Opleidingssector moet zich ook richten op toepassing van ICT in kansrijke sectoren

Opleidingssector moet zich ook richten op toepassing van ICT in kansrijke sectoren

 
Nederland heeft de ambitie om wereldwijd tot de top van kenniseconomieën te behoren. De beschikbaarheid van voldoende goed gekwalificeerde ICT-professionals is een van de belangrijkste randvoorwaarden voor een succesvolle kenniseconomie. Dit dreigt echter een groot knelpunt te worden. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Van een fysieke naar een intelligente Digital Gateway to Europe’, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. ICT~Office vreest dat er, ondanks de recessie, een kwalitatief tekort kan ontstaan van meer dan vijfduizend ICT-professionals in 2015.
 
Een leven lang leren
Essentieel is het verhogen van de instroom naar het ICT-onderwijs. Meer jongeren zullen moeten worden gemotiveerd om te kiezen voor een opleiding en carrière in de ICT. Het vak en de sector zullen aantrekkelijker moeten worden gemaakt. Dat is ook een kwestie van beeldvorming en imago. Nog te vaak wordt de ICT-professional geassocieerd met het beeld van het ‘buitenbeentje’ dat eenzaam en alleen dan wel met ‘soortgenoten’ achter zijn computer ingewikkelde zaken aan het programmeren is. Dit beeld is volledig achterhaald. De ICT-arbeidsmarkt heeft grote veranderingen ondergaan. ICT’ers werken vandaag de dag in multidisciplinaire teams aan maatschappelijke vraagstukken. Ze zijn werkzaam bij ICT-bedrijven of aan gebruikerszijde. Kennis van de technologie alleen is allang niet meer voldoende om de gevraagde toegevoegde waarde te leveren. Daarnaast is het een onomstreden gegeven dat de ICT-sector zich razendsnel ontwikkelt, sneller dan welke sector dan ook. De kennis van vandaag is in veel gevallen niet toereikend voor de vraagstukken van morgen. Dat is een probleem voor de een, maar een uitdaging voor vele anderen. ICT’ers stoppen niet met leren bij hun entree op de arbeidsmarkt, maar worden geacht een ‘leven lang te leren’.

Met een tekortschietende instroom neemt het belang toe dat ICT-professionals ‘marktfit’ blijven. Dat wil zeggen dat zij ook onder gewijzigde
(technologische of markt-) omstandigheden inzetbaar blijven voor hun werkgever, of opdrachtgever. Dat laatste is van belang, omdat het aantal zp’ers (zelfstandige professionals) de laatste jaren flink is toegenomen. Dat is een ontwikkeling die onomkeerbaar lijkt te zijn. Zp’ers zijn meer nog dan ‘gewone’ medewerkers genoodzaakt hun kennis up-to-date te houden en alert te zijn op een veranderende vraag vanuit de markt. Het aantal ICT’ers dat als zelfstandige werkt is in tien jaar tijd bijna verdubbeld. In Nederland steeg het aantal zelfstandigen zonder personeel tussen 2000 en 2010 van 21.000 naar 40.000. Het aandeel zelfstandigen op het totale aantal ICT’ers steeg van 8 naar 14 procent. Het aantal ICT’ers met een vaste baan groeide in dezelfde periode nauwelijks: het steeg van 231.000 naar 233.000 (bron: CBS).

Waar er sprake is van een mismatch tussen vraag en aanbod is er een mogelijke oplossing in de vorm van zij-instromers. Zij-instromers dienen geschoold dan wel omgeschoold te worden. Hier is een stevige inspanning op het gebied van onderwijs en opleiding nodig.
Een belangrijke rol hierbij is weggelegd voor het zogenaamde eCompetence Framework (e-CF). Het e-CF legt een verbinding tussen Europese systemen, nationale systemen en bedrijfssystemen. Het raamwerk definieert 36 competenties voor ICT-practitioners en -managers, al naar gelang de bedrijfstak waarin zij hun beroep uitoefenen. Deze zijn nader gespecificeerd op vijf vakkundigheidsniveaus (e-1 tot e-5) die gerelateerd zijn aan het European Qualifications Framework (EQF) niveaus 3 tot 8. Dit biedt een Europese basis voor een internationaal efficiënte personeelsplanning en -ontwikkeling en ook een kader voor de inhuur van externen, zoals zp’ers. Het e-CF geeft, gestructureerd in vier lagen, de vereisten voor de verschillende niveaus van bedrijfs- en functieplanning en ook richtlijnen voor de benodigde vakkennis per baan en per taak. Recent is onder aanvoering van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de Werkgroep e-CF opgericht. Het streven is om met de stakeholders te komen tot een structurele inbedding van het e-CF in Nederland.
 
Opleiders moeten dicht op markt opereren
Uit het voorgaande mag duidelijk zijn dat de behoefte aan goed aansluitende opleidingen de komende jaren groot zal zijn. Sterker nog, het is vermoedelijk de enige oplossing om te komen tot een adequate oplossing voor de arbeidsmarktproblematiek waar we mee te maken krijgen. Ervaring alleen zal onvoldoende blijken te zijn voor ICT-professionals om bij te blijven in de zich snel ontwikkelende markt. Door bijscholing zal de inzetbaarheid van ICT’ers worden vergroot en wordt het arbeidsmarktperspectief veel rooskleuriger.
De vraag daarbij is vanzelfsprekend welke specifieke competenties het meest gewild blijken te zijn. Wie het weet mag het zeggen. Wie durft met een gerust hart te voorspellen waaraan over vijf jaar het meest behoefte zal blijken te zijn? Het eCompetence Framework zal kunnen bijdragen aan het vergelijkbaar maken van functievereisten en biedt daarmee een richtsnoer voor opleiders en opleidingsinstituten. De echte marktvraag wordt echter uiteindelijk bepaald door de klanten, waarop de ICT-leveranciers adequaat moeten anticiperen.
Opleiders die hierop willen inspelen kunnen niet anders dan dicht op de markt opereren. Dat hier een rol is weggelegd voor zowel het bekostigd als het niet-bekostigd onderwijs is evident. Het niet-bekostigd onderwijs kan zich daarbij wellicht onderscheiden door maximale flexibiliteit in te bouwen, zeker ook in het posthoger onderwijs. Door snel en adequaat in te spelen op veranderingen in de vraag in de markt is een onderscheidende positie te verwerven. Elke aanbieder van opleidingen zal daarbij oogmoeten hebben voor de vraag uit de markt. Leidend daarbij zijn in de eerste plaats de ICT-bedrijven, zowel dienstverleners als softwareontwikkelaars. Juist de Nederlandse softwaresector neemt een meer vooraanstaande plaats in dan menigeen denkt. Het economisch belang van deze sector is aanzienlijk, zo bleek uit onderzoek in 2010 in opdracht van ICT~Office (uitgevoerd door Dialogic). Naast de vraag van de aanbieders is ook de vraag van de gebruikers van belang. De opmars van de CIO binnen overheden en bedrijven is illustratief voor het belang dat gebruikersorganisaties hechten aan de invulling van hun eigen ICT. Ook deze organisaties staan voor de uitdaging om bij te blijven en in de pas te blijven lopen met hun dienstverleners. Samen moeten vraagen aanbodzijde vorm geven aan professioneel opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap. Dat vereist specifieke kennis en kunde, met een specifieke opleidingsbehoefte.

ICT is de ‘innovatie-as’ voor alle sectoren en in het bijzonder voor de topsectoren die door de minister van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie zijn aangewezen. Voor iedere topsector geldt in meerdere of mindere mate dat het aanbod van voldoende en kwalitatief goedgeschoolde ICT-professionals belangrijk is. Het zou een goede zaak zijn als hier vanuit de opleidingssector op wordt ingespeeld. Er zal steeds meer behoefte zijn aan kennis over de toepassing van ICT in specifieke sectoren. Dat vraagt om sectorspecifieke kennis. Die zal dus verschillen per sector. Dit vraagt om denken langs andere dan de bekende paden.
Om hiervoor een adequaat opleidingsaanbod te ontwikkelen is het nodig om out-of-the-box te denken en samen te werken met marktpartijen die in die specifieke sector actief zijn. Het nietbekostigd onderwijs heeft hier een kans om in te spelen op actuele marktontwikkelingen. Omdat de overheid juist wil investeren in de topsectoren, zal de vraag daar groter zijn dan in andere sectoren, zeker ook op ICT-gebied.

Vanuit ICT~Office is een inschatting te maken van kansen in specifieke sectoren. Er kan echter geen oordeel worden gegeven welke technologische ontwikkelingen de overhand zullen krijgen en welke specifieke vraag vanuit de markt zal optreden. Voor ICT~Office is het primair van belang dat er een voldoende breed aanbod beschikbaar is, ongeacht of dat wordt aangeboden vanuit het bekostigd of het nietbekostigd onderwijs. Het spreekt voor zich dat in alle gevallen de kwaliteit van dat aanbod wordt gewaarborgd.
 
Bernd Tazelaar
is operationeel directeur van ICT~ Office. E-mail: bernd. tazelaar@ictoffice.nl.

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag