Samenwerking helpt kloof te dichten

Nieuwe technologieën als cloud en big data veranderen de behoefte aan skills van IT-personeel. Wat vragen bedrijven vandaag de dag van de IT’er, en wat is daaraan anders dan enkele jaren geleden? En leveren hogescholen en universiteiten die mensen wel af? ­Automatiseringgids sprak hierover met verschillende dienstverleners en IT-bedrijven.

De opkomst van nieuwe technologieën als cloud vergt meer specialistische kennis van IT-professionals. Cloudoplossingen kunnen doorgaans snel worden geïmplementeerd, waardoor het implementatietraject korter wordt. Hierdoor komt er meer nadruk te liggen op ‘solution selling’ waardoor er meer behoefte ontstaat aan specialistische kennis op het gebied van onder meer integratie en security. “Onze consultants moeten goed weten wat het aanbod aan clouddiensten is en weten wat de kwaliteit van deze diensten is”, licht Robbert Bakker, managing director van Ciber Nederland toe.

Volgens Wiebe de Boer, directeur van Ilionx, heeft de opkomst van cloud de rol van IT-dienstverleners heel erg veranderd: van leverancier van een IT-afdeling naar leverancier die direct aan de business levert, soms zelfs in concurrentie met de IT-afdeling. Ilionx heeft om die reden een aparte business unit opgericht voor business consultancy. De Boer verwacht dat deze ontwikkeling zich de komende jaren alleen maar verder zal voortzetten. “De behoefte aan consultants die ook écht iets van IT afweten – dus geen management consultants die zich ook op IT-processen richten – gaat nog sterk groeien.”

Edwin Hillenga, director bij KPN Consulting, merkt eveneens dat het werk van IT’ers steeds specialistischer wordt. “De lat gaat omhoog, kijk maar naar de opkomst van kleine nichespelers. Dit vraagt ook om continue scholing, gedurende de hele carrière.” Hij eist bovendien dat IT’ers steeds ondernemender en ambitieuzer worden. “Dat past ook bij de trend dat IT minder een afdeling in de kelder is, en vaker wordt gepositioneerd als strategisch en bedrijfskritisch. En daar heb je nou eenmaal andere typen mensen voor nodig.”

Henk Steenman, CTO bij AMS-IX, stelt dat zijn bedrijf om de continue schaalvergroting bij te kunnen houden grote behoefte heeft aan infrastructuurspecialisten. “Engineers die de verschillende lagen in de netwerkinfrastructuur begrijpen, kunnen beheren en verder helpen te ontwikkelen.” Daarnaast is er grote behoefte aan engineers en ontwikkelaars die software kunnen bouwen om die infrastructuur beter te beheren. “Ook ontwikkelingen zoals SDN (software defined networking) zijn hierin van belang. Het is een uitdaging om deze mensen binnen de Nederlandse markt te vinden.”

Bij Equinix is er vooral schaarste aan datacenterpersoneel. Momenteel liggen de eisen voor datacentertechnici en infrastructuur engineers volgens managing director Michiel Eielts duidelijk hoger dan vijf jaar geleden. “Waar wij in het verleden konden volstaan met een puur technische opleiding op MBO-niveau 1/2 in de domeinen werktuigbouwkunde of elektrotechniek, is er nu veel specifiekere kennis en training op het gebied van koeling, power, hoogspanning en glasvezeltechniek noodzakelijk. Bovendien is MBO niveau 3/4 eerder regel dan uitzondering om te voldoen aan de stringentere klanteisen.” Equinix vult dit zelf aan met specifieke trainingen op het gebied van glasvezelbekabeling, koeltechniek en diverse specialistische elektrotechnische opleidingen.

 

Wanted: soft en business skills

Daarnaast vereist de opkomst van nieuwe technologische trends ook betere soft skills. Het draait niet meer om technologie alleen, maar steeds meer op het samenspel tussen eindgebruikers, bedrijfsprocessen en technologie. Paul Slot, VP IT Operations bij KPN: “Met name in de regiefunctie worden soft skills belangrijker, waar die voorheen onderbelicht waren. Ook is meer begrip nodig van de bedrijfsfuncties om er voor te kunnen zorgen dat Demand en Supply goed op elkaar aansluiten.”

Omdat klanten volgens Eielts tegenwoordig meer behoefte hebben aan ‘customer intimacy’ – op maat gemaakte oplossingen, die continu aan verandering onderhevig zijn – heeft zijn personeel intensief contact met klanten. “Daarbij is de ene klant de andere niet. Een internationale gaming-klant heeft andere behoeften dan de Rijksoverheid. Mede hierdoor is er bij ons een groeiende behoefte aan projectleiders en is de rol van Customer Service Manager in het leven geroepen. Deze duizendpoten moeten naast technische (IT)-kennis en uitstekende communicatieve vaardigheden, de belangen van zowel de klant als Equinix dienen. Het is op dit moment niet eenvoudig om kandidaten te vinden met zo’n veelzijdig profiel.”

Meer focus op de business-kant is een verandering die alle geïnterviewden opmerken. Ook Bakker ziet steeds meer vraag ontstaan naar adviseurs en projectmanagers die in staat zijn om oplossingen te vinden vanuit het perspectief van de business. “Zij moeten in staat zijn om vanuit hun expertise de juiste oplossing te vinden, de juiste mensen in schakelen, zorgen dat de implementatie goed verloopt en de organisatie helpen bij het creëren van draagvlak voor verandering als dit nodig is. Het gaat hierbij om een mix van inhoudelijke technische vaardigheden en soft skills om projecten in goede banen te leiden.”

 

Kloof is aanzienlijk

De snelle veranderingen in de informatietechnologie en de toenemende afhankelijkheid van bedrijven van IT vragen dus nogal wat van de kennis en expertise van IT-professionals. Kunnen hogescholen en universiteiten bij het afleveren van afgestudeerden wel voldoen aan die hoge eisen die gesteld worden vanuit de praktijk? De meeste geïnterviewden stellen dat er een aanzienlijke kloof is tussen onderwijs en arbeidsmarkt en dat starters met een IT-opleiding onvoldoende praktijkervaring hebben.

Onderwijsinstellingen zouden best wat meer marktonderzoek mogen doen om het lesprogramma beter aan te laten sluiten bij de praktijk, stelt Bakker. “Afgestudeerde IT’ers missen regelmatig kennis van gangbare softwareplatformen en methodieken als Scrum en agile. Het komt ook voor dat ze onvoldoende ervaring hebben met nieuwe technologie.” Het vergt volgens hem over het algemeen nog een behoorlijke investering om een pas afgestudeerde IT’er goed inzetbaar te maken als bijvoorbeeld SAP-consultant, Java-ontwikkelaar of BI-consultant. “Regelmatig ontbreekt het aan achtergrond en vaak is de opgedane kennis onvoldoende diepgaand.”

Binnen opleidingen mag wat hem betreft ook meer aandacht worden besteed aan het ontwikkelen van soft skills en het werken volgens bepaalde ontwikkelmethodieken en de nieuwste development frameworks. “Studenten worden opgeleid tot generalisten en wij hebben zo’n drie maanden nodig om hen de benodigde kennis bij te brengen.”

De Boer stelt dat het aantal instromers bij IT-opleidingen niet alleen al een paar jaar te laag is, maar dat de studenten die er wel zijn zich vaak richten op ‘sexy’ onderwerpen als app- of website-ontwikkeling. In de huidige praktijk is er volgens hem veel meer vraag naar IT’ers die een consultancy-rol op zich kunnen nemen. “Maar wat misschien nog wel opvallender is, is dat veel mensen die uiteindelijk in de IT terechtkomen al op de middelbare school de aansluiting missen. We zien dat sommige jongeren in het huidige middelbare schoolsysteem niet uit te verf komen: ze beginnen op het VWO, maar komen uiteindelijk terecht op het MBO omdat ze niet overweg kunnen met het klassikale onderwijs. Ze gamen misschien veel, maar kunnen wel heel analytisch denken, zijn slim en daardoor erg geschikt als IT’er.” De Boer kan zich dan ook best voorstellen dat de nieuwe generatie applicatieontwikkelaars niet meer van het hbo en wo komt, maar van het mbo. “Dat geldt zeker voor Java-ontwikkelaars. De ontwikkelingen in deze programmeertaal gaan zo snel, dat je een heel abstract denkvermogen nodig hebt om daar snel op in te spelen. Geen enkele school is daar op ingericht.”

Manoj Mehta, Country Manager Benelux van Cognizant merkt dat veel opleidingen nog te weinig bezig zijn met de praktijk. Paul Slot vult aan: “Wij zien in ons werkveld waar veel wordt uitbesteed, dat onze medewerkers vooral in regiefuncties opereren. Dit vraagt andere vaardigheden dan die de ‘traditionele’ IT’er heeft. Het onderwijs kan hier beter op aansluiten. Steenman stelt zelfs dat de aansluiting van IT-opleidingen in Nederland minimaal is. “Naar onze mening wordt binnen technische opleidingen te weinig aandacht besteed aan netwerk­infrastructuur en interconnectie, de basis van het internet, zowel gericht op ontwikkelaars als beheerders. Dit is een erg belangrijk topic binnen ons werkveld waar toekomstige IT’ers beter op voorbereid zouden moeten worden.”

 

Gedeelde verantwoordelijkheid

Dat er een kloof bestaat is dus evident. Maar hoe die te dichten? En wie is daarvoor verantwoordelijk? Het onderwijsveld? De bedrijven zelf? De studenten? Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid, benadrukken de personen die AutomatiseringGids raadpleegde. Bakker: “De kwaliteit van het IT- onderwijs in Nederland is zeker niet slecht, maar er is absoluut nog ruimte voor verbetering en vernieuwing.”

Alle IT-bedrijven in dit artikel werken al op de een of andere manier samen met hogescholen en universiteiten, of dit nou door middel van gastcolleges, (afstudeer)stages of iets anders is. Maar dit moet volgens de geïnterviewden nog intensiever en beter en er zijn nog te veel werkgevers die zich niet of onvoldoende bezig houden met het dichten van de kloof tussen onderwijs en praktijk. Slot: “We moeten nog meer elkaar opzoeken; stages, afstudeerprojecten, praktijkstudies, gastcolleges zijn de vormen die we kennen, maar dit kan nog intensiever, zeker de inzet van IT-professionals op de hogescholen en universiteiten kan hiertoe bijdragen.” Zijn collega Hillenga, valt hem bij: “Er is inderdaad meer kruisbestuiving nodig. Dat kan onder andere door docenten ook bij IT-bedrijven in te zetten. Én door IT’ers veel vaker les te laten geven; het liefst als integraal onderdeel van het curriculum.” Hij vindt stages of afstuderen goede manieren om praktijkervaring op te doen, al plaatst hij daar wel kanttekeningen bij. “We zien vaak weinig betrokkenheid vanuit de onderwijsinstellingen – de meeste studenten regelen zonder tussenkomst van de instelling een stageplaats. Stage- of praktijkbegeleiders zouden meer met ons in gesprek moeten zijn, instellingen moeten daarin een wat zakelijkere opstelling hebben.”

Ook in de ogen van De Boer is de enige manier om dat gat te overbruggen, nog sterker inzetten op betere onderlinge samenwerking. “Wij hebben hier al stagiaires rondlopen uit het eerste en tweede jaar van het hbo. Daar leren ze heel veel van. En wij van hen. Ze werken in veel gevallen al mee in klantprojecten.” Volgens hem is het voor het onderwijsveld best lastig om de ontwikkelingen te volgen in een markt die zo snel gaat als de IT. “Het is niet te doen om je curriculum elk kwartaal aan te passen aan de veranderde realiteit. Ik vind dat IT-opleidingen moeten zorgen voor voldoende technische basis, kennis van bedrijfsprocessen bij moeten brengen en vervolgens het bedrijfsleven deze kennis moeten laten finetunen.”

Volgens Bakker zou het goed zijn als universiteiten en hogescholen wat meer proactief contact zoeken met verschillende partijen uit de markt. “De ontwikkelingen gaan zo snel dat het belangrijk is om de markt voortdurend te blijven volgen, zonder hierbij alleen te focussen op de hypes.” Hij denkt dat het nuttig is om rondom actuele marktontwikkelingen zoals cloud en big data een aantal thema’s te definiëren waar studenten mee aan de slag kunnen gaan. “Zij kunnen hierbij bedrijven vragen om input aan te leveren, zodat studenten direct toegang krijgen tot best practices en de nieuwste inzichten vanuit de praktijk. Denk hierbij aan thema’s als security, enterprise information management en integratie.” Daarnaast vormen alumniverenigingen in zijn ogen een mooi platform voor onderwijsinstellingen om feeling te houden met de praktijk.

Mehta merkt op dat als er vanaf het begin wordt samengewerkt tussen het bedrijfsleven en opleidingen, studenten vanaf dag één inzicht hebben in de praktijk. “Dit kan met behulp van stages, maar ook door training te krijgen van mensen uit verschillende vakgebieden die hun ervaringen kunnen delen. Scholen en leraren moeten een netwerk van bedrijven opbouwen, zodat ze op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en trends. Ook studenten kunnen er zelf voor zorgen dat ze op de hoogte blijven van wat er speelt bij organisaties. Ze kunnen ook proactief feedback geven aan de opleiding als ze zaken missen in hun studie die ze wel zien in het bedrijfsleven.” Cognizant is onder meer partner van de Fontys Hogeschool, waar het onder meer advies geeft over het lesprogramma, en het heeft een kantoor aan de High Tech Campus in Eindhoven om dichtbij universiteiten in de omgeving te zijn.

Steenman denkt dat door middel van meerdere stages bij bedrijven al in een vroeg stadium nagegaan kan worden welke kennis en vaardigheden bij de student ontbreken, zodat hier nog tijdens de opleiding op ingespeeld kan worden. AMS-IX werkt bijvoorbeeld nauw samen met de masteropleiding ‘Systems and Network architecture’ van de Universiteit van Amsterdam. “Zo bieden we stageplekken aan, geven colleges en leveren apparatuur voor het testlab op de UvA.”

Equinix traint starters met de juiste basisdiploma’s verder zelf als datacenterspecialist. “Bijkomend voordeel is dat we ze daarmee een duidelijk gedefinieerd doorgroeipad kunnen bieden binnen onze organisatie. Onze datacenterspecialisten weten aan welke eisen zij moeten voldoen en welke opleidingen zij moeten afronden om een volgende stap te kunnen maken”, vertelt Eielts. Op termijn wil Equinix aan de eisen van Kenteq voldoen, waardoor het een erkend leerbedrijf wordt en ook stageplaatsen aan mbo-studenten kan aanbieden.

 

Student is in charge!

Volgens Bakker van Ciber kunnen studenten ook zelf meer doen om zich voor te bereiden op de praktijk, bijvoorbeeld door zich te verdiepen in de oplossingen die worden geboden door grote leveranciers als Oracle, SAP, IBM en Microsoft. “Daarnaast is het goed om kritisch te kijken naar waar je als student de meeste relevante kennis mee opdoet. Een studie biedt vaak aantrekkelijke minors en ook een studie in het buitenland is vaak heel waardevol.”

Hillenga van KPN denkt dat de studenten zélf misschien nog wel de grootste rol spelen. “Ze moeten hun eigen carrière vormgeven – en die begint al in de schoolbanken. De lat ligt steeds hoger, dus ze mogen ondernemender zijn en meer lef tonen. We zien dat toptalent zichzelf wel ontwikkelt. Maar de middenmoot wordt steeds groter. Ze willen vaak wel, maar weten niet hoe, of ze durven niet.” Hij stelt dat daar een belangrijke rol is weggelegd voor de opleiding, die de studenten moet uitdagen en helpen het beste uit zichzelf te halen. “Ook inhoudelijk worden scholen steeds meer facilitator. Zij moeten de basis leggen, maar ook regie nemen in de samenwerking met IT-bedrijven. Dat maakt een opleiding ook interessanter voor studenten. Als studenten eenmaal in dienst komen, zorgen werkgevers wel voor de ‘finetuning’. Daarvoor heeft elke werkgever een eigen opleidingsprogramma. Bij ons eigen introductietraject zijn overigens ook starters betrokken. Zij weten zelf heel goed waar ze behoefte aan hebben.”

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag