Magna Carta van consument zorgt voor aardverschuiving

Magna Carta van consument zorgt voor aardverschuiving
 

Door de ontwikkelingen op het terrein van mobility en internet verandert de Westerse wereld in hoog tempo van een aanbodgedreven naar een vraaggedreven economie. De ingrijpende consequenties daarvan voor bedrijven dringen maar mondjesmaat tot bestuurders door. Kenny van Ierlant, Senior Director Advisory bij PwC, voorziet een enorme kaalslag voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Wijnand Westerveld

De IT-wereld kenmerkt zich door snelle ontwikkelingen die steeds meer invloed hebben op de maatschappij. Nog geen vijftien jaar terug werd internet nauwelijks gebruikt en verwierp menigeen het idee de je ‘altijd en overal’ bereikbaar zou kunnen zijn. Inmiddels kunnen hele generaties niet meer zonder hun smartphone en staan we met het ‘world wide web’ en het Internet of Things (IoT) aan de vooravond van een omwenteling waarvan veel mensen de gevolgen nog maar nauwelijks kunnen overzien. Gevolgen die ingrijpend zullen zijn.

“Het wordt heftig”, zegt Kenny van Ierlant, doelend op de veranderingen in het bedrijfsleven. Veel ondernemingen zullen de komende vijf jaar niet overleven, vreest hij en daarmee is de invloed van de huidige digitale transformatie op de maatschappij enorm. Van Ierlant, veelvuldig in gesprek met bedrijven en organisaties die hun wereld in hoog tempo zien veranderen, spreekt het liefst van een ‘perfect digital storm’. “We hebben te maken met een paradigma shift. Het gaat niet meer over technologie maar over de bedrijfseconomische gevolgen daarvan.”

Zijn zorg is dat het management van veel bedrijven zich nog te weinig realiseert wat de betekenis van die verandering voor hun bedrijven is. Ook de impact op de maatschappij wordt onvoldoende onderkend.

“De kern van de huidige verandering is dat er een verschuiving plaatsvindt van een aanbodnaar een vraaggedreven economie.” Aan de basis van die verschuiving staan de ontwikkelingen op het vlak van IT, de opkomst van smartphones, tablets en andere slimme devices. Dat stelt consumenten in staat altijd en overal producten en diensten te kopen. “Het gevolg daarvan is dat businessmodellen van bedrijven ingrijpend veranderen, soms zelf helemaal in elkaar klappen. Waardeketens veranderen, de financiële ratio die altijd gehanteerd is, geldt niet meer, cost/ income-plaatjes worden totaal anders, de terugverdienmodellen zijn achterhaald.”

Als voorbeeld verwijst Van Ierlant naar de bankensector waar nu elke speler fors inzet op mobiel bankieren. “Ze hebben geen keus, ze moeten wel, want de klant wil het. Dankzij IT met flexibele ontwikkelmethoden is een app voor mobiel bankieren snel gemaakt. Maar hoe gaat de bank de investeringen in de ‘oude’ systemen afschrijven? Dat gaat om honderden miljoenen of zelfs om miljarden. Uitgegeven in een periode dat we nog dachten in terugverdientijden van drie tot vijf jaar. Dat is voorbij en die tijd komt nooit meer terug!”

Die verandering leidt volgens Van Ierlant tot een slagveld onder bedrijven. Want dit speelt niet alleen de bankensector. “Telecombedrijven, energieleveranciers, verzekeraars, reisorganisaties, retailers, elke organisatie die commodity levert krijgt er mee te maken.” Van Ierlant verwijst naar bedrijven als Free Record Shop, OAD, de Bonnetterie, de Schoenenreus, Polare. “Stuk voor stuk grote namen in het segment waar ze actief waren maar ze zijn toch onderuit gegaan.” Zonder specifiek op de ondergang van genoemde bedrijven in te gaan, stelt Van Ierlant dat in z’n algemeenheid geldt dat veel partijen te laat hebben ingezet op het online kanaal. Of dat men de webwinkel apart heeft gezet als iets wat naast bestaande business staat. “Wat men maar niet lijkt te begrijpen is dat het web hun business ís. Bricks en clicks, daar draait het om. Wie dat niet onderkent en maatregelen neemt is out of business.”

En op dat punt laten veel organisaties het nog afweten, stelt Van Ierlant. “Er wordt nog te veel gedacht dat het zo’n vaart niet zal lopen, dat de huidige problemen zijn terug te voeren op de economische crisis. Als die is opgelost, denkt men, zal alles weer als vanouds worden. Maar we krijgen met totaal andere businessmodellen te maken. Er is geen kapitaal meer voor grote investeringen. Er is geen tijd meer om investeringen uit het verleden terug te verdienen. Productiestraten met een ROI van vier tot vijf jaar zijn stilgevallen en hangen nu als een molensteen om de nek van bedrijven.”

‘Old school IT’

Dat heeft vergaande consequenties voor de manier waarop IT wordt ingezet. “Het kenmerk van de IT die we tot voor kort kende is dat het zeer kapitaalintensief is, dat het zeer kennisintensief is en dat het een vluchtige technologie is; vandaag ‘state of the art’, morgen al weer achterhaald. Maar omdat bedrijven met terugverdientijden van drie tot vijf jaar rekenden werd er kapitaal voor vrijgemaakt en werd er op grote schaal in IT geïnvesteerd.

Dat kapitaal is er nu niet meer! Bedrijven zitten klem. Niemand heeft ruimte om te investeren. Anders gezegd; de ‘old school IT’ is te duur, te complex en te weinig waardevast, er is simpelweg geen geld meer voor. Aanschaf van hardware, licentiemodellen, inhuren van mensen en expertise volgens het ‘uurtje factuurtje-model’ het gaat allemaal verdwijnen.”

Nieuwe businessmodellen

Deze status quo stelt veel CIO’s voor een vrijwel onmogelijke opgave. Van Ierlant noemt dat het ‘dansen in drie werelden’: “Het verleden managen, overleven in het heden en daardoor met lege handen voor de toekomst staan.”

Toch is de rol van IT in de huidige veranderingen cruciaal, maar op een heel andere manier dan we tot voor kort kenden. “We schuiven naar de IT-ecosystemen die de grote leveranciers aanbieden vanuit de cloud. SaaS-achtige oplossingen. In hoge mate gestandaardiseerd. IT wordt daarmee een utility die uit de socket komt. Het kenmerk daarvan is dat het goedkoop is, heel flexibel, en makkelijk toe te passen.”

De crux van die verschuiving is dat IT daarmee ook creativiteit overstijgend is geworden. “Niet meer ondersteunend aan een businessdoelstelling maar juist de enabeler van allerlei nieuwe businessmodellen! Dáár moeten bedrijven op inzoomen.”

Het gaat daarbij vooral om de oplossingen ‘achter het stopcontact’. “Handige toepassingen van kleine slimme spelers die jou als leverancier is staat stellen om snel op nieuwe marktontwikkelingen in te spelen, nieuwe marktsegmenten aan te boren.”

Ook van die IT zal de omloopsnelheid hoog zijn. Van bedrijven als Nike weten we dat een trend doorgaans maar zes maanden duurt. De time to market is dus kort en daar moet de hele organisatie op afgestemd worden. Nieuwe trends moeten vroegtijdig onderkend worden, er moeten snel businessmodellen voor ontwikkeld worden, er moet direct product profitability zijn. “Allemaal zaken die we met ‘oude IT’ nooit zouden kunnen realiseren, maar die mogelijk worden dankzij de IT-ecosystemen die nu aan het ontstaan zijn.”

Deastreus

Bedrijfseconomische betekent dat een nog nadrukkelijker verschuiving van ‘Capex’ naar ‘Opex’ aldus Van Ierlant. “Bedrijven zijn gewend geraakt aan kapitaalsinvesteringen in IT, terwijl empirisch onderzoek heeft uitgewezen dat kapitaalsinvesteringen in IT over de afgelopen vijf jaar niet meer rendement heeft opgeleverd dan tussen 2-6 procent. Terugverdienen lukt met de huidige snelle veranderingen in de markt gewoonweg niet meer. Dat veel ‘bestuurskamers’ die impact van IT onvoldoende onderkennen is terug te voeren op de bedrijfscultuur in Europa waarbij operationele taken traditioneel op afstand van de board werden houden. “Het gevolg daarvan is dat de board IT alleen als kostenpost ziet en innovatie beschouwt als een operationele taak die bij de CIO thuishoort. De board heeft moeite om de impact van de huidige IT-ontwikkeling op het bedrijf te begrijpen. Met desastreuze gevolgen. “Er zullen nog heel wat bedrijven omvallen.”

Bijenkorf positief voorbeeld

Gelukkig zijn er ook positieve voorbeelden. Van Ierlant verwijst naar warenhuisketen de Bijenkorf die recent een aantal winkelpanden in ‘het achterland’ sloot en zich nu helemaal concentreert op de Randstad. “Sluiten van winkelpanden lijkt op een terugtrekkende beweging, maar dat is het allerminst. De Bijenkorf heeft onderkend dat hun fysieke winkels niet meer de primaire transactiecentra zijn. Die rol is verschoven naar het web. In hun winkels is het zwaartepunt nu verschoven naar ‘beleven’. Op plaatsen waar grote groepen mensen komen, dus in de Randstad creëren zij centra met een aangename sfeer, met meer dan alleen producten, advies, shops in de shop, demo’s en dergelijke. Dat laat je de klant zien en je moedigt aan, bijvoorbeeld met ‘webkortingen’ of iets dergelijks, om ’s avonds thuis online te gaan bestellen. Daarmee wordt online dus steeds prominenter.”

Investeren in klanten

De geschetste veranderingen hebben niet alleen gevolgen voor de gebruikers van IT. Ook onder de aanbieders zal een schifting plaatsvinden. “Omdat veel IT-bedrijven deel van het probleem zijn. Aanbieders hebben altijd vanuit een aanbodgedreven insteek gewerkt. Zij wisten hoe het moest en de klant volgde. Ze hebben dus nooit echt geïnvesteerd in het vergaren van kennis van de klant. Zelfs niet toen de grote leveranciers allerlei consultancy-activiteiten ontplooiden. Wat je zag was dat kenniswerkers werden aangestuurd door handelaren. Mensen die alleen maar wilde verkopen, en excelleerden in spreadsheetmanagement.

Die bedrijven redden het niet nu er een verschuiving naar een vraaggestuurde markt plaatsvindt. Dat vraagt om een heel andere insteek. Je moet als leverancier jouw lot met dat van je klant verbinden. Het gaat mij pas goed als het jou goed gaat. Dat betekent dat de grote aanbieders in toenemende mate gaan investeren in hun klanten. Er ontstaat een proces van co-creatie tussen aanbieder en afnemer.”

 Verandering arbeidsmarkt

De IT-arbeidsmarkt zal onder invloed van deze ontwikkeling veranderen. Dat zal binnen afzienbare termijn gebeuren, voorziet Van Ierlant. “Uitzendbureaus voor IT-personeel krijgen het snel moeilijk, want de traditionele eindklanten zullen in de nabije toekomst minder tot nihil gebruikmaken van IT-specialisten op inhuurbasis. De vraag verschuift naar grote Solution/SaaS-providers voor infrastructurele IT-functionaliteiten en het onderhouden daarvan. Daarnaast ontstaat er een markt voor kleine agile solutionproviders die ‘app-achtige’ software gaan bouwen voor zeer specifieke toepassingen.

Hoe snel deze veranderingen zich zullen voltrekken? “Ik heb geen glazen bol, maar ik weet wel dat het snel zal gaan. Dat is het kenmerk van een paradigma shift. Die komt nooit op kousenvoeten. Het is er ineens en het is overal. Ik gebruik vaak de metafoor van de lelie in de vijver. Elke dag verdubbelt het aantal bloemen. Na een maand is de vijver vol, maar na 29 dagen is hij halfvol. Ik durf te stellen dat we nu zo’n beetje op de 29ste dag zitten. Het zal dus héél snel gaan de komende tijd.” Wijnand Westerveld

Wijnand Westerveld is hoofdredacteur van Informatie en IT-Infra. E-mail: w.westerveld@bimmedia.nl

 
 
 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag