ICT eerste levensbehoefte, ook bij faillissement

Dat ICT belangrijk isweten we allemaal. Maar is het ook een primaire levensbehoefte, net als water en stroom en dergelijke? Volgens de rechter wel. En dat heeft consequenties. Consequenties voor de klanten van ICT-leveranciers. En ­vooral ook voor de ICT-leveranciers zelf.

 

U kent allemaal nog wel de Free Record Shop; lange tijd succesvol geweest, maar helaas te laat de bakens verzet toen bleek dat de verkoop van muziek niet meer via cd’s ging maar via de iTunes Store. Te laat ­in­gezien dat Spotify een einde maakte aan oude ­verdienmodellen. Met als gevolg een faillissement in 2013. Dat faillissement levert nu nog interessante jurisprudentie op over de vraag hoe ICT-leveranciers zich mogen opstellen in dergelijke situaties.

 

De feiten: de ICT-leverancier had een forse vordering open staan op Free Record Shop. ­Zoals vaker bleven in het zicht van de verslechtering van de financiën de facturen van de ICT-leverancier onbetaald. Die ­leverancier beëindigde dan ook direct de SLA toen het faillissement bekend werd – op basis van de tekst van de SLA was dat toegestaan. Wel bood de leverancier aan door te gaan met de dienstverlening,onder de voorwaarde dat eerst de vordering uit de tijd voor het faillissement zou worden betaald. Dit weigerden de curatoren, maar tegelijkertijd was continuering van de dienstverlening noodzakelijk. Zonder werkend ICT-systeem en zonder data konden de curatoren niets beginnen.

 

Het leidde tot een kort geding in 2013. De uitkomst daarvan was dat de leverancier gedurende een bepaalde periode verplicht werd om haar dienstverlening voort te zetten. Daar werd de voorwaarde aan verbonden dat de curatoren de gebruikelijke maandelijkse fee voor die dienstverlening wel gewoon betaalden. De rechter kwam tot die beslissing op grond van een afweging tussen het belang van de leverancier en het belang van de boedel. Dergelijke uitspraken hebben we de afgelopen jaren vaker zien langskomen. De rechter heeft oog voor de ­belangen van de boedel en heeft in het verleden ­vaker de ICT-dienstverleners verplicht om – tegen betaling – hun diensten tijdelijk voort te zetten. ­Feitelijk houdt ­alleen dat al een erkenning in dat ICT zo wezenlijk is voor het voortbestaan van een onderneming dat, net als bij aanbieders van primaire ­levensbehoeften als water en stroom, er niet altijd zonder meer gestopt mag worden met het verlenen van de diensten. De aanbieders van dit soort diensten noemen we ‘dwangcrediteuren’.

 

In dit geval ging de discussie daarna verder. De leverancier liet het er niet bij zitten en claimde alsnog voldoening van de schuld die voor faillissement was ­opgebouwd. Het argument was dat de curatoren door middel van het verzoek tot doorleveren feitelijk zouden hebben aangegeven dat zij zelf ook de overeenkomst gestand wensten te doen. Op basis van artikel 37 van de Faillissementswet zou dat tot gevolg hebben dat ook de vordering van voor datum faillissement zou moeten worden voldaan, dit met voorrang boven de gewone schuldeisers.

 

Daar stak de rechter in Rotterdam recent een stokje voor. De rechter erkende het belang voor de boedel van dat de curatoren tenminste tijdelijk gebruik kunnen blijven maken van het geautomatiseerde systeem en de data. Hij onderkende ook dat ICT-leveranciers tegenwoordig door de ontwikkelingen in “maatschappelijke, economische en technologische zin” in de praktijk een gelijke dwangpositie hebben als nuts­bedrijven die water en stroom leveren. Op basis van een uitzondering in de wet komt aan nuts­bedrijven geen beroep op artikel 37 Faillissementswet toe. Hoewel die uitzondering niet voor ICT-dienstverleners bestaat, lijkt de rechter die regeling naar analogie toe te passen. De dienstverlener kon zijn ­vordering van voor datum faillissement niet bij ­voorrang verhalen op de boedel.

 

Dit laat ons zien dat de wet altijd achterloopt op de technologische ontwikkelingen. In het beste geval past de rechter de regels uit de ‘oude economie’ toe op de technologische ontwikkelingen. En het laat ons zien dat een goed debiteurenbeheer bij ICT-­bedrijven heel belangrijk blijft. Een faillissement van een klant levert dus zelfs voor een ICT-bedrijf met een dwangpositie een vervelende scheur in de broek op!

 

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag