Pay per use luidt nieuw tijdperk in

De rol van IT’er verandert. De waarde van IT voor de organisatie komt centraal te staan. De wijze waarop het gebruik van software wordt afgerekend, verandert. Pay per use is meer dan alleen het doorrekenen van kosten op basis van het werkelijke gebruik. Het heeft grote invloed, concluderen Theo en Hans Mulder, op het selecteren, offreren, installeren, gebruiken en onderhouden van informatiesystemen. Het begin van een nieuw tijdperk.

Momenteel tekent zich een lang geleden voorspelde trendbreuk af waardoor de opdrachtgevers van IT-projecten de toon gaan bepalen voor de wijze waarop informatiesystemen geïmplementeerd, geëxploiteerd en zelfs gefactureerd gaan worden. De voorspelde omslag van technologiepush naar market pull is zichtbaar in de aanpak en de rol van de IT’er, maar ook in het nieuwe type toepassingen, gereedschap en infrastructuur en te zien in de wijze waarop het gebruik van software wordt afgerekend. Deze andere wijze van doorberekening, namelijk in plaats van betalen voor licenties c.q. gebruiksrechten, is bekend onder de naam ‘pay per use’. Deze ontwikkelingen laten een zodanige breuk met het verleden zien dat gesproken kan worden van een nieuw tijdperk. Daarin staat de waarde van IT voor de organisatie voorop en niet de projectsuccessen of -mislukkingen in termen van overeengekomen functionaliteit binnen de geschatte kosten en tijd. Immers een succesvol project conform deze criteria, voegt niet per se waarde toe aan een organisatie. Het omgekeerde kan trouwens ook het geval zijn.

 

Drie tijdperken

Nieuwe technologie vormde de afgelopen decennia de drijvende kracht voor nieuwe mogelijkheden, waardoor sneller en beter informatiesystemen ontwikkeld en gebruikt konden worden. Een geautomatiseerd informatiesysteem is een combinatie van infrastructuur (computers, randapparaten, netwerken, generieke software), ontwikkelingsgereedschap (programmeertalen, case- en testgereedschappen), toepassing (de presentatie-, applicatiesoftware met gegevensverzamelingen, maar ook de bijbehorende handmatige procedures) en methodische werkwijze van automatiseren. In het schema rechts zijn de voornaamste aspecten van de drie tijdperken samengevat.

In het eerste IT-tijdperk zijn de technische mogelijkheden van mainframe, mini- en desktopcomputer bepalend voor de automatiseringsoplossing. De nadruk ligt in dit tijdperk op het ontwikkelen van apparatuur en software die werkt. Dat was niet vanzelfsprekend. Er werden wel ‘moderne’ computers op de markt gebracht die vrijwel alle performance gebruikten om hun eigen besturingssysteem te laten functioneren. IT-leveranciers en opdrachtgevers waren opgelucht wanneer hun informatiesystemen in de praktijk werkbaar bleken. Dat was toen vooral mogelijk voor statische systemen (met een stabiel gedrag van input en output, denk bijvoorbeeld aan een systeem met hypothecaire berekeningen) met zo min mogelijk invloeden van buitenaf. Het eerste tijdperk was leerzaam voor iedereen. Tekortkomingen werden opgelost in volgende generaties technologieën en methodieken.

In het tweede tijdperk lag de nadruk nog steeds op het ontwikkelen en implementeren van informatiesystemen, zij het dat de kwaliteit van die systemen aanzienlijk beter was. Dat kwam niet zo goed uit de verf. Weliswaar bood nieuwe technologie nieuwe mogelijkheden, maar de eisen en verwachtingen van opdrachtgevers namen ook toe. Verder werden meer risicovolle projecten gestart die betrekking hadden op de bedrijfsvoering, zoals voorraadbeheer, logistiek en marketing. Omdat deze bedrijfsvoering kon veranderen, veranderde de rol van de IT’er van expert naar analist en werden parameters geplaatst in de informatiesystemen. ERP is daarvan een goed voorbeeld, waarmee de input, output en verwerking van het systeem kunnen worden aangepast zonder de programmatuur aan te passen. Ook werd duidelijk dat het niet alleen de IT was die alle problemen veroorzaakte. De problematiek zat en zit vooral in de samenwerking tussen mensen in organisaties, waarbij grote omvangrijke IT-projecten en -toepassingen de grootste kans op falen hebben.

 

Derde tijdvak

In het derde tijdvak wordt gesproken over Business Informatica, om aan te geven hoe de kloof tussen IT en de business gedicht kan worden. Een belangrijke bijdrage kan worden toegeschreven aan de ontwikkelingen op het gebied van enterprise-engineering, governance en genormaliseerde duurzame software. Dat bepaalde systemen snel verouderen, soms zelfs binnen zeven jaar, is al in de jaren zeventig van de vorige eeuw door professor Manny Lehman opgemerkt. Hij verklaart dat software niet veroudert door het gebruik, maar slijt door de noodzaak om hem aan te passen aan de veranderende technologie en nieuwe gebruikerseisen. Formules zoals renteberekeningen kunnen, als de technologie het toestaat, soms wel veertig jaar meegaan. Een tussenvorm zijn de parametriseerbare systemen, die vooraf bij het ontwerp en de bouw – binnen vooraf bepaalde grenzen – al rekening houden met toekomstige veranderingen.

Het probleem wordt zichtbaar in die omgevingen waarin informatiesystemen telkens aangepast moeten worden aan de veranderende organisatie- en marktomstandigheden, nieuwe wet- en regelgeving en technologieën. De inspanningen om nieuwe aanpassingen te blijven realiseren nemen toe naarmate het systeem groter wordt en meer koppelingen krijgt met andere software. Vanuit onderzoek weten we dat duurzame software alleen ontwikkeld kan worden als zich ook in de kleinste onderdelen geen rimpeleffecten meer voordoen. Deze duurzame software wordt ook wel genormaliseerde systemen genoemd. Vanuit het perspectief van enterprise-engineering & governance betekent duurzame software dat in de toekomst – in plaats van te vertrekken vanuit een functioneel probleem, dat via een uniek project resulteert in een onvergelijkbaar systeem wat betreft inhoud en omvang – wordt vertrokken vanuit de constructie van de organisatie en de kleinst mogelijke software-elementen.

In de toekomst zijn er geen unieke grote projecten meer, maar kleine teams van materiedeskundigen en ontwikkelaars, die continu onderhoud plegen om de organisatie en systemen te laten aansluiten op de steeds sneller veranderende omgeving. De verwachte ontwikkelingen in het allesomvattende Internet of Things in combinatie met data sciences en social media-achtige bedrijfsapplicaties betekenen dat informatiesystemen continu aangepast moeten worden. In dit derde tijdperk komt de nadruk allereerst te liggen op het flexibel en economisch gebruik van informatiesystemen, die zich in kwaliteit, aanpasbaarheid en levensduur moeten onderscheiden van hun voorgangers uit het eerste en tweede tijdperk. Met behulp van state of the art analyse- en ontwikkelingsmethoden, zoals bijvoorbeeld DEMO en Normalized Systems. De essentie is: al in het ontwerp van organisaties en systemen rekening houden met toekomstige aanpassingen om daarmee de impact van wijzigingen als gevolg van nieuwe technologie en requirements te reduceren.

 

Schaduw-IT

Momenteel zit de software-industrie nog in de omschakeling van het verkopen van software (licenties) naar een model van gebruiksrechten van programmatuur. Weinig mensen realiseren zich dat dit tevens het einde is van een tijdperk waarin de klant betaalt voor het eeuwige recht op een tijdelijke en niet-duurzame opvolger van de in gebruik zijnde software. Door de introductie van betalen voor IT-gebruik ontstaat er een nieuw tijdperk, waarin niet de IT-leverancier of de interne IT-afdeling bepaalt welke software gebruikt wordt, maar de business. Steeds meer zijn dat de medewerkers op de werkvloer. De business kan via de cloud en op pay per use-basis ‘ongemerkt’ – zonder dat de IT-afdeling het weet – applicaties in gebruik nemen. Volgens verschillende bronnen neemt deze ‘Schaduw-IT’ jaarlijks met tientallen procenten toe. Een onderzoek van Atos stelt dat 60 procent van de CIO’s ervaart dat steeds meer IT buiten de IT-afdeling in gebruik wordt genomen. De vraag bij deze nieuwe vorm van ‘end-user-computing’ is of naast gebruikersgemak en een laag verbruik, ook een bewuste keuze gemaakt is voor principes zoals duurzaamheid. Het ontbreken daaraan, kan mogelijk leiden tot weer nieuwe legacy, maar nu in de pay-per-use cloud.

Pay per use is dus meer dan alleen het doorrekenen van de kosten van de infrastructuur (internet) en de informatiesystemen op basis van het werkelijke gebruik – in plaats van uit te gaan van (achterhaalde) voorcalculaties. Pay per use heeft als exponent van een nieuw tijdperk grote invloed op het selecteren, offreren, implementeren, gebruiken en onderhouden van informatiesystemen. De verschillen zijn globaal weergegeven in het schema.

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag