Het nieuwe IT-vakmanschap

Het nieuwe IT-vakmanschap

Het e-CF is een krachtige standaard die een eind kan maken aan de spraakverwarring over rollen, taken en competenties in de IT. Het ondersteunt als Europese standaard de groei van vakmanschap en arbeidsmobiliteit in de IT. Geen wonder dat het e-CF oprukt.

John May

De computerindustrie is in vergelijking met andere sectoren een relatief jong vakgebied, dat pas vanaf het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw opkwam. De groei van de IT-industrie leidde tot een groeiende vraag naar gekwalificeerd personeel om de machines te bedienen en te programmeren. Grote organisa­ties richtten hun eigen rekencentra in, gespeci­aliseerde afdelingen voor het bedienen van deze machines. Het specialisme (lees: de kennis) om de machines te programmeren ontbrak echter vaak bij deze organisaties. Nieuwe software­bureaus speelden slim in op de behoefte naar geschoold personeel, zij leverden specialisten die ervoor zorgden dat de machines hun functie konden uitvoeren. Het gevolg van deze ontwikke­ling was dat je de beroepen binnen de IT-sector kon verdelen in twee groepen: de operators en de programmeurs. Dit was voor iedereen een helde­re scheiding. Je kon of een computer bedienen of programmeren.

Sindsdien heeft het vakgebied zich snel ontwik­keld. De eerste programma’s werden ontwikkeld in programmeertalen die heel dicht bij de machi­necode lagen. Hierdoor lag de nadruk bij het ontwerpen van applicaties op het programmeren. Naarmate meer programmeertalen ontstonden die minder gericht waren op de techniek en meer op de logica evolueerde de rol van de program­meurs naar vertalers van bedrijfsproblematiek, zodat een functiescheiding ontstond tussen ontwerpers en programmeurs.

Vervolgens werden de ontwerpers opgesplitst in ontwerpers die zich richten op techniek en ontwerpers die zich meer met de functionaliteit bezighielden. Deze functiescheiding heeft door een exponentiële groei in ontwikkelaanpakken en technische ontwikkelomgevingen geleid tot het huidige doolhof van functies en rollen in de IT. Voor organisaties is niet meer duidelijk wat IT-medewerkers precies kunnen en voor medewerkers is niet meer duidelijk wat werkge­vers precies van hen vragen. In een tijd waarin arbeidsmobiliteit heel belangrijk is, heerst er binnen de IT spraakverwarring tussen aanbieders en aanvragers van IT-dienstverlening.

Noodzaak

Niet alleen is het IT-vakgebied de afgelopen decennia volwassen geworden, ook de wereld­wijde IT-arbeidsmarkt is sterk veranderd. Uit diverse recente onderzoeken blijkt enerzijds dat er een groot tekort is aan IT-specialisten en dat de jacht op de talenten geopend zou zijn. Ander­zijds kun je de krant niet openslaan zonder te lezen over grote reorganisaties en ontslagrondes bij bijna alle grote Nederlandse bedrijven. Is er daadwerkelijk zo’n groot tekort aan IT-specialis­ten of is de arbeidsmarkt aan het veranderen? Bij veel (grote) organisaties is momenteel sprake van een actief in-, door- en uitstroombeleid, groei van het aantal flexibele medewerkers (detachering en zzp), sterke groei van ge-outsourcete IT-diensten en veranderende projectaanpakken, zoals agile. Deze vier trends versterken de noodzaak om te komen tot goede en eenduidige beschrijvingen van vaardigheden, taken en verantwoordelijkhe­den van zowel IT-functies als -medewerkers.

Actief beleid

De huidige economische situatie leidt ertoe dat veel organisaties reorganiseren. Hierdoor blijven medewerkers niet meer vast in een rol maar ontstaan structurele omscholings- en outplacementprogramma’s. Uitstroom bij de ene organisatie betekent instroom in de andere, waarbij de kwalificatie van de aanwezige kennis en vaardigheden van de sollicitant in de vorm van een curriculum vitae of een assessment altijd een onderdeel vormen. Maar ook bij interne omscholingsprogramma’s worden vaardigheden van medewerkers getoetst.

Flexibele medewerkers

Bij een actief uitstroombeleid kiezen medewer­kers lang niet altijd de weg naar een nieuw vast dienstverband bij een andere organisatie. Steeds meer professionals kiezen ervoor om hun exper­tise in te zetten in een zzp-constructie. Deze groep professionals vormt de flexibele schil van veel IT-afdelingen en organisaties. Zij zetten hun IT-vakmanschap op detacheringsbasis in. Van oudsher vind je in deze flexibele schil ook de detacheringbureaus. Zij zijn al langer gewend om tijdelijke medewerkers te leveren op basis van specifieke vraag naar kennis en ervaring. Zij ondervinden momenteel echter geduchte con­currentie van het groeiende aantal zzp'ers die met persoonlijke netwerken en concurrerende tarieven hun weg naar de markt weten te vinden.

Groei outsourcing

Bij outsourcing is sprake van een scheiding van de uitgevoerde taken en opgeleverde producten en diensten die onshore en offshore uitgevoerd of ontwikkeld worden. Bij deze vorm van dienst­verlening is het maken van goede afspraken over uit te voeren taken en op te leveren producten van groot belang. Uiteraard geldt dit ook voor de taken en producten en diensten die offshore door derde partijen gemaakt worden. Indien men zich aan beide zijden aan deze afspraak houdt, wordt het eenvoudiger om werkzaamheden, producten en/of medewerkers uit te wisselen tussen orga­nisaties. Bij het outsourcen van IT-diensten gaat het veelal over het offshoren van de ontwikkeling en beheeractiviteiten, terwijl de analyse- en ont­werpactiviteiten onshore blijven. Dit vraagt een striktere benadering van de overdracht tussen het ontwerp en de bouw van een IT-systeem. Ook voor exploitatie en beheer moeten striktere afspraken met de offshorepartij gemaakt worden.

Veranderende projectaanpakken

Bij moderne projectaanpakken zoals agile en Scrum is er sprake van multidisciplinaire teams waarin aanwezige competenties worden ingezet in plaats van een strikte rol/functiescheiding. Hierdoor wordt het minder relevant om te den­ken in rollen en wordt het beschrijven van de noodzakelijke competenties veel belangrijker. Bij grotere projecten kunnen de competenties verdeeld worden over meerdere personen, terwijl bij kleinere projecten de competenties kunnen samenkomen bij één persoon. Het aantal betrok­ken personen in een project kan dus variëren, terwijl de benodigde competenties gelijk blijven.

Frameworks

Om zowel organisaties als medewerkers meer duidelijkheid te geven over wederzijdse verwach­tingen en over wat een rol of functie in de IT inhoudt, zijn verschillende initiatieven gestart om te komen tot eenduidige rollen en functies. Zo publiceerde het Ngi al in 2001 het boek Taken, Functie, Rollen en Competenties in de ICT (ISBN 9789044003437). Dit boek beschrijft welke rollen en functies gangbaar zijn in IT-or­ganisaties. Veel organisaties die zich hierdoor hebben laten inspireren bij de indeling van hun IT-afdeling blijken hun eigen invulling te hebben gegeven aan deze functies. De rol- en functie­beschrijvingen blijken in de praktijk dus niet zo uitwisselbaar te zijn als gedacht. Internationaal zijn hierdoor enkele frameworks ontstaan die niet meer uitgaan van rollen en functies, maar van vaardigheden, vakgebieden en/of competen­ties om de bekwaamheid van medewerkers uit te drukken. Deze drie frameworks worden het meest gebruikt:

SFIA (Skills Framework for the Information Age)

Open CITS (Open Group Certified IT Specialist)

e-CF (European e-Competence Framework).

 

Kenmerkend voor alle drie is dat zij niet uitgaan van rollen of functies, maar van meer stabiele kenmerken, zoals vakgebieden, vaardigheden en competenties.

SFIA

Kenmerkend voor SFIA (Skills Framework for the Information Age) is dat het de vaardigheden van een medewerker in zes categorieën en op zeven niveaus beschrijft. Deze vaardigheden kunnen worden gebruikt om voor een organisa­tie specifieke functiebeschrijvingen samen te stellen. Medewerkers kunnen op hun beurt hun IT-vaardigheden beschrijven in de termen en niveaus van SFIA. Hierdoor kunnen zij zich met gelijke terminologie kwalificeren voor de door de organisatie opgestelde rollen of functies. SFIA is een internationaal model met een uitgebreid aanbod van certificeringmogelijkheden en het is de basisskillset in veel talentmanagementom­gevingen. SFIA wordt voornamelijk gebruikt bij grote internationale Angelsaksische organisaties. In Nederland is het gebruik van dit model te verwaarlozen.

Open CITS

Kenmerkend voor het Open CITS-programma (Open Group Certified IT Specialist) is dat het op twee professionaliseringsniveaus uitgaat van vakgebieden en de vaardigheden die je nodig hebt om als professional binnen je vakgebied te functioneren. Binnen deze vakge­bieden kunnen de vaardigheden gegroepeerd worden naar rollen. Hoe meer rollen je kunt vervullen, hoe flexibeler jij werkzaam bent in jouw vakgebied en hoe groter jouw vakman­schap. Medewerkers kunnen zichzelf voordragen voor het certificeringprogramma op het niveau van vakgebieden. Dit wordt door de Open Group zelf uitgevoerd. Het is een wereldwijd model dat onderschreven en gebruikt wordt door grote bedrijven en IT-dienstverleners.

e-CF

Kenmerkend voor e-CF is dat het competenties beschrijft, waarbij een competentie een com­plexe set van kennis, inzicht en vaardigheden in de beroepscontext is. Het IT-vakgebied wordt opgedeeld in veertig competenties (e-CF versie 3). Deze competenties vallen uiteen in vijf niveaus van professionaliteit. Het model kan hierdoor in elke organisatie worden gebruikt om specifieke rollen en functies binnen de organisa­tie te beschrijven. Daarnaast kan iedere IT-pro­fessional zijn of haar vakmanschap beschrijven in één of meerdere competenties. De link van beiden naar dit gezamenlijke referentiekader zorgt ervoor dat een medewerker kan aantonen dat hij of zij beschikt over de door de organisatie gevraagde competenties voor een rol of functie. Op dit moment werken dienstverleners aan modellen voor toetsing, certificering en registra­tie hiervan.

Nieuwe norm?

Al deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de vraag groeit naar een eenduidige beschrijving van zowel de rollen in een organisatie als de vaar­digheden die hiervoor nodig zijn en het IT-vak­manschap van de medewerkers. Tot voor kort werkten alleen de grote internationale organisa­ties aan functiehuizen en carrièreperspectieven voor hun IT-medewerkers, waarbij zij zich druk maakten over de uniforme en de organisatie over­stijgende beschrijvingen van het IT-vakmanschap van hun medewerkers. Het certificeringsmodel van de Open Group is hiervan een voorbeeld en dit model kreeg dan ook een dominante positie. Op dit moment lijkt het e-CF-raamwerk zowel in Nederland als in de rest van Europa terrein te winnen.

Het e-CF wordt in Nederland door zowel beroepsverenigingen als brancheverenigingen omarmd. Steeds meer dienstverleners en onder­wijsinstellingen stemmen hun diensten en oplei­dingen af op de competenties die in het e-CF zijn beschreven. Door de groei van diensten rondom dit competentieframework groeit ook de zichtbaarheid voor professionals en organisaties. Dat zorgt ervoor dat het breder gedragen wordt dan alleen door grote organisaties. Een eenduidig model zal ervoor zorgen dat ook in het mkb, waar veel minder middelen beschikbaar zijn om in de eigen organisatie te komen tot rol- en functie­beschrijvingen, IT-rollen en competenties van medewerkers beschreven worden in de termen van e-CF.

Een groeiend aantal projecten maakt gebruik van het e-CF. Zo noemt de website van het European Competence Framework in verschillende case­studies voorbeelden (bron: http://www.ecompe­tences.eu/2205,Case+studies.html). Capgemini heeft voor KPN een gestructureerde opleidings­oplossing gebouwd op basis van het e-CF. Die oplossing stelt KPN-medewerkers in staat rele­vante en geaccordeerde eigen en/of ingekochte opleidingen te selecteren en te boeken voor hun professionalisering.

Ook EXIN speelt in op de behoefte van profes­sionals om zich te kunnen kwalificeren en regis­treren als IT-professional. Hiervoor ontwikkelt het een certificeringprogramma met een self assessment en uitgebreide professionele toetsing volgens de criteria van het e-CF.

Het e-CF is in opmars in Nederland. Het is een eenvoudige en krachtige standaard die organisa­ties en individuen kan helpen om te denken in competenties en de spraakverwarring hierover op te lossen. Het is de moeite waard om dit als basis te nemen bij het opstellen van vacatures, opleidingsplannen, inhuuraanvragen en cv’s. Het e-CF ondersteunt als Europese standaard de groei van vakmanschap en arbeidsmobiliteit in de informatievoorziening.

John May is Learning Strategy Consultant bij Capgemini Academy. Hij adviseert organisaties bij het inrichten van processen en technieken voor optimale ontwikkeling en performance van medewerkers. E-mail: john.may@capgemini.com

 

 

 

Tag

eCF

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag