Koopkracht IT’ers weer in de lift

Na twee jaar inleveren, stijgt de koopkracht van IT-professionals gemiddeld weer, zij het voorzichtig. Zzp’ers profiteren het meest van de aantrekkende markt. Werkgevers beknibbelen echter nog altijd op arbeidsvoorwaarden: bijna een kwart van de IT-profes­sionals is het afgelopen jaar op de een of andere manier gevraagd om in te leveren.

De gemiddelde loongroei van Nederlandse IT-professionals kwam dit jaar (gemeten over april 2014 tot en met april 2015) uit op 1,5 procent, blijkt uit het jaarlijkse beloningsonderzoek van AutomatiseringGids en Berenschot. De inflatie over die periode kwam uit op 1 procent, tegen 2,5 procent de twee jaren ervoor. Dat betekent dat de koopkrachtontwikkeling weer voorzichtig in de plus zit.

Bijna de helft van de IT-professionals stelt dat zijn inkomen dit jaar is gestegen. Voor IT’ers op de loonlijst van IT-bedrijven waarbij dit het geval was, bedroeg de salarisgroei gemiddeld 2,5 procent. IT’ers in dienst buiten de IT-sector die hun inkomen zagen verbeteren, moesten gemiddeld genoegen nemen met een toename van 2 procent. Als ook de cijfers van de IT’ers voor wie het loon gelijk bleef of is gedaald worden meegenomen, bedraagt de gemiddelde loonontwikkeling voor eerder genoemde groepen respectievelijk 1,6 procent en 1,4 procent. De cao-lonen in Nederland stegen gemiddeld met 1,05 procent, dus IT’ers zijn ook dit jaar beter af dan de meeste andere beroepsgroepen.

Meer werk, hogere tarieven voor zzp’ers

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) merken goed dat de markt weer aantrekt. Klommen ze vorig jaar voorzichtig uit het dal met een lichte stijging van het uurtarief van 75,50 euro naar 77 euro, dit jaar was het gemiddelde 84 euro. Een derde van de ondervraagde zzp’ers ziet meer ruimte voor tariefverhogingen door de aantrekkende markt. Ook het aantal declarabele uren nam in een jaar tijd toe van 32 naar 34 uur per week. Dit zorgt ervoor dat zzp’ers gemiddeld aanzienlijk meer in rekening konden brengen bij opdrachtgevers dan de afgelopen twee jaar: 2856 euro per week dit jaar, tegen 2464 euro per week in 2014 en 2276 euro in 2013.

Niels Huismans, Business Developer bij FastFlex, denkt dat het daadwerkelijke gemiddelde uurtarief van zzp’ers in de IT iets lager ligt dan 84 euro. “Er hebben relatief veel oudere IT’ers meegedaan aan de Salary Survey. De gemiddelde leeftijd is 49 jaar en doorgaans stijgt het tarief tot de leeftijd van 58 jaar en zwakt het daarna langzaam af. Maar het verbaast me niet dat de tarieven en het aantal facturabele uren stijgt, want de markt is echt weer aan het aantrekken.”

Opvallend is dat steeds meer zelfstandigen ervoor kiezen hun brood te willen verdienen met het geven van IT-advies. Vorig jaar was nog 17 procent van de respondenten actief in deze hoek, nu is dat 26 procent. “Zzp’ers zien hier duidelijk kansen liggen”, zegt Hans van der Spek, managing consultant bij Berenschot.

De belangrijkste factoren om zzp’er te worden zijn de vrijheid om zelf de balans tussen werk en privé te kunnen bepalen en de mogelijkheid om zelf een strategie te kiezen. “Ook hier blijkt dat er vooral oudere zzp’ers hebben deelgenomen aan het onderzoek. De nieuwe generatie IT’ers verwacht ook in loondienst dat ze hun uren flexibel in kunnen delen en zelfstandig kunnen werken en dat gebeurt ook steeds meer. Werkgevers die dit niet bieden, kunnen het schudden bij deze generatie”, zegt Huismans.

Maar liefst 18 procent van de zzp’ers die hebben deelgenomen aan het onderzoek zou, als ze de keus hadden, liever in loondienst werken. Waarschijnlijk is dit de groep die na baanverlies noodgedwongen de stap maakte naar freelancer, omdat een andere baan vinden een onmogelijke opgave bleek. Uit recent onderzoek van FastFlex blijkt dat zzp’ers waarvan het uurtarief is gedaald vaker noodgedwongen aan de slag zijn gegaan als zzp’er dan diegene waarvan het uurtarief gelijk is gebleven of gestegen.

 

‘In 2016 wordt het beter’

IT-professionals merken dat de IT-arbeidsmarkt weer aantrekt, maar voor 2015 zijn de verwachtingen nog niet hoog gespannen. Gevraagd naar wanneer de IT-arbeidsmarkt weer serieus gaat aantrekken blijkt dat de meeste IT’ers wat voorzichtiger zijn. Nog geen 20 procent zegt dat dat al het geval is of dat dat in 2015 nog staat te gebeuren. De grootste groep denkt dat dit op zijn vroegst in 2016 pas zal zijn: 45 procent van de IT’ers die een dienstverband hebben bij een IT-bedrijf en 40 procent van de IT-professionals die een vaste baan hebben buiten de IT-sector. Vorig jaar hadden de IT’ers overigens hetzelfde idee. ‘Dit jaar nog niet, maar volgend jaar...’

Er is ook een grote groep die denkt dat het herstel nog langer gaat duren of misschien wel helemaal niet meer gebeurt. “IT’ers zijn over het algemeen pessimistischer geworden over marktherstel. Dit heeft waarschijnlijk met de kloof op de IT-arbeidsmarkt te maken: aan de ene kant ontstaan er weer veel vacatures – met name in de softwareontwikkeling – aan de andere kant is de werkloosheid onder IT’ers nog altijd ‘sky high’ en komen met name oudere IT’ers maar moeilijk aan de bak”, stelt Van der Spek.

Overigens zorgt de aantrekkende markt lang niet altijd voor meer ruimte voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden. 15 procent van de IT’ers in loondienst bij een IT-bedrijf zegt hiervan geprofiteerd te hebben, tegen 6 procent van de automatiseerders bij gebruikersorganisaties. Een groot deel van de ondervraagden denkt dat er ook in 2015 nog geen duidelijke verbetering van de arbeidsvoorwaarden in zit. Meer dan 40 procent denkt dat dit pas op zijn vroegst in 2016 het geval zal zijn, zo’n 20 procent denkt dat daar nog wel een paar jaar voor nodig zal zijn en maar liefst 27 procent van de IT’ers bij IT-bedrijven en 38 procent van de IT’ers bij gebruikersorganisaties denkt dat het salarisniveau nooit meer op het niveau van voor de economische crisis terugkomt. “Vorig jaar was lag dit percentage minder hoog, dus ook op dit vlak zijn IT-professionals pessimistischer geworden, of misschien kan ik beter zeggen: realistischer.

Werkgevers sleutelen nog altijd kritisch aan de arbeidsvoorwaarden, ook al begint de markt aan te trekken. De sky is niet meer de limit”, stelt Van der Spek.

En IT’ers krijgen ook nog altijd de vraag om op een of meer arbeidsvoorwaarden in te leveren ‘vanwege economische omstandigheden’. Dat overkwam 23 procent van de IT’ers die werkzaam zijn bij een IT-bedrijf; Bij IT’ers in dienst bij gebruikersorganisaties was dit zelfs 25 procent.

4 Procent van de respondenten leverde het dit jaar daadwerkelijk salaris in, tegen 9 procent vorig jaar. “Maar er zijn natuurlijk bezuinigingen op arbeidsvoorwaarden manieren die je minder hard direct treffen in de portemonnee”, zegt Van der Spek. De bezuinigingsmaatregel die het vaakst werd voorgesteld was inkrimping van het mobiliteitsbudget/ leasewagenregeling en afzien van de reguliere salarisverhoging.

Stijgers en dalers

Gemiddeld nam de koopkracht van IT´ers dit jaar (tussen april 2014 en april 2015) dus toe met 0,5 procent. Niet alle IT’ers gingen erop vooruit. Elf van de twintig functiegroepen waarover genoeg data bekend is om er iets zinnigs over te zeggen, kregen er dit jaar meer bij dan de gemiddeld inflatie en zagen de koopkracht toenemen. Vorig jaar ging het nog om negen functiegroepen. Net als vorig jaar lieten een aantal functies extreme stijgingen of dalingen zien. Dit is te wijten aan sterke wisselingen in de onderzoekspopulatie. Vooral softwareontwikkelaars, adviseurs technische infrastructuur en informatieanalisten zagen hun inkomen fiks groeien ten opzichte van vorig jaar. Terwijl technisch applicatiebeheerders, projectmanagers en teamleiders relatief het meest inleverden.

 

 

Meer loonruimte in gebruikers­organisaties

 

 

De (secundaire) arbeidsvoorwaarden bleven voor veel IT’ers het dit jaar (van april 2014 tot april 2015) gelijk of zijn iets verbeterd. IT’ers bij ­gebruikersorganisaties zijn een stuk positiever geworden dan vorig jaar over hun loonontwikkeling. Wel zegt bijna 17 procent van laatstgenoemde groep dat de arbeidsvoorwaarden zijn verslechterd. Het gaat dan vooral om versobering van pensioen-, leaseauto- en opleidingsregelingen. Maar ook minder/geen bonus dan wel winstuitkering en minder vakantie- en verlofdagen worden genoemd.

In geval van verbeterde arbeidsvoorwaarden komt dit vaak door een nieuwe baan of promotie. Gevraagd naar welke ­arbeidsvoorwaarden de respondenten het liefst verbeterd ­willen zien is meer salaris het meest genoemde antwoord, maar ook betere bonusregelingen, (betere) lease-autorege­lingen en meer vakantiedagen worden vaak genoemd.

 

 

 

 

Zorgen over inzetbaarheid groeien

 

 

IT-professionals met een contract bij een IT-bedrijf zijn aanzienlijk optimistischer over hun arbeidsmarktpositie dan hun beroepsgenoten bij gebruikersorganisaties. Ten opzichte van vorig jaar is voor beide groepen niet zo veel veranderd. Verbetering van de eigen arbeidsmarktpositie wordt vooral toegeschreven aan de aantrekkende markt, gevolgde trainingen en certificeringstrajecten, een nieuwe baan en meer ervaring. De meest genoemde reden voor verslechtering van de arbeidsmarktpositie is ouderdom.

Verder hebben wij IT-professionals gevraagd naar hun eigen inzetbaarheid, aangezien iedereen langer door moet werken voordat hij of zij met pensioen kan. De groep IT’ers die negatief oordeelt over zijn eigen inzetbaarheid is voor beide groepen in een jaar tijd behoorlijk toegenomen. Overigens zijn IT-professionals doorgaans niet veel positiever over hun eigen ‘uiterste houdbaarheidsdatum’ dan die van andere IT-professionals. Ook op dit vlak zijn IT’ers het pessimistischer in gaan zien. Opvallend is verder dat ruim een derde van de IT’ers die werkzaam zijn buiten de ICT-sector positief is over de houdbaarheidsdatum van IT-professionals, terwijl dit bij IT’ers op de loonlijst van IT-bedrijven dit bijna de helft is.

 

 

Tekorten verwacht

 

Dit jaar hebben wij voor het eerst ook ­gevraagd in welke mate respondenten verwachten dat er binnen vijf jaar een tekort is aan mensen met hun functie. Slechts een klein deel denkt dat er een ernstig tekort is aan IT-professionals zoals zij in 2020. Maar bijna de helft denkt dat het wel gaat schuren. Ondervraagden die denken dat er over vijf jaar helemaal geen tekort zal zijn aan personen die hun IT-functie kunnen invullen, zijn met 20 procent in de minderheid. Opvallend is dat IT’ers die werkzaam zijn buiten de IT-branche verwachten dat de behoefte aan hun functie groter zal zijn in de toekomst dan IT’ers die werken bij een IT-bedrijf. De respondenten verwachten dat de vraag naar software-ontwikkelaars en beheerders binnen vijf jaar het hardst aantrekt. Ook aan managers, ­projectleiders en beleidsmede­werkers ontstaat grote behoefte, is de verwachting.

 

 

 

 

Geen ontwikkelingsmogelijkheden? Dan ben ik weg!

 

Net als vorig jaar is ruim een kwart van de IT’ers op zoek naar ander werk. IT’ers in loondienst bij een gebruikers­organisatie kijken net iets vaker uit naar een andere functie (29 procent) dan IT’ers bij IT-organisaties (26 procent). Ontwikkelingsmogelijkheden worden het vaakst als reden opgevoerd als reden om te willen vertrekken, op de voet gevolgd door salarisverbetering; dat argument speelt vaker voor IT’ers bij IT-organisaties dan voor IT-professionals die bij gebruikersorganisaties in dienst zijn.Het is overigens voor het eerst dat salaris niet bovenaan het lijstje prijkt van belangrijke pushfactoren bij IT’ers bij IT-organisaties. Ontwikkelingsmogelijkheden en sfeer maken al een aantal jaren een opmars als belangrijke factoren bij het willen verlaten van de huidige organisatie. “Werk­gevers zullen toekomstperspectief moeten bieden, naast een goed salaris om hun IT-talent binnen de poort te houden”, adviseert Van der Spek.

 

 

 

 

Slapeloze nachten over crisis en salaris

 

De aanhoudende crisis zorgt nog altijd voor veel kopzorgen bij IT’ers. Ruim acht op de tien respondenten maakt zich hier in meer of mindere mate wel eens zorgen over. IT’ers bij IT-bedrijven maken zich relatief vaak zorgen over bevriezing van hun salaris, terwijl IT’ers bij gebruikersorganisaties vaker wakker liggen van reorganisaties en dreigend ontslag. Respondenten liggen wel minder wakker dan voorheen van vacaturestops, bankzitten en outsourcing van werkzaamheden.

 

 

 

Leuk werken het belangrijkst

 

Werksfeer en collegialiteit bepalen de werktevredenheid van IT’ers het meest. Dit antwoord werd dit jaar voor het eerst toegevoegd. Vorig jaar scoorde flexibele werktijden nog het hoogst, dit jaar worden uitdagende projecten en salaris nog belangrijker gevonden dan flexibiliteit. Reisafstand en variabele beloning/bonussen worden over het algemeen minder belangrijk gevonden.

 

IBM terug aan de top

Veruit de meeste respondenten zouden als ze moesten kiezen uit een lijst met IT-dienstverleners willen werken bij IBM. Vorig jaar moest het Capgemini en Accenture nog voor zich laten, maar dit jaar is IBM weer terug op ‘pole position’, net als in 2013. Capgemini eindigt dit jaar als tweede, terwijl de nummers drie tot en met zes extreem dicht bij elkaar liggen. Overigens zegt 67 procent van de respondenten dat het geen favoriete werkgever heeft en noemt 15 procent een bedrijf dat niet in het lijstje voorkwam.

 

En de winnaars zijn…

De Apple iPad Air is gewonnen door Jim Jansen. Verder verstuurden wij vijf keer het boek ‘Van content naar informatiemanagement’, door Hans Kaashoek naar: Willem Broekman, Robin de Rover, Alexander Dijkstra, Jaco van Diggele en Jeremy Mos. De vijf winnaars van het boek ‘Acceptatietesten in de praktijk’ door Arie van Stam en Patrick van ’t Hek zijn: Rob Heimering, Peter Peerbolte, Ray Kramer, Ruud Habets en Martijn de Haas. Allen van harte gefeliciteerd en veel plezier ermee!

 

 

 

 

 

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag