Praktische toepassing van het e-CF

Praktische toepassing van het e-CF
Het ‘Mapping Model e-CF’ is een aanpak om functieprofielen op basis van het European Competence Framework (e-CF) en het aanbod aan opleidingen en assessments in relatie met elkaar te brengen. Door een inhoudelijke ‘mapping’ mogelijk te maken draagt Ngi-NGN bij aan het opstellen van profielen, het zorgen voor acceptatie van de e-CFcompetenties en aanvullende profielen in de markt, het voorzien in handvatten voor e-CF-mapping en het betrekken van eindorganisaties.
Onze maatschappij staat aan het begin van de digitale transforma - tie. Als gevolg daarvan moeten organisaties veranderen om van een overheersende hiërarchische organisatiestructuur te transformeren naar een meer dynamische organisatiestructuur. Ook voor functies betekent dit een verandering. Niet alleen voor de ICT-functies, maar ook andere functies in de organisatie zullen deze meer ICT-gerelateerde kennis nodig hebben. Als gevolg daarvan is er bij veel organisaties een mismatch ontstaan tussen huidige kennis en vaardigheden van medewerkers en benodigde kennis en vaardigheden om in de digitale transformatie mee te kunnen. Hierbij gaat het om vragen als: Welke competenties moeten we in huis hebben? Welke specifieke competenties dient een bepaalde functie te hebben? Hoe vind je een medewerker met de gewenste competenties? Om organisaties te helpen bij het beantwoorden van deze vragen ontwikkelde Ngi-NGN, de Neder - landse beroepsvereniging voor ICT-professionals, in samenwerking met het lectoraat Procesinnovatie en Informatiesystemen van de Hogeschool Utrecht het Mapping Model e-CF (MME). Het MME is een instrument dat helpt om het Europese e-Competence Framework praktisch toepasbaar te maken.
Wat is het e-CF?
Het Europese e-Competence Framework (e-CF) is een framework om professionele ICT-vaardighe-den te beschrijven. Het is een gemeenschappelijk framework van e-competenties en e-competen-tieniveaus, dat begrepen kan worden in Europa en daarbuiten (CEN, 2014a, b, c).
Een competentie is in dit framework een aan-getoond vermogen om kennis, vaardigheden en attitudes toe te passen om waarneembare resultaten te behalen. In e-CF bestaat het woord ‘competentie’ in twee dimensies. Dimensie één beschrijft de vijf e-competentiegebieden, afge - leid van de IT-bedrijfsprocessen: plan, build, run, enable, manage (plannen, bouwen, uitvoeren, mogelijk maken, sturen). Dimensie twee beschrijft een set van veertig e-competentiereferenties met een algemene beschrijving van elke competentie.  Samen vormen die het geheel van de Europese generieke referentiedefinities van het e-CF.
Het e-CF presenteert daarmee een gemeenschap-pelijke Europese taal voor ICT-competenties. Het raamwerk ondersteunt bij de definitie van functies, trainingen, cursussen, kwalificaties, loopbanen, formele en niet-formele leertrajecten, en certficeringen in de ICT-sector in Europa (Olde Hartmann, 2015).
Het e-CF is een objectief raamwerk dat is opge -steld door diverse samenwerkingsverbanden georganiseerd binnen de EU. De competenties en aanvullende profielen zijn opgesteld met betrokkenheid van beroepsverenigingen. Door de brede input is het raamwerk ook geschikt om in de markt te gebruiken om opleidings-en assess -ment-producten te duiden, te optimaliseren en in te zetten.
Het gebruik van e-CF is geheel vrij voor iedereen. Het is als ondersteuning bedoeld en Europabreed wordt het gebruik ervan gestimuleerd. Afhankelijk van een eigen doelbepaling kan het e-CF naar eigen inzicht worden ingevuld. Het e-CF kent op dit moment nog geen standaardisatietraject om competenties meetbaar te maken. (Olde Hart - mann, 2015)
Wat is het Mapping Model e-CF?
Onbekendheid met het e-CF weerhoudt organisa - ties om met dit framework te werken. Het Ngi-NGN krijgt veel vragen van organisaties en leden die e-CF willen toepassen in hun organisatie. De belangrijkste vragen zijn hoe de e-CF-com -petenties zich verhouden met de bestaande competentieframeworks en hoe je deze integreert. Om organisaties een praktisch instrument te bieden is een mapping-model ontwikkeld, het zogenaamd Mapping Model e-CF (MME).
Het MME-model definieert hoe de e-CF-compe - tenties voor de ICT-professional zich verhouden tot de producten van opleiders en assessment-bureaus. Hiermee kan voor een afnemer van ICT-personeel inzichtelijk worden gemaakt welke producten er zijn om specifieke competenties te verbeteren en te toetsen.
Figuur 1 is het model dat de kern vormt van het MME, waarin de drie soorten competenties zijn weergegeven op basis waarvan functieprofielen kunnen worden beschreven. De gelaagdheid in het model geeft de relatie aan van competenties naar het (opleidings-)curriculum voor de professional en de onderliggende assessment die behulpzaam kan zijn bij het identificeren waar je als professi -onal staat.
Figuur 1. Model van het Mapping Model e-CF
 
Het MME-model onderkent drie soorten compe-tenties, te weten: domein, gedrag en vakinhoude -lijk. Van de drie genoemde soorten competen-ties, richt e-CF zich uitsluitend op de vakinhoudelijke competenties. Er is geen intentie om e-CF uit te breiden met domeinspecifieke competenties1 en gedragscompetenties 2. Het uitgangspunt is name lijk dat de meeste organisaties hun eigen domein-competenties kennen en zelf hebben vastgesteld. Ook de bijbehorende gedragscompetenties zijn vaak al in organisaties benoemd. Voor zowel de domeinspecifieke, als de gedragscompetenties bestaan bovendien voldoende referentiemodellen vanuit het hrm-vakgebied. Deze beide compe -tenties gaan ook breder dan alleen ICT-specifieke competenties.
Voor alle drie de soorten competenties bestaan voor elk kennis-en ervaringsniveau opleidingen en trainingen. Opleidingsorganisaties en trai -ningsbureaus leveren de baseline aan voor de opleidingen en voegen daar de eigen specifieke kennis en vaardigheden aan toe.
Wat wél wordt onderkend in MME, is dat er samenhang is tussen de drie soorten competen-ties. De competenties komen namelijk samen in één professional, waarvoor over het algemeen één ontwikkeltraject wordt opgezet. Naast e-CF moe-ten voor de domeinspecifieke en gedragscompe tenties dus ook andere hrm-competentiemodellen worden gehanteerd.
Om een goed beeld te krijgen van waar een profes - sional staat, zou de professional een assessment traject moeten volgen waarin alle drie de competentiesoorten worden meegenomen.
Waarom een MME-model?
De rationale achter het opstellen van een Map -ping Model e-CF is drieledig.
Objectieve positionering
In het MME-model wordt uitgegaan van e-CF. De beroepsorganisatie stelt de functieprofielen op voor het gehele vakgebied. Door dat vanuit de beroepsorganisatie te doen, kan een objectieve positionering van de uitwerking beter geborgd worden. Door het betrekken van vaktechnische professionals wordt tevens geborgd dat professi-onals in het vakgebied het initiatief nemen in het vaststellen van benodigde competenties. Zodra deze vastlegging gereed is, dan kan pas hierop het aanbod aan producten van opleiders en assess mentbureaus geplot worden en kunnen commer-ciële belangen een invloed krijgen.
Koppelen vraag en aanbod
In het model kunnen de competenties per func-tieprofiel allereerst ‘gemapt’ worden op het aanbod van opleiders en assessmentbureaus. Dit kan gedaan worden voor de gehele beroepsgroep, maar ook voor een specifieke organisatie die een eigen functieprofiel op basis van e-CF-competen-ties heeft opgesteld.
Daarnaast ligt hier ook de vrijheid voor een orga -nisatie om de domeinspecifieke competenties en gedragscompetenties te mappen op het aanbod van opleiders en assessmentbureaus. Dit model kan tot slot gebruikt worden om te zien waar ‘gaps’ zijn voor het aannemen of aan - leveren van volwaardig ICT-personeel. Functies waar opleidingen niet genoeg (meer) aansluiten bij benodigde competenties kunnen door middel van een goede mapping in kaart gebracht worden, waarna de leverancier(s) de mogelijkheid heeft het opleidingsaanbod te optimaliseren.
Tactisch meedenken met eindorganisaties Met het opstellen van e-CF-functieprofielen geeft de beroepsgroep aan welke competenties van belang zijn. Dit geeft de opleider en assessor de mogelijkheid om meer als partner mee te denken met eindorganisaties en op tactisch niveau con-tact te leggen. Trainingen kunnen bijvoorbeeld meer geclusterd worden en er kan ingezet worden op permanente educatie. Ook kunnen de opleiders en assessors een meer begeleidende rol spelen op diverse momenten van de carrière van een mede-werker.
Stappenplannen bij het model
Vanuit organisatieperspectief kan e-CF op ver-schillende manieren gebruikt worden:
• Voor een ontwikkeltraject van een medewerker: er wordt niet gekeken hoe iemand functioneert, het gaat over de marktconformiteit.
• Competenties en ontbrekende competenties (gap) die er zijn binnen een organisatie in kaart brengen.
• Voor een reorganisatie.
• Voor het opstellen van een vacature.
• Voor het optimaliseren van het aannametraject; voldoende en kwalitatief aanbod van ICT-personeel.
• Voor het opstellen van een CV voor de ICT-professional. Voor ieder van deze situaties, geeft MME een aantal stappen weer. De voorwaarden die daarbij horen, en die ook voorafgaand aan een project moeten vastliggen, zijn:
• De functiebeschrijvingen zijn door de organi -satie vastgesteld volgens de CEN ICT Profiles (CWA 16458:2012) of volgens beroepsverenigin -gen (aanvullende ICT profiles). 3
• Opleiders en assessmentbureaus hebben in kaart gebracht welke producten zij bieden in aansluiting op de betreffende e-CF-competen -ties.
Voorbeeld werking MME
Voor het praktische toepassing van e-CF is op basis van het MME een generiek stappenplan vastgesteld, in zes stappen (figuur 2) . Een verzekeraar zoekt een business-analist (intern of extern) en wil graag de competenties hiervan in kaart hebben. De hrm-medewerker doorloopt het stappenplan van het MME-model.
Figuur 2. Stappenplan toepassing van e-CF met behulp van het Mapping Model e-CF
 
Stap 1: ICT-profielen opstellen
Pijler 3 de vakinhoudelijke competenties op basis van e-CF worden vastgesteld. De vakinhoudelijke competenties worden ingevuld op basis van e-CF. Hiervoor kan de leidinggevende of hrm de profiletool gebruiken vanuit het CEN (http://profiletool. ecompetences.eu/, figuur 3 ).
 
Stap 2: Competentiemapping vakinhoudelijk
(e-CF)
Met deze tool kan de hrm-medewerker van deze verzekeraar in kaart brengen wat ze zoeken en hoe dit zich verhoudt met een bepaald ICT-functie - profiel (vanuit CEN). De tool werkt ook de andere kant op. Het ICT-functieprofiel wordt als basis gekozen en de hrm-manager kiest aanvullende competenties vanuit het e-CF.
Stap 3: Competentiemapping domeinspecifiek en gedragscompetenties
Pijler 1 de domeinspecifieke competenties worden beschreven. De business-analist werkt in een verzekeringsbranche. Bij pijler 1, de domeinspeci - fieke competentie, komt te staan dat deze persoon kennis nodig heeft van de wet- en regelgeving vanuit de financiële verzekeringswereld. De werknemer moet hiervoor de cursus Zorgverzeke - ringswet volgen.
Pijler 2 de gedragspecifieke competenties worden beschreven. Vaak hebben organisaties de gedrags - pecifieke competenties in hun functiehuis al gespecificeerd. Omdat het e-CF hier geen invul ling aangeeft heeft het Platform voor Informatie-beveiliging deze benoemd vanuit het e-CF en aangeduid als ‘algemene competenties’ (figuur 4) .
Figuur 4. Gedragspecifieke competenties vanuit het Platform voor Informatiebeveiliging (PvIB)
 
Stap 4: Invulling MME-model
De competenties worden vanuit alle drie de pijlers ingevuld, zodat er een totaalbeeld wordt gegeven met alle benodigde competenties voor de business-analist van de verzekeraar.  ( Figuur 5 )
Figuur 5. Een volledig ingevuld profiel voor een medewerker
 
Stap 5: Competenties vaststellen
Indien de organisatie wil weten in hoeverre een medewerker op dit moment over bepaalde competenties beschikt kan er gebruik wor den gemaakt van een self assessment tool (www.e-competence-quality.com/self-assess - ment-tool/4), figuur 6 . De medewerker kan het self assessment invullen.
Echter de leidinggevende of andere medewerkers kunnen ook het self assessment invullen, bijvoor - beeld als onderdeel van een 360-graden-feedback. Tevens kunnen de relevante ICT-certificaten in deze tool worden ingebracht. Een groot aan - tal relevante certificaten staan reeds op de site www.e-competence-quality.com/certificati - on-profiles/.
 
Stap 6: Opleiden of toetsen (assessen) van de ICT medewerker
Steeds meer hogescholen, universiteiten en ICT-opleiders vullen hun ICT-opleidingen en -cursussen in op basis van e-CF. Een format voor het in kaart brengen van hun aanbod kan door middel van een voorbeeldtemplate die te vinden is op de site: www.e-competence-quality.com/certi -fication-profiles/ Daarnaast kunnen ICT-opleiders ook een laag dieper van e-CF hun competenties in kaart bren gen door aan te geven welke competenties van het e-CF gebruikt worden voor hun cursussen of opleiding. Dit betekent dat dimensie vier van het e-CF wordt ingevuld. Een voorbeeld is te vinden op de site: www.e-competence-quality.com/ the-european-e-competence-framework/
Rol van de beroepsorganisatie
Ngi-NGN zorgt ervoor dat de beroepsgroep het initiatief kan nemen in het definiëren van beno - digde competenties voor een ICT-professional. In het MME wordt uitgegaan van ICT-functieprofie - len die door de CEN of beroepsverenigingen van het specifieke vakgebied zijn opgesteld. Hiermee is geborgd dat professionals in het vakgebied richtinggevend blijven in het vaststellen van benodigde competenties. Dit is wenselijk om twee redenen:
• deze experts5 kunnen het beste vaststellen welke vaktechnische competenties voor een func-tie nodig zijn;
• het betreft objectieve inbreng. Pas na het opstellen van de functieprofielen wordt het aan -bod aan producten van opleiders en assessment - bureaus hier op gemapt, dus pas dan kan commercieel belang een invloed hebben.
Het Ngi-NGN helpt organisaties om e-CF op te zetten en verder te implementeren. Zo zal het MME worden vormgegeven en verder worden geoperationaliseerd. Door een inhoudelijke mapping mogelijk te maken, draagt Ngi-NGN bij aan het opstellen van profielen, het zorgen voor acceptatie van de e-CF-competenties en aanvullende profielen in de markt, het voorzien in handvatten voor e-CF-mapping, en het betrek ken van eindorganisaties. Daarnaast zal zij de paraplufunctie op zich nemen om initiatieven die opgezet worden en beschikbare informatie omtrent het e-CF te ontsluiten en praktisch toe-pasbaar te maken.
 
Anita Bosman (Anita.bosman@hu.nl) heeft zitting in het hoofdbestuur van Ngi-NGN. Ze is verantwoordelijk voor Post Initieel ICT-onderwijs bij de Hogeschool Utrecht en is lid van de e-CF initiatiefgroep.
Pascal Ravesteijn (Pascal.ravesteijn.hu.nl) is lector Procesinnovatie en Informatiesystemen aan de Hogeschool Utrecht. Hij heeft zitting in het bestuur van het International Information Management Association (IIMA) en is voorzitter van het BPM-Forum.
Frits Bussemaker (frits@bussemaker.net) is partner en Liaison European Relations bij CIONET, een community van CIO’s en IT-directeuren in Europa. Hij is voorzitter van iPoort, onderdeel van perscentrum Nieuwspoort; lid van de Global Industry Council van IP3.
 
Literatuur CEN (European Committee for Standardization). European e-Competence Framework 3.0. A common European Framework for ICT Professionals in all industry sectors. CWA 16234:2014 Part 1, 2014a
CEN (European Committee for Standardization). User guide for the application of the European e-Competence Framework 3.0. CWA 16234:2014 Part 2, 2014b
CEN (European Committee for Standardization). Building the e-CF – a combination of sound methodology and expert contribution. Methodology documentation. CWA 16234:2014 Part 3, 2014c
CEN (European Committee for Standardization). Case Studies for the application of the e-CF. CWA 16234:2014 Part 4, 2014d
CEN (European Committee for Standardization). European ICT Professional Profiles, Workshop Agreement CWA 16458
Olde Hartman, M. (2015). e-CF in de praktijk, Van Haren Publishing, Zaltbommel, april 2015
Op de Coul, J. (red), (2001). Taken, Functies, Rollen en Competenties in de Informatic’, Ten Hagen & Stam
e-Skills QUALITY – Final Report 2013, Towards a European
Quality Label for ICT Industry Training and Certification Whitepaper PvIB (2001). Beroepsprofielen Informatiebeveiliging, Een basis voor uniforme kwalificatie van professionals in informatiebeveiliging
 
 
[1] Een voorbeeld van een domeinspecifieke competentie: Een Business analist werkt in een verzekeringsbranche. Voordat zij begint dient ze kennis te hebben van de wet- en regelgeving vanuit de financiële verzekingswereld. Ze moet hiervoor de cursus ZorgVerzekeringsWet volgen.
[1] Vaardigheden, zoals presentatievaardigheden, adviesvaardigheden, leiding geven etc.
[3] Het Platform voor Informatiebeveiliging (PvIB) beschrijft vier beroepsprofielen voor beroepen binnen het vakgebied informatie beveiliging. Daarnaast wordt er vanuit het programma Digivaardig & Digiveilig nieuwe functies op basis van e-CF geschreven: data-scientist, digitale docu-mentalist, healthcare informatics, ethical hacker, app/mobile-ontwikkelaar, cloud engineer, experience designer en de enterprise architect.
[4] Dit is een tool geba seerd op het e-CF en op de CEN ICT Profiles. Tevens geeft het de mapping van een groot aantal ICT-certificaten weer.
[5] Experts vanuit het Ngi-NGN, maar ook van andere beroepsvereni-gingen, zoals het PvIB die voor het vakgebied informatiebeveiliging vier beroepen hebben uitgeschreven: chief information secu -rity officer (CISO); information security officer (ISO); ICT-beveiligingsmanager; en ICT-beveiligings-specialist.
 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag