Hoe verder in 2013

Hoe verder in 2013?
De belangrijke IT-ontwikkelingen worden ook in 2013 gedomineerd door de ‘grote vier’: Social, Mobile, Analytics en Cloud (SMAC). Maar er gebeurt meer. Een overzicht van de voorspellingen vanuit verschillende invalshoeken.
Wijnand Westerveld
Wat zijn de belangrijkste IT-trends voor 2013? Dat hangt ervan af wie je spreekt. Gartner noemt als eerste ‘the mobile device battle’, waarbij het voor Microsoft erop of eronder wordt. Voor een grote aanbieder als EMC is het belangrijkst dat de rol van IT steeds meer verschuift van kostenbesparing
naar waardecreatie. Volgens Ron Tolido, chief technology officer van Capgemini, draait het vooral om ontwikkelingen die in het kielzog van de bekende grote vier ‘cloud, social, mobile en big data’ plaatsvinden. Hij noemt als eerste ‘Design for digital’, wat draait om de inzet van IT om op nieuwe manieren met de klant of de buitenwereld in contact te komen. IDC omschrijft de huidige ontwikkeling naar mobiele platforms als ‘The Third Platform’ na mainframe en pc, en voorziet dat rond 2020 zo’n 80 procent van de IT-industrie is gebaseerd op mobiele platforms. Steve Wozniak, een van de oprichters van Apple, voorziet vooral een dominante rol voor het datacenter.
Grote vier
Maar eerst de ‘grote vier’ dus, want daar draait het ook dit jaar in de eerste plaats om. Een veelgebruikt acroniem is SMAC wat staat voor Social, Mobile, Analytics, Cloud. Van deze vier hebben cloud en mobile op termijn wellicht de meeste impact, omdat ze aan de basis staan van een omwenteling in de manier waarop IT ingezet kan worden. Want cloudcomputing (en dan met name de public cloud) betekent dat de IT-wereld voor het eerst in zijn geschiedenis gebruik maakt van industriële massaproductie. Dat leidt tot het leveren van standaarddiensten waarvan de kosten verwaarloosbaar zijn. Dat is immers inherent aan massaproductie.
Op het terrein van mobility is een soortgelijke ontwikkeling waar te nemen. Door de enorme hoeveelheid apps die beschikbaar komen ontstaat een nieuw ‘eco-systeem’ waar geavanceerde functionaliteit tegen minimale kosten en soms zelfs gratis wordt aangeboden. Er bestaan inmiddels embedded billing- en paymentsystemen, die op steeds grotere schaal worden gebruikt. Wie een nieuwe business wil starten, heeft met een vingerknip een afrekenmodel tot z’n beschikking. Men hoeft zich niet meer het hoofd te buigen over de onderliggende IT, over applicatieperformance of integratie met andere platforms.
Daarmee staan we aan de vooravond van een IT-landschap waarbij IT niet langer een hulpmiddel is, maar een productiefactor. Het opvallende is dat die ontwikkeling steeds vaker vanuit de business wordt gepusht. KLM Cargo bijvoorbeeld maakt voor nieuwe toepassingen gebruik van Salesforce.com. Volgens Mattijs ten Brink, vice president sales & distribution bij Air France-KLM-Martinair Cargo, heeft de eigen IT-organisatie wel meegedaan in de ‘aanbieding’ voor de IT-ondersteuning van die nieuwe dienst, maar was de oplossing ‘uit de cloud’ sneller en tegen aanzienlijk lagere kosten te realiseren. Dat neemt niet weg dat deze nieuwe business alleen dankzij de ondersteuning van IT realiseerbaar was. Daarmee wordt IT inderdaad opgewaardeerd van een hulpmiddel tot een bedrijfsmiddel waarmee men waarde kan creëren. Tegelijkertijd ligt toenemende concurrentie tussen interne IT-afdelingen en externe ‘leveranciers’ voor de hand. Want zakelijke gebruikers zijn zich er steeds meer van bewust dat de interne IT-afdeling slechts één van de verschillende plaatsen is waar ze IT-diensten kunnen afnemen.
Dat maakt het speelveld er voor de interne IT’er niet eenvoudiger op, want IT-afdelingen zijn niet opgezet als bedrijfsonderdelen die waarde creëren. Bovendien was ‘kostenbesparing’ de afgelopen jaren het credo binnen IT-afdelingen. Om de stap te zetten naar het denken in termen van ‘hoe creëren we meerwaarde voor de business?’ zal in de eerste plaats de IT zijn denkwijze fors moeten veranderen. Veel praten met de business dus en proactief meedenken.
Mobile
Gartner voorziet een ‘mobile device battle’ waarbij de smartphone het primaire apparaat wordt voor toegang tot het web. Dat heeft belangrijke implicaties voor de rol van de pc en meer nog voor de dominante rol die Microsoft de afgelopen decennia heeft gespeeld. Want in 2015 zal naar verwachting slechts 20 procent van alle smartphones op Windows gebaseerd zijn. In datzelfde jaar zullen ongeveer evenveel tablets als laptops worden verkocht en ook bij de tablets zal Windows ver achterblijven bij Android en Apple iOS. Omdat de consumerization van IT ertoe leidt dat bedrijven hun werknemers niet meer kunnen voorschrijven met welke platforms zij werken betekent dit dat het Windows-platform binnen enkele jaren zijn dominante positie op de werkvloer kwijt kan zijn.
Kan, want de troefkaart van Microsoft heet Windows8. Dat wordt de ultieme test voor de toekomst van het bedrijf. Wordt Windows8 breed geaccepteerd, zowel op de desktop als op mobiele devices dan blijft Microsoft mogelijk een speler van betekenis. Kiest de gebruiker voor Android en Apple iOS dan zal Microsoft in het post pc-tijdperk geen dominante rol meer spelen.
De stormachtige opmars van mobiele apparatuur stelt interne IT-afdelingen voor een complex vraagstuk, want zij beschikken nog over weinig mogelijkheden voor het faciliteren en beheren van mobiele diensten die door kenniswerkers worden gebruikt. Hierdoor zoeken werknemers zelf manieren om dit te regelen. Het is daarom onvermijdelijk dat IT-afdelingen zakelijke mobiele omgevingen ontwikkelen die hoogwaardige zakelijke diensten bieden. Zowel om de veiligheid van organisaties te waarborgen, als de productiviteit van werknemers volledig te ondersteunen.
In het verlengde van de opkomst van mobility zal volgens de meeste trendwatchers turbulentie ontstaan rond het ontwikkelen van mobile apps. Momenteel zijn er meer dan honderd aanbieders die elk voor zich de potentie hebben uit te groeien tot een dominante speler. Tegelijkertijd is er op dit moment nog geen tool waarmee apps voor elk mobiel platform ontwikkeld kan worden. Gartner gaat daarom voor alsnog niet verder dan het benoemen van zes ‘mobile architectures’ die zich steeds meer zullen manifesteren. Dat zijn achtereenvolgens ‘native’, ‘special’, ‘hybrid’, ‘HTML5’, ‘Message’ en ‘No Client’. Van deze lijkt HTML5 de beste papieren te hebben om een platformoverstijgende architectuur te worden, maar tegelijkertijd zullen ‘native- en special architecturen’ de klant voorlopig nog het best op maat kunnen bedienen.
Ook de opkomst van ‘application stores’ binnen de bedrijfsmuren, die specifieke apps voor gebruikers zullen ontwikkelen, blijft een trend. Op die manier houdt de IT-afdeling controle over de apps die de onderneming binnen komen. Met de opkomst van deze appstores verschuift de rol van IT steeds meer richting marketing gericht op het faciliteren van de eigen werknemers.
Parallel hieraan zullen bedrijven zich ook steeds vaker gaan richten op het ontwikkelen van apps met een heel gerichte functionaliteit waarmee gebruikers snel een nieuwe businessactiviteit kunnen ondersteunen. Die kleine apps zullen steeds meer de plaats van grote zware applicaties innemen.
Ecosystemen
Parallel aan de ontwikkelingen op het terrein van mobility zullen steeds meer geïntegreerde oplossingen worden aangeboden, bijvoorbeeld voor billing en payment. De drijvende kracht achter deze ontwikkeling is dat afnemers daar zelf geen faciliteit meer voor willen inrichten, maar liever zo’n dienst tegen lage kosten afnemen. Een voorwaarde is wel dat de dienst gemakkelijk is in het gebruik en gegarandeerd veilig.
Het aantrekkelijke voor aanbieders van zo’n dienst is dat zij de controle over de gehele keten hebben, precies weten wie hun klanten zijn, wat hen de mogelijkheid biedt die klanten extra diensten op maat aan te bieden. De marge op 2013zo’n totaaloplossing is waarschijnlijk hoger dan de marge op het aanbieden van deeloplossingen.
Zo ontstaat een nieuw ecosysteem van diensten die onafhankelijk van enig platform geleverd kunnen worden. Verwacht wordt dat er een nieuwe groep van onafhankelijke aanbieders van diensten zal ontstaan.
Cloud
Over cloud als fenomeen reppen de voorspellers nog slechts in algemene termen. Cloud is ‘here to stay’, daar twijfelt niemand nog aan. Eveneens is wel duidelijk dat de ‘private cloud’ in veel gevallen van tijdelijke aard zal zijn, omdat dat uiteindelijk weinig meer is dan outsourcen. Private cloud is eigenlijk alleen interessant voor bedrijven met legacy. Echte besparingen met cloudcomputing worden alleen gerealiseerd door het afnemen van standaarddiensten en die worden per definitie vanuit de publieke cloud aangeboden. Bedrijven en organisaties zullen daar steeds meer gebruik van maken. Onder startende bedrijven is geen onderneming meer die overweegt een eigen serverpark in te richten.
Er is op het terrein van cloud echter wel een nieuwe trend waar te nemen; personal cloud. Volgens de analisten zal de personal cloud de pc vervangen als medium waar individuele personen hun data bewaren. Dat geldt zowel voor particulieren als voor medewerkers van bedrijven. Het gaat daarbij niet alleen om opslag van data, maar ook om het afnemen van allerlei services. De personal cloud zal uiteindelijk het centrale punt worden via welk je toegang tot het web zoekt en contact legt met allerlei netwerken in de digitale wereld. De toegang tot deze personal cloud zal niet door één device of door één technologie gedomineerd worden en zal in de beleving van de gebruikers altijd en overal beschikbaar zijn.
In het verlengde van deze ontwikkeling zal het op de werkvloer beschikbaar stellen van toegang tot de personal cloud steeds meer afgedwongen worden. Een gevolg is dat de scheidslijn tussen werk en privé nog meer zal vervagen dan nu al het geval is.
Op bedrijfsniveau zal met name de rol van de interne ‘cloud service broker’ steeds prominenter worden. Gartner baseert zich bij deze waarneming
op een recente studie waaruit blijkt dat IT-afdelingen zich steeds meer als coördinator van IT-activiteiten opstellen. De druk om met minder budget betere diensten te leveren is daarbij een belangrijke aanjager. Bedrijven maken steeds meer gebruik van heterogene IT-diensten die in toenemende mate vanuit de cloud worden aangeboden. De rol van de broker hierin is te voorkomen dat vanuit verschillende plekken binnen een organisatie vergelijkbare diensten bij verschillende aanbieders worden afgenomen. Daarnaast is afstemming tussen aanbieder en afnemer een belangrijk onderdeel van deze nieuwe rol. Daarbij draait het vooral om een heldere definiëring van wat de afnemer verlangt en uiteraard de check of de aanbieder overeenkomstig de afspraken levert.
Als het om cloudtoepassingen gaat, werpt Ron Tolido deze vraag op: ‘What would Amazon do?’. Amazon heeft zich ontwikkeld tot de benchmark voor het rekencentrum. Alles wat je als CIO doet, moet je afzetten tegen hoe Amazon dat zou doen. Wanneer je een complexe SAP-implementatie voorbereidt en uit de businesscase blijkt dat je een factor 17 duurder bent dan wanneer Amazon het regelt, moet je als CIO een goed verhaal hebben. Veel bedrijven zijn nog huiverig ten aanzien van de cloud. Privacy, beveiliging en regelgeving vormen obstakels. Maar organisaties die zich daar overheen kunnen zetten, bereiken een nieuw niveau van functionaliteit, kostenpeil en andere kwaliteiten waarmee zij hun concurrentiepositie kunnen verbeteren.
Verder zullen innovatieve bedrijven ontdekken wat clouddiensten aan extra’s te bieden hebben: het directe contact met klanten via sociale netwerken
(Social CRM), maar ook Human Capital Management, een manier om als bedrijfsleiding niet meer eens per jaar personeel feedback te geven in een functioneringsgesprek, maar er een continu proces van te maken. De cloud biedt nieuwe analysetechnologie en mogelijkheden om samen in te kopen. Het zijn niet meer de grote kerntoepassingen in de cloud die spannend zijn; juist aan de randen van de cloud vinden spannende ontwikkelingen plaats.
Big data, Analitics en Storage
Ook big data is een blijver onder de trends voor de komende jaren. Maar ‘big data’ op zichzelf is niets en dus wordt dit fenomeen steeds vaker in één adem genoemd met ‘analytics’. Het draait er tenslotte om welke informatie je uit de ‘big data’ kunt destilleren en meer nog hoe je die informatie vervolgens kunt gebruiken. Op dat punt wordt unaniem beweerd dat er de komende jaren grote behoefte zal zijn aan mensen met analytisch inzicht die in staat zijn de informatie uit grote bestanden te interpreteren. Een van de grote gevaren van ‘big data analytics’ is namelijk dat besluiten worden genomen op basis van onjuiste analyses.
Die waarschuwing zegt meteen iets over het belang van big data en van analytics. Trendwatchers voorzien dat deze combinatie steeds meer opschuift in de richting van een bedrijfsbrede strategische informatiearchitectuur die steeds meer input zal leveren voor de strategische besluitvorming. Daarbij staan simulatie, voorspelling en optimalisatie vooralsnog het meest in de belangstelling. Het streven daarbij is om tot meer flexibiliteit in de besluitvorming te komen. Dat kan door het beslismoment zo laat mogelijk in het bedrijfsproces te nemen zodat steeds nauwkeuriger voorspellingen in de besluitvorming worden meegenomen.
Een direct gevolg van deze ontwikkelingen is dat het bedrijfsgebonden datawarehouse dat veel bedrijven nu aan het inrichten zijn steeds minder belangrijk wordt ten faveure van multiple datawarehouses, die op basis van uiteenlopende interne en externe databronnen zullen uitgroeien tot ‘logical enterprise datawarehouses’.
Op het terrein van technologie zal big data zich 2013 toespitsen op wat wordt aangeduid als de drie V’s; volume, variety en velocity. Deze drie zullen de komende jaren domineren, waarbij duidelijk wordt dat bedrijven steeds minder in staat zijn om data zelf op te slaan en te beheren. ‘Storage in the cloud’ wordt het devies, mede omdat de hoeveelheid te beheren data sneller zal groeien dan de opslagcapaciteit van de meeste organisaties. In 2001 ging er 1 exabyte aan data over het internet. Volgend jaar zal dat ruim 350 keer zo veel zijn, namelijk 1 exabyte aan dataverkeer per dag en over drie jaar zal er een zettabyte, ofwel 1024 exabytes aan data over het net verstuurd worden. De hoeveelheid data die als gevolg van deze stromen wordt opgeslagen zal volgens IDC nog groter zijn. In totaal zo’n 40.000 exabytes in 2020, voorziet de marktonderzoeker. De hoofdmoot daarvan, zo’n veertig procent, wordt gevormd door gegevens uit bewakingssystemen. Medische informatie (20 procent), dataverwerking (30 procent) en entertainment (10 procent) vormen gedrieën de overige hoeveelheid data.
Datacenter
Steve Wozniak, oud-oprichter van Apple, voorziet voor het komende jaar een cruciale rol voor het datacenter. Niet in de laatste plaats omdat de zegeningen van de cloud volgens hem minder overvloedig zullen zijn dan nu vaak wordt gedacht, iets waar Wozniak het afgelopen jaar diverse keren voor gewaarschuwd heeft.
Het datacenter van 2013 wordt sneller, groener, veel meer servicegericht en vooral ook goedkoper. Bedrijven zullen hun datacenter beter willen benutten, in het besef dat zowel server- als storagecapaciteit nog lang niet ten volle benut wordt. Daarnaast speelt de ontwikkeling van flashtechnologie een belangrijke rol. Flash zal goedkoper worden en in 2013 zijn intrede in het datacenter doen. Daarbij moet opgemerkt worden dat Wozniak momenteel ‘chief scientist’ is bij de firma Fusion-io, een fabrikant van enterprise flash-story. Dat maakt zijn voorspellingen wellicht gekleurd, maar ook IDC voorziet de doorbraak van flashmemory in de grote datacenters.
In-memory computing
In-memory computing werd vorig jaar nog aangemerkt als een ontwikkeling die evenveel impact zou kunnen hebben als de opkomst van cloudcomputing. Nu wordt het omschreven als een ‘transformational opportunity’.
In-memory computing staat voor de opslag van informatie in het RAM-geheugen (Random Access Memory) van apparatuur, in plaats van opslag in een relationele database. Dat leidt ertoe dat data veel makkelijker te benaderen is. Van belang daarbij is dat steeds meer apparaten zijn uitgerust met zowel embedded IT als met flashmemory. Dat gaat om zowel consumentenproducten als om professionele apparatuur. De enorme beschikbaarheid van makkelijk te benaderen informatie, opgeslagen in apparaten die allemaal aan het web gekoppeld zijn, maakt het mogelijk om batchverwerking van data aanzienlijk te versnellen. In sommige gevallen van enige uren naar fracties van seconden. Dit opent nieuwe mogelijkheden voor businessinnovatie. Steeds meer aanbieders zullen de komende jaren snelle ‘in-memory based’ oplossingen gaan aanbieden waarmee retailers, banken en energieleveranciers snel patronen kunnen herkennen en daar data-analyses op los kunnen laten.
Internet of Things
Vorig jaar had Gartner het nog over nog over het ‘internet of everything’, dat zou bestaan uit een oneindig aantal mobiele devices die aan het internet gekoppeld zijn. Genoemd werden camera’s, sensors, systemen voor beeldherkenning en RFID-tags. Dit is geëvolueerd tot het Internet of Things (IoT), waarvan de basis nog steeds wordt gevormd door de grote hoeveelheid aan apparaten die aan het net gekoppeld zijn. Elk van deze apparaten communiceert met het net. Van dure auto’s is nu bijvoorbeeld al tot op enkele meters nauwkeurig te bepalen waar in West-Europa zij zich bevinden. Mobile gaat daarom in de visie van Gartner verder dan de traditionele netwerken via welke mobiele telefoons verbonden zijn. Draadloze apparatuur maakt tegenwoordig gebruik van NFC, Bluetooth, WiFi en het traditionele mobiele telefoonnetwerk, en is daarmee gekoppeld aan een oneindig grote hoeveelheid toepassingen en apparatuur. Dit geheel zal leiden Informatietot een breed scala aan nieuwe diensten en apparatuur, en dat zal leiden tot nieuwe kansen en uitdagingen voor bedrijven.
Design for Digital
IT is meer dan de interne motor van organisaties, aldus Tolido. IT krijgt een steeds belangrijkere rol in de communicatie met consumenten en burgers. Goede sturing daarop vereist meer dan de kwaliteiten die de CIO doorgaans heeft. Zijn primaire opdracht is te zorgen dat de IT blijft draaien. Hij vermijdt daarom risicovolle projecten. Zijn blik is naar binnen gericht. Daarnaast komt iemand die zijn blik naar buiten richt en ideeën ontwikkelt rond een optimale communicatie met de buitenwereld. In de wandelgangen hoor je daarvoor steeds vaker de term ‘digital’ vallen. De Britse overheid heeft zelfs al een chief digital officer aangesteld, Mike Bracken. Hij analyseert hoe de overheid zich digitaal manifesteert naar de burger en stuurt daarop de aanpassingen. De ‘digital’ directeur heeft de opdracht ‘desirable technology’ te ontwerpen, ofwel technologie waarmee mensen zich graag associëren en met plezier gebruiken. Meer organisaties slaan die weg in. Daarvoor zijn ze op zoek naar andere kwaliteiten dan de boel draaiend houden, hoe belangrijk die ook zijn.
Friend your vending machine
Sociale netwerken krijgen een rol als schakel tussen information technology en operational technology. Het is nog een wat futuristische ontwikkeling,
maar sommige autofabrikanten bieden al de mogelijkheid een abonnement te nemen op de assemblage van je nieuwe auto. Zo kun je het proces stap voor stap volgen. Salesforce.com pionierde hierin met de mogelijkheid je te abonneren op de statusupdates van een dossier. De mogelijkheden zijn legio, bijvoorbeeld met de komst van slimme energiemeters en allerlei connected consumentenapparatuur.
No Process
Een nieuwe generatie Business Process Management en Business Rules-oplossingen maakt dat organisaties steeds beter in staat zijn processen te beheren. Afhankelijkheden verdwijnen en processen kunnen flexibeler worden ingericht. Het idee is steeds meer de vaste processen los te laten. In de ultieme variant daarvan is er zelfs helemaal geen proces meer, No Process, met een knipoog naar NoSQL. Flexibele teams formeren zich rond een opdracht om deze snel tot een succesvol einde te brengen. Een voorbeeld is wat BeInformed doet voor de Nederlandse overheid: complexiteit omarmen, in plaats van te proberen deze te elimineren.
 
KADER
 
IBM kijkt vijf jaar vooruit
Jaarlijks maakt IBM zijn ‘IBM 5 in 5’ bekend, een lijst van innovaties die de komende vijf jaar de manier waarop mensen werken, leven en met elkaar omgaan kunnen veranderen. Deze prognoses gaan uit van maatschappelijke en markttrends en kijken naar de nieuwe technologieen die door de R&D-labs van IBM wereldwijd worden ontwikkeld en die de innovaties mogelijk maken. Volgens IBM staan we aan de vooravond van het tijdperk van de cognitieve systemen, waarbij zintuiglijk waarnemen, voelen, zien, horen proeven en ruiken door digitale technologie geoptimaliseerd wordt.
 
1 Voelen via je telefoon
De gamingsector maakt er al gebruik van: haptische en grafische technologieën om de speler in een gesimuleerde omgeving te brengen. Maar stel u voor dat u uw smartphone gebruikt om het oppervlak van een satijnen of zijden trouwjurk te voelen. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van haptische, infrarode en drukgevoelige technologieën om toepassingen te ontwikkelen voor de retailsector, de gezondheidszorg en andere domeinen. De textuur en het weefpatroon van een stof worden voelbaar als iemand met zijn vinger over een beeld van het voorwerp op een scherm wrijft. De trilfuncties van een telefoon geven elk voorwerp een uniek trilpatroon dat overeenstemt met de tastervaring: korte en snelle patronen of langere en sterkere reeksen trillingen. Het trilpatroon zal helpen om zijde van linnen of katoen te onderscheiden en de fysieke gewaarwording van het aanraken van het materiaal te simuleren.
 
2 Zien: één pixel zegt meer dan duizend woorden
Op dit moment begrijpen computers van beelden alleen de tekst die wij eraan toevoegen om ze te taggen of een titel te geven. Maar de meeste informatie – de inhoud van het beeld zelf – blijft een mysterie. De volgende vijf jaar zullen systemen niet alleen de mogelijkheid verwerven om beelden en visuele data te bekijken en de inhoud ervan te herkennen, zij zullen aan de pixels ook een betekenis kunnen geven, ongeveer zoals een mens foto’s bekijkt en interpreteert. In de toekomst zullen computers met een soort ‘breinfuncties’ kenmerken zoals kleur, textuurpatronen en begrenzing analyseren en inzichten verwerven uit visuele media. De impact hiervan op sectoren zoals de gezondheidszorg, retail en landbouw zal groot zijn. Dankzij dit ‘gezichtsvermogen’ zal de medische sector informatie over specifieke anatomieën of pathologieën kunnen destilleren uit de enorme informatievolumes van MRI- en CT-scans, röntgenopnamen en echoscopieën. De essentiële informatie in deze beelden is soms zo subtiel dat ze ontsnapt aan het menselijk oog en alleen door nauwkeurige metingen aan het licht komt. Als systemen getraind worden om in beelden specifieke informatie op te zoeken – zoals het onderscheid tussen gezond en aangetast weefsel – en die te correleren met patiëntendossiers en wetenschappelijke literatuur, dan kunnen ze de artsen helpen om medische problemen veel sneller en accurater op te sporen.
 
3 Horen: computers zullen horen wat belangrijk is
Binnen vijf jaar zal een gedistribueerd systeem van slimme sensoren geluidselementen zoals geluidsdruk, trillingen en geluidsgolven op verschillende frequenties detecteren. Het gebruikt deze input om te voorspellen wanneer een boom in een bos zal omvallen of wanneer een aardverschuiving in beweging dreigt te komen. Een dergelijk systeem zal naar onze omgeving ‘luisteren’ en de bewegingen of de belasting van een materiaal meten. Het kan ons dan waarschuwen als er gevaar dreigt. Systemen zullen ook leren om emoties te onderscheiden en iemands stemming aan te voelen. Zij zullen gesprekselementen afbakenen en toonhoogte, spraaktempo en aarzelingen analyseren om dialogen productiever en efficiënter te maken. Dit kan bijvoorbeeld van pas komen voor een betere interactie met klanten in callcenters of om naadloos te communiceren met andere culturen. Net zoals het brein zal het systeem door sensoren gevoed worden met onbewerkte, ‘ruwe’ geluiden. Bij het interpreteren en classificeren van de geluiden zal het ook rekening houden met andere ‘modaliteiten’, zoals visuele of tactiele informatie. Als het systeem nieuwe geluiden detecteert, zal het conclusies trekken op basis van eerder verworven kennis en de mogelijkheid om patronen te herkennen.
 
4 Proeven: digitale smaakpapillen helpen om slimmer te eten
Onderzoekers van IBM ontwikkelen een computersysteem dat smaken onderscheidt en dat chef-koks kunnen gebruiken om smakelijke en originele recepten te creëren. Het ontleedt ingrediënten tot op moleculair niveau en combineert de chemie van voedselbestanddelen met de psychologie van de smaken en geuren
waar mensen dol op zijn. Door die informatie te vergelijken met miljoenen recepten kan het systeem nieuwe, onverwachte smaakcombinaties creëren. Aan de hand van algoritmes zal de computer ook de precieze chemische structuur van voedsel achterhalen en bepalen waarom mensen verzot zijn op bepaalde smaken. De algoritmes zullen onderzoeken hoe chemicaliën met elkaar reageren, welke complexe moleculen er achter samengestelde smaken en geuren schuilgaan en hoe die moleculen zijn opgebouwd. Met behulp van die informatie en perceptiemodellen zullen de systemen kunnen voorspellen hoe aantrekkelijk een bepaalde smaak zal zijn.
Dit zal er niet alleen voor zorgen dat gezond eten lekkerder smaakt. Wij zullen ook verrast worden door ongewone combinaties van voedingsmiddelen die onze smaak- en geurwaarneming avontuurlijker en interessanter maken. Voor mensen met een speciaal dieet – zoals diabetespatiënten – zou het systeem smaken en recepten kunnen ontwikkelen om hun bloedsuiker precies op het juiste peil te houden, terwijl zij toch zoet kunnen eten.
 
5 Ruiken: computers zullen kunnen ruiken
De volgende vijf jaar zullen minuscule sensoren in onze pc of smartphone detecteren of er een verkoudheid of andere ziekte op ons afkomt. Door de geuren, biomarkers en duizenden moleculen in iemands adem te analyseren helpt dit systeem artsen om een vroegtijdige diagnose te stellen en beginnende kwalen te detecteren, zoals lever- en nierproblemen, astma, diabetes en epilepsie. Gewoon door te detecteren welke geuren normaal zijn en welke niet.
Wetenschappers onderzoeken in musea nu al de omgevingsomstandigheden en de luchtsamenstelling om kunstwerken beter te beschermen. Deze innoverende technologie wordt stilaan ook toegepast voor een betere ziekenhuishygiëne – een van de grootste uitdagingen in de gezondheidszorg.
Als doorbraken in sensor- en communicatietechnologieën worden gecombineerd met geavanceerde zelflerende systemen, dan kunnen sensoren gegevens verzamelen op plaatsen die tot voor kort voor onmogelijk werden gehouden. In de landbouw kunnen computersystemen bijvoorbeeld ‘ruiken’ en analyseren of de bodemomstandigheden gunstig zijn voor een bepaald gewas. In een stedelijke omgeving kan deze technologie worden ingezet om problemen met afval, rioolwater en lucht- en watervervuiling vroegtijdig op te sporen en te reageren voordat ze uit de hand lopen.
 
Wijnand Westerveld is hoofdredacteur van Informatie

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag