Welke IT-zwaargewichten geven het BIT ballen?

De Tweede Kamer is nog niet klaar met de overheids-IT. De commissie-Elias adviseert dat er een Bureau ICT-Toetsing (BIT) moet komen. Over de positie van dat BIT moet nog nader worden gesproken en ook over de invulling. AutomatiseringGids peilde in z’n netwerk wie potentiële kandidaten zijn die aan zo’n BIT gewicht zouden kunnen geven.

Het ziet ernaar uit dat er een Bureau ICT-Toetsing (BIT) komt dat moet toezien op de haalbaarheid van de ICT-projecten die de overheid op de rit zet. Weliswaar niet precies zo als de Commissie-Elias het zich voorstelde, maar toch. In een zogeheten Kamerbrief (30 januari) geeft de regering aan een voorkeur te hebben voor een BIT dat wordt ingepast in het bestaande CIO-stelsel en – net als de de CIO-Rijk – ­ressorteert onder de minister voor Wonen en Rijksdienst. Hoe het er allemaal uit gaat zien, hoeveel leden en wie dan wel, dat moet allemaal nog worden besloten. Zo is bijvoorbeeld nog niet duidelijk of het BIT zelf zal worden bemand door zwaargewichten of dat het BIT meer een ambtelijk apparaat wordt, dat handelt op gezag van bijvoorbeeld een aansturend college.

De eerstvolgende stap op dit moment is logischerwijze een overleg (formeel een debat) in een Kamercommissie die zich de materie aantrekt. Dat kan een speciale commissie worden, maar gezien de organisatorische ophanging die de regering voorstelt, ligt een overleg met de vaste Kamercommissie voor Wonen en Rijksdienst het meest voor de hand. Het ligt in de lijn der verwachting dat daar dan het ministerie van Wonen en Rijksdienst wordt belast met de uitvoering van werving en selectie en dat afspraken worden gemaakt over omvang, termijnen en functionele vereisten bij de invulling van het BIT.

AutomatiseringGids vroeg zich – vooruitlopend op de politieke en ambtelijke procedures – af wie mogelijke kandidaten zouden kunnen zijn voor een positie bij het BIT of eventueel van het daar sturing aan gevende college van advies. Wie in Nederland beschikken over de juiste mix van IT-realiteitszin, bestuurlijk inzicht en vooral ook een gebleken afkeer van ­politieke spelletjes en de verleidingen van het ‘IT-boys-network’. We raadpleegden 40 insiders uit ons redactionele netwerk. Elk van hen vroegen we ons 3 mo­gelijke kandidaten voor een positie binnen het BIT te noemen. Dit zijn de 10 meest genoemden:

 

 

Gerko Baarslag Momenteel global CIO voor wereldwijde transitie voor Fugro. Is tevens bij enkele MBA-opleidingen gastdocent voor het onderwerp complexe IT-transities. Wordt geroemd als ervaren CIO. “Bij veel verschillende bedrijven complexe IT-transities gedaan, zowel profit als non-profit” en “weet, wellicht mede door achtergronden in IT en Sociologie, business- en IT-belangen te verbinden”.

 

Sjaak Brinkkemper Hoogleraar Organisatie en Informatie, veel ervaring in software-industrie. Zal ongetwijfeld inzetten op methodisch onderbouwde werkwijzen binnen het toekomstige BIT. Was onder meer betrokken bij de implementatie van een stage-gate aanpak bij Philips, voor het vaststellen van go/no-gocriteria bij risicovolle projecten. Ontwikkelde het meer-dimensionale scorebord voor het systematisch in kaart brengen en waarderen van verschillende risico’s.

 

Wouter Bronsgeest

ICT-opdracht-portfoliomanager bij de Belastingdienst. Bestuursecretaris Ngi-NGN. Brede in ervaring gewortelde visie op IT-governance. Doet aan de Universiteit van Twente (Center for eGovernment Studies) promotieonderzoek naar methodieken voor het evalueren van IT-projecten bij de overheid. “Brengt ervaring in uit de grootste IT-context die bij de overheid voorstelbaar is” en “binding met de IT-professionals”.

 

Maarten Hillenaar Principal consultant voor PBLQ-HEC. Als eerste Rijks-CIO zorgde hij dat er een dashboard kwam, waarop de voortgang en eventuele ontsporing van Rijks ICT-projecten zou moeten zichtbaar zou zijn. Leidde een con­solidatie-programma waarmee aanzienlijke kostenbesparingen en beschikbaarheids-verbeteringen voor de Rijks IT werden gerealiseerd. Wordt ­geprezen om zijn ervaring binnen de overheid, zijn nuchterheid en realiteitszin.

 

Jan Hoogervorst Hoogleraar Antwerpen Management School; organisatie-adviseur en management-consultant (Sogeti); ex VP Corporate Information Strategy KLM. Zal ongetwijfeld hameren op het belang van een consistente toepassing van het architectuur-principe. Geldt als “goeroe op het gebied van IT-governance”.

 

 

Hans Mulder Onder meer European Research Director for the Standish Group, Hoogleraar Antwerpen Management School, medeoprichter-eigenaar van Venture Informatisering Adviesgroep. ­Brede visie op IT-branche en de valkuilen in de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. “No-nonsense-denker” en “ondernemer met een scherp oog voor de scheidslijn tussen zaken en bijzaken”.

 

Lineke Sneller Hoogleraar Toegevoegde waarde van IT bij ­Nyenrode Business Universiteit. Combineert wetenschap met de IT-praktijk (CIO Vodafone en IT-directeur Tele2 en lid raden van bestuur van Achmea en ProRail). Werd in 2011 aangewezen als European CIO of the Year. “Weet te verbinden”, “gezaghebbend vanuit ieder denkbaar perspectief” en “genuanceerde boodschap voor de commis­sie-Elias”.

 

Bart Stofberg Organisatieveranderaar bij Quint Wellington Redwood. Werkte daarvoor bij onder meer ING en Logica. Tegendraads denker die ook weet te overtuigen. Scherp oog voor de organisatiekant van projecten. Typerende uitspraken: “Er bestaan helemaal geen IT-projecten. Er zijn alleen maar veranderprojecten” en: “informatie-management is een teamsport”.

 

Chris Verhoef Hoogleraar Informatica aan de VU. Langjarig criticaster van de publieke ICT-inspanningen. Origineel denker en scherp analyticus. Schuwt, in zijn rol van adviseur bij onder meer banken en overheidsinstellingen, de IT-praktijk niet. Deed veelvuldig onderzoek naar faalfactoren bij ICT-projecten. Verklaard voorstander van een wet op de overheids-IT, naar analogie van de Amerikaanse Clinger-Cohen Act, die overheidsdiensten strenge eisen oplegt ten aanzien van onder meer de rechtvaardiging van projecten, zorg voor organisatorische succesvoorwaarden en toepassing van best practices.

 

Henny Wesseling Voormalig CIO van TNT Post; en jarenlang gangmaker in de Nederlandse CIO-community; nog steeds actief als bestuursadviseur voor RvC’s en RvB’s; lid van de Raad van Toezicht van CIZ (Centrale Indicatiestelling Zorg). ­Overtuigd uitbesteder van IT, met een scherp oog voor de verantwoordelijkheden van de ­opdrachtgever. Wordt geroemd vanwege zijn ‘Hollandse nuchterheid’.

 

Wie uiteindelijk in het BIT zullen belandden blijft nog uiteraard nog even een verrassing. Maar dat de betreffende functionarissen hoe dan ook voor een lastige uitdaging komen te staan, is inmiddels wel duidelijk. Een aantal van de door ons geraadpleegde insiders gaf dat ook nadrukkelijk aan. Ze maken zich zorgen over de mogelijkheden om inzicht te krijgen in de feitelijke gang van zaken, het mogelijk ontbreken van mandaat en over de organisatorische ‘ophanging’.

 

ICT-klokkenluider René Veldwijk is hoe dan ook sceptisch. Het nu door de regering voorgestelde BIT typeert hij hij als “een schaamlap waar niets goeds uit kan voortkomen”. Maar ook het oorspronkelijke BIT, zoals Elias dat schetste, krijgt van Veldwijk weinig krediet: “een niet doordacht en in meerdere opzichten verkeerd gepositioneerd vehikel” en “Elias wil een BIT met ICT-experts die gezond-verstandregels toepassen. Diens boodschap is dat ambtenaren, bewindspersonen en Kamerleden daartoe niet in staat zijn en dat doet veel ­mensen zeer tekort.” Dat maakt het volgens Veldwijk onwaarschijnlijk dat ambtenaren, ­bewindspersonen en Kamerleden het BIT straks haar analyses in dank zullen afnemen.

Ook de in IT-aanbestedingen gespecialiseerde jurist Ruud Leether heeft weinig fiducie in het BIT dat minister Blok voor ogen lijkt te staan. De Kamerbrief van 30 januari getuigt naar zijn oordeel van een hoog gehalte aan ‘pappen en nathouden’ en doet sterk vermoeden dat in een BIT à la Blok geen plaats zal zijn voor ‘lastposten’ als Veldwijk, Miedema of Verhoef: “Als een ding uit de brief van Blok duidelijk wordt is het wel dat men de invloed van de vakministers op de start en het verloop van IT-projecten niet wil verkleinen door een werkelijk onafhankelijk en op afstand geplaatst BIT dat, had het aan Elias gelegen, met dwingende oordelen tot ­correctie of zelfs stoppen om ICT-technische redenen had kunnen nopen.”

De Groningse hoogleraar Business & ICT, Egon Berghout, signaleert dat over de verantwoordelijkheid en doorzettingsmacht van het BIT nog weinig vastligt. “Mag BIT als bindend adviseur optreden bij coördinatieproblemen tussen ministeries? Mag BIT zelfstandig onderzoek doen naar de voortgang of haalbaarheid van projecten? Wordt BIT een soort Raad voor de Veiligheid op het gebied van IT? Of wordt BIT het orgaan dat als allerlaatste weet dat de deadline niet wordt gehaald? Een groep deskundigen die tuurt op spreadsheet met groene vlaggetjes, die heel af en toe de grootste zeperd weet te voorkomen?”

De Utrechtse ‘software-professor’ Sjaak Brinkkemper lijkt zich juist weer iets minder te bekommeren om de organisatorische ophanging van het BIT. Hij benadrukt vooral het ­belang van een kwalitatieve invulling van het bureau: “Met een sterk college van adviseurs en een goed uitgerust medewerkerapparaat, ­vergelijkbaar met de Rekenkamer, kan het BIT een eind komen. Wellicht ook een wetenschappelijke raad van advies, zoals het CBS deze ook heeft met enkele hoogleraren statistiek en ­economie.”

Ngi-NGN-voorzitter Klaas Brongers wijst erop dat het BIT er verstandig aan zou doen zich niet achter haar loket te verschuilen, maar een band ontwikkelen met de professionals die het werk moeten doen. Bijvoorbeeld door deze IT-professionals aan te spreken op permanente educatie, conformiteit aan een gedragscode en het European Competence Framework (eCF). Daardoor ontstaat op dat niveau “een dusdanige transparantie en hygiëne-factor dat het op het niveau daarboven bij voorbaat moeilijk wordt ICT-projecten op de rit te zetten die niet haalbaar zijn”.

Daan Kalmeijer komt nog met een behartigenswaardige suggestie: “Waarom geen absolute transparantie? Ik had het geweldig gevonden als we zouden verplichten dat alle overheidsprojecten boven de 5 miljoen ál hun materiaal publiek moeten maken. Er is geen beter medicijn denkbaar tegen tunnelvisie en megalo­manie dan de wetenschap dat de hele wereld over je schouders heen meekijkt. Absolute transparantie maakt nederig en nederigheid is wat er typisch ontbreekt bij al die ­falende projecten.”

 

Tag

BIT

Onderwerp



Niet gevonden? Vraag het de redactie!

Heeft u het antwoord op uw vraag niet gevonden, of bent u op zoek naar specifieke informatie? Laat het ons weten! Dan zorgen we ervoor dat deze content zo snel mogelijk wordt toegevoegd, of persoonlijk aan u wordt geleverd!

Stel uw vraag