Van datacenter tot cloudcomputing

Van datacenter tot cloudcomputing
Is cloudcomputing het ultieme IT-provisioningmodel? Het wantrouwen van de CIO lijkt niet helemaal ongegrond. Net als bij het klassieke outsourcingmodel komt bij cloudcomputing een aantal bekende risico’s naar boven.
Het klinkt als een prachtige promostunt: flexibele IT-oplossingen, zoals kant-en-klare software, ontwikkelingsomgevingen of onmiddellijk beschikbare rekenkracht binnen de formule ‘pay-as-you-go’ ofwel ‘betaal wat je gebruikt’. Geen andere voorwaarden, langdurige verbintenis of langetermijninvestering. Er lijkt geen enkele reden te zijn waarom een chief information officer (CIO) niet onmiddellijk zou kiezen voor cloudcomputing.
En toch lijkt die CIO nog veel vragen te stellen: Waar komt mijn cruciale data terecht? Welke garantie heb ik qua prestatievermogen? Welke cloudoplossing is het meest geschikt? En zijn ze allemaal even interessant in kostprijs? Er is nog veel onduidelijkheid rond het gebruik van cloudcomputing, dat zich profileert als het ultieme IT-provisioningmodel en dat in turbulente economische tijden de flexibiliteit lijkt te bieden om vlot in te spelen op strategische veranderingen.
Het IT-provisioningmodel is de wijze waarop een bedrijf of organisatie IT-faciliteiten en -services (zoals servers, netwerk, dataopslag en software) ter beschikking stelt om zijn kerntaken te kunnen uitvoeren. De optimale manier vinden om deze IT-resources en bijhorende processen te beheren: dat is een van de zorgen van de IT-beleidsmakers. Hierdoor heeft het IT-provisioningmodel door de jaren heen al een aantal metamorfoses ondergaan. En door de niet te stoppen ontwikkelingen op het gebied van IT.
We nemen de ontwikkeling van het IT-provisioningmodel stap voor stap door aan de hand van een eenvoudig schuifknoppenmodel. Het geeft de kernmogelijkheden weer voor de inrichting van het IT-provisioningmodel. De basis van dit schuifknoppenmodel is figuur 1 . Het bestaat uit twee eenvoudige regelaars, waarvan de onderste regelaar bepaalt wie de IT-faciliteiten en -services beheert en de bovenste regelaar bepaalt waar deze faciliteiten zich bevinden. Zetten we beide regelaars in de uiterst rechtse stand, dan krijgen we een IT-provisioningmodel waarbij de IT-faciliteiten ‘In house’ beheerd worden, dus door een interne IT-staf, en waarbij deze faciliteiten zich ‘On premise’ bevinden, ofwel binnen de muren van het eigen bedrijf.
Figuur 1. Basis schuifregelaars
 
Eigen datacenter als veilige haven
Deze positie van de schuifregelaars reflecteert het basis IT-provisioningmodel (zie figuur 1) . In dit model bezit de onderneming zijn eigen datacenter en staat de interne IT-staf in voor het dagelijkse beheer van de IT-systemen. Dit model is nog veel in gebruik dankzij twee schijnbaar logische voordelen. Ten eerste biedt het eigen datacenter het bedrijf de volledige controle over de locatie en beveiliging van gevoelige data die zich binnen de muren van het datacenter bevinden. Ten tweede wordt het prestatievermogen van de IT-systemen intern beheerd. Het interne IT-departement heeft immers de volledige verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van de onderliggende IT-infrastructuur en kan indien nodig vlot korte- en langetermijnmaatregelen nemen om prestatieproblemen te verhelpen. Toch is een kanttekening bij deze voordelen gepast. Dat het bedrijf zelf kan instaan voor de beveiliging van haar data en de goede werking van de interne systemen, geeft allerminst een garantie voor een vlekkeloos beheer van de interne IT-systemen. Een optimale databeveiliging vergt enorm veel inspanningen. Naast afdoende bescherming tegen inbreuken van buiten is een degelijk beleid ter bescherming tegen interne fraude en misbruik van bedrijfsdata onontbeerlijk. En hoe beschermen we onszelf tegen onopzettelijk dataverlies - denk maar aan gestolen laptops en verloren usb-sticks?
We moeten onszelf ook de vraag stellen of het interne beheer van het prestatievermogen niet een vloek is in plaats van een zegen. IT-systemen van vandaag zijn hoogtechnologische oplossingen geworden waarbij netwerken, dataopslag en servers nauw geïntegreerd zijn. Het vakkundig en optimale beheer van deze verfijnde technologie vraagt meer en meer de inzet van gespecialiseerd IT-personeel, dat bedrijven vaak niet in huis hebben en dat ze moeilijk op de markt weten te vinden. Zo komt stilaan de keerzijde van dit IT-provisioningmodel naar voren.
En er is nog meer. De aanschaf, de implementatie, het up-to-date houden en het afschrijven van deze hoogwaardige technologieën vereisen een enorme investering, ofwel capital expenditure (capex). Voeg hierbij nog de operationele kosten (opex) voor het dagelijks beheer en het gespecialiseerde IT-personeel, en het wordt snel duidelijk dat het kostenplaatje het grootste nadeel is van dit IT-provisioningmodel.
Deze hoge kosten zijn veel bedrijven een doorn in het oog, en door de jaren is er steeds beknibbeld op het beschikbare budget voor de CIO. Hierdoor ontstond een zoektocht naar een oplossing voor de hoge kosten, het gebrek aan flexibiliteit en de schaarste aan gespecialiseerde kennis op de markt. Algauw begrepen CIO’s en IT-architecten dat up-to-date en complexe IT-oplossingen niet meer puur vanuit de interne IT aangeleverd konden worden.
Outsourcing: lagere kosten, meer flexibiliteit?
Als gevolg hiervan gaan CIO’s buitenshuis op zoek naar gespecialiseerde oplossingen die met een grote flexibiliteit aangeboden kunnen worden; niet alleen op het gebied van systemen, maar ook op het gebied van professionele kennis. Deze beweging kunnen we prima voorstellen in ons schuifknoppenmodel. Terwijl bij het interne-provisioningmodel beide regelaars in de uiterst rechtse stand staan, zien we nu een verschuiving naar links. Gespecialiseerde IT-bedrijven, zoals Accenture en Atos Origin, leveren externe profielen aan voor het beheer van de IT-systemen bij hun klanten (‘externally managed’) of ze bieden aan IT-oplossingen in hun eigen datacenter onder te brengen ten dienste van hun klanten. De systemen worden dan ‘Off premise’ beheerd, zoals weergegeven in de tweede schuifregelaar. Het lijkt alsof we de ideale oplossing gevonden hebben in dit nieuwe IT-provisioningmodel.
De IT-dienstverleners bieden moderne op maat gemaakte systemen en applicaties aan, die bedrijven in staat moeten stellen om hun strategie te onderbouwen tegen een interessante kostprijs. Langetermijninvesteringen in eigen datacenters kunnen omgezet worden naar flexibele operationele kosten zoals vastgelegd in het outsourcingcontact. Er is een nieuwe bron van gespecialiseerd personeel en grote softwareontwikkelingsprojecten worden uitbesteed aan Indische spelers op de outsourcingmarkt, die vlot toegang hebben tot een overvloed aan (goedkope) softwareontwikkelaars. Bekende voorbeelden zijn Wipro en Infosys, die een interessante prijs kunnen bieden dankzij de goedkopere arbeidsmarkt waarin ze opereren.
Toch blijkt dat outsourcing niet het zaligmakende IT-provisioningmodel is. Het gebrek aan kwaliteit en problemen met prestatievermogen zijn veelgehoorde klachten. Het opstellen van een gedetailleerd dienstencontract met de toeleverancier en de specificatie van een helder service level agreement (SLA), dat eenduidig de prestatievereisten van systemen en diensten vastlegt, blijken geen sinecure te zijn. Vaak liggen onduidelijkheden over de gemaakte afspraken aan de basis van onenigheden tussen de klant en leverancier tijdens de uitvoering van het contract. Een degelijke SLA geeft echter geen garantie voor het verwachte prestatievermogen; het is voor de klant vaak moeilijk om aan te tonen dat de prestatieproblemen zich inderdaad voordoen bij de IT-systemen binnen de muren van de leverancier.
Ook mogelijke lekken van vertrouwelijke bedrijfsdata die beheerd en verwerkt worden door de outsourcingpartner blijven een sluimerend gevaar. Want hoewel we eerder opmerkten dat de bescherming van cruciale bedrijfsdata binnen de muren van het eigen datacenter geen evidentie is, moeten we onszelf ook in het geval van outsourcing de vraag stellen welke garanties onze partner kan bieden tegen (on)opzettelijk datamisbruik.
Wellicht de meest opmerkelijke vaststelling die we kunnen doen als we kijken naar outsourcingcontracten is dat deze ondanks de verwachte flexibiliteit eerder van lange duur zijn. Zeker als IT-systemen in het datacenter van de outsourcingpartner geïmplementeerd worden, gaat het vaak om termijnen van één jaar tot zelfs meerdere jaren. De reden is eenvoudig: de migratie van bestaande IT-assets naar het externe datacenter, de integratie met de interne systemen of de pure implementatie van nieuwe hightechoplossingen bij de dienstverlener vragen aanzienlijke inspanningen en bijhorende investeringen. Het is dus nauwelijks waarschijnlijk dat een contract op korte termijn teruggedraaid wordt. De onderneming heeft er immers alle belang bij deze investering zo lang mogelijk te laten renderen. Er is niet alleen sprake van een gebrek aan flexibiliteit van deze oplossing, ook zal de outsourcingpartner aanvoelen dat het bedrijf gebonden wordt aan de diensten die hij levert. Het gevaar van ‘vendor lock-in’ wordt hier dus heel reëel. Niets weerhoudt de leverancier ervan om bij een herziening van het contract te proberen de prijs op te drijven.
Negatieve ervaringen met de genoemde risico’s en een nog steeds nijpend tekort aan flexibiliteit, leidden tot een nieuwe zoektocht naar het ideale IT-provisioningmodel. Bovendien heerst er de laatste jaren een sterk onvoorspelbaar economisch klimaat, dat de vraag naar een flexibele strategie en bijhorende IT-architectuur nog prangender maakt.
Cloudcomputing als flexibele outsourcing
Dit economisch klimaat en de ruime beschikbaarheid aan breedband internetverbindingen zijn enkele van de grote drijfveren waardoor cloudcomputing zijn intrede maakte in de IT-organisatie van de bedrijven. Desondanks lijken onze CIO en zijn team van enterprise-architecten te aarzelen om onmiddellijk in zee te gaan met cloudcomputing - zoals gemeld aan het begin van dit artikel. Hebben ze koudwatervrees? Of schuilt er meer achter? Een goed begrip van het fenomeen cloudcomputing en het ruime aanbod aan variaties is noodzakelijk. Want hoe selecteer je de juiste oplossing voor een bedrijf en welke oplossingen zijn er überhaupt beschikbaar? En wat zal de impact zijn op de IT-architectuur van het bedrijf? Om een juist beeld te krijgen van cloudcomputing, grijpen we terug naar het schuifknoppenmodel, waar twee bijkomende schuifknoppen de mogelijke variaties binnen het concept cloudcomputing weergeven (zie figuur 2) . We krijgen nieuwe kernmogelijkheden in het IT-provisioningmodel, waaruit we de juiste keuze moeten selecteren.
Figuur 2. Additionele schuifregelaars voor cloudcomputing
 
Servicemodel
De eerste van deze twee nieuwe schuifregelaars bepaalt wat men in de literatuur het ‘servicemodel’ noemt. Deze term herbergt in zekere zin de kern van cloudcomputing, namelijk het ‘as-a-Service’-principe (aaS). Bedenk dat onze CIO op zoek is naar een vorm van outsourcing waarbij geen langetermijncontracten en grote investeringen nodig zijn, die zijn bedrijf bestand moet maken tegen plotse fluctuaties op de economische markten. Hij wil gebruikmaken van hoogtechnologische IT-diensten, zonder een jarenlang engagement aan te gaan maar met de mogelijkheid om flexibel in te spelen op de eisen van zijn businesspartner. Hierdoor ontstond het ‘as-a-Service’-principe binnen het IT-provisioningmodel, namelijk op drie lagen van IT-provisioning. Deze drie lagen zijn de basisservicemodellen binnen cloud computing en kregen de namen IaaS, PaaS en SaaS.
IaaS: infrastructuur als service
De eerste laag bevindt zich op het niveau van IT-infrastructuur waar ‘Infrastructure-as-a-service’ (IaaS) geïntroduceerd wordt. Dit is een logische evolutie gezien de grote sprongen voorwaarts die de laatste tien jaar gemaakt zijn op het gebied van servervirtualisatie. Bij virtualisatie wordt de operating software losgekoppeld van de fysieke machine waar het op draait en in een logische container geplaatst. Deze containers of virtuele machines laten niet alleen toe dat verschillende systemen op één fysieke machine draaien, de techniek geeft ook de mogelijkheid om vlot nieuwe virtuele servers toe te voegen, uit te breiden, te verhuizen naar een ander fysieke machine en ze te verwijderen wanneer ze overbodig worden. In combinatie met een automatische provisioning (waarbij een gebruiker zelfstandig en vaak online zijn IaaS-pakket kan activeren) en een pay-for-use formule (betaal-wat-je-gebruikt), krijgen leveranciers de mogelijkheid om infrastructuur als service aan te bieden. Dat is de ultieme kans voor IT-afdelingen om te snijden in de zware investeringskosten van een eigen datacenter en om op een flexibele manier CPU-rekenkracht, netwerkfunctionaliteit en databeheer ter beschikking te stellen van de business. Grote spelers in deze markt zijn de EC2-service van Amazone en GoGrid van Serverpath. Google kondigde recentelijk Google Compute Engine aan als nieuw product in de IaaS-wereld.
Paas: een volledig ontwikkelingsplatform als service
Een trap hoger bevindt zich het PaaS-servicemodel ofwel Platform-as-a-Service. PaaS-gebruikers krijgen een heuse softwareontwikkelingsomgeving ter beschikking die de volledige evolutie van ontwerp tot integratie en oplevering naar de eindklant ondersteunt. De PaaS-gebruiker kan dus zelfstandig eigen applicaties ontwikkelen en deze onmiddellijk lanceren binnen de cloud naar de eindgebruiker toe, zonder investeringskosten voor infrastructuur en softwarelicensies, maar waar schaalbaarheid troef is. Google’s App Engine en Microsoft’s Azure
platform zijn enkele bekende spelers binnen het PaaS-servicemodel.
Saas, kant-en-klare software
Terwijl IaaS en PaaS omgevingen bieden waarop cloudgebruikers respectievelijk virtuele servers draaien en software ontwikkelen, biedt SaaS (Software-as-a-Service) softwarepakketten aan die onmiddellijk klaar zijn voor gebruik. Nieuw hierbij is dat deze software niet op de systemen van de eindgebruiker draait, maar volledig vanuit de cloud wordt aangestuurd. Licentiekosten en softwareonderhoud, zoals het ter beschikking stellen van nieuwe versies en toepassen van beveiligingsupdates, vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van de cloudprovider.
In deze laag van de cloud-servicemodellen vinden we bekende voorbeelden zoals Google’s Gmail en Google Apps. Ook het CRM-pakket (customer relationship management) van Salesforce.com is niet meer weg te denken uit de SaaS-wereld.
Het mag duidelijk zijn dat de keuze van het servicemodel cruciaal maar bijna triviaal is, aangezien elk model – of het nu IaaS, PaaS of SaaS is – een heel specifieke en omlijnde doelstelling heeft. Al snel zal dus gekeken worden naar de juiste cloudleverancier. Hierbij moeten we wijzen op een van de grootste gevaren van cloudcomputing. Op dit moment hanteert bijna elke cloudprovider zijn eigen manier waarop de klant kan integreren met de cloud en is de adoptie van standaarden ondanks de vele initiatieven nog vrij beperkt. Deze integratie wordt mogelijk gemaakt via application programming interfaces (API’s), die bepalen hoe een virtuele machine op een IaaS-cloud geïmplementeerd worden, welke ontwikkeling interfaces beschikbaar zijn bij PaaS of hoe data in de cloud geïntegreerd worden bij SaaS-oplossingen. Deze specifieke en provider-afhankelijke API’s beperken de integratie tussen de cloud en lokale systemen én de integratie en uitwisselbaarheid tussen verschillende cloudsystemen. Een SaaS-applicatie die ontwikkeld is op het platform van leverancier A draait niet zonder meer op de SaaS-omgeving van leverancier B en vraagt vaak een nieuwe ontwikkeling van de applicatie. Net als bij outsourcing is vendor lock-in hier dus heel reëel.
Deploymentmodel
Naast de keuze van cloudservicemodel is er nog een keuzemogelijkheid die de cloudcomputingwereld ons biedt. Deze wordt weergegeven door de tweede extra schuifregelaar in ons schema. Het betreft hier de keuze van deploymentmodel, dat volledig orthogonaal staat op de keuze van het servicemodel. Dat wil zeggen dat we de stand van beide regelaars onafhankelijk van elkaar kunnen bepalen en dat het aantal mogelijke opties dus verveelvoudigt. Toch heeft de keuze van het deploymentmodel specifieke voordelen – en helaas ook nadelen.
Waar het servicemodel bepaalt op welk niveau van het IT-provisioningmodel we cloudcomputing willen toepassen, bepaalt het deploymentmodel wie er toegang heeft tot de gekozen cloudoplossing. Is deze beschikbaar voor iedereen via het internet? Of wordt ze specifiek aangeleverd voor onze eigen onderneming, logisch of fysiek afgescheiden van het publieke netwerk?
Public cloud, de cloud voor iedereen
Het deploymentmodel ‘public’ of ‘public cloud’ geeft cloudoplossingen weer die algemeen beschikbaar zijn via het internet en dus door iedereen kunnen worden gebruikt. Hierbinnen vallen eerder aangehaalde voorbeelden zoals Google Gmail en SalesForce.com. Door de economy of scale waarbij een publieke cloudoplossing een groot aantal potentiële afnemers heeft (multi-tenancy), kan de provider een interessante prijs aanbieden.
Het prijskaartje mag dan aantrekkelijk zijn, toch is er een aantal bedenkingen die we als CIO maken voordat we in zee gaan met een public cloud. Zo zijn deze oplossingen in een strak keurslijf gegoten en zijn aanpassingen aan de wensen van een specifieke organisatie slechts minimaal mogelijk. In tegenstelling tot klassiek outsourcen bieden ze dus niet de mogelijkheid om bijna op maat gemaakt te worden. Ook een grote bezorgdheid in verband met prestatiestabiliteit en databeveiliging lijkt CIO’s parten te spelen, een gevoel dat versterkt wordt door het multi-tenant karakter van de public cloud. Of dit wantrouwen terecht is, is moeilijk te voorspellen. Het grondig bekijken van de aangeboden servicelevels, de strakke opvolging van het prestatievermogen aan de klantzijde en het zorgvuldig afwegen van welke data in de cloud terecht komt, is alvast een must.
Private cloud, de cloud in huis halen
Het tweede deploymentmodel op onze schuifregelaar is de ‘private cloud’. Dit model duidt op cloudoplossingen die beschikbaar zijn voor één bepaalde organisatie. Het kan gaan om een cloudoplossing die binnen de muren van een bedrijf wordt ingericht of die een externe leverancier beschikbaar stelt. Onder meer IBM is een van de grote spelers die met SmartCloud Provisioning een product aanbiedt in de markt van de private Iaas-cloudoplossingen.
Bij de externe private clouds vinden we een interessant voorbeeld bij de Virtual Private Cloud (VPC), aangeboden door Amazon Web Services. Hierbij worden de clouddiensten van Amazon vanuit hun datacenter via een virtueel privaat netwerk ter beschikking gesteld van de klant. Dit toont aan dat de schuifregelaar met de keuze ‘On premise’ en ‘Off premise’ blijft bestaan en extra oplossingen biedt binnen cloudcomputing.
Met deze keuzemogelijkheid komen ook de voor- en nadelen van elke optie terug. Bij een ‘On premise’ private cloud komen de investeringskosten (capex) en operationele kosten (opex) terug zoals we die kennen bij het IT-provisioningmodel op basis van een eigen datacenter. Die kosten kunnen echter verantwoord zijn als er binnen de organisatie voldoende (business)afdelingen afnemer zijn van de interne cloudoplossing.
De operationele kosten kunnen we overigens beperken door het beheer van de interne private cloud over te laten aan een derde partij. Met andere woorden, de vrijheidsgraden aangeboden door de schuifregelaar ‘Externally managed – Managed in house’ blijven ook bestaan.
Kiezen we toch voor de ‘Off premise’ private cloud, dan komt het wantrouwen in verband met prestatievermogen en beveiliging weer opduiken, hoewel het private aspect hier qua databeveiliging meer garanties zou moeten bieden. Meer en meer zal duidelijk worden dat de kleinste wijziging van één of meerdere schuifknoppen een verschuiving teweeg brengt in de voor en nadelen van de weergegeven cloudoplossing, die voor elke stand van de schuifknoppen uniek bepaald wordt. Figuur 3 geeft een overzicht van de mogelijkheden wanneer we het publieke en private deploymentmodel orthogonaal mappen op de mogelijke combinaties van de onderste twee schuifregelaars. De combinaties A tot E werden hierboven al toegelicht; de combinaties F tot H lijken misschien vreemd als IT-provisioningmodel, maar wie zegt dat het aanbieden van bepaalde diensten in ‘public cloud’-vorm geen interessante gedachte kan zijn?
Naast de private en public cloud bestaan er nog twee afgeleide deploymentmodellen: de community cloud en hybrid cloud.
Figuur 3. Onverwachte mogelijkheden (zoals combinaties F, G en H) worden zichtbaar bij het bekijken van een subset van combinaties uit het schuifregelaarmodel.
 
Community cloud of ‘cloud delen’
Het ‘community’ deploymentmodel wijkt alleen af van het ‘private cloud’-model doordat deze oplossing meerdere organisaties bedient (in tegenstelling tot één organisatie bij ‘private’ cloud). De oplossing komt tegemoet aan de vereisten van een bepaalde categorie organisaties op het gebied van beveiliging, beschikbaarheid, inhoud en doelstellingen. Bij de community cloud zijn dus meerdere potentiële deelnemers afnemer van de communitycloudoplossing, die ook bijdragen aan de kosten voor het opzetten en onderhouden van de vereiste infrastructuur. Ook hier kunnen we profiteren van een hogere ‘economy of scale’ en zo wordt de hoge kostdrempel van de private cloud weggewerkt of aanzienlijk verlaagd. In ruil boet de oplossing lichtjes in aan flexibiliteit, omdat de oplossing uiteraard geschikt moet zijn voor alle deelnemers.
Hybrid cloud, de ideale oplossing?
Het laatste model is het ‘hybrid’ deploymentmodel. Een hybride model betreft een combinatie van één of meerdere modellen zoals hierboven besproken. Dit model erft dan ook de voor- en nadelen van bovenstaande modellen naar gelang de combinatie, maar hieruit kan soms dé ideale oplossing voortvloeien. Stel dat je een softwaresysteem hebt waar enerzijds heel gevoelige bedrijfsdata behandeld wordt, maar anderzijds ook een aanzienlijke hoeveelheid aan publieke (en dus minder vertrouwelijke) data bevat, dan kan een hybride cloudoplossing ervoor zorgen dat de gevoelige data via een private cloud verwerkt worden, terwijl de publieke data via een publieke cloud aangeleverd worden.
Conclusie
Dankzij de combinatie van een brede set keuzemogelijkheden biedt cloudcomputing een brede waaier aan mogelijke oplossingen voor het nieuwe IT-provisioningmodel. Het besproken schuifknoppenmodel biedt de mogelijkheid om elke unieke combinatie te visualiseren, waarna een grondige afweging gemaakt kan worden van de voor- en nadelen van de geselecteerde cloudoplossing.
Het wantrouwen van de CIO ten aanzien van cloudcomputing lijkt niet helemaal ongegrond. Net zoals bij het klassieke outsourcingmodel komt bij cloudcomputing een aantal bekende risico’s weer naar boven. Ondanks de ingeloste beloftes qua schaalbaarheid blijft de beloofde strategische flexibiliteit van cloudoplossingen nog sterk beperkt. Het gebrek aan standaarden verhindert een vlotte integratie tussen cloudproducten van verschillende providers en verhoogt het gevaar van vendor lock-in.
IT-architecten staan voor de belangrijke taak om te assisteren bij de definitie van het ideale IT-provisioningmodel (bepaald door de meest gepaste stand van elke schuifregelaar in het schuifknoppenmodel) en om de impact op de enterprise-architectuur in te schatten.
 
Bart Geens is IT architecture consultant bij inno.com E-mail: Bart.geens@inno.com
 
Literatuur Armbrust, M., A. Fox, R. Grifth, A.D. Joseph, R. Katz, A. Konwinski, G. Lee, D. Patterson, A. Rabkin, I. Stoica & others (2010). A view of cloud computing. Communications of the ACM, 2010 4 (pp. 50-58)
Böhm, M., S. Leimeister, C. Riedl & H. Krcmar (2011). Cloud Computing--Outsourcing 2.0 or a new Business Model for IT Provisioning? Application Management, 2011 (pp. 31-56).
Carlin, S. & K. Curran (2012). Cloud Computing Technologies. International Journal of Cloud Computing and Services Science (IJ-CLOSER) (1,2) (pp. 59-65). Clemons, E.K. & Y. Chen (2011). Making the Decision to Contract for Cloud Services: Managing the Risk of an Extreme Form of IT Outsourcing. 2011 44th Hawaii International Conference on System Sciences (HICSS) (pp. 1-10).
Dillon, T., C. Wu & E.
Chang (2010). Cloud computing: Issues and challenges. 2010 24th IEEE International Conference on Advanced Information Networking and Applications (AINA) (pp. 27-33)
Leimeister, S., C. Riedl, M. Böhm & H. Krcmar (2010). The business perspective of cloud computing: Actors, roles, and value networks. Proceedings of 18th European Conference on Information Systems ECIS 2010.
Liu, F., J. Tong, J. Mao, R. Bohn, J. Messina, L. Badger & D. Leaf (2011). NIST Cloud Computing Reference Architecture, 500-292.
Sethi, A. & O. Aries (2010). The End of Outsourcing (As We Know It). BusinessWeek, August, 2010.
Staten, J., S. Yates, F.E. Gillett, W. Saleh & R.A. Dines (2008). Is cloud computing ready for the enterprise? Forrester Research, March, 2008, (7)
Yang, J. & Z. Chen (2010). Cloud computing research and security issues. 2010 International Conference on Computational Intelligence and Software Engineering (CiSE) (pp. 1-3).

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag