Spelenderwijs naar IT-onderwijs van hoger niveau

Informaticadocent Dr. Alexandru Iosup werd in 2014 uitgeroepen tot beste docent van de TU Delft, begin dit jaar volgde de titel Docent van het Jaar van heel Nederland. Iosup sprong eruit vanwege zijn unieke benadering van lesgeven. Met behulp van gamification wil de Roemeen het beste uit iedere student halen. Iosup: ‘Every student counts’.

Hoewel het aantal IT-studenten aan de TU Delft de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen (in drie jaar tijd van 120 naar 230 studenten!), blijft het lastig om studenten te interesseren voor een Informaticaopleiding. Bovendien is een toename van ruim honderd studenten slechts een druppel op een gloeiende plaat, aangezien er over een paar jaar weer een tekort van tienduizenden IT-professionals wordt voorspeld. Informaticadocent Alexandru Iosup denkt dat hij wel weet waarom IT-studies nog altijd niet heel erg populair zijn. “Studenten vinden de opleidingen van mijn faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) erg moeilijk. Dat is deels een imagoprobleem, wat voor een deel weer het gevolg is van de manier waarop wij onszelf als technische universiteiten presenteren. Wij hebben soms de neiging om ons elitair op te stellen en het onze studenten lastig te maken”, steekt Iosup de hand in eigen boezem. “Dat levert natuurlijk geen goede mond-tot-mond-reclame op.”

Het uitvalpercentage bij de genoemde opleidingen is bovendien hoog en maar 35 procent studeert op tijd af. Dat heeft volgens de universitair docent weer te maken met de manier van lesgeven in het technisch onderwijs. Iosup weet uit eigen ervaring dat er ernstige problemen zijn op dit vlak, ook in andere landen in Europa en daarbuiten. Hij combineerde zijn studie Informatica aan de Politehnica Universiteit van Boekarest met een fulltime baan. Dat was niet alleen omdat hij het anders niet kon betalen, maar ook omdat hij zich verveelde. “Ik vond de manier van lesgeven – met een vast rooster en colleges – niet geschikt voor mij, als een van de betere studenten. De strak gedefinieerde vakken waren op de gemiddelde student gericht. Zo wordt je niet uitgedaagd of gestimuleerd om verder te kijken dan de tentamenstof. En als je dan bent afgestudeerd kom je erachter dat wat je hebt geleerd totaal niet aansluit op de beroepspraktijk. Wat je daar tegenkomt, is veel uitdagender.”

 

Kloof

De kloof tussen onderwijs en praktijk is in de IT een actueel thema, waar veel werkgevers momenteel over klagen. Volgens Iosup is dit terecht. “En het zal me misschien niet door iedereen in dank worden afgenomen als ik dit zeg, maar het is ook goed dat de IT-industrie klaagt. Want er moet een dialoog op gang worden gebracht tussen het onderwijsveld en spelers uit de praktijk. En dat lukt op deze manier. Ik vind wel dat ze ook de hand in eigen boezem moeten steken en niet alleen maar met een wijzend vingertje moeten komen.”

Zijn frustraties over het onderwijssysteem in Roemenië motiveerden Iosup al op jonge leeftijd om iets te willen doen aan de kwaliteit van het IT-onderwijs. Na zijn promotie aan de TU Delft in 2009 ging hij aan de slag als onderzoeker en universitair docent bij de groep Parallel and Distributed Systems. “Ik wilde graag iets terugdoen voor de maatschappij. Ik heb hier de kans gekregen om geweldig promotieonderzoek te doen in Nederland, waar ik me overigens ontzettend thuis voel. Nu was het mijn beurt om iets terug te doen. Bovendien vind ik het geweldig om les te geven. Het is enorm dankbaar om studenten te zien groeien en ik voel me dan ook plaatsvervangend trots als mijn studenten iets bereiken. Ik vind werken met jeugd sowieso fantastisch. Ik besteed bijvoorbeeld zo’n zes uur per week aan het fluiten van jeugdbasketbalwedstrijden.”

Toen hij zijn baan als universitair docent aanvaardde wist hij één ding zeker: het moest totaal anders dan wat hij gewend was uit zijn jeugd. “Je wilt dat studenten klaar zijn voor de arbeidsmarkt en dat ze enthousiast zijn over wat ze hebben geleerd. Ze moeten in hun loopbaan verder groeien en zich blijven ontwikkelen, maar als hun opleiding is tegengevallen, bestaat de kans dat ze helemaal niet meer geïnteresseerd zijn in persoonlijke ontwikkeling.”

 

Games

Iosup denkt dat er maar één goede manier is om hier iets aan te doen. Zijn motto is hierbij het uitgangspunt: iedere student is anders en daar moet je de organisatie van het vak op afstemmen. Universiteiten richten zich volgens hem het liefst op de top 10-studenten, maar dat kunnen zij zich niet langer permitteren. Werkgevers hebben straks alle type IT’ers nodig, niet alleen de uitzonderlijk goede, maar ook de middenmoot en zelfs de studenten die worden bestempeld als ‘zwak’. Volgens de Docent van het Jaar is die laatste groep studenten lang niet altijd zo zwak als wordt gedacht. “Vaardigheidsniveaus, persoonlijkheden en interesses lopen nou eenmaal uiteen. Games zijn de perfecte manier om studenten te laten leren op een manier die past bij hun persoonlijkheid, met ook nog eens ontzettend veel enthousiasme”, stelt hij.

Zijn lesmethode kan dan ook het beste omschreven worden als gamificatie van het onderwijs, waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse technieken uit games. Allereerst is er on-boarding (studenten aan boord houden). Om studenten betrokken te houden, kunnen ze na het eerste college een vrijwillige overhoring krijgen. Als ze daarvoor slagen, mogen ze een halve punt aan hun eindcijfer toevoegen. Omdat er nog maar één college is geweest, slagen de meeste studenten, waardoor ze vertrouwen krijgen dat ze het hele vak aankunnen. “Daar bouwen we dan op voort. Als ze eenmaal voor een aantal colleges een goed cijfer hebben gehaald, dan wordt het psychologisch steeds lastiger om op te geven.”

Motiverend

Studenten worden zo gemotiveerd om verder te gaan en zelf uit te blinken. Door het creëren van uitdaging, spanning, jacht op een bepaald doel en beloning houdt Iosup zijn studenten buitengewoon betrokken. Veel studenten zijn zo gemotiveerd, dat ze extra lessen willen nemen en extra werk doen alleen om iets nieuws te leren, zonder een andere beloning; voor hen organiseert Iosup extra colleges en workshops.

Een ander belangrijk aspect uit de gamingwereld is het aanspreken van verschillende persoonlijkheden. Grofweg zijn er vier verschillende types te onderscheiden: presteerders, verkenners, gezelligheidsmensen en winnaars. “De presteerders werken doorgaans een opdrachtenlijstje af, maar gaan bonusopdrachten niet uit de weg. Verkenners willen juist graag verder kijken dan het reguliere programma en houden van vrije opdrachten. Gezelligheidsmensen houden vooral van samenwerken en klassikale discussies en willen het liefst groepsopdrachten. En winnaars willen overal het beste en snelste in zijn. Dat heeft weer een motiverende uitwerking op de rest van de groep”, licht Iosup toe.

Door middel van diverse gaming-elementen stemt Iosup zijn vakken af op de verschillende persoonlijkheden. Studenten kunnen hun eigen route volgen om te leren en meer verkennende en competitieve elementen uitkiezen, naarmate ze daar behoefte aan hebben. “Zo zijn er studenten die hun eigen game willen maken en dat kan middels een vrije opdracht.” Studenten kunnen op verschillende manieren punten verdienen, maar krijgen geen punten voor aanwezigheid. “Dat is niet iets wat beloond hoeft te worden. Maar als ze zelf iets nuttigs doen, geef ik wel punten.” De puntentoekenning is zorgvuldig doorberekend, inclusief welk soort student welke punten verdient, want beloningen moeten in verhouding staan tot de prestatie, en niet tot inflatie leiden, benadrukt Iosup.

Naast punten die meetellen voor het eindcijfer, kunnen er nog andere punten worden verdiend, bijvoorbeeld om toegang te krijgen tot aanvullende stof of een extra oefening. Dat is te vergelijken met naar een hoger level gaan in een spel. Daarnaast wordt de beste 20 procent aan het eind van het vak uitgenodigd voor een extra college en practicum. “Zonder er punten voor te krijgen. Dit gaat puur om het plezier in leren. Dan komen de meest actuele onderwerpen binnen het vakgebied aan bod en de practicums worden geleid door de beste jonge onderzoekers.”

 

Resultaten

Studenten reageren volgens de docent razend enthousiast op de nieuwe aanpak. En de resultaten zijn indrukwekkend: bij het vak Computer Organisation – een van de moeilijkste vakken van de opleiding – is het slagingspercentage gestegen van 60-65 procent tot boven de 80 procent. “Ik stond er zelf ook van te kijken, maar het heeft ook veel moeite en tijd gekost”, geeft Iosup toe.

Hij is al sinds zijn achttiende bezig met het ontwerpen van games, als autodidact. Toen hij een paar jaar geleden met het ontwikkelen van de innovatieve lesmethode begon, wist hij niet of het zou werken. Er was bovendien heel wat voor nodig om mensen in het onderwijsveld te overtuigen van het belang ervan. “Op mijn 23e kreeg ik als piepjonge hoofdonderzoeker in Roemenië een beurs van Microsoft voor de gamificatie van een vak. Het ging om een van de eerste vakken ter wereld. Uiteindelijk is het ons gelukt, maar de universiteit gaf me niet de steun die ik nodig had. Ze vonden het risico te groot en er is uiteindelijk nooit gebruik van gemaakt.” Tien jaar later kreeg hij opnieuw een kans – ditmaal in Delft. “De TU durfde het gelukkig wel aan, in tegenstelling tot alle andere Nederlandse universiteiten waar ik schuchter aanklopte.”

Iosup hoopt dat zijn uitverkiezing helpt om universiteiten en opleidingen van hun koudwatervrees af te krijgen. “Zij zien het nog altijd als een te groot risico. Zo zijn ze bang dat studenten het maar niets vinden of dat de studieresultaten achterblijven. Ik hoop dat mijn verhaal en de harde cijfers hen over de streep trekken.”

Zijn doelen zijn ambitieus. Zo wil hij dat minimaal 75 procent van de studenten die gebruikmaken van zijn lesmethode slaagt voor de vakken die hij geeft, mikt hij op een waarderingscijfer van studenten van tussen de 85 en 95 procent en wil hij de vakken inhoudelijk verzwaren, zonder dat dit ten koste gaat van de slagingscijfers. “Iedere nieuwe generatie moet het weer beter doen dan de vorige. De IT wordt steeds complexer en uitdagender en dat vergt nogal wat van onze studenten. We zullen vakken ieder jaar inhoudelijk moeten blijven vernieuwen en daarom is het extra belangrijk om goed in gesprek te blijven met de praktijk.”

 

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag