Geld verdienen met SMAC(T)

De trends in IT-land worden tegenwoordig aangevoerd door Social, Mobile, Analytics, Cloud en ook steeds meer door Things. SMAC(T), voor de duidelijkheid. Maar hoe valt daar concurrentievoordeel mee te behalen, hoe verdienen ondernemers daarmee hun geld? Een bloemlezing van de mogelijkheden.

SMAC staat volop in de belangstelling, bij kleine en ook bij grote bedrijven. IBM, waar het onderwerp doorgaans wordt aangeduid met CAMSS, heeft er zelfs een fors investeringsplan omheen gezet. Het bedrijf ziet in 2018 een mogelijke omzet van 40 miljard dollar voor de activiteiten in clouddiensten, data-analyse en mobiele toepassingen. Daarom investeert IBM daarin nu een bedrag van 4 miljard dollar.

 

IBM’s CEO Ginni Rometty noemt de drie ontwikkelingslijnen CAM ‘strategische noodzakelijkheden’. IBM is de afgelopen jaren steeds afhankelijker geworden van deze nieuwe activiteiten nu de traditionele bedrijfsonderdelen zijn verkocht. In 2010 waren deze divisies met nieuwe activiteiten nog goed voor 13 procent van de totale omzet, nu is dat inmiddels 27 procent geworden.

Het verdienmodel van SMAC heeft twee kanten. In de eerste plaats is er de aanbieder die allerlei apparatuur, software en bijbehorende diensten levert. De verkoop daarvan levert dik geld op. De andere kant wordt gevormd door bedrijven die gebruik maken van SMAC en op die manier hun financiële resultaten de lucht in zien gaan.

 

 

C/S

Cloud speelt een belangrijke rol voor Oracle. “Al onze producten zijn leverbaar voor gebruikt in de public cloud, denk maar aan de databases, Java en Oracle Documents. Het zijn de applicaties die van een omgeving een succes maken of niet. Alleen een infrastructuur is niet zo spannend”, zegt Reinier van Grieken, managing director Oracle Nederland. Naast de cloud is er binnen Oracle ook een wijdverbreid sociaal netwerk. Dat heet simpelweg Oracle Social Network en het verbindt gebruikers van de eigen applicaties met elkaar. “Het is dus geen consumentenproduct, waar iedereen zomaar op kan komen. Het is bedoeld voor zakelijk gebruik met Oracle als invalshoek en het blijft gekoppeld aan de Enterprise applicaties”, aldus Van Grieken.

 

 

C

Er zijn vier verdienmodellen in de cloud, meent marktonderzoeker Forbes. Joe McKendrick van Forbes heeft ze beschreven in een blog. Om te beginnen het freemium-model, waarbij gebruikers een beperkte functionaliteit gratis tot hun beschikking krijgen. Willen ze meer, dan zal er een abonnement moeten worden afgesloten en begint de kassa te rinkelen. Voorbeelden van freemium modellen zijn Dropbox en LinkedIn. Daar kunnen gebruikers een basisfunctionaliteit krijgen zonder te hoeven betalen. Willen ze meer, bijvoorbeeld een grotere ruimte om bestanden op te slaan of een snellere manier om in contact te komen met mensen die niet direct in hun LinkedIn-omgeving zitten, dan kost dat geld.

Het tweede model wordt het consumptiemodel genoemd. Hier geldt het principe ‘pay per use’. Mensen die heel weinig gebruik maken van een clouddienst betalen haast niets, zware gebruikers krijgen een vette rekening voorgeschoteld. Een mooi voorbeeld hiervan is Amazon Web Services (AWS). Het grote voordeel voor de gebruiker is dat er niet betaald wordt voor diensten die niet worden afgenomen. De aanbieder profiteert door het aanbieden van nieuwe aantrekkelijke diensten waar gebruikers belangstelling voor hebben en waarvoor ze best willen betalen.

Model nummer drie is een abonnement op basis van volume. Gebruikers betalen een bedrag op basis van de hoeveelheid resources die ze in beslag nemen. Dit prijsmodel is in feite een overblijfsel uit de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen werd begonnen met het afrekenen op basis van het aantal processors dat voor de software beschikbaar was. Onder andere SalesForce werkt met dit model, dat tevens een manier is om een langdurige relatie met een klant op te bouwen. De aanbieder kan op elk moment extra resources leveren, zodat de gebruiker ook een piekbelasting kan opvangen. Is die belasting voorbij, dan kan weer afgeschaald worden naar een kleinere omgeving.

Het vierde en laatste model is het abonnement voor onbepaalde tijd. Dit doet heel sterk denken aan de manier waarop ooit de meeste software werd verkocht: je koopt de code en gebruikt die zo lang als je wilt. Nadeel hiervan is wel, dat voor de aanschaf een aanzienlijk hoog bedrag in rekening wordt gebracht. De leverancier wil namelijk vooraf ook betaald worden voor eventueel onderhoudswerk dat aan een applicatie gedaan moet worden. Voor die post wordt, zo blijkt uit praktijkgegevens, tussen de 18 en 25 procent bovenop de eigenlijke aankoopprijs gelegd.

 

 

CAMSS

Bij IBM staat SMAC intern bekend onder de naam CAMSS. “Met dubbel-S ja, om aan te geven dat naast Social ook Security een zeer belangrijk onderwerp is”, zegt Laurent Boes, Disruptive Technologie Strategist bij IBM’s Software Group Benelux.

Volgens Boes heeft zijn bedrijf ook zelf te maken met die disruptie. “IBM zit middenin een overgang van traditioneel werken naar een manier van zakendoen die vrijwel geheel berust op de cloud. Kernpunt in dat alles is ons nieuwe platform Bluemix. Dat is als een IBM appwinkel, waar niet ­alleen apps maar ook services te koop zijn.”

Alle producten die via Bluemix worden verkocht, zijn terdege beveiligd. Boes: “Dat moet wel, want we kunnen het niet hebben dat onze klanten plots met een lek worden geconfronteerd en dat ze waardevolle gegevens kwijtraken. Om veiligheid te garanderen maken we gebruik van oude vertrouwde technologie – zoals het mainframe – en nieuwe componenten. De eind vorig jaar geïntroduceerde z-13 is een mainframe dat we positioneren als hét private cloudplatform.”

De combinatie cloud-mobile is in feite de moderne vorm van het client-servermodel van 30 jaar geleden. Boes: “We zien dat de clients steeds vaker mobiel zijn. Het kunnen mensen zijn maar bijvoorbeeld ook dingen, en dan heb je het over Internet of Things. Maar of het nu een mens of een ding is, een ding is zeker: er is sprake van de uitwisseling van veel gegevens.”

 

 

C

De vraag is, hoe mensen – gebruikers – geld kunnen verdienen door het gebruik van de cloud. “Bij IBM hebben we daar een oplossing voor. In de eerste plaats betalen de gebruikers volgens het pay-per-use, daarnaast is er een gratis beginperiode. We kijken hoeveel resources mensen gebruiken en als ze onder bepaalde drempelwaarden blijven (denk aan mensen, processoren en hoeveelheden data) betalen ze nog niets. Het systeem kan ­beproefd worden en pas wanneer het daadwerkelijk wordt gebruikt, dan wordt geld in rekening gebracht”, zegt Boes.

Er wordt alleen betaald voor de capaciteit en de diensten die daadwerkelijk worden afgenomen, zonder een forse investering vooraf. Dat scheelt in de portemonnee.

Bluemix bestaat uit een combinatie van de cloud van IBM en een soort appwinkel van waaruit services gedownload kunnen worden. Die appwinkel wordt gevuld door zowel IBM als door derden. Bluemix vormt een belangrijk ingrediënt voor het nieuwe initiatief voor startende ondernemers dat IBM in Amsterdam heeft geopend, in de voormalige kantoren van de schrijfmachinefabriek die het concern jaren terug had afgestoten. Het complex staat nu bekend onder de naam B.Amsterdam en is een verzamelplaats voor jonge bedrijfjes met nieuwe ideeën die klaargestoomd worden voor de markt.

 

 

C/A/T

De cloud in combinatie met things is er nog maar mondjesmaat, maar dat komt wel in een stroomversnelling. Boes stelt: “Op termijn wordt een auto een verzameling sensoren, die zich net zo gedragen als een tablet. Vanuit de cloud kan er dus snel interactie plaatsvinden met dat voertuig. Ook hier geldt weer dat de gebruiker vooraf niets hoeft te betalen, afgezien van de aanschaf van de auto. Pas op het moment dat clouddiensten worden ­afgenomen hoeft er betaald te worden.”

Speciaal voor het Internet of Things (IoT) heeft IBM een nieuwe divisie in het leven geroepen, die kan rekenen op een startkapitaal van 3 miljard dollar. In de divisie zullen minstens 2000 consultants van IBM worden opgenomen, die klanten moeten bijstaan bij het koppelen van Things aan de enterprise. IBM bouwt hiermee voort op de ervaringen die zijn opgedaan bij eerdere projecten, te weten Smarter Planet en Smarter Cities. “Het IoT komt steeds dichterbij en we zien dat er steeds meer data uit die hoek afkomstig is. Daar zullen we nu wat mee moeten doen en het niet laten liggen tot een onzekere toekomst”, zegt Bob Picciano, senior vice president van IBM Analytics.

 

 

C

Hoe kun je geld verdienen aan co-locatie? Dat is de vraag aan Vincent in ’t Veld van Interxion. Zijn bedrijf exploiteert een aantal datacentra in de buurt van Amsterdam, waar klanten terecht kunnen voor een zogeheten carrier-neutrale dienstverlening. “Dat betekent dat ieder gewenst netwerk ter plekke beschikbaar gemaakt kan worden, gewoon door het omleggen van een kabeltje”, zegt in ’t Veld. “De klant hoeft dus geen investering te plegen in de aanleg van kilometers kabel om toegang te krijgen tot de netwerkoperator van zijn keuze. En dat scheelt geld.”

Door gebruik te maken van een bestaand datacentrum, kan een gebruiker dicht bij de klant gaan zitten zonder dat dat extra investeringen kost. “Een gebruiker uit Noord-Brabant heeft waarschijnlijk niet zo’n breedbandige koppeling met de wereld als de regio Amsterdam die wel biedt. Komt hij bij ons, dan kan hij daar meteen van profiteren. We zien dat steeds vaker gebeuren, omdat blijkt dat mensen niet alle ICT meer zelf in huis willen hebben”, zegt In ’t Veld.

Een datacentrum in Amsterdam, in vergelijking met eenzelfde centrum in Londen scheelt sowieso 10 milliseconden aan latency. In ’t Veld: ”Als snelheid van het grootste belang is, dan moet je voor Nederlandse klanten niet in Londen gaan zitten.”

Het voordeel van uitbesteden geldt overigens niet voor de allergrootste aanbieders, zoals Microsoft, Apple en Google. Die bedrijven houden alles in eigen hand, maar dat is ook de enige manier om hun petabytes in bedwang te kunnen houden.

Salesforce is een mooi voorbeeld van een partij die niet alles in eigen hand wil houden. “Voorheen bediende Salesforce zijn klanten vanuit rekencentra in de VS,” zegt In ’t Veld, “maar sinds enige tijd hebben ze voor de Europese gebruikers een centrum van ons in Frankrijk. Dat scheelt een hoop latency, omdat de data niet over de oceaan heen hoeven.”

Die latency lijkt misschien een futiliteit, want wat is nu een paar milliseconden? Het wordt echter wel belangrijk als je analyses draait op heel grote hoeveelheden data. Steeds heen en weer pompen van de gegevens kost ­elke keer weer tijd, zodat je minder werk per tijdseenheid kunt doen, en dat kost geld. “Zet je de opslag en de verwerking in een datacentrum, dan zit alles mooi bij elkaar en gaat er vrijwel geen tijd verloren, zelfs niet als je data vaak heen en weer haalt. Dat levert op termijn geld op”, zegt In ’t Veld.

 

 

C/M/A

Tegenwoordig is een toepassing als Customer Relationship Management (CRM) beschikbaar voor bijna elke werknemer van een bedrijf. “Het is beslist geen elite-toepassing meer, waar slechts een paar mensen mee mogen werken”, zegt Renzo Taal, directeur Europe Nordic van Salesforce.

Iedere werknemer is in staat om een analyse te maken om te zien of zijn plannen wel het gewenste succes hebben. “Dat geeft direct feedback en de mogelijkheid om bij te sturen als het niet helemaal goed gaat. Denk bijvoorbeeld aan een marketingmanager die een nieuwe campagne heeft bedacht en dat ter plekke – in een winkel via zijn mobiel – wil controleren. Geen moeilijke procedures, maar onmiddellijk een plaatje van de verkoopcijfers. Dan kan hij meteen zien of zijn actie voor product B succesvol is of niet”, zegt Taal.

Deze manier van werken bespaart een hoop geld, in vergelijking met vroeger. Toen diende een marketeer eerst contact op te nemen met de computerafdeling, zijn probleem voor te leggen en vervolgens wachten op een analyse van de cijfers. Die analyse werd gemaakt door – meestal – een handgecodeerd model, waar best een of meer foutjes in konden zitten. Dat vereiste dan weer een controleslag, waarna de analyse opnieuw kon worden gedraaid. Een mooie manier om mensen bezig te houden, in tijd die ze niet aan iets anders konden besteden. De kosten die dat met zich meebracht zijn nu uitgebannen.

 

 

C

De kost gaat voor de baat uit, vandaar dat HP heeft gezegd dat het 1 miljard dollar gaat pompen in zijn nieuwste cloud-aanbod. Het gaat om HP Helion, dat mei vorig jaar werd geïntroduceerd. Helion is gebaseerd op Open Stack en het omvat verder software en services.

Door gebruik te maken van Open Stack als opensourcebasis hoeft er geen speciale – dure – software te worden ontwikkeld. Dit bespaart geld, zowel voor de aanbieder HP als voor de gebruiker die geen hoge licentiekosten hoeft neer te tellen.

“Binnen Helion hebben we ook een eigen winkel bedacht, de HP Helion Partner Marketplace. Onze partners kunnen daar componenten kopen waarmee ze voor hun klanten een cloud-aanbod kunnen samenstellen. Het is de verwachting dat die winkel tegen het eind van dit jaar beschikbaar is”, zegt Marco Lesmeister van HP Nederland. Tegen die tijd is HP gesplitst in twee afzonderlijke delen, te weten HP Inc en HP Enterprise. De eerste richt zich op personal systems en printers, de Enterprise-sectie richt zich op grote systemen, netwerken en cloud.

 

M/T

Nefit heeft voor zijn installateurs een systeem bedacht, waarmee ze heel snel onderhoud kunnen plegen aan de HR CV-ketels. Door een kleine wifi-module die aan de ketel wordt gekoppeld en een speciale app kunnen de installateurs alle gegevens van de ketel op afstand uitlezen. Het werk dat vroeger door twee man moest worden gedaan (eentje bij de radiator en eentje bij de ketel, met veel heen en weer geroep) kan nu door één man worden gedaan. Hij kan de hele installatie nalopen en storingen snel lokaliseren. Dit spaart tijd en dus ook geld.

De benodigde Service Tool app is leverbaar in twee uitvoeringen, eentje voor iOS en een voor Android. De eerste kan worden gedownload voor een bedrag van 39,99 euro, de Android-versie is 10 euro goedkoper. Om de verbinging tussen de ketel en de app mogelijk te maken is een wifi-module nodig, onder de naam Nefit Service Key II. Deze kost 149 euro. Via de draadloze communicatie kunnen alle relevante gegevens van de ketel worden uitgelezen, zonder in een donker hoekje te hoeven kruipen. De monteur moet zich hooguit in een bocht wringen als hij de Service Key aan de ketel bevestigt, door het inpluggen van een kabeltje. Een magneet houdt de module op zijn plaats op de behuizing van de ketel.

 

M

De ‘digital wallet’ ofwel de digitale portefeuille stelt mensen in staat om met hun mobiele telefoon betalingen te doen in winkels. Google was in 2011 de eerste met zo’n systeem, maar dat is nooit een echt succes geworden. Apple probeert het nu met Apple Pay en Samsung heeft Loop Pay overgenomen, ook een ontwikkelaar van een dergelijk digitaal betaalsysteem. Ook verschillende banken hebben hun eigen versie van een elektronische portemonnee ontwikkeld.

Willen digital wallets een succes worden, dan zijn voldoende terminals nodig waarmee je via NFC kunt betalen. Zo kan er op dit moment in de VS nog maar bij 700.000 terminals met Apple Pay worden betaald. Veel te weinig, zegt econoom en strateeg Max Wolff, tevens managing partner van Manhattan Venture Partners, in een blog: “Er zijn in de VS alleen 8 miljoen plekken waar je met een creditcard kunt betalen. Tegen dat aantal steekt het aantal NFC-terminals wel heel schril af. Als die tekortkoming wordt weggenomen zie ik een grote toekomst voor de digital wallet, waarbij de beste kansen voor Apple Pay lijken te zijn weggelegd. Dat systeem is eenvoudig en het heeft extra beveiligingen zoals het lezen van de vingerafdruk, die het voor consumenten aantrekkelijk maken.”

 

M/S

KLM heeft de sociale arena ontdekt, in combinatie met de mobiele telefoon. Het concern heeft een game laten ontwikkelen, waarmee vooral jongeren bereikt moeten worden. Door het spelen van het spel komen de gebruikers spelenderwijs in contact met de KLM, wat zich later kan vertalen in inkomsten door het boeken van vluchten.

De game in kwestie heet Jets en wordt gratis ter beschikking gesteld. In het spel kan met een papieren vliegtuigje door Amsterdam worden gevlogen. Later zullen andere steden volgen, mogelijk als eerste New York. Het doel van het spel is om door de stad te vliegen en obstakels te vermijden. Een botsing betekent dat het spel is afgelopen.

Jets is gemaakt door de Little Chicken Game Company, een ontwikkelaar uit Amsterdam. Dit bedrijf heeft voor meer bedrijven games gemaakt ten einde het merk te promoten. Vanuit de games wordt ook contact gelegd met sociale netwerken zoals Facebook en Twitter. In het spel van KLM bestaat de mogelijkheid dat de speler zijn vrienden via het sociale netwerk kan uitdagen om mee te spelen. En al die tijd zien de mensen steeds het logo van KLM op hun schermpje.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag