aankan. Uit studies blijkt dat er in Europa een chronisch tekort is aan IT-leiderschap en -professionaliteit. Om dit gat tegen 2020 te dichten, lanceerde de Europese Commissie (EC) het zogenaamde e-skills-initiatief in januari 2013 (zie kader). Recentelijk presenteerde men in Brussel de voortgang met betrekking tot ‘e-leadership’ en ‘IT-professionalism’ op een tweedaagse conferentie. Ik kan daarover kort zijn: bedroevend. Tot mijn verbazing hanteert men een achterhaald en ineffectief leiderschapsconcept. De IT-leider handelt vanuit technologische excellentie in plaats van IT-deskundigen te stimuleren om buiten de gebaande paden te treden.

In lijn hiermee ligt mijn tweede verbazing. IT als professie wordt complexer en in beton gegoten. Het leidt onvermijdelijk tot normatieve druk: de IT-professional voelt de druk om vooraf geïnstitutionaliseerde regels en protocollen stringent op te volgen. Hoe dit beleid productiviteit en vooral innovatie moet stimuleren, is mij een raadsel. Innovatie is juist gebaat bij de stimulans om af te wijken van regels en protocollen. Op weg naar 2020 zou het EC-beleid bijgesteld moeten worden (zie kader).

 

Professionalisering

Het is begrijpelijk dat de IT-industrie en -opleidingsinstituten bij de EC lobbyen voor IT-professionalisering. Het biedt hun namelijk veel voordelen. IT staat in vergelijking met volwassen professies zoals geneeskunde en advocatuur nog in de kinderschoenen. Een volwassen professie kenmerkt zich door inhoud, positie en autonomie. Inhoud komt tot uitdrukking in een ‘body of knowledge’ en ‘related competences’. Zodra deze geformaliseerd zijn, kunnen de inhoudelijke kennis en kunde gestandaardiseerd aangeleerd en getoetst worden door geaccrediteerde opleidingsinstituten. Hierdoor kan ‘kwakzalverij’ uit de professie gebannen worden, waardoor kwaliteit toeneemt. Dit zou het – enigszins onder druk staande – IT-imago ten goede komen. Een volwassen professie weet zich ook af te bakenen van andere vormen van arbeid. Dit geeft de professie als groep een maatschappelijke positie. Hierdoor kan de groep zich organiseren en wettelijke bescherming voor haar handelen afdwingen. Het zou kunnen betekenen dat alleen erkende IT’ers software mogen ontwikkelen en onderhouden, omdat alleen zij over de nodige kennis en kunde beschikken. En dat alleen geaccrediteerde opleidingsinstituten IT’ers mogen opleiden. Net zoals alleen artsen patiënten mogen behandelen en alleen universiteiten artsen mogen opleiden. Dit zou de productiviteit van de IT-industrie en -opleidingsinstituten ten goede komen. Tot slot weet een volwassen professie zich ook autonomie te verwerven. Het betekent dat de professie zich zelfstandig bestuurt, ontwikkelt en sanctioneert. Het zou kunnen betekenen dat de IT-industrie de kwaliteitscriteria voor projectuitvoering zelf bepaalt. Net zoals de Orde van Advocaten bepaalt of een advocaat juist gehandeld heeft. Dit zou het succesniveau van de IT-industrie ten goede komen.

Dit overziend lijken de IT-industrie en -opleidingsinstituten vooral zelf gebaat bij deze professionalisering. Met het institutionaliseren van wat IT inhoudt, verkrijgt ze een maatschappelijk beschermde positie en geaccepteerde autonomie. Waar is de klant in dit alles? Die lijkt secundair. Wat de klant nodig heeft, namelijk IT die past bij de organisatie, mensen en omgeving, lijkt een afgeleide. Achteraf bekeken is het dan ook niet zo vreemd, dat het woord ‘klant’ (gebruiker) nauwelijks in de mond werd genomen tijdens de tweedaagse conferentie. Zodra het woord in de discussie werd gebracht, werd het ijzig stil. Het creëren en innoveren van toegevoegde waarde staat of valt echter bij de gebruiker van IT: de (toekomstige) klant. Daarom zou in het EC-beleid de gebruiker en niet de technologie centraal moeten staan bij het professionaliseren van het IT-vak.

Professionalisering gaat gepaard met de tendens tot specialisering. Met het volwassen worden van de IT-professie ontstaan gespecialiseerde deelgebieden die zich verder opdelen in sub-specialisaties. Dit proces valt niet te stoppen en is duidelijk zichtbaar in de IT-industrie. Het tekent de professioneler wordende professie. De keerzijde van specialisering is, dat meerdere specialismen afgestemd en gecoördineerd moeten worden om samen kwalitatief en productief een product of dienst op te leveren. Kortom: de afstemming en coördinatie worden complexer. De gevaren van verkokering en ‘misalignment’ liggen op de loer. Met leiderschap kan dit voorkomen worden.

 

Leiderschap

Het type leiderschap waarop ingezet wordt, laat een verrassend discours zien. Leiderschap wordt gelijk gesteld met technologische excellentie. Het beschikken over hoogwaardige IT-expertise. Maar technologische excellentie is niet hetzelfde als leiderschap. Integendeel. Leiderschap gaat over andere competenties dan technologische. Tegenwoordig onderscheidt men twee vormen van leiderschap: transactioneel en transformationeel. Transactioneel leiderschap staat gelijk met wat we, populair gezegd, management noemen. Het ervoor zorgen dat taken afgestemd en gecoördineerd uitgevoerd worden. Een vaardigheid die in de IT-industrie, bijvoorbeeld in projecten, zeker te verbeteren valt. Insteken op dit type leiderschap is wat men zou verwachten als het verbeteren van kwaliteit en productiviteit op het vizier staan. Niet dus.

Transformationeel leiderschap gaat verder en staat gelijk met wat we, populair gezegd, leiderschap noemen. Het is de vaardigheid om anderen te mobiliseren het beste uit zichzelf te halen en vooral om onbekende wegen te bewandelen. Het is met name dit transformationeel leiderschap dat we zouden verwachten als innovatiebevordering het streven is. Tot mijn verbazing waren de door de EC ingehuurde deskundigen en kennisinstituten niet op de hoogte van de huidige inzichten in leiderschap. Los hiervan, laat het de armoede van het gevoerde EC-beleid zien. Het beleid stoelt op het Peter-principe. Dit principe leert ons dat iemand opklimt tot zijn niveau van incompetentie. De excellerende, technisch hoogstaande automonteur bereikt zijn limiet zodra hij als chef werkplaats de andere monteurs gaat managen en leiden. Kortom: kwaliteit en productiviteit vragen vooral transactioneel en minder technologisch leiderschap. Innovatie vraagt daarenboven transformationeel leiderschap. Leiders die IT-deskundigen helpen nieuwe en innovatieve paden te zoeken en te bewandelen. En dergelijke leiders hoeven niet per se te beschikken over IT-kennis en -kunde. Het EC-beleid gaat daar juist wel van uit.

 

Conservatisme

Het EC-beleid van professionalisering en e-leiderschap hoeft nog geen verloren zaak te zijn. Professionalisering van het IT-gebied valt toe te juichen; sterker nog, is noodzakelijk. Ondanks de miljarden die in de IT-industrie omgaan, is er nog te veel amateurisme, kwakzalverij. Toch mag men zich door professionalisering niet dubbel laten verblinden. Professionalisering creëert normatieve druk voor de individuele professional: om tot de IT-gemeenschap toegelaten te worden moet men regels en protocollen opvolgen. Innoveren impliceert juist het ter discussie stellen, het afwijken van die regels en protocollen. Voor de professional kan zo’n gedrag het gevaar inhouden als professional uitgesloten te worden. De normatieve druk stuwt zo conserverende krachten. Het tegenovergestelde van wat met het EC-beleid wordt beoogd. Een professionaliserende beroepsgemeenschap ontwikkelt specialismen met een voorspelbare tendens zichzelf in stand te willen houden. Een dergelijk bureaucratiserend mechanisme ontketent conserverende krachten wanneer vernieuwingen aan de deur kloppen. Beide conserverende krachten leggen de achilleshiel van het EC-beleid bloot. IT moet als beroepsgroep professionaliseren. Zeker. Echter, om deze professionalisering kwalitatief, productief en innovatief waarde te laten creëren, is vooral een ander dan technologisch leiderschap nodig. Tenminste transactioneel en liefst transformationeel leiderschap is gevraagd. Het EC-beleid steekt echter in op technologisch leiderschap. Dit houdt het gevaar van conservatisme in omdat men de professioneler wordende IT-deskundigen niet weet te stimuleren oplossingen te zoeken buiten de gebaande paden. Een dergelijk conservatisme biedt een weinig vruchtbare voedingsbodem voor innovatie.

EC-beleid

In januari 2013 lanceerde de Europese Commissaris voor Industrie en Technologie het e-skills-initiatief als reactie op inadequate IT-skills in de EU. Dit gebeurde op basis van een tripel-helix-benadering waarin overheid, industrie en hogere opleidingsinstituten samenwerken. Professionalisering van het IT-domein via onderwijs vormt het fundament. Het gaat om het ontwikkelen van curriculumprofielen en van kwaliteitscriteria om onderwijsprogramma’s aan universiteiten en business schools te evalueren. E-leiderschap krijgt speciale aandacht. Voor effectief e-leiderschap zijn die skills noodzakelijk die hoogwaardige IT-deskundigen in staat stellen om de staf uit het IT-domein en uit andere businessdomeinen te leiden innovatieve businessmodellen te identificeren en te ontwikkelen. Hun succes wordt gedefinieerd als het kunnen toepassen van IT-ontwikkelingen. Voor meer achtergrondinformatie zie: www.eskills-guide.eu.

Op weg naar 2020

Op weg naar 2020 zou het EC-beleid op drie cruciale punten bijgesteld moeten worden. Ten eerste, de gebruiker van IT (de klant) zou centraal moeten staan bij het professionaliseren van het IT-vak. Nu staat de technologie nog te veel centraal. Ten tweede, creatief en innovatief denken zouden als algemene IT-vaardigheden aandacht moeten krijgen. En ten derde, het type leiderschap zou moeten verschuiven van een focus op technologie naar het stimuleren van mensen regels en protocollen ter discussie te stellen met als doel nieuwe en innovatieve oplossingen te vinden. Dit betekent meer richten op transformationeel en minder op technologisch leiderschap.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag