Voorbereidingen op digitale disruptie

Digitale disruptie? Ontkennen helpt niet. En het botweg blokkeren van lokale digitale initiatieven in de organisatie, doet het imago van de IT-­afdeling geen goed. Het digitale platform van de IT-afdeling moet het pièce de résistance van de CIO worden, concludeert Ron Tolido. Dit platform wordt het verbindende station tussen twee werelden. Dit is het derde artikel in een serie over digitale concurrentie.

De wereld van digitale disruptie is er een waarin technologie superieure, onverslaanbare bedrijfsmodellen mogelijk maakt die tot voor kort ondenkbaar waren. Nieuwkomers profiteren vaak het snelst van deze nieuwe kansen. Ze jagen met hun ultralichte bedrijfsmodellen de gevestigde orde niet zelden de stuipen op het lijf.

Het is een ‘Black Swan’-klimaat waarin het onmogelijk lijkt om ingrijpende veranderingen in de technologie –net zo goed trouwens als in de economie, politiek en cultuur – te voorspellen. Het enige wat organisaties kunnen doen is zichzelf trainen in het scherper waarnemen, zodat in ieder geval een verstoring wordt ontdekt op het moment dat er een opduikt.

Ook kunnen organisaties zich meer flexibel en slagvaardig inrichten, zodat er sneller en effectiever kan worden gereageerd. Omsingeld door digitale disruptie is het daarom beter geen meerjarenplan te maken vanuit de IT-afdeling. In plaats daarvan let je goed op, bouw je vanuit een aanpasbaar digitaal platform en stel je de richting voortdurend bij in nauwe samenwerking met de bedrijfsvoering.

 

Platforms

Als we het dan toch over platforms hebben: er duiken nogal wat verschillende invalshoeken op de laatste tijd. In de internet-economie worden platforms gezien als een aantrekkelijke plek waar vraag en aanbod makkelijker bij elkaar komen en de gebruikelijke barrières om tot zaken te komen veel lager liggen. ‘Platforms eten de wereld’ wordt er geroepen (meestal in het Engels trouwens) en daarmee wordt bedoeld dat platforms – als ze eenmaal een bepaalde kritische massa hebben bereikt aan zowel de vraag- als aanbodzijde – nauwelijks meer te kloppen zijn; de economische voordelen zijn zo evident dat de gebruikelijke zakelijke kanalen niet meer kunnen concurreren. Loop maar eens binnen bij een reisbureau of platenzaak om te vragen hoe dat voelt.

Het analistenbureau IDC lijkt de eer te beurt te vallen als eerste met de term ‘derde platform’ gekomen te zijn. Dat is een verzamelnaam geworden voor de technologieën die de laatste jaren het digitale landschap hebben vormgegeven. We kennen ze allemaal ondertussen als onze broekzak: sociale media, mobiel, Big Data, de cloud en – steeds meer – het Internet of Things. En gezamenlijk zorgen ze voor een doorbraak, in impact slechts vergelijkbaar met de komst van het mainframe (het ‘eerste platform’) en de pc plus internet (het ‘tweede platform’).

 

Ontkengedrag

Er gebeurt kortom veel spannends rond digitale platforms: er hangt een sfeer omheen van doorbraken, versnelling, flexibiliteit, nieuwe mogelijkheden en enthousiasme. Precies het soort dynamiek waar veel IT-afdelingen op zitten te wachten. Daar wordt gemerkt dat de bedrijfsvoering enthousiaster is over technologie dan zij in jaren is geweest. Elke oningewijde ziet de digitale revolutie dagelijks aan zich voorbijtrekken. Over de voordelen en mogelijkheden van nieuwe technologieën hoeft geen IT-goeroe meer te evangeliseren. Integendeel, er zijn al te veel IT-afdelingen die door de bedrijfsvoering als een remmende factor worden gezien: te druk met het in de lucht houden van de bestaande, verouderde infrastructuur en applicaties om ook nog eens vaart te maken met de nieuwe golf van oplossingen en gezamenlijk het hoofd te bieden aan digitale disruptie.

Ontkengedrag helpt niet. Het wanhopig vasthouden aan de illusie van centrale greep ook niet. Het botweg blokkeren van lokale digitale initiatieven in de organisatie – zoals die in Westerse bedrijfsvoeringen ondertussen al bijna routineus plaatsvinden – doet het imago van de IT-afdeling geen goed. Het toont ook weinig medegevoel voor het enthousiasme dat nu juist in de bedrijfsvoering – eindelijk – is ontstaan voor technologie; of voor de noodzaak om te reageren op digitale disruptie.

 

Pièce de résistance

Een CIO met ook nog maar een greintje ambitie streeft er daarom naar de proactieve, digitale partner te zijn van de bedrijfsvoering in plaats van afgeserveerd te worden als hoofd van de afdeling ‘business-preventie’.

Een van de sleutels om dat te bereiken ligt in het omarmen van de aanstekelijke energie die het denken in platforms heeft losgewoeld; het digitale platform van de IT-afdeling moet het pièce de résistance van de CIO worden. Zo’n platform biedt aan de kant van de bedrijfsvoering alles wat nodig is om snel digitale doorbraken te maken – zo dicht mogelijk tegen de markt aan – terwijl tegelijkertijd een veilige en robuuste lijn wordt gelegd naar de bedrijfskritieke kernsystemen en de kwaliteit wordt geborgd. Het digitale platform wordt daarmee het verbindende ‘station’ tussen twee werelden: die van de razendsnelle, kort-cyclische ‘auto en scooter’-oplossingen en die van de stabiele ‘trein en bus’ systemen.

 

Catalogus

Hoe ziet zo’n digitaal platform er dan precies uit? Het beste is om te denken in termen van een catalogus van producten en diensten. De enige manier om tot die catalogus te komen is stapsgewijs; geen enkele IT-afdeling kan zich permitteren eens lekker twee jaar onder water te zijn met het specificeren en vervolgens bouwen van een platform. De meest pragmatische start bevindt zich altijd aan de vraagzijde: daar is het makkelijker – project voor project – om vast te stellen wat er aan digitale platformdiensten nodig is. Ook zal het vinden van ‘platformbudget’ makkelijker zijn als het wordt gekoppeld aan de resultaten van een aansprekend digitaal project.

En de voornaamste succesfactor, die zit in de hamvraag die elk platform wel of niet tot een succes maakt: waarom zou ik me aansluiten bij dit platform – aan welke kant ik ook zit – en wat zou het onweerstaanbaar voor me maken? Het vraagt van de IT-afdeling een open, enthousiaste houding in een voortdurende – dagelijkse – dialoog met de bedrijfsvoering; zelfs als al het gevestigde ter discussie komt. Digitale disruptie laat vraag en aanbod van positie verschuiven. Een brandend platform.

 

Digitaal platform

Een indicatie van het soort producten en diensten dat in een digitaal platform opgenomen zou kunnen worden:

1. Cloud-orkestratie en -integratie. Vanuit een simpele portal wordt toegang gegeven tot gestandaardiseerde, veilige ‘businessworkloads’ (horizontale en verticale applicaties, infrastructuur), die daarna – mogelijk automatisch op basis van bedrijfsregels – kunnen worden uitgevoerd via diverse opties in de cloud (public, private, in het eigen rekencentrum). Prijzen zijn transparant en er wordt op basis van werkelijk gebruik afgerekend.

2. API’s. De toegang tot bedrijfskritieke kernapplicaties en data wordt vrijgegeven via ‘Application Program Interfaces’. Deze robuuste API’s kunnen worden gebruikt bij het bouwen van allerlei flexibele, moderne oplossingen – al dan niet mobiel. API’s ontsluiten cruciale transacties en informatie niet alleen naar de eigen bedrijfseenheden maar kunnen ook worden gebruikt voor digitale initiatieven met partners en zelfs consumenten.

3. Data-aftappunten. Technologieën rond Big Data – zoals Hadoop – kunnen worden gebruikt om centraal data op te slaan, zonder beperkingen op het gebied van volume, structuur of timing. Vanuit zo’n ‘data lake’ kunnen data vervolgens op allerlei manieren via ‘aftappunten’ ter beschikking worden gesteld aan de bedrijfsvoering en vice versa – bijvoorbeeld via een gespecialiseerde datamarkt, een datawarehouse of een NoSQL-database.

4. Processtromen. Vaak onderschat – maar heel krachtig – zijn Business Process Management- en Business Rules-systemen. Daarmee kunnen bestaande applicaties en processen – niet zelden ondergebracht in silo’s – door de bedrijfsvoering op een flexibele manier aan elkaar worden geregen zonder dat ze van buitenaf verstoord hoeven worden. Ook nieuwe processen en bedrijfsregels kunnen zo worden ontwikkeld en operationeel gemaakt, zonder tussenkomst van programmeurs.

5. Ontwikkeltools. De beste ontwikkelaars van mobiele applicaties zouden zich wel eens ver buiten de centrale IT-afdeling kunnen bevinden. Met de juiste tools en frameworks worden ze niet alleen productiever maar sluiten ze ook automatisch aan op bedrijfsstandaarden.

 

Standaarden

Het internationale standaardisatieconsortium The Open Group – onder andere bekend van open Unix-standaarden en TOGAF – heeft zich geworpen op standaarden voor het nieuwe, digitale platform. Onder de noemer ‘Platform 3.0’ wordt gekeken naar welke standaarden nodig zijn om organisaties ongehinderd gebruik te laten maken van technologieën rond sociale media, Big Data, cloud, mobiel en het Internet of Things. Als eerste is een verzameling van typerende gebruiksscenario’s vrijgegeven, die organisaties kunnen gebruiken om tot een overtuigende visie en strategie te komen. Later dit jaar worden open referentie-architecturen verwacht, onder andere rond het Internet of Things en Big Data. Uiteindelijk wordt de beschrijving van een catalogus van typerende platformdiensten verwacht, die organisaties kunnen gebruiken om voor zichzelf een route uit te stippelen en om de producten van technologieleveranciers op af te beelden.

 

Ron Tolido is senior vice president in het globale CTO-netwerk van Capgemini. Hij is ook bestuurslid van The Open Group, een internationaal opererend standaardisatieconsortium

Tag

Cio
API

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag