Gemak in het datacentrum heeft een prijs

De druk om kosten te besparen en tegelijk flexibel en snel op veranderende marktkansen in te spelen, is aanleiding voor grote veranderingen in het datacentrum. Standaardisering rukt op. Met een software defined-laag kan vrijwel alles vanuit de controlekamer worden beheerd. Maar levert u ook iets in?

Converged infrastructure betekent zo veel als een combinatie van servers, netwerk en opslag. Die combinatie is door de ­leveranciers uitvoerig getest en wordt zo mogelijk gepreconfigureerd afgeleverd. Converged infrastructure is het antwoord op vaak ellenlang sleutelen om de losse componenten die als ‘best of breed’ werden aangeschaft, optimaal met elkaar te laten ­samenwerken. Bij problemen met de interactie van losse componenten wijzen de leveranciers makkelijk naar elkaar voor de oplossing, waardoor veel tijd verloren gaat.

Bij converged infrastructure draait het doorgaans om referentiearchitecturen op basis van bekende hardwarecomponenten. Daarvoor komen steeds meer ­referentiearchitecturen beschikbaar uit nieuwe samenwerkingsverbanden van verschillende producenten. Zo ontstaat meer flexibiliteit in de keuze van componenten. Juist het gebrek aan keuze wordt vaak aangevoerd als argument tegen geconvergeerde systemen. Wel krijgt de IT-afdeling of de systeemintegrator bij ingebruikname de taak om de afzonderlijke componenten volgens de referentie-handleiding aan elkaar te koppelen.

 

Hyperconverged

Vooral voor wat kleinere bedrijven is converged infrastructure nog altijd een brug te ver. Toch hebben ook zij de behoefte aan een krachtig platform vanwege de toenemende hoeveelheid gegevens die zij moeten verwerken en beheren als gevolg van Big Data-initiatieven en het Internet of Things. Voor deze afnemers is de hyperconverged infrastructure ontwikkeld. Alle componenten zijn daarbij ingebouwd in een dichte doos. Stekker in het stopcontact, een netwerkkabel erin en het ‘datacentrum in een box’ is klaar voor inrichting en gebruik.

Die kant-en-klare oplossing biedt ook voordelen in het datacentrum van grotere bedrijven. “Hyperconverged is duurder, maar besparingen zitten in de totale kosten [total cost of ownership of TCO]”, zegt Jeremy Burton, president products and marketing bij IT-dienstverlener EMC. “Met een volledig op flash-geheugen gebaseerd systeem, bespaar je op vloeroppervlak in het datacentrum. Bovendien is het een energie-efficiënte oplossing en is het beheer eenvoudiger. Ook maakt de hyperconverged architectuur het makkelijker om klein te beginnen en van daar uit op te schalen.”

 

Compromissen

De discussie over hyperconverged infrastructure is echter nog niet uitgewoed. “Met een hyperconverged systeem sluit je compromissen en IT-mensen houden daar niet van”, is de overtuiging van Rohit Kohetrapal, CEO van marktuitdager en leverancier van flash-opslag Tegile Systems. “Klanten willen graag hun opslag- en servercapaciteit onafhankelijk van elkaar kunnen schalen. Een hyperconverged systeem kan alleen uitbreiden met compute en storage tegelijk, dat is de opzet.”

Er zijn heel goed combinaties te maken van converged en hyperconverged, illustreert hij aan de hand van het voorbeeld van Home Depot, een grote Amerikaanse winkelketen met zo’n 2000 filialen over de hele wereld. “Om de prestaties van de kassasystemen in de winkels op een hoog niveau te houden, moeten zij lokale capaciteit hebben. Daarvoor hebben ze een hyperconverged systeem ter grootte van een koektrommel. In hun centrale datacentrum in Atlanta, Georgia, maken ze echter gebruik van de flexibiliteit van een converged systeem en koppelen Dell of HP-servers aan Tegile-systems voor storage. Je beste serverproducent is immers niet altijd je beste storageproducent en vice versa.”

 

Dynamisch

Verschillende producenten van hyperconverged systemen bieden overigens al de mogelijkheid de verhouding tussen verwerkingscapaciteit (compute) en opslag (storage) dynamisch in te stellen. Voor marktuitdager GridStore ligt de toekomst in ieder geval bij hyperconverged systemen, ook voor de grootste ondernemingen. Het bedrijf heeft volgens de gespecialiseerde marktanalist Taneja Group een architectuur ontwikkeld waarmee de benodigde ruimte (footprint) in het datacentrum met 75 procent kan worden teruggebracht ten opzichte van de klassiekere opstellingen, terwijl de prestaties van het systeem een factor 10 hoger liggen. En dat tegen een aanschafprijs vergelijkbaar met de opslag op harde schijven, maar met een veel lagere total cost of ownership, onder meer vanwege het eenvoudiger beheer. “Ik denk dat we op een punt komen waarbij opslagsystemen als zelfstandige apparaten verdwijnen”, zegt Kelly Murphy, CTO en oprichter van Gridstore.

Een deel van de snelheidswinst zit in het dicht bij elkaar brengen van opslag en verwerking. Die ontwikkeling zet door, zegt Murphy. “De volgende stap voor ons zal niet-vluchtig geheugen zijn. Dan laad je alle data in het werkgeheugen maar de informatie is niet weg wanneer de stroom wegvalt. Door alle data in het werkgeheugen aan te houden, kun je echt nog stukken sneller werken dan nu met Solid State Disks.” Hij verwacht dat de verandering met deze zogeheten non-volatile RAM DIMMs eind dit jaar of uiterlijk begin volgend jaar start. Vervolgens gaat er nog een paar jaar over heen voordat de technologie goed stabiel is en de prijs zakt naar niveau dat aantrekkelijk is voor grootschalige toepassing. Murphy: “Daarom is het gewoon niet meer van deze tijd om nog een storagecentrum aan de andere kant van het netwerk te hebben.”

 

Converged

Het concept converged infrastructure bestaat al sinds de eeuwwisseling. Cisco maakte, met EMC en VMware, met de introductie van Vblock zo’n vijf jaar geleden, een heel aantrekkelijke combinatie die snel door de markt werd opgepikt.

Inmiddels bieden de belangrijke spelers in het datacentrum allemaal hun eigen producten aan in combinatie met die van andere producenten. Van concurrentie lijkt daarbij geen sprake te zijn. Miki Sandorfi VP solutions and cloud van HDS: “Pure play is geen houdbaar model meer. Klanten kijken naar een partner die een oplossing kan bieden.”

Het gaat dan niet alleen om aan elkaar koppelen van verschillende onderdelen. De klant vraagt van de leverancier een analyse hoe een oplossing gebruikt gaat worden en hoe deze geïntegreerd gaat worden in andere delen van de bedrijfsvoering.

Cisco heeft de samenwerking met EMC en VMware dan ook nooit als exclusief gezien. Als snel volgde een variant waarin NetApp de storage leverde en inmiddels is samenwerking met alle belangrijke spelers een feit, van IBM tot marktuitdagers als ­Pure Storage. Sommige varianten zijn nog heel vers. “Eind 2014 hebben we een oplossing geïntroduceerd die FlashStack heet”, zegt Matt Kixmoeller, vicepresident products and marketing van Pure Storage. “Die gebruikt Pure­Storage voor opslag, Cisco UCS voor netwerk en server en VMware voor virtualisatie.”

Sandorfi van HDS: “Wij hebben klanten voor geconvergeerde ­infrastructuur die een voorkeur hebben voor het traditionele Cisco netwerkaanbod. Zij kiezen dan ook regelmatig voor het Cisco Unified Compute-serveraanbod. Maar er zijn ook klanten die ­liever onze servertechnologie kiezen. Deze kreeg onlangs van IDC de hoogste kwaliteitsnormering net als onze beheerlaag, onze ondersteuning en dienstverlening. Dan heb je ook terreinen waar Cisco niet echt het compute-platform kan leveren, zoals voor SAP HANA. Dus wat de klant wil met zijn complete systeem is uiteindelijk wat de keuze bepaalt. We vinden het prima als een klant alles van Hitachi wil hebben. Wij zijn het bedrijf er niet naar om klanten te vertellen wat ze wel en niet moeten kopen.”

De toekomst ligt in geconvergeerde infrastructuur. Zelfs voor een gespecialiseerde high-end flash-opslagproducent als Pure Storage. “Convergence is echt iets waar onze klanten naar vragen”, zegt Kixmueller. Ook Jeremy Burton, president Products and Marketing bij marktleider EMC komt tot die conclusie. “Het grote verschil zit in de software. We willen alle onze oplossingen in software uitbrengen. Hardware maakt niet zo veel meer uit. We zien de trend naar in de markt van organisaties die alles in een box willen hebben. Wij bieden beide aan.”

 

Hyperconverged

Voortbouwend op het succes van converged systemen zagen de afgelopen jaren ook de hyperconverged systemen het licht. In plaats van apparatuur van verschillende leveranciers samen te plaatsen in een rack, bouwden producenten een dichte doos met alles er in. Is er behoefte aan meer capaciteit, kunnen twee of meer apparaten aan elkaar gekoppeld worden zodat ze zich gedragen als één.

VMware creëerde vorig jaar speciaal voor de hyperconverged systemen het EVO:Rail-virtualisatieplatform. Dergelijke systemen zijn vooral een uitkomst voor de kleinere organisaties die gebruik willen maken van een gevirtualiseerd datacentrum. Door de sterke integratie van de verschillende componenten is de ingebruikname en het beheer nog eenvoudiger dan de converged infrastructuur.

Dat concept bleek ook grote bedrijven aan te spreken, stelt Jeremy Burton, president products and marketing bij EMC. “We introduceerden in februari Vspex Blue, onze toepassing van EVO:Rail. Maar klanten hebben ons gevraagd om het gemak van Vspex naar de grote datacentrum-omgeving te brengen.” EMC kondigde daarom in mei VxRack aan, gebaseerd op het EVO:Rack-virtualisatieplatform waar VMware op dit moment de laatste hand aan legt. VxRack is ontworpen voor schaalbaarheid. Een enkele unit beslaat een kwart datacenter-rack, dus er kunnen er vier in een rack, maar er kunnen tot wel duizenden racks aan elkaar gekoppeld worden tot een systeem met petabyte-capaciteit.

 

Onderscheiden met Hyper-V hyperconverged

De producenten van hyperconverged systemen hebben zich tot nog toe vooral gericht op de virtualisatietechnologie van ­VM­ware. VMware introduceerde immers het converged concept als eerste – samen met Cisco en EMC – en is nog altijd markt­leider. Microsofts groeide met de Hyper-V virtualisatie­technologie inmiddels uit tot een goede tweede met een marktaandeel van zo’n 30 procent, volgens cijfers van IDC.

Voor GridStore was dit aanleiding om zich vooral op dit deel van de markt te richten met een hyperconverged systeem. Microsoft juicht dit initiatief toe om zelf een antwoord te hebben op de oplossingen die voor het VMware-platfom beschikbaar zijn. “Virtualisatie heeft het mogelijk gemaakt om een werkende toepassing zonder onderbreking over te zetten naar een ander platform en zonder risico”, zegt Kelly Murphy, CTO en oprichter van Gridstore. “Vroeger kostte zo’n migratie maanden voorbereiding, nu hooguit een paar uur. We winnen daarom ook klanten die tot nog toe met VMware werken.”

De keuze voor het Microsoft-platform bood Gridstore ook de mogelijkheid zijn eigen architectuur te ontwikkelen. Die zelf ontwikkelde oplossing grijpt diep in in de Windows-kernel. Murphy: “Bij Microsoft staan ze dat toe, VMware wil die opties voor zichzelf houden.”

Hij ontwikkelde met zijn team een architectuur die hoge prestaties koppelt aan een lage prijs. Een van de pijlers onder die prestaties is de manier waarop vereiste fouttolerantie is ingebouwd. Traditionele systemen maken daartoe steeds twee kopieën van alle data die wordt weggeschreven. Gridstore maakt echter gebruik van erasure-codingtechnologie. Door datablokken uit elkaar te trekken in zes stukken en te coderen volgens deze technologie, kunnen eventueel verloren gegane onderdelen weer worden gereconstrueerd. Het resultaat is dat slechts de helft van de normale hoeveelheid opslag nodig is.

Door bovendien uitsluitend gebruik te maken van flash-opslag en de opslag heel dicht bij de dataverwerking te brengen, liggen de prestaties heel hoog. Murphy: “De total cost of ownership ten opzichte van een klassieke opstelling ligt een factor 4 lager. Daardoor brengen we een all-flasharchitectuur binnen het bereik van elk type bedrijf.”

De hyperconverged eenheden kunnen aan elkaar gekoppeld worden tot een systeem met 6000 cores, 5 petabyte aan opslagcapaciteit en een miljoen IOPS (Input-Output operaties per seconde). Daardoor kan Gridstore ook de grotere serviceproviders bedienen. Inmiddels vormen die zo’n 40 procent van het klantenbestand van het bedrijf.

 

Wedergeboorte van VDI

Het aloude Virtual Desktop Integration blijkt veel bedrijven over de streep te trekken voor een test met all flash converged of ­hyperconverged systemen, vertellen bijna alle leveranciers spontaan. VDI was jarenlang een belofte voor eenvoudiger en dus goedkoper desktopbeheer. Maar die belofte verzandde in slecht presterende systemen met opstarttijden van soms wel tientallen minuten. Twee grote problemen lagen daar aan ten grondslag. De beheerders in het datacentrum stonden doorgaans niet te springen om VDI te omarmen. Ze hadden hun handen vol aan het draaiend houden van de bedrijfskritische systemen. Het idee dat er opeens een grote hoeveelheid infrastructuur bijkomt plus de verantwoordelijkheid voor het draaien van duizenden desktops, klinkt in zo’n situatie niet aanlokkelijk. Kreeg VDI desondanks een kans, werd de beschikbare ruimte tot een minimum beperkt. De bedrijfskritische applicaties kregen altijd prioriteit, wat gevolgen had voor de prestaties van de virtuele desktops. De storage was bovendien niet snel. Deze was weliswaar voldoende om de bedrijfskritische systemen te ondersteunen. Maar opeens kwamen er duizend systemen bij die allemaal tegelijk hun kritieke momenten hadden, zoals bij het opstarten. Dan zakt het geheel al snel in elkaar, niet alleen de desktops maar ook de andere toepassingen. Dat is het nachtmerriescenario van VDI.

Met een hyperconverged systeem is het mogelijk een kleine box in het datacentrum neer te zetten die volledig onafhankelijk van de rest functioneert om de desktops te bedienen. Met de introductie van all-flash werd ook het performanceprobleem aangepakt. Kelly Murphy, CTO en oprichter van Gridstore: “Wat we nu met VDI kunnen bieden, is zelfs sneller dan de klassieke desktop met een harde schijf. Dan zie je dat mensen dat wel willen. En het voordeel dat je zo’n virtuele desktop overal kan gebruiken, ook thuis of onderweg. Dus voor ons is VDI vaak een manier om bij bedrijven binnen te komen.” Zodra prille klanten ervaring op doen met de voordelen van een hyperconverged systeem en willen ze bijvoorbeeld toch ook de SQL-server daarop overzetten of een andere bedrijfskritische applicatie, is de ervaring van Murphy. “Het bedrag op onze gemiddelde factuur verdubbelt zo’n beetje elk kwartaal.”

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag