Toekomst van e-skillscertificering ligt in informatiemanagement

Toekomst van e-skillscertificering ligt in informatiemanagement

 
Opleidingen kunnen moeilijk voldoen aan de vraag naar ICT-professionals. Dit komt mede omdat onduidelijk is welke ICT-professionals er nodig zijn, wat zij moeten kunnen en hoe zij hun professionaliteit kunnen aantonen. De auteur beschrijft hoe EXIN, groot geworden met AMBI en nu internationaal actief in het certificeren van professionals op het gebied van de informatievoorziening, aansluiting zoekt bij de jongste ontwikkelingen op het gebied van certificering van e-skills.
 
Met de kwaliteit van de ICT-professionals is het als met de jeugd van tegenwoordig. Zij die het op grond van hun jarenlange ervaring kunnen weten, waarschuwen ons: het gaat niet goed.
Bedrijven en overheden worstelen al heel lang met de vraag hoe ze voor hun informatiehuishouding aan de juiste mensen kunnen komen. Opleidingen kunnen moeilijk aan die vraag voldoen, ook al omdat niet zo duidelijk is welke ICT-professionals er eigenlijk nodig zijn, wat zij moeten kunnen en hoe zij hun professionaliteit kunnen aantonen. Voor sommigen is het antwoord eenvoudig: AMBI – ooit hét diploma voor Nederlandse ICT’ers – moet terug. EXIN, groot geworden met AMBI en nu internationaal actief in het certificeren van professionals op het gebied van de informatievoorziening, zoekt aansluiting bij de jongste ontwikkelingen op het gebied van certificering van e-skills, in Europa en de rest van de wereld. De derde professionaliseringsgolf
Smartphones, online winkelen, videoconferenties en sociale media zijn slechts enkele voorbeelden die laten zien dat ‘IT’ het privé- en beroepsleven van bijna iedereen is binnengedrongen. Dat heeft ons nieuwe mogelijkheden gebracht voor in onze vrije tijd en in ons werk. Op de een of andere manier zijn we steeds vaker bezig met het vergaren, gebruiken, ordenen en weer verspreiden van informatie, lees: informatiemanagement. Als er wat schort aan de informatievoorziening – en dat gebeurt helaas nogal eens – dan wordt gehoopt op, of verwijtend gewezen naar, ‘de’ ICT en de ICT’ers. Bij bedrijven op zoek naar nieuwe markten, producten, diensten en productiemethoden zien we een soortgelijke reflex. Voor een nieuwe ‘bedrijfsapp’ of een nieuw informatiesysteem dat alle communicatieproblemen in de organisatie moet oplossen, worden meer en betere ICT’ers gezocht.
Zie daar in een notendop het probleem van het tekort aan ICT’ers en het tekortschieten van hun opleiding.

Wie zijn die nieuwe ICT’ers waar iedereen zo zijn hoop op heeft gevestigd? Eigenlijk weet niemand dat. Het doet denken aan het begin van het computertijdperk. Een klein maar groeiend aantal organisaties kocht een computer. Om daar bijvoorbeeld de salarisadministratie op te doen, waren programmeurs nodig. Wat dat waren, wie ze kon opleiden en hoeveel ze moesten kosten was volstrekt niet duidelijk. Die vragen zetten een eerste professionaliseringsgolf in de IT in gang, voor Nederland bijvoorbeeld heel aardig beschreven in het proefschrift ‘“Iets met computers”: over beroepsvorming van de informaticus’ van R.L.H van Doel (2001). Met de nodige verwikkelingen zijn uit die eerste professionaliseringsgolf in Nederland organisaties ontstaan op het gebied van de informatica, zoals het Ngi, de beroepsorganisatie, EXIN, het exameninstituut, en de VOI, de organisatie voor opleiders.

Opmerkelijk genoeg kwam het initiatief hiertoe vaak uit universitaire kring (zoals van prof. Euwe en prof. Starreveld), maar kwam het informaticaonderwijs aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen traag op gang. Het indertijd door de commerciële opleiders ontwikkelde opleidingsprogramma voor het diploma in de Automatisering en Mechanisering van de Bestuurlijke Informatievoorziening (AMBI) bleef lang het enige informaticadiploma in Nederland op ‘hbo-niveau’.
In de jaren negentig maakte het hoger onderwijs in Nederland de inhaalslag en verviel een belangrijke basis voor het AMBI-diploma. Voor het bedrijfsleven dook met het oprukken van de ICT in de organisatie een ander probleem op, dat van het beheersbaar houden van de complexe IT-infrastructuur. Dit zette een tweede professionaliseringsgolf in gang: die van het servicemanagement. Door de toegenomen internationale verweving van het bedrijfsleven had deze tweede golf, zichtbaar in de groeiende populariteit van ITIL, een veel sterkere internationale component.

Voor EXIN, in Nederland groot geworden als het exameninstituut voor AMBI, was de komst van ITIL begin jaren negentig een uitkomst gezien de drastisch teruglopende aantallen kandidaten voor AMBI en de mbo-variant daarvan, PDI. EXIN ontwikkelde zich al snel tot de belangrijkste speler op de wereldmarkt van ITIL-examens. Daarbij kon EXIN profiteren van de kennis en ervaring die bij een aantal Nederlandse bedrijven werd opgebouwd (PTTTelecom, Rabofacet, GAK, Belastingdienst) en de internationale activiteiten van Nederlandse opleiders en consultancybedrijven (PinkElephant, Quint Wellington Redwood). Dankzij de ervaring opgedaan in de eerste professionaliseringsgolf kon EXIN ook een belangrijke rol spelen in de beroepsvorming in het beheer, internationaal beter bekend als servicemanagement.

Anno 2012 zien we een derde professionaliseringsgolf opkomen, die van het informatiemanagement. Volgens sommige schattingen is wereldwijd slechts 30 procent van de IT-projecten echt succesvol. Een belangrijke oorzaak daarvan is slecht opdrachtgeverschap en gebrek aan regie. Er is dan ook een trend om de informatievoorziening niet meer over te laten aan de traditionele IT-afdeling, maar veel meer verantwoordelijkheid te leggen bij wat vroeger wel de ‘gebruikersorganisatie’ werd genoemd. Deze trend wordt versterkt door de outsourcing van ICT-diensten en de opkomst van cloud computing. Door verschuiving van verantwoordelijkheden ontstaan in organisaties nieuwe rollen. In dit geval IT-gerelateerde rollen op het gebied van architectuur, analyseren en optimaliseren van bedrijfsprocessen en contractmanagement.

We zien organisaties worstelen met deze nieuwe rollen. Soms wordt geprobeerd hele IT-afdelingen om te vormen en in te richten als regieorganisatie
voor de informatievoorziening. De competenties die voor de nieuwe rollen nodig zijn verschillen echter nogal van die van de professionals op de meer traditionele IT-afdelingen en bij IT-leveranciers.
Zoals in een onderzoeksrapport van de Europese Commissie wordt aangegeven, gaat het meer om het vermogen om nieuwe mogelijkheden te onderkennen om ICT in te zetten om de prestaties van de organisatie te verhogen en nieuwe en betere processen, producten en diensten te ontwerpen (Hüssing & Korte, 2010).
 
Informatiemanagement
In een recent EXIN White Paper (EXIN, 2011) wordt voorgesteld om ICT vooral te zien als onderdeel van het bredere vakgebied informatiemanagement. In een blad dat sinds mensenheugenis over ontwikkelingen in de ICT bericht onder de titel Informatie zal dat niet klinken als een verrassende wending. De verschuiving van het perspectief sluit niet alleen aan bij de ontwikkelingen in de praktijk, maar werpt ook een ander licht op het vraagstuk van de opleidingen en certificering. De doelgroep is niet alleen breder, de nadruk komt ook meer te liggen op het ontwikkelen en toetsen van competenties die te maken hebben met het inrichten en verbeteren van de informatievoorziening. Daarbij speelt techniek weliswaar een rol, maar gaat het toch vooral om de menselijke factor: leiderschap, organiseren van programma’s en projecten, relatiebeheer. Het verbeteren van deze competenties in organisaties, naast het vergroten van kennis en begrip van wat de moderne ICT inhoudt, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de informatievoorziening, het oorspronkelijke doel van de ICT.
In het in figuur 1 weergegeven, aan Gartner ontleende model van informatiemanagement is de verschuiving van het perspectief goed af te lezen. Herpositionering van het vakgebied dat in zijn geheel vaak als ‘de ICT’ wordt aangeduid, kan ook bijdragen aan een betere beeldvorming en zo het vak aantrekkelijker maken voor ambitieuze jonge mensen. Het beeld van de ICT’er als bijvoorbeeld C++-nerd (met excuses aan alle C++-experts) klopt in de praktijk al lang niet meer, maar is onder buitenstaanders, zoals scholieren en studenten, nog erg hardnekkig.
 
E-skills
Het vraagstuk van de aansluiting van opleidingen en certificering bij de competenties waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft is niet typisch Nederlands en is ook geen exclusief probleem van informatiemanagement of ICT. Voor het informatiemanagement zijn daarom de initiatieven interessant die internationaal, bijvoorbeeld in Europees verband, worden ondernomen om te komen tot een meer gestandaardiseerde beschrijving van competenties en beroepsprofielen. Onder de overkoepelende parapluterm ‘e-skills’ is een e-competentieraamwerk (eCompetence Framework, e-CF) ontwikkeld en ook de profielen voor ICT-gerelateerde rollen zijn binnenkort gereed.
Daarbij gaat het niet alleen om ‘traditionele’ competenties als applicatieontwerp en gebruikersondersteuning, maar ook om informatie- en kennismanagement, inkoop en risicomanagement. Bij de profielen is niet alleen sprake van de database-administrator en de netwerkspecialist, maar ook van de business information manager en de enterprise-architect. Het Europese raamwerk voor het herkennen en erkennen van vakmensen in het informatiemanagement biedt aanknopingspunten voor zowel het reguliere onderwijs (mbo, hbo, universiteiten) als voor commerciële opleiders die zich richten op her- en bijscholing van mensen met (of zonder) baan. Zo wordt in het e-CF met het aangeven van het beheersingsniveau bij een competentie in feite gebruikgemaakt van het Europese Kwalificatieraamwerk (European Qualifications Framework, EQF) bedoeld om meer transparantie te brengen in de verschillende diploma’s in Europa.
 
Rolgericht versus disciplinegericht
Bij de ontwikkeling van opleiding en certificering van professionals in het informatiemanagement kunnen we ruwweg een onderscheid maken tussen drie soorten trainingen en certificeringen. De eerste, en waarschijnlijk meest bekende, vorm van opleiding en certificering is disciplinegericht. Het Nederlandse hoger onderwijs levert hiervoor nog steeds het beste voorbeeld. Studenten volgen vakken, vakken worden afgerond met een tentamen en na het afleggen van een reeks van dergelijke tentamens en eventueel een afsluitend examen ontvangt de student een diploma. Een disciplinegerichte aanpak zorgt in het algemeen voor een redelijk brede achtergrond, waarna in de praktijk of door verdere studie specialisatie kan volgen.
Daarnaast zijn er certificaten voor heel gerichte vormen van kennis en vaardigheden, zoals de bekende Microsoft- en Cisco-certificaten. Dergelijke certificaten zijn meestal gericht op het beheersen van een specifieke technologie of een bepaalde methode (bijvoorbeeld PRINCE2 voor projectmanagement). Het grote voordeel van dergelijke certificaten voor alle betrokkenen zijn de bekendheid in de (arbeids)markt, de praktijkgerichtheid en de korte duur van de opleiding.
De derde vorm van certificering is rolgericht en combineert praktijkoriëntatie met een voldoende brede achtergrond om ook met collega’s uit andere disciplines of met andere rollen goed te kunnen samenwerken. Het uitgangspunt voor rolgerichte certificering is de vraag wat een kandidaat moet kennen en kunnen om de rol in een organisatie succesvol te vervullen. Dit uitgangspunt sluit perfect aan op de eerdergenoemde Europese profielen (helaas nog steeds ICT-profielen genoemd) die tot een grotere transparantie van de arbeidsmarkt moeten leiden en volop aanknopingspunten bieden voor het ontwikkelen van de e-competenties waar in de naaste toekomst behoefte aan is.

Het allereerste examenprogramma bij EXIN, AMBI, was duidelijk disciplinegericht. Wat niet wil zeggen dat de praktijk van de ICT uit het oog werd verloren, maar het was toch meer leren over de praktijk dan leren in de praktijk. Het op ITIL gebaseerde IT Service Managementprogramma van EXIN was al meer rolgericht, met certificaten als Practitioner Release and Control en Service Manager. Bij Tracks, de opvolger van het in 2002 samen met de Nederlandse opleiders ontwikkelde I-Tracks, is gekozen voor een volledig rolgerichte aanpak, hoewel daarbij ook gebruik wordt gemaakt van disciplinegerichte certificaten (de diverse Foundation-certificaten) en kan worden gekozen voor leveranciers-, methode- of technologiegerichte certificaten.

Kijken we naar het huidige aanbod van EXIN-certificaten en de manier waarop die in (zowel commerciële als reguliere) opleidingen worden ingezet, dan valt op dat vooral gebruik wordt gemaakt van de Foundation-examens. Die zijn gebaseerd op een overzicht van en inleiding op een deelgebied van het informatiemanagement, zoals applicatiemanagement, servicemanagement, informatiebeveiliging of business information management. De opleiding voor dergelijke certificaten is goed inpasbaar in de programma’s van zowel het reguliere als commerciële hoger onderwijs. Bovendien kunnen studenten zich ook met zelfstudie op het examen voorbereiden, wat zeker in landen als India en Brazilië een groot voordeel wordt gevonden, alleen al uit kostenoverwegingen.
Het inpassen van rolgerichte certificering in de traditionele opleidingen levert duidelijk meer problemen op. Na de Foundations is voor de certificaten op het Professional-niveau het slagen voor een examen niet langer voldoende, maar moeten er ook praktische opdrachten worden vervuld. Voor commerciële opleiders die deze horde met enig vernuft hebben weten te nemen, zijn de rolgebaseerde certificaten wel aantrekkelijk als mogelijk tussenresultaat voor de student op weg naar bijvoorbeeld een bachelordiploma. Dat tussenresultaat kan een tussenstap zijn, maar voor mensen die naast hun werk gaan studeren, is het vaak ook een alternatief voor het uiteindelijke diploma. Voordeel is wel dat ze dan een voor hun werkgever herkenbaar resultaat hebben bereikt.
 
Toekomstperspectief
EXIN is ooit opgericht ter bevordering van de kwaliteit van de geautomatiseerde informatievoorziening in Nederland. De huidige missie is iets breder, maar concreter: EXIN wil de beste aanbieder ter wereld zijn van certificering voor professionals en accreditatie van opleiders als het om informatiemanagement gaat.
De manier waarop we dat willen bereiken is samen te vatten in een paar steekwoorden: betrouwbaarheid, vakmanschap, verbinding, ondernemerschap en innovatie. De onafhankelijkheid en degelijkheid van onze toetsen horen buiten kijf te staan en dat vereist uiteraard vakmanschap. We realiseren ons echter maar al te goed dat ook certificeren een internationale markt is geworden waarin fikse concurrentie bestaat, die we alleen met voldoende ondernemerschap en innovatie de baas kunnen blijven. Vandaar dat we de komende jaren vol willen inzetten op nieuwe certificering op het brede gebied van informatiemanagement. Verbinding is daarbij als vanouds bij EXIN een centrale waarde. De opleiders, deskundigen en bedrijven waar we mee samenwerken zijn onmisbaar voor onze organisatie. Dankzij hen kunnen we als EXIN meebewegen met de ontwikkelingen in de opleidingswereld (zoals vormen van e-learning) en in het informatiemanagement (zoals het ontwikkelen van nieuwe certificeringsprogramma’s). Samenwerken is een continu proces en ons toekomstperspectief voor de certificering van professionals in het informatiemanagement is dan ook altijd ‘werk in uitvoering’. Toch moet ik me sterk vergissen als niet straks zal blijken dat een bachelorachtig programma voor ‘de’ IT-professional, zoals ooit AMBI was en deels ook het daaropvolgende I-Tracks, nu echt uit de tijd is. Het ontwikkelen van rolgerichte programma’s, nu in informatiemanagement nog een relatief jonge discipline, heeft voor de toekomst veel meer kansen. Zeker als aansluiting gevonden kan worden bij internationaal herkenbare rollen, zoals die nu in de Europese profielen worden uitgewerkt.

De disciplinegerichte certificering zal echter, zeker op het Foundation-niveau, ook in de toekomst een belangrijke rol blijven spelen. Juist omdat er altijd behoefte zal zijn om over de hekjes van de eigen rol en het eigen vakgebied heen te kijken. Wel dienen zich relatief nieuwe onderwerpen aan, niet alleen cloud computing en duurzaamheid (green IT), maar ook architectuur, procesinrichting en IT voor niet-IT’ers. Het zou mooi zijn als we in Nederland konden komen tot een gemeenschappelijk basisleerprogramma met onafhankelijke toetsing, bijvoorbeeld een master in information management, waarmee transparantie en doorstromingsmogelijkheden worden geboden aan mensen die naast hun werk hun studie weer willen oppakken. Of er ook een basis bestaat om commerciële opleiders en mogelijk ook het reguliere hoger onderwijs te verenigen op basis van zo’n programma moet nog blijken. De bouwstenen zijn er of kunnen worden ontwikkeld. Aansluiting bij de rolgerichte certificering, als tussenresultaat of uitwijkmogelijkheid, lijkt voor de hand te liggen en lijkt goed mogelijk. Maar het is de vraag of de belangen van alle betrokken partijen nog verenigbaar zijn. Geaccrediteerde commerciële mbo- en hbo-instellingen konden wel eens minder belang hebben bij onafhankelijke examinering van onderdelen van hun programma dan opleiders en studenten die zich richten op trajecten die op kortere termijn een voor de werkgever en werknemer herkenbaar resultaat opleveren. Daarom lijkt voor onafhankelijke certificering het bieden van praktijkgerichte programma’s die te begrijpen zijn vanuit internationaal erkende competenties en profielen, de beste oplossing. Maar ‘EXIN master in information management’, het klinkt niet onaardig.
 
Literatuur
Doel, R.L.H. van (2001). ‘Iets met computers’: over beroepsvorming van de informaticus. Katholieke Universiteit Nijmegen, http://www.cs.ru.nl/aio-info/FormerJuniors/ RuudVanDaelThesis.pdf.
European Commission (2011). European e-Competence Framework 2.0, http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/ict/ files/ebi/european_e-competence_framework_en.pdf.
EXIN (2011). White Paper Information Management, Building great organizations through information management: the people factor (te downloaden van www.exin.com).
Hüssing, T. & W.B. Korte (2010). Evaluation of the implementation of the communication of the European Commission e-skills for the 21st century. Bonn: Empirica, http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/ict/files/reports/ eskills21_final_report_en.pdf.
 
Lex Hendriks
is Business Knowledge Consultant bij EXIN. E-mail: lex. hendriks@exin.com.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag