Handel in tweedehands software

Het is alweer even geleden dat het Europese Hof van Justitie (HvJ EU), het zogenaamde Usedsoft-arrest heeft gewezen – namelijk juli 2012 – waarmee de hoogste Europese rechter de deur voor de handel in tweedehands softwarelicenties uiteindelijk heeft open gezet. De uitspraak zorgde destijds voor veel opschudding. Hoe zat het ook alweer?

 

De vraag die in 2012 bij het HvJ EU voorlag is of een softwareleverancier zich kan verzetten tegen de verdere verhandeling van een licentie op software door degene die de licentie heeft aangeschaft. De vraag raakt aan de zogenaamde uitputtingsleer: een ­auteursrechtelijk beschermd werk dat rechtmatig, met toestemming van de rechthebbende op de markt is gebracht, kan daarna vrijelijk verder ­verhandeld ­worden.

Zo kan de rechthebbende op een boek zich er bijvoorbeeld niet tegen verzetten als ik zijn boek in een boekwinkel koop en aan mijn moeder geef. Van ­software werd lang beargumenteerd dat dit niet te vergelijken was met de koop van een boek. Namelijk omdat je software niet koopt, maar er slechts een ­gebruiksrecht op krijgt, een licentie.

 

Toch geldt de uitputting ook voor software, oordeelde het HvJ EU destijds. Terecht, ik kon mijn moeder voor deze Usedsoft-uitspraak ook maar niet uitleggen dat ze een boek wel verder mocht verhandelen, maar software niet. Maar, nuanceert het HvJ EU, het geldt niet voor alle software. Het moet gaan om standaardsoftware, waar een gebruiker een marktconform bedrag voor betaalt. Ook moet de gebruiker een (downloadable) kopie krijgen. En het gebruiksrecht moet in tijdsduur onbeperkt zijn. Alleen dan is er volgens het EvJ EU sprake van een ‘koop’ van dit exemplaar van de software.

Dat houdt daarmee ook in dat het auteursrecht op dat exemplaar is uitgeput en de leverancier zich niet kan verzetten tegen het verder verkopen van dat exemplaar door de koper, mits de eerste koper zelf ook daadwerkelijk niet meer over zijn eigen exemplaar kan beschikken. Dat laatste is logisch, anders zou er sprake zijn van het alsnog kopiëren van dat exemplaar. (Vergelijk dat mijn moeder het boek kopieert, en dan die kopie verkoopt – dat mag ook niet.)

 

Deze Usedsoft-doctrine paste de Nederlandse rechter ook netjes toe in een recent gepubliceerde zaak. De in deze kwestie gedaagde partij schafte een licentie aan voor het gebruik van software die diagrammen en andere grafische weergaven van processen kan genereren. Deze kopie van de software droeg de gedaagde vervolgens over aan Vendorlink, waar eiser CWS grote bezwaren tegen had. De rechtbank constateert echter het volgende:

“Uit de (...) orderbevestiging en licentieovereenkomst blijkt dat:

- de software van CWS (door een ieder) kan worden gedownload van de website van CWS, - de licentie niet voor een bepaalde tijd wordt ­verleend, - voor de licentie een totaalprijs moet worden ­betaald van USD 395,--.”

Omdat deze vergoeding als marktconform wordt ­beschouwd en de eerste verkrijger bovendien haar ­eigen kopie van de software onbruikbaar heeft ­gemaakt, komt de rechtbank tot de conclusie dat het auteursrecht, in het licht van de UsedSoft-leer, op dat specifieke exemplaar was uitgeput. En CWS kon zich dus niet tegen de overdracht verzetten, laat staan een extra vergoeding vragen. Dit ondanks het feit dat in de licentieovereenkomst het verbod was opgenomen om de licentie over te dragen. Sowieso valt mij op dat weinig contracten zijn aangepast na de Usedsoft uitspraak; nog steeds staat er vaak dat het gebruiksrecht ‘niet-overdraagbaar’ (non-transferable) is.

 

Interessant om te vermelden is nog dat de softwareleverancier in Canada is gevestigd. Dus moest de rechtbank bepalen welk (materieel) recht de rechtsverhouding beheerst, omdat dit niet in de overeenkomst zelf was opgenomen. Daarbij komt de rechter tot de conclusie dat het zogenaamde Weens Koopverdrag van toepassing is. Het is wellicht wat technisch, maar dit is wel opvallend. Het Weens Koopverdrag geldt namelijk alleen als er sprake is van koop van roerende zaken. Maar de rechtbank hanteert een ruime uitleg, en meent dat ook onstoffelijke zaken zoals als software als ‘roerend” in de zin van het Verdrag moeten worden gezien, zelfs als de software niet op een stoffelijke drager als een dvd, cd of usb-stick is opgenomen.

 

De lijn wordt dus steeds verder opgetrokken. Het is nu afwachten of dat ook met e-books gaat gebeuren. Ook hier speelt de vraag van uitputting en diverse rechtszaken. Het zou wat mij betreft overigens wel logisch zijn.

 

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag