Ontstaan en ontwikkeling van niet-bekostigd ICT-onderwijs

Ontstaan en ontwikkeling van niet-bekostigd ICT-onderwijs

 
SSAA, SSI, Studiecentrum NOVI en EXIN hebben een belangrijke rol gespeeld voor het ICT-onderwijs in Nederland. De belangrijkste landelijke niet-bekostigde ICT-opleiding op (bijna-)hbo-niveau was AMBI, dat in 2010 is opgehouden te bestaan. Het ontbreekt nu aan een nationaal platform voor leerplanontwikkeling voor het niet-bekostigd ICT-onderwijs. Dit leidt tot verlies aan transparantie en kwaliteit.
 
Het ontbreekt de Nederlandse ICT-wereld al enkele jaren aan een nationaal platform voor leerplanontwikkeling voor het nietbekostigd ICT-onderwijs. De gevolgen daarvan zijn ernstig, want het leidt tot verlies aan transparantie en kwaliteit. Dat is jammer, temeer omdat we op dit punt juist zo’n goede traditie hadden. Gezien de ontwikkelingen in zowel de ICT zelf als in het nietbekostigd ICT-onderwijs wordt het hoog tijd voor een actieplan.
 
Start van de ICT-industrie in Nederland
De introductie van computers voor commercieel gebruik veroorzaakte de behoefte om te weten wat je met die apparaten kon doen en hoe deze bestuurd konden worden. Bekostigde onderwijsinstellingen konden die vraag op dat moment uiteraard niet beantwoorden. De kennis over deze materie is primair ontstaan bij researchinstellingen en computerfabrikanten. Eind jaren vijftig maakten vooraanstaande economen en accountants (logisch gezien de eerste commerciële toepassingsgebieden) zich druk hoe dit probleem in Nederland moest worden opgelost.
Van historisch belang was de oprichting van de Stichting het Nederlands Studiecentrum voor Administratieve Automatisering (SSAA) in 1958, in 1970 omgedoopt tot Stichting het Nederlands Studiecentrum voor Informatica (SSI). Deze stichting organiseerde seminars, lezingen en verschillende cursussen en opleidingen. Ook startte SSAA samen met andere professionele organisaties zoals voorlopers van het huidige Ngi, het genootschap voor Informatica, het maandblad informatie . SSAA was niet de enige organisatie die in die tijd opleidingen verzorgde. Philips, IBM, Pandata, Volmac, Mathematisch Centrum en verschillende universiteiten verzorgden al opleidingen die aanvankelijk gericht waren op het leren programmeren.
 
AMBI
In 1964 ontwikkelde SSAA de opleiding AMBI – Automatisering en Mechanisering van Bestuurlijke Informatieverwerking – en kreeg het de officiële erkenning van het ministerie van Economische Zaken om als landelijk exameninstituut voor AMBI op te treden. Deze opleiding was bedoeld voor leidinggevende functionarissen in de automatisering. Voor honderdduizenden mensen die voor hun werk met computers en informatiesystemen te maken hebben (gehad), was AMBI een begrip. Vooral voor diegenen die een of meer AMBI-modules hebben gevolgd en zeker voor hen die het einddiploma AMBI hebben behaald. AMBI gold lange tijd als dé opleiding op (bijna-)hbo-niveau om een goede carrière te maken in de ICT-sector. Werkgevers vonden AMBI een pre omdat AMBI meestal als avondstudie werd gevolgd door studenten die al in de ICT-praktijk werkzaam waren. De eerste opzet van AMBI bestond uit zeven modules (zie kader). Voor de AMBI-modules werden externe coördinatoren aangesteld, die samen met beroepsgenoten de inhoud van ‘hun’ module specificeerden, waarmee tevens ook de exameneisen waren vastgesteld. De stichting had een kleine staf voor het organiseren van de lessen (planning, cursuslokalen, lesstof vermenigvuldigen, factureren) en beschikte over veel externe docenten afkomstig uit de praktijk en van universiteiten. Afhankelijk van de vraag werden AMBI-modules in verschillende plaatsen in Nederland georganiseerd. Elke module bestond uit circa vijfentwintig bijeenkomsten en werd afgesloten met een schriftelijk en/of mondeling examen waarmee een modulecertificaat kon worden behaald. Wanneer alle certificaten of vrijstellingen waren behaald, kon het diploma AMBI worden uitgereikt.
 
NOVI
Intussen nam het aantal geïnstalleerde computers sterk toe en daarmee groeide de behoefte aan steeds meer computerpersoneel (programmeurs, systeemanalisten, projectleiders). Dit leidde tot de oprichting door het SSI van het opleidingsinstituut NOVI (Stichting het Nederlands Opleidingsinstituut voor Informatica). Beide stichtingen werden geleid door één bestuur en traden vanaf 1971 samen op onder de naam Studiecentrum NOVI. De splitsing was bedoeld om meer dynamiek in de automatiseringsopleidingen in Nederland te genereren, maar kwam ook tegemoet aan de wensen van andere niet-bekostigde ICT-onderwijsinstellingen, zoals het EIT (Economisch Instituut Tilburg), dat vond dat de AMBI-opleidingen en -examens wel erg dicht bij elkaar zaten.
Het Studiecentrum hield zich bezig met leerplanontwikkeling en het afnemen van examens, deed onderzoek, onderhield een grote bibliotheek met bijbehorende diensten en gaf samen met anderen het tijdschrift informatie uit. De eerste directeur van het NOVI-deel van Studiecentrum NOVI, prof. A.J. van ’t Klooster, zorgde voor de gewenste dynamiek. Hij nam een aantal docenten aan in vaste dienst voor het geven van op AMBI gebaseerde dagopleidingen. Grote afnemers daarvan waren het bank- en verzekeringswezen en overheidsorganisaties, de eerste gebruikers van grote en kostbare computers (mainframes). De snelle ontwikkeling in de ICT zorgde voor een voortdurende vernieuwing en jaarlijkse aanpassing van AMBI. In 1972 wordt een nieuwe opzet van AMBI geïntroduceerd. Een ambitieus programma voor die tijd. AMBI bestond vanaf dat moment uit twintig modules. Daarmee werd tevens een structuur geïntroduceerd waarin binnen bepaalde richtlijnen naast een aantal basismodules een keuze kon worden gemaakt uit enkele gespecialiseerde modules. Een grote verbetering was het vervaardigen van leerboeken voor de AMBI-modules in plaats van syllabi of collegedictaten.

Dat het volgen van AMBI-modules populair was in die tijd, blijkt wel uit het aantal examenkandidaten voor met name de basismodules, waarvoor tienduizenden examens per jaar werden afgenomen. De basismodule I.1 werd zelfs onder de naam ‘Hoe word ik de computer de baas’ door Teleac uitgezonden.
NOVI was bepaald een succes op het gebied van het niet-bekostigd ICT-onderwijs. Het bekostigd ICT-onderwijs dat inmiddels her en der ontstond, kopieerde de AMBI-specificaties en bleef dat ook nog jaren doen. De snel groeiende opleidingsactiviteit verstoorde het financieel evenwicht van het oude Studiecentrum, dat vooral gedreven had op de inkomsten uit AMBI. Ultimo 1983 ging de combinatie failliet. De doorstart werd snel gevonden. De bibliotheek ging naar de Katholieke Hogeschool in Tilburg, het maandblad informatie en NOVI draaiden gewoon door met een andere eigenaar en voor de leerplanontwikkeling en het afnemen van de AMBI-examens werd een nieuwe organisatie opgericht: Stichting het Nationaal Exameninstituut voor Informatica (EXIN).
 
EXIN
EXIN ging in 1984 voortvarend en professioneel aan de slag en introduceerde in 1988 een nieuw curriculum onder de naam AMBI 88, bestaande uit dertig modules, die werden aangeduid met een modulecode die begon met de letter H om aan te geven dat het ging om hoger beroepsonderwijs. Dat was nodig omdat inmiddels ook een serie M-modules was ontwikkeld met leerstof op mbo-niveau onder de naam PDI: praktijkdiploma informatica. Meer dan honderd bekostigde mboinstellingen hebben geprofiteerd van het PDI, dat deels of volledig werd overgenomen en waarbij de examinering plaatsvond door EXIN. AMBI 88 bestond aanvankelijk uit enkele inleidende modules (elementaire informatica), twee HB-modules voor bestandsorganisatie/ databases, negen HS-modules voor systeemontwerp, en eveneens negen HP-modules voor onderwerpen met betrekking tot programmatuur. Later zijn daar nog een HN-lijn (NIAM, natuurlijke-taalanalyse) en een keuzemodule HUI (universele informatica) aan toegevoegd.
In het begin van de 21ste eeuw werd de eindstructuur van AMBI ontwikkeld en geleidelijk ingevoerd. De eindversie van AMBI bestaat uit een basis-AMBI (HG-modules) en drie studierichtingen. Elke studierichting bevat drie kernmodules, een keuzemodule (eventueel uit andere studierichtingen) en een afstudeermodule. Het schema ‘Genealogie AMBI’ (zie figuur 1) zegt meer dan duizend woorden. Het geeft in één overzicht de ontwikkelingen van AMBI (1964) naar AMBI (2010). Het is verkeerd om af te geven op alle begin- en tussenontwikkelingen die nodig waren om uiteindelijk te komen tot de ‘eindspecificaties’ en het is jammer dat dit proces niet is doorgezet. In deze genealogie is goed te zien dat de basisopleiding en drie studierichtingen van AMBI (2010) een doorontwikkeling zijn van de vier kernmodules in de eerste AMBI-opzet.
 
Organisatie van landelijk platform en exameninstituut
De organisatie van het EXIN bestond aanvankelijk uit een breed algemeen bestuur met aanverwante commissies, een bureau met vaste medewerkers onder leiding van een directeur, en een brede raad van advies bestaande uit leden met kennis en ervaring met betrekking tot de verschillende examenclusters. Voor een of meer modules bestonden examencommissies, bemand met externe specialisten uit de praktijk, universiteiten en andere gremia. De examencommissies konden jaarlijks voorstellen doen voor aanpassing van de examenspecificaties van hun module(s). De raad van advies stelde de nieuwe specificaties vast en het bestuur keurde deze goed. Daarnaast waren er projectgroepen actief die innovaties voorbereidden en/of de examenspecificaties tussen de verschillende modules bewaakten.
 
Afnemende belangstelling voor AMBI
In 1990 werden veertigduizend moduleexamens van AMBI en PDI, samen landelijke examens genoemd, afgenomen. Daarna nam de belangstelling stelselmatig af en in 1996 bedroeg dat aantal module-examens nog vijftienduizend. Dat aantal werd nog lager, omdat het reguliere mbo een andere weg insloeg voor het examineren van PDI-achtige opleidingen. Ook het aantal AMBI-examens werd steeds minder omdat er meer alternatieven beschikbaar kwamen. Instromende ICT’ers konden immers een bekostigde ICT-opleiding volgen in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en het universitair onderwijs. In andere dan ICT-opleidingen werd en wordt steeds meer een onderdeel informatica of informatiekunde opgenomen. EXIN ving deze afnemende productiviteit gedeeltelijk op door ‘bedrijfsgerichte toetsing’: ITIL-examens, die nu vooral in het buitenland worden afgenomen, zijn daarvan de belangrijkste.
 
Afscheid van AMBI
De laatste AMBI-examens werden in 2010 afgenomen. De ontwikkeling van AMBI was reeds in 2005 gestopt. Binnen en buiten EXIN-kringen is lang gediscussieerd over het wel of niet handhaven van de merknaam AMBI. Het besluit om de naam AMBI te laten vervallen wordt door velen gezien als een verkeerde (marketing) beslissing. Het aantal volledig afgestudeerde AMBI-studenten bedraagt nog geen tienduizend, terwijl er meer dan vierhonderdduizend moduleexamens zijn afgenomen, omdat velen, vooral ‘normale’ gebruikers en managers, voldoende hadden aan één of enkele modules om beter te kunnen functioneren in hun bestaande of nieuwe functie. AMBI werd eind 2005 opgevolgd door een nieuwe reeks I-Tracks-5 modules. Frameworks vormt de basis voor het I-Tracks-programma, dat door EXIN met een aantal andere ICT-organisaties eind jaren negentig is opgesteld. De I-Tracks-modules werden verdeeld in een aantal groepen, te weten: introductie, projectorganisatie en -management, functiegerichte en academische modules. Deze opzet werd niet goed ontvangen in de markt. Het werd door velen te ingewikkeld en niet op de praktijk afgestemd geacht. Het bedrijfsleven verlangt, los van noodzakelijke inhoudelijke vernieuwingen, volgens verschillende opleiders die I-Tracks aanbieden, terug naar de opzet van AMBI. I-Tracks wordt niet als een volwaardige opvolger gezien. Pikant is dat I-Tracks werd beëindigd in 2010, hetzelfde jaar waarin de laatste AMBI-module werd geëxamineerd. AMBI (in verschillende versies) bestrijkt een periode van 45 jaar, I-Tracks een periode van 5 jaar. Met de snel ingevoerde modulereeks Tracks, een combinatie een aantal I-Tracks en enkele nieuwe Track-modules, gaat het niet beter. Het aantal afgenomen examens voor deze modules is zeer gering. Over de opvolgers van AMBI (I-Tracks en Tracks) is veel kritiek geuit en ook gepubliceerd. Niet vreemd dat hier en daar nog steeds de wens wordt geuit om terug te keren naar AMBI, waarbij uiteraard de leerstof en de methode van onderwijs worden aangepast aan de huidige en toekomstige behoeften en waarbij de leerplanontwikkeling op centraal niveau wordt geregeld.
 
Andere landelijke niet-bekostigde ICT-opleidingen
In dit artikel staat AMBI centraal omdat het de belangrijkste landelijke niet-bekostigde ICT-opleiding is geweest op (bijna-)hbo-niveau. Er zijn inmiddels veel niet-bekostigde ICT-opleidingen, maar deze zijn niet landelijk georganiseerd en zijn meestal niet op hbo-niveau. Door de ICT-sector worden enkele product-en/of methodegerichte opleidingen en examens wereldwijd georganiseerd, zoals door Microsoft en Cisco. Tot deze categorie behoort ook de ITIL-opleiding, aanvankelijk 6 ontwikkeld door het CCTA, waarvoor een centrale leerplanontwikkeling bestaat en wereldwijd dezelfde examens worden afgenomen (onder meer door EXIN). LOI Hogeschool, Hogeschool NCOI, Hogeschool Dirksen, Hogeschool NOVI, NTI Hogeschool, E3 Hogeschool, SDO Hogeschool en Pro Education zijn niet-bekostigde instituten, die opleiden voor bachelordiploma’s op het gebied van de ICT. Voor die opleidingen moeten deze opleiders aan kwaliteitseisen voldoen en ze worden daarop om de paar jaar gecontroleerd door een van overheidswege ingesteld accreditatieorgaan (NVAO). Deze instituten bepalen hun eigen curriculum en nemen zelf examens af, evenals trouwens de bekostigde hbo-instellingen. Bij het verlenen van een accreditering wordt eerder gekeken naar landelijke verscheidenheid en spreiding dan naar een systematiek waarin diploma’s onderling goed vergelijkbaar zijn.
Belang van landelijk erkende opleidingen en examens
In Nederland ontbreekt inmiddels al enkele jaren een nationaal platform voor leerplanontwikkeling voor het niet-bekostigd ICT-onderwijs. De gevolgen daarvan zijn ernstig. Het leidt tot verlies aan transparantie en kwaliteit. Het belang van opleidingen die door verschillende opleidingsinstituten worden ontwikkeld op basis van landelijke leerplannen is groot, zeker wanneer studenten examens kunnen afleggen bij een onafhankelijk en landelijk opererend exameninstituut. Het maakt diploma’s vergelijkbaar, ongeacht waar de opleiding is gevolgd. Dat is van waarde voor de studenten en hun werkgevers en dus ook voor opleidingsinstituten. De landelijke examinering hoeft niet per definitie uitgevoerd te worden door hetzelfde instituut dat ook het platform vormt dat landelijke leerplannen ontwikkelt en onderhoudt, maar dit werkt in de praktijk wel efficiënt. De situatie waarin een (wel of niet bekostigde) opleidingsinstelling een docent zelf de inhoud laatbepalen van een opleidingsonderdeel en ook het examen laat verzorgen, kan in de praktijk alleen maar tot problemen leiden en verlaagt het niveau van het diploma. Een extra spanningsveld ontstaat wanneer de financiering van een instituut sterk afhankelijk is van het aantal uitgereikte diploma’s. Daar hebben we de afgelopen periode in het reguliere hoger onderwijs stuitende voorbeelden van gezien.
 
Slot
Terugkijkend hebben SSAA, SSI, Studiecentrum NOVI en EXIN verschillende nationale rollen gespeeld. Eerst was er de voortrekkersrol en de voorbeeldfunctie voor het bekostigd ICT-onderwijs. Toen deze meer en meer vorm kreeg, werd AMBI een tweede kans en/of tweede weg voor mensen in de praktijk om een professionele ICT-opleiding te volgen. Waarschijnlijk is deze achterstand in de praktijk grotendeels ingehaald. Nu is er behoefte aan opleidingen waarin nieuwe ontwikkelingen en inzichten in de ICT worden behandeld. De vraag is of voor die opleidingen binnen het niet-bekostigd ICT-onderwijs behoefte bestaat aan landelijke leerplanontwikkeling en examens. Wanneer die behoefte er is, is het noodzakelijk snel aan de slag te gaan.
 
Prof. Theo Mulderstond aan de wieg van het niet-bekostigd ICT-onderwijs in Nederland en bekleedde daarnaast een groot aantal rollen in de Nederlandse ICT-wereld. E-mail: theo.mulder@inventive.nl.
 
Wijnand Westerveld
is hoofdredacteur van Informatie. E-mail: w.westerveld@sdu.nl.

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag