Wat het betekent om een onderzoekende professional te zijn

Wat het betekent om een onderzoekende professional te zijn
Wat mogen we verwachten van hbo’ers met onderzoekscompetenties?En legt dat aanvullende professionaliseringseisen op aan de hele beroepsgroep? Juist nu is deze vraag relevant.
Bert Mulder en Erik de Vries
Binnen enkele jaren betreden afgestudeerde hboICT’ers met competenties op het terrein van toegepast onderzoek de arbeidsmarkt. De afgelopen jaren is toegepast onderzoek een thema geworden op het hbo. Dat thema kreeg eerst voet aan de grond in lectoraten en is inmiddels een eis voor alle hbo-opleidingen. Wat mogen we verwachten van hbo’ers met onderzoekscompetenties en legt dat aanvullende professionaliseringseisen op aan de hele beroepsgroep? Juist nu is deze vraag relevant omdat de beroepsgroep zich bezint op taken, functies, rollen en competenties (Oosterhout, 2013).
Twee achtergronden
De huidige ICT-beroepsgroep van hoog opgeleiden bestaat grosso modo uit mensen met twee achtergronden. Veel beroepsuitoefenaars in de ICT hebben geen initiële opleiding genoten in het vakgebied, maar hebben zich het vakgebied eigen gemaakt door cursussen en in de praktijk. Voor velen van hen is ICT een ‘tweede vak’. Hun eerste vak was scheikunde, geografie, bedrijfskunde, accountancy of psychologie en zij zijn daarin opgeleid op hbo- of wo-niveau. De cursussen die zij hebben gevolgd in het ICT-vak zijn veelal op hbo-niveau. Het andere deel van de beroepsgroep heeft wel een initiële opleiding gehad in het ICT-vakgebied. Zij zijn overwegend opgeleid op hbo-niveau. De universitaire ICT-studies zijn de afgelopen decennia relatief klein geweest en veel van de academisch afgestudeerden zijn in de onderzoeksector terecht gekomen. Slechts een relatief kleine groep met een academische ICT-opleiding werkt toepassingsgericht in bedrijfsleven of overheidsinstanties.
Het overgrote merendeel van de ICT-beroepsgroep is dus hbo-opgeleid in het ICT-vak. Zij zijn opgeleid in een tijdperk waarin onderzoek nog geen thema was in het hbo. Binnen deze opleidingen hebben ze dus weinig onderzoekscompetenties opgebouwd. Zij die een academisch opleiding hebben genoten hebben natuurlijk wel onderzoekscompetenties opgebouwd, maar niet primair aan het ICT-vakgebied gerelateerd.
De komende jaren zullen dus jonge hbo-opgeleiden met onderzoekscompetenties in een beroepsgroep terechtkomen die weinig traditie heeft op dit terrein. Van jonge mensen mag niet onmiddellijk worden verwacht dat zij een omwenteling veroorzaken in de beroepsgroep. Eerder dreigt het gevaar dat de gewoonten in de beroepsgroep worden overgenomen door jonge beroepsuitoefenaars en dat de opgebouwde onderzoekscompetenties in de vergetelheid raken in de dagelijkse gewoonten van de collectieve beroepsuitoefening. Wil de beroepsgroep dus profijt hebben van de nieuwe competenties van jonge beroepsuitoefenaars, dan stelt dat zowel eisen aan de beroepsgroep als aan deze jonge beroepsuitoefenaars.
Veel van de discussie over onderzoek in het hbo gaat over kennis en vaardigheden, over het toepassen van theorie en onderzoeksresultaten, over
onderzoeksmethoden (zie bijvoorbeeld Van Aken (2012); Verschuren (2011); Verschuren (2012-a); Verschuren (2012-b)). In dit artikel gaan we in op het aspect ‘houding’. Dat wordt minder vaak besproken, maar het is wat ons betreft de crux. Wat is een onderzoekende houding en hoe kun je die onder elkaar in de beroepsgroep ontwikkelen en versterken? Als de houding onderzoekend is, bestaat er een voedingsbodem voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden.
Leren van discrepanties
Voordat we op onderzoekende houding ingaan, staan we kort stil bij onze onderzoeksopvatting. Onderzoek betreft wat ons betreft altijd: het leren van discrepanties tussen intenties en uitkomsten. Zo vormt in klassiek hypothetisch deductisch onderzoek de uitkomstvariabele de uitkomst en zijn de beïnvloedingsvariabelen formele uitdrukkingen van de intentie om iets te beïnvloeden. Aan het andere uiterste van het methodologisch spectrum bevindt zich actieonderzoek, waarin intenties worden omgezet in weloverwogen interventies. De uitkomst van die interventies wordt geëvalueerd en op het gehele proces wordt gereflecteerd teneinde te leren van het verschil tussen intenties en uitkomsten. Aan beide uitersten van het spectrum trachten we dus te leren van discrepanties tussen intenties en uitkomsten. Onderzoek hoeft wat ons betreft niet per definitie methodisch te worden aangepakt. Er is niets mis met gezonde (inter)persoonlijke reflectie op de discrepantie tussen intentie en uitkomst. Maar naarmate de uitkomsten minder makkelijk zijn te relateren aan de intenties van ons handelen, naarmate de uitkomsten toenemen in belang of naarmate deze uitkomsten grotere variëteit of verrassingen kennen, nemen de argumenten toe om onderzoek structureel en methodisch aan te pakken.
Onderzoekende houding
Met deze opvatting van onderzoek zijn we direct aanbeland bij het concept ‘onderzoekende houding’: de wil om de discrepantie tussen intenties en uitkomsten te begrijpen. Onze intenties kunnen we voeden met kennis en theorieën die de intentie van ons handelen minder intuïtief maken. Onze uitkomsten kunnen we evalueren in het licht van onze intenties. En ons handelen kunnen we methodisch maken zodat de variëteit in de discrepantie tussen intenties en uitkomsten afneemt.
De wil om het verschil tussen intentie en uitkomst te begrijpen is niet iets dat buiten ons ligt, maar is onderdeel van ons. Een onderzoekende professional zijn is dus een existentiële houding. Het oplossen van vraagstukken zonder gebruik te maken van beschikbare kennis, zonder de opdracht en omgeving te hebben onderzocht, zonder te reflecteren, zonder de specifieke oplossing te abstraheren naar een generieke voelt niet goed, voelt als gerommel, als drijfzand.
Hieronder werken we een eenvoudig basismodel uit van wat de kwaliteiten van een onderzoekende professional zijn en hoe een onderzoekende houding in de beroepsgroep kan worden gestimuleerd. Uitgangspunt is dat een onderzoekende houding in elk uur van de opleiding of beroepsuitoefening kan worden ontwikkeld door het stellen van vragen (aan elkaar of aan jezelf) die een onderzoekende houding stimuleren en anderen weer aanspoort tot het stellen van vragen. Zie het kader rechts voor voorbeelden van vragen die een onderzoekende houding stimuleren.
Kwaliteiten
De aandacht die de komende jaren in het hbo aan onderzoek wordt besteed heeft een ‘onderzoekende professional’ als resultaat. Voor werkgevers onderscheiden deze jonge beroepskrachten zich door een houding die open, onderzoekend, betrokken en verantwoordelijk is. Ze hebben een frisse blik, zien verandering als inspiratie en hebben een actieve rol in het vormgeven van het vak en de organisatie van de toekomst. De onderzoekende professional voelt zich niet alleen verbonden met de werkgever, maar ook met de beroepsgroep en wil aan beiden bijdragen leveren.
Een dergelijke onderzoekende professional zijn is een kwestie van karakter: deze professionals realiseren zich dat het vak zich voortdurend ontwikkelt, en dat het nodig is die ontwikkeling bij te houden en vorm te geven. Ze realiseren zich ook dat hun vak zich ontwikkeld heeft door de inzet van andere beroepsprofessionals, en dat hun activiteiten op hun beurt bijdragen aan de ontwikkeling van het vak. Ze weten dat ze staan op de schouders van andere professionals, en op hun beurt de schouders zullen vormen voor de volgende generatie. Ze voelen zich drager van het vakgebied in een collectief van andere dragers.
De komende decennia zullen het beroep en de praktijk waarin dat plaatsvindt zich sterk wijzigingen door demografische (vergrijzing), economische (krimp en globalisering), maatschappelijke (ontwikkeling van de informatiemaatschappij) en technische (onophoudelijke stroom van nieuwe ICT) ontwikkelingen. Jezelf en je omgeving doorlopend ontwikkelen is dus een essentiële voorwaarde voor elke beroepsprofessional.
Onze kijk op de onderzoekende professional vertrekt vanuit het standpunt dat voor goed en zinvol onderzoek de context en intentie belangrijk zijn. De intentie laat zich begrijpen in zijn context en alleen als de intentie helder is kan op uitkomsten worden gereflecteerd. Alleen dan kan worden geleerd van het eigen handelen. De onderzoekende houding wordt scherper naarmate er een groter bewustzijn is van de context van het vraagstuk, de gewenste veranderingen en de mogelijkheid tot verandering. Vandaar dat een onderzoekende professional zich kenmerkt door vier kwaliteiten: hij of zij is open, onderzoekend, betrokken en verantwoordelijk.
Open – de context kennen
Onderzoekende professionals weten hoe ze informatie tot inspiratie kunnen maken. Ze onderhouden een persoonlijk bibliotheek van bronnen: de mooiste boeken, blogs, twitterfeeds, artikelen en films waarin hun vak aan de orde komt. De kwaliteit waarmee ze die bronnen lezen zorgt ervoor dat deze tot inspiratie worden. Ze ontwikkelen een gevoel voor maatschappelijke, economische en technische context rond hun vak en weten niet alleen hoe het is ontstaan en wat de huidige dossiers zijn, maar kennen ook de bepalende trends voor de komende jaren. Elk vak heeft zijn helden en mythen: onderzoekende professionals kennen ze bij naam. De open houding kenmerkt zich door
• gastvrijheid
• bronnen [her]kennen
• bronnen lezen en begrijpen (informatie- en leervaardigheden)
• bronnen integreren tot een maatschappelijke context en relateren aan jezelf (betekenis geven).
Onderzoekend – kunnen reflecteren
Professionals zijn in staat kritisch te reflecteren op de kwaliteit van hun eigen functioneren en op de kwaliteit van de processen om hen heen. Het vermogen een ‘reflective practitioner’ te zijn is essentieel voor de voortgaande eigen ontwikkeling die hun vak eist. Het kunnen identificeren van onderwerpen die onderzoek behoeven en goede vragen formuleren is essentieel voor het onderhouden en verbeteren van de kwaliteit van hun werk. Reflective practitioners kunnen
• de probleemruimte verkennen
• onderzoeksvragen formuleren en de vraag achter de vraag herkennen
• onderzoek inrichten en verrichten
• conclusies uit onderzoek formuleren en op waarde schatten.
Betrokken – verandering kennen
Professionals zijn gericht op de toekomst. Ze kennen niet alleen de grote veranderdossiers maar ook de status en ontwikkelsnelheid daarvan. Ze
weten in welke richting hun vak zich de komende jaren beweegt en in welke mate die beweging invloed heeft op hun eigen werk. Dit impliceert dat ze
• veranderingen/bewegingen in vak en veld zien
• methoden van verandering in vak en veld kunnen toepassen
• verandering kunnen inrichten en doorvoeren
• hun eigen veranderingsstijl kennen.
Verantwoordelijk – de mogelijkheid tot verandering kennen
Professionals zijn altijd gericht op de praktijk en zijn in staat om de maatschappelijke en economische context, het onderzoek en de komende veranderingen toe te passen in de context van het eigen beroep. Daartoe behoort
• mogelijke veranderingen in de eigen beroepscontext herkennen
• deel vormen van verandering of deze kunnen organiseren • kunnen reflecteren op en leren van de verandering
• het verschil zien tussen dingen beter doen en betere dingen doen.
Naar een onderzoekende beroepsgroep
Welke consequenties heeft het voor de beroepsgroep als binnen enkele jaren hbo-bachelors met een onderzoekende houding de beroepsgroep stelselmatig komen versterken? Om deze vraag te beantwoorden nemen we onze toevlucht tot het door Claudio Ciborra (één van onze helden in het vakgebied) geïntroduceerde begrip ‘hospitality’ (Ciborra, 2002). Hospitality (gastvrijheid) beschrijft hoe mensen omgaan met technologie als ambitieuze vreemdeling. Dubbelzinnigheid in betekenis tussen gast en gastheer is het onderliggende fenomeen van gastvrijheid (Ciborra, 2002). Beide partijen weten niet van elkaar of hetzelfde wordt bedoeld en of de bedoelingen hetzelfde zijn. Er ontbreekt een gemeenschappelijk opgebouwd betekenisstelsel. De waard weet niet of hij de gast met open armen kan ontvangen of dat deze gevaar met zich meebrengt. ‘Hospitality’ kan zomaar omslaan in ‘hostility’ (Ciborra, 2002). In deze opsomming is gastvrijheid als eerste kwaliteit van de onderzoekende professional benoemd. Een open houding impliceert gastvrijheid. Gastvrijheid gaat in dit geval over de beroepsgroep als gastheer en de nieuw opgeleide hbo’ers met onderzoekende houding als gast. Als inhoudelijk richtinggevenden binnen het hbo stimuleren we docenten en studenten tot een onderzoekende houding. Ook de gastheer (beroepsfunctionarissen en opleiders) willen we daartoe stimuleren. In het bijzonder denken wij hierbij in de richting van belangrijke dragers van de beroepsgroep zoals het Ngi-bestuur; de Ngi-werkgroep Employability Framework ICT; Exin, het bureau der examens; de hbo-i, Stichting Platform ICT Hogescholen en het ECP-EPN Platform voor de Informatiesamenleving. Deze gremia vertalen het Europese e-Competence Framework (ECF) (ECF, 2010) op dit moment naar competentie-eisen, functieprofielen of onderwijskaders. Bovendien wordt werk gemaakt van het verhogen van de digitale vaardigheden in Nederland. In het ECF is onderzoekende houding en onderzoek echter impliciet. De gebruikte terminologie binnen ECF is wat ons betreft traditioneel. Zo staat bijvoorbeeld het tamelijk ambigue begrip ‘IS and Business Strategy Alignment’ al jaren heftig ter discussie in de wetenschappelijke literatuur (Maes & de Vries, 2008), maar is het binnen het ECF opgenomen als competentie. Het zou een gemiste kans zijn als het vakgebied zich de komende jaren zou ‘vastzetten’ op tradities en niet op het stimuleren van een onderzoekende houding. De tradities van het vakgebied kunnen in de kern worden gekenmerkt door projectmanagement; het beschouwen van organisaties als doelgericht systemen (systeemtheorie); ingenieursbenaderingen voor bouw en beheer; en planningsbenaderingen (zoals portfoliomanagement, enterprisearchitectuur, informatieplanning). Veel methoden en werkwijzen zijn op deze tradities terug te voeren. Maar al deze vier tradities staan ter discussie in de academische literatuur.
Bovendien is er beduidend meer relevante theorie ontwikkeld, toegepast in ons vakgebied en beschikbaar dan slechts deze vier tradities. Wij nodigen de gastheer dan ook uit om inspanningen rond ECF en informatievaardigheden te interpreteren door de bril van de onderzoekende professional. We nodigen de gastheer uit daarin zelf het voorbeeld te geven. Een open, onderzoekende, betrokken en verantwoordelijke houding van de gastheer zou leiden tot het vereisen van een onderzoekende houding van hoger opgeleiden in competentie-eisen, functieprofielen en onderwijskaders. Bovenal zou dit leiden tot definitie van competentie-eisen, functieprofielen en onderwijskaders in terminologie die ruimte laat voor toepassing van kennis buiten de tradities van de afgelopen decennia, zodat ruimte wordt geboden voor het oprekken van die tradities in plaats van voor het bevestigen ervan.
Voorbeeld
Om deze oproep concreet te maken geven we een voorbeeld. De ECF-competentie ‘IS and Business Strategy Alignment’ kan worden ingevuld met strategische plannings- en architectuurtheorie. Daarmee bevestigen we tradities en gaan we voorbij aan kritiek in de literatuur op dergelijke concepten (zie bijvoorbeeld Ciborra (2002); Mintzberg (1987); Maes & de Vries ( 2008)). Dezelfde competentie kan ook worden ingevuld met een onderzoekende houding waarin wordt geëxperimenteerd met bijvoorbeeld sociaalconstructivistische technieken voor toekomstverkenning (zie de Vries & Hoogeboom(2013)) en scenarioplanning (de Geus, 1997). Tussen deze beide extremen ligt een mer à boire van mogelijkheden die onbenut zouden blijven als in competentiekaders, opleidingskaders of exameneisen, die als referentiekaders dienen voor concreet onderwijs, a priori zou worden gekozen voor voortzetting van tradities. Dit voorbeeld laat zien dat een ECF-competentie verschillend kan worden geïnterpreteerd. We vrezen echter dat de terminologie waarin de ECF-competenties zijn geformuleerd de beroepsgroep zullen verlokken tot voortzetting van tradities.
We sluiten af met de constatering dat de uitdaging voor gast en gastheer hetzelfde zijn: in elkaar een onderzoekende houding stimuleren. Daarvoor stellen wij in de kadertekst de vragen ter beschikking als startpunt. Expliciete behandeling van deze vragen en discussie in de beroepsgroep aan de hand van deze vragen leidt ertoe dat gastheer en gasten elkaar snel leren kennen. Zo’n discussie zal ook zichtbaar maken dat niet iedereen in de beroepsgroep de vragen beantwoord langs de lijnen van bovengenoemde tradities. Daarvoor zijn de opleidingsachtergronden in de beroepsgroep te divers. Uiteenlopende gasten zullen zich in een dergelijke beroepsgroep thuis voelen. Het is nu eenmaal fijn vertoeven in een herberg waarin levendig wordt gediscussieerd over relevante vraagstukken en in een pluriform gezelschap zitten altijd wel gelijkgestemden.
Onze ervaring met het stellen van de vragen uit het kader aan beroepsfunctionarissen en opleiders (de gastheren) is dat hun reactie vaak luidt: ‘Hmm, interessante vragen. Nooit over nagedacht. En nog niet zo eenvoudig, hoor!’
 
 
KADER: Vragen die een onderzoekende houding stimuleren
Open: bronnen (her)kennen
Welke boeken zijn bepalend geweest voor je vak? De laatste eeuw? De laatste decennia? De laatste jaren?; Wat zijn de belangrijkste online bronnen voor je branche?; Wat zijn de bepalende vaktijdschriften voor je vak? In Nederland? Daarbuiten?; Wie zijn de belangrijkste kennisinstellingen en bedrijven in je sector?; Uit welke bronnen bestaat jouw persoonlijke vakbibliotheek?; Zijn er romans of films de je vak inspirerend laten zien?; Heb je een manier om nieuwe bronnen te zoeken en identificeren?; Hoe zijn die georganiseerd?; Welke helden en mythen heeft je vakgebied?; Welke bronnen gebruik je keer op keer?
Open: bronnen lezen
Welke vaktijdschriften lees je?; Welke thema’s spelen er in de wetenschappelijke literatuur?; Hoe bepaal je de waarde van online bronnen?; Wat vertellen de verschillende bronnen die je regelmatig gebruikt?; Waar vind je de ethische dilemma’s voor je vak?
Open: betekenis gegeven
Wat is de historische ontwikkeling van je vakgebied?; Op wiens schouders sta je?; Welke maatschappelijke ontwikkelingen bepalen het vakgebied?; Welke beleidsplannen hebben je vak de laatste tijd bepaald?; Wat is de structuur van je vakgebied?; Hoe loopt de financiering in je vakgebied?; Hoe verhoudt de structuur van je vakgebied zich tot die van andere landen?; Wat is je eigen visie op de samenleving en je vakgebied?; Met welke ogen kijk je naar je vak? Technisch? Functioneel? Sociaal? Cultureel? Macht?; Op welke aannamen is je vakgebied gebaseerd?; Welke discours bepaalt jouw vakgebied momenteel?; Hoe groot schat je de beschikbare kennis en hoe verhoudt zich dat tot jouw eigen kennis?; Zoek je verbreding of specialisatie?; Hoe meervoudig is de werkelijkheid en hoe verhoudt jouw kennis zich daartoe?
Onderzoekend: onderzoeksvragen identificeren
Welk onderzoeksvragen bepalen je vakgebied?; Welke sprekende onderzoeken bepaalden de sector het laatste decennium?; Welke type onderzoeksvragen herken je in je vakgebied?; Welke onderzoeken lopen er nu?; Welke onderzoeksonderwerpen zijn omstreden? Wat zijn de grootste dilemma’s?; Welke onderwerpen vormen deel van de innovatie-agenda’s voor je vakgebied?; Wat vind je zelf belangrijke onderwerpen van onderzoek? Waarom?
Onderzoekend: onderzoek inrichten en uitvoeren
Welke onderzoeksmethoden zijn gebruikelijk in je vakgebied?; Welke onderzoeken worden het meest gedaan?; Als je een onderzoek wilt inzetten, welke ‘leverancier’ kun je dan nemen?; Welke methode kun je gebruiken in een eventueel eigen onderzoek?; Hoe worden onderzoeken opgezet en welke voorwaarden heeft dat?; Hoe zou je zelf een onderzoek opzetten en uitvoeren?; Hoe kijk je kritisch naar je eigen professionele handelen?; Wat moet jij doen om een betere professional te worden?
Onderzoekend: conclusies formuleren
Welke belangrijke conclusies zijn de laatste jaren getrokken uit onderzoek?; Welke conclusies kun je trekken uit eigen onderzoek?; Welke foute conclusies zijn er wel eens getrokken uit onderzoek?; Hoe gebruik je onderzoeksresultaten voor het oplossen van vraagstukken?
Betrokken: maatschappelijke veranderingen
Welke tien trends geven de komende jaren vorm aan je sector/branche?; Waar in de Gartner hypecyclus bevinden die veranderingen zich (en wat is de Gartner hypecyclus)?; Wat bepaalt die veranderingen: waarom gebeuren ze, welke argumenten worden gebruikt?; Hoe worden die veranderingen in je branche omarmd: is er een algemene ‘sense of urgency’? Of zijn er slechts enkele innovators?; Wat zijn de meest innovatieve bedrijven of organisaties in je vakgebied?
Betrokken: welke veranderingen bepalen je vak?
Welke veranderingen geven vorm aan jouw vakgebied?; Is je vakgebied veranderingsgezind? Waarom wel of niet?; Welke methoden van verandering en innovatie worden gebruikt?; Welke uitdagingen zien mensen?; Welke projecten/organisaties zijn goede voorbeelden van verandering?; Als je verandering zou willen stimuleren: welke drivers kun je dan gebruiken? Geld of subsidies? Angst of hoop? Efficiëntiewinst?; Aan welke gevoelens en motivaties appelleert jouw vakgebied?; Hebben die emoties er bij jou ook toe geleid dat je voor dat vak hebt gekozen?
Betrokken: welke verandering past bij jouw werkomgeving?
Welke verandering zou het best passen bij welke organisaties?; Welke verandering zou het best passen bij welke beroepsprofessionals? Waarom?; Hoe zou je die inrichten? Welke randvoorwaarden zijn daarvoor?; Aan welke veranderingen draag je bij?; Welke verandering en veranderaanpak past het best bij jouw persoon?
Verantwoordelijk: hoe verbeter je je eigen werkomgeving?
Vind je dat je eigen beroepspraktijk op locatie moet veranderen?; Wat betekent jouw werk en je manier van werken voor verandering in de organisatie?; Wat is jouw eigen veranderbereidheid?; Je bent in je werk een kracht voor verandering: hoe ga je dat vormgeven?; ‘If you’re not part of the solution, you’re part of the problem. Which is it?’; Welke soorten veranderingen zijn mogelijk in jouw werkomgeving?
Verantwoordelijk: verandering realiseren
Hoe draagt jouw activiteit bij aan verandering?; Welke veranderstrategieën zou je kunnen inzetten?; Wat is jouw preferente veranderingsrepertoire?; Wat is jouw professionele handtekening/signatuur?; Hoe groot wil je jouw ‘footprint’ in het vakgebied laten zijn en waarom?
Verantwoordelijk: leren van verandering
Hoe observeer je in de praktijk?; Hoe leer je in je beroepsomgeving?; ‘Not what did you do today, but what did you do different today?’; Ben je deel van een verandering?; Waar zit verandering in een organisatie?; Hoe is je dagelijkse praktijk een verandering?; Hoe leer je zelf?; Hoe leert je organisatie?; Maken veranderingen in het vakgebied het noodzakelijk uit je comfortzone te treden?
 
 
Bert Mulder is lector Informatie, Technologie en Samenleving aan de Haagse Hogeschool. E-mail: b.mulder@hhs.nl
Erik de Vries is hoofddocent Business IT & Management aan de Haagse Hogeschool. Vanaf 1 september 2013 is hij tevens lector Innovatie in de Publieke Sector aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN). Hij coördineert de serie artikelen over strategische vaardigheden van de Informatieprofessional 3.0 in Informatie en werkt voor dit project samen met NGI en de Academy for Information and Management. E-mail: e.j.devries@hhs.nl
 
Referenties
Ciborra, C. (2002). The Labyrinths of Information: Challenging the Wisdom of Systems. Oxford University Press. De Geus, A. (1997). The Living Company, Harvard Business School Press.
De Vries, E.J. & Hoogeboom, H. (2013). Hoe verweef je toekomstverkenning in beleid? Informatie. Maandblad voor de informatievoorziening. April. Sdu.
ECF (2010). European e-Competence Framework version 2.0. CEN September.
Maes, R. & de Vries, E.J. (2008). Information Leadership: the CIO as Orchestrator and Equilibrist. Proceedings of the International Conference on Information Systems, Paper 58, Paris, France, December 15-17. Http://aisel.aisnet.org/ icis2008/58
Mintzberg, H. (1987). Crafting Strategy. Harvard Business Review, July-August.
Van Aken, J. (2012). De wegen naar het ontwikkelen van goed onderzoek in het hbo. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, afl. 1. Verschuren, P.J.M. (2011). Onderzoek in het hbo-onderwijs: voldoende doordacht, wetenschappelijk verantwoord? Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, afl. 3.
Verschuren, P.J.M. (2012-a). Praktijkgericht onderzoek door hbo-instellingen; diversiteit, wetenschappelijkheid en complexiteit. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, afl. 2.
Verschuren, P.J.M. (2012-b). Repliek op Brouwer en van Aken. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, afl. 1.

Tag

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag